Sluiskil in oude ansichten

Sluiskil in oude ansichten

Auteur
:   W.E.P. Schelstraete en P.J. Baert
Gemeente
:   Terneuzen
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3253-4
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Sluiskil in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Sluiskil is geen plaats met een oude geschiedenis. Honderd jaar geleden was er nog niet veel meer te bespeuren dan wat schamele woningen. Dat het in zo'n korte tijd is uitgegroeid tot een welvarende plaats, is te danken aan de ligging bij een belangrijk verkeersknooppunt over het kanaal van Gent naar Terneuzen.

Het ontstaan van een dorp staat als regel in verband met bepaalde gebeurtenissen rond de ontwikkeling van een streek. Dit geldt ook voor Sluiskil. Als wij de ligging van het dorp op een middeleeuwse kaart zoeken, dan moeten we een stip zetten midden in een zeearm, genaamd de Braakman. Wij kunnen ons uiterst moeilijk een voorstelling vormen van dit eens zo uitgestrekte, woeste en door stroomgeulen doorkliefd gebied. De belangrijkste van deze geulen werd het Kanaal van Axel genoemd. Dit was een tamelijk diepe, snelstromende vaargeul, die van de Honte uit langs de Koudepolder de Braakman indrong en die langs het Mauritsfort en het Vogelschorre verderstroomde om zich bij de zuidwesthoek van het schorre van het Coegors te splitsen in het Sasse Gat een vaargeul die het Sas van Gent langs het Papeschorre een verbinding bezorgde naar open zee - en het Axelse Gat, dat voor Axel een vaargeul in stand hield.

Dit kanaal lag dus ongeveer op de plaats waar nu de kreek van Axel Iigt, het kanaal naar de Sassing (ook weI het Axelskanaal geheten), de Louisapolder, de Pierssenspolder, de Bontepolder, de Van Wijckhuysepolder en de Braakmanpolder. Het Axelse Gat en het Sasse Gat vloeiden in elkaar nabij de plaats waar nu Stroodorpe is gebouwd.

Vlak tegenover het Vogelschorre baande een diepe kil, een uitloper van het Kanaal van Axel, zich oostwaarts een brede weg in het onafzienbare schorre van het Coegors. Toen in 1631 (volgens een andere bron in 1648) de inpoldering van dit schorre een voldongen feit werd, liep de nieuw aangelegde westelijke zeedijk dwars door deze kil. Waar de aidus ontstane nieuwe kreek een uitgelezen bekken vormde voor het verzamelen van polderwater, was er waterbouwkundig gezien geen geschikter plaats voor de bouw van een uitwateringssluis (duiker), benodigd voor de afvoer van het overtollige water, op het buitenwater dan het punt waar de kil werd doorsneden. De kreek achter de protestantse kerk (aan de Kanaalweg) en die waarvan een zijtak doorloopt achter de fabriekshuizen van de Cokesfabriek langs tot aan de Sassing, zijn de restanten van deze kil. De plaats van de afvoersluis moest men zoeken op de Bovenweg.

In 1700 werd overgegaan tot het inpolderen van het

Vogelschorre, een driehonderd hectare grate kleiplaat, gelegen aan de westkant van het Kanaal van Axel, recht tegenover de spuisluis van de Coegorspolder. Toentertijd was deze nieuwe polder een eiland en alle aan- en afvoer moest derhalve per schip geschieden, waarvoor een overzetveer een bij uitstek geschikt vervoermiddel was. Dit veer heeft de ganse achttiende eeuw door bestaan, totdat verdere inpolderingen en, vooral, het dichten van het Axelse Gat (bij de aanleg van het kanaal Gent-Terneuzen) de Vogelschorpolder een verbinding over land bezorgde, waardoor het veer elk bestaansrecht verloor en voorgoed verdween. In officiele stukken was dit veer bekend als .Jiet veer van Sluyskille",

Het verlangen van Gent naar een goede verbinding met de zee bracht voor Sluiskil nag meer onvoorstelbare veranderingen. De kortste en goedkoopste weg was die van Sas van Gent naar Terneuzen, maar dit had tot gevolg dat van Sluiskil af, dwars door de Coegorspolder en Zevenaarpolder, een geheel nieuwe vaargeul diende te worden gegraven. Van Sas tot Sluiskil kon het Sasse Gat, de historische verbinding van het Sas van Gent met open zee, worden gebruikt, hetgeen een aanzienlijke besparing aan graafwerk meebracht, doch wat bij Sluiskil het afsluiten van het Axelse Gat noodzakelijk maakte. Het dichten van

deze onstuimige stroomgeul was geen gemakkelijke opgave. De sterke stroming vernielde tot tweemaal toe de nieuw gestorte dam. Het werk kon uiteindelijk worden voltooid door het tot zinken brengen van oude schepen in de sluitgaten. Deze dam is de huidige kanaaldijk vanaf de Spoorstraat tot voorbij Stroodorpe.

Wij danken C. Bracke voor deze historische beschrijving van Sluiskil. Voor het tijdelijk beschikbaar stellen van foto's danken wij de families M. Schooff, R. Colsen, W.A. Leenhouts, S. de Visser, J. Wolfert, H.A. Brakman, M. Cortvriedt, R. van Cleemputte, W. van Tatenhove, Van Aerde, Scheele en Krijger. Verder zijn wij dank verschuldigd aan allen die ons inlichtingen verstrekten voor het samenstellen van de teksten bij de foto's. Wij gaan nu een kijkje nemen in het Sluiskil van vroeger en wij hop en dat u veel bekende plekjes en vele oude bekenden zult tegenkomen!

1. Honore Colsen werd op 10 november 1885 te Hontenisse geboren. Na enige jaren te Clinge zaken te hebben gedaan, vestigde hij zich als slager en veehandelaar aan de Nieuwe Kerkstraat te Sluiskil. Reeds spoedig bleek, dat hij over organisatorische krachten beschikte en het was dan ook niet vreemd dat hij als gemeenteraadslid werd gekozen. Hij verdedigde de belangen van Sluiskil tot het uiterste in de vergaderingen van dat college en het gebeurde niet zelden, dat hij (niet met zijn schoen, maar wei met zijn vuisten! ) op tafel sloeg am zijn recht te verkrijgen. Zonder zijn verdiensten te veel op te hemelen, kunnen wij zijn acties vermelden voor het verkrijgen van elektrische verlichting te Sluiskil, voor een beveiliging langs het kanaalboord en voor het behoud van de vrije veren.

COEHORSSTRAAT. SLUISKIL

2. De laatste kanaalverbreding betekende voor Sluiskil een groot verlies, omdat deze moest plaatsvinden aan de westzijde. Anders was dat bij de verbreding rond 1900. Aangezien er toen aan de oostkant nog geen industrie aanwezig was, werd het kanaal aan die kant verbreed. Dit bracht voor Sluiskil wel enig voordeel met zich mee, doordat de bekende bruggen belangrijke verbindingen gingen vormen tussen oost en west. Toen de Cokesfabriek en, later, de l' Azote aan de oostkant van het kanaal werden gevestigd, werd het aantrekkelijk om aan die kant te wonen. Hierdoor ontstond dus de bebouwing aan de Oostkade. Buiten de hier zichtbare woonhuizen verrees er ook de viasfabriek van Van Osselaar, die later de klompenfabriek van Jan Verlinde werd. Op de kanaaldijk zien wij een voor de fabriek bestemde vlasmijt en op de achtergrond is de kolensilo met kranen zichtbaar.

3. Om de vijand, die de geallieerden vanuit het oosten verwaehtten, te verhinderen een onderkomen te zoeken in de huizen aan de oostzijde van het kanaal, werd besloten die huizen in brand te steken, Wat deze beslissing voor de bewoners betekende kunnen wij moeilijk begrijpen; men moet zoiets zelf meernaken om zo'n toestand goed te kunnen beseffen. Toen op 21 mei 1940 aan de gezinnen Federmann, Spietael, Van Maele, Jansen, Van Heeke, Verstraeten en Verlinden opdraeht werd gegeven onmiddellijk te vertrekken, pakte men wat kleren bij elkaar en vluchtte men naar een hofstede in de Coegorsstraat. Toen ze daar aankwamen, zagen ze de eerste huizen reeds branden. Op de foto zien wij de familie Van Maele na terugkeer voor de mine van wat eens hun woning was.

4. V66r de kanaalverbreding van 1900 bestond er aan de oostzijde van het kanaal aileen bebouwing langs het Axels kanaaltje, nabij de "Blauwe brug", Toen de nieuwe bruggen waren gebouwd, ontstond behoef'te aan woningen voor het brugpersoneel. Daartoe werden de hier afgebeelde, kort na de bouw gefotografeerde huizen gebouwd. Uiterst rechts ziet men het wachtgebouw van het brugpersoneel. Later werd achter deze huizen de Cokesfabriek gebouwd. Nadat de bruggen waren opgeruimd in verband met de laatste kanaalverbreding, werden deze huizen overbodig, zodat ze werden gesloopt.

Uitgave van lui. kiJ.

Kanaalzicht bij de Spoorbrug.

5. Een gezicht vanaf de oostkant op de Kanaalweg Noord, rond 1900. Uiterst links ziet men de oude voetbrug, waarvan de bouw werd aanbesteed op 6 april 1866. In januari 1908 werd de brug gesloopt. Wij zien hier het kanaal v66r de verbreding van 1900. De aanleg van dit kanaal, in 1825-1827, bestond niet aileen uit het graven van een geul van Sas van Gent naar Terneuzen. Bij Sluiskil moest het Axelse Gat worden afgesloten. Men rekende er op, dat dit werk op 1 september 1825 zou zijn voltooid, maar op 5 juli ontstonden er onlusten onder het werkvolk. Op die dag hield men zich bezig met .Jary steken" (101 maken). Deze ongeregeldheden werden vooral veroorzaakt door het niet tijdig uitbetalen der lonen. Door het krachtig optreden van de overheid en de tegemoetkoming van de aannemers werd het conflict opgelost. Daardoor kon het kanaal op 18 november 1827 officieel worden geopend.

PIETER JOHANUS KIELMAN

6eboren den 6 Februari 1&13 te Hoek vierende zrjn 100e geboortedag te ~)'"iskil

6. Op 6 februari 1913 deed zich te Sluiskil een bijzondere gebeurtenis VOOL Op die dag vierde Pieter Johannes Kielman, die op 6 februari 1813 te Hoek was geboren, zijn honderdste geboortedag. Op tienjarige Ieeftijd kwam hij met zijn ouders naar Sluiskil. Zijn ouders waren onbemiddeld en Pieter moest reeds op zeer jonge leeftijd op het land gaan werken. Naar school gaan was er voor hem niet bij. Later werd hij polderjongen, schipper, visser, uitvoerder en aannemer van polderwerken. Het laatst was hij landbouwer op de hofstede, waarop hij zijn honderdste verjaardag vierde. Hij werkte mee bij de bouw van de vestingwerken te Terneuzen, in 1830-1839. Hij moest specie brengen naar de metselaars die de muren van die werken voegden en verdiende daarmee vijftig cent per dag, waarvan hij tien cent moest uitgeven voor koffie.

7. Gezicht in 1905 op het bouwen van de pijler waarop het oostelijke draaiende deel van de verkeersbrug werd aangebracht. Voor het bouwen der pijlers werd gebruik gemaakt van zogenaamde caissons. Het funderen van de pijlers geschiedde door een in de vorrn van de pijler gemaakte ijzeren mantel waarin zich een werkkamer bevond. Met een pomp werd in die kamer lucht samengeperst, waardoor het water via de kanaalbodem uit de werkkamer werd gedreven, zodat dus onder water kon worden gewerkt. De arbeiders konden slechts een bepaalde tijd in deze kamers werken, met het gevolg dat ze geregeld moesten worden afgelost. Dit aflossen geschiedde via een sluis, om langzaam de norm ale luchtdruk te herkrijgen. Links op de achtergrond ziet men de huizen aan de Kanaalweg, ter hoogte van Krijger.

8. De bouw van de bruggen over het kanaal op 11 augustus 1906, gezien vanaf de oostkant. Op de voorgrond Iigt het half voltooide, oostelijke deel van de verkeersbrug. Daarachter ligt de nieuwe spoorbrug, die haar voltooiing nadert. Achter deze bruggen ziet men de westelijke kanaaldijk met het oude station "Sluiskil-Brug" en de huizen waarin de heer Krijger later zijn bekende cafe stichtte. Uiterst links is het grote houten directiegebouw van de aannemers van de kanaalwerken, Medaets en De Clercq, zichtbaar. Achter het vaste deel van de spoorbrug is dat gedeelte van de Bovenweg zichtbaar waarop later kapper Duivens en de heer Voerman hun zaken hadden.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek