Sneek in oude ansichten

Sneek in oude ansichten

Auteur
:   H. Halbertsma
Gemeente
:   Sneek
Provincie
:   Fryslân / Friesland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4310-3
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Sneek in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Het behoeft geen opzien te baren dat het hoogtepunt der ansichtenrage te Sneek in de jaren 1900/10 viel. De Sneker boekhandelaar Rykle Van der Meulen legde er zich in deze periode zelfs geheel op toe, zodat hij ook buiten Sneek als uitgever-fotograaf vermaardheid verwierf. Wij hebben aan hem verscheidene, ook uit kunstzinnig oogpunt uiterst waardevolle Sneker stadsgezichten te danken, waarvan u er ettelijke in dit boekje kunt aantreffen. Het aantal op Sneek betrekking hebbende ansichten is nog nimmer geteld, maar beloopt ongetwijfeld vele honderden. Wij meenden het beste een keuze te doen uit de jaren v66r 1925, toen Sneek in menig opzcht een lieflijk stadje mocht heten, rijk aan water, groen en bouwkundig schoon. Juist om deze reden, dunkt ons, is de belangstelling voor oude ansichten zosnel toegenomen, als wilde men zich verpozen in een wereld, welke thans zo oneindig ver van ons verwijderd is geraakt. Teneinde het beeld wat te verdiepen, vulden wij ons reeks ansichten aan met enige vaak zeer oude foto's, waarvan nimmer kaarten in omloop zijn gebracht en waarvan het bestaan velen onbekend zal zijn. Een rijke verzameling daarvan bleek zich te bevinden in het bezit van een ander Sneker fotografengeslacht - dat der Obbema's. Het is hier niet de plaats ons te verdiepen in de geschiedenis van de stad Sneek, a1ligt de aard van haar inwoners en het karakter van haar binnenstad hecht in het verleden verankerd. "Ter Snake", zo luidde de naam in de dertiende eeuw, toen Sneek reeds "poirters" kende en het embryo - de kerkheuvel van St.-Maarten - als een dorpse kern enigszins ter zijde was komen te liggen van de snel in omvang toenemende koopmansbuurten langs de Grootzand,

de beide Burgstraten, de Peperstraat en de Marktstraat. Een Ianggerekte Singelgracht omsloot het geheel, welke werd gekruist door de Hemdijk met zijn doorsnijding ter hoogte van het Schaapmarktplein - een gedempte sluiskolk. Maar gedurig breidde de stad zich verder uit, totdat in de negentiger jaren der vijftiende eeuw de grote stap werd gedaan tot het aanleggen van de thans nog als zodanig herkenbare stadsvesten - een rondgaande muur met de nodige land- en waterpoorten, beschermd door een dubbele gracht.

De Sneker stadslucht is in het verleden herhaaldelijk van krijgsrumoer vervuld geweest. In 1399 veroverde de burgerij haar vrijheid op de erfelijke macht der stadspotentaten, vervolgens moest zij deze herhaaldelijk verdedigen tegen vreemde heren, die het op de Friese vrijheid in het algemeen hadden voorzien. Maar ook de steden onderling hadden vaak tegenstrijdige belangen en de eeuwenlange wedijver tussen Sneek en Leeuwarden is tot op heden speurbaar gebleven. Over het algemeen is de Sneker zijn stad zeer toegedaan en heeft daar, als het nodig is, alles voor over. De belangstelling gaat eerder uit naar handel en nijverheid dan naar wetenschap en kunst, al weet men daarvoor toch heus weI in de buidel te tasten, mits het maar om de stad gaat. Als voorbeelden mogen onder meer dienen het Fries Schee.pvaart Museum en de Stichting "Oud-Sneek", welke laatste zich toelegt op het aankopen en herstellen van historische en kunstzinnige monumen ten te Sneek zowel als in de Friese Zuidwesthoek. Zonder het Sneekermeer zou geen Sneker kunnen leven en onvoorstelbaar groot is dan ook het aantal bootjes en schepen dat in de Sneker wateren zijn domicilie heeft. Het Sneker

maa tschappelijke leven is van deze hartstocht voor varen en zeilen vervuld.

Het Sneek der oude ansichten ademt een gezapige rust uit, maar deze rust is bedrieglijk, in zoverre, dat in Sheek toch heus wei wat omging en er op de kantoren, schepen, molens en pakhuizen lange dagen plachten te worden gemaakt. Tot ver in onze eeuw was het vracht- en passagiersvervoer afgestemd op het water en daar dragen de ansichten dan ook duidelijk het stempel van. Dinsdags, als er weekmarkt was, krioelde het allerwegen van bedrijvigheid. Sneek bezat veruit de be1angrijkste botermarkt van het noorden en trok uit dien hoofde veel verkeer aan. In 1854 telde het 8315 inwoners. Er waren talrijke industriemolens voor het zagen van hout, het bereiden van olieprodukten en het ma1en van meel, deels voor menselijke, deels voor dierlijke consumptie, want de ve1e veeboeren random Sneek konden niet uitsluitend toekomen met gras en hooi. Verder bezat Sneek in 1854 nog drie leerlooierijen, een calicotweverij, een stoomfabriek, een wolspinnerij, een marmer- en hardsteenzagerij benevens graanmaalderij, twee zeepziederijen, twee geelgieterijen , een lijmziederij, twee steenhouwerijen, een kalkbranderij met drie ovens en vier boekdrukkerijen, In 1853 was er 2.179.380 kilo boter en 92.247 kilo kaas aan de waag gebracht en gewogen; een landelijk record.

Eenmaal per jaar stond heel Sneek op zijn kop - als het Sneeker Hardzeildag was. Buitenstaanders kunnen zich moeilijk voorstellen wat dit feest voor de Sneker gemeenschap betekende en nog betekent. Er is in dit boekje dan ook ampel aandacht aan besteed. Minder naar buiten tredend, maar

niet minder verweven met .het leven van iedere Sneker was het win terse feest van de stadspatroon, St.-Maarten, ter gelegenheid waarvan aile kinderen op de avond van de e1fde november met hun "road-road rokje " zingend 1angs de huizen gingen. Zoa1s voorheen bij aankomst van de "barge" uit Leeuwarden aile 1eeglopers en "pakjedragers" kwamen aanschieten teneinde de aangekomen passagiers te monsteren, zo zou het nog tot in de dertiger jaren van onze eeuw duren dat een vreemdeling, zojuist aangekomen met de "boottrein" uit Staveren, werd aangestaard door een zwijgzaam, doch uiterst nieuwsgierig heir van Sneker ingezetenen, die waarlijks niets beters te doen wisten. Tot aan het einde van de negentiende eeuw lag Sneek veilig besloten achter zijn lornrnerrijke vesten, hoewe1 de stoomboot een even grote aanslag deed op de ruimte als in onze dagen de automobiel. Men brak er bijna de Waterpoort voor af in het jaar 1878! De steeds dichter bebouwde grand leverde echter zoveel hygienische prob1emen op, dat men zich wei gedwongen zag naar bouwterrein buiten de grachten uit te zien. Toen deze stap eenmaal was genomen, was er geen houden meer aan en zo kwam er we1dra een einde aan de tijd dat men vanaf de theekoepels aan de bolwerken over de groene vlakten en de daarover verspreide dorpen kon schouwen tot aan de kim. Een were1d, waarvan Sneek weI het midde1punt scheen te zijn en dit op zekere hoogte in feite ook was, althans voor de meeste inwoners.

Tot slot zij een woord van dank gericht aan het archief der gemeente Sneek en aan het Fries Scheepvaart Museum voor het royale gebruik dat wij van de daar aanwezige schat aan afbeeldingen mochten maken.

1. Ret duurde tot de twintiger : jaren van deze eeuw, voor de uitbreiding van Sneek buiten de vijftiende-eeuwse vesten de landelijke atmosfeer merkbaar begon terug te dringen. Omstreeks het jaar 1925 bevond men zich op slechts korte afstand buiten de Oosterpoortsbrug reeds onder het lommer van de hoge iepen welke de Leeuwarderweg omzoomden. Rechtsziet u het gloednieuwe St.-Bonifatiushuis, dat inmiddels al weer is verdwenen.

2. Een blik op de Gedempte Pol - "Polle" in onvervalst Stadsfries - omstreeks het jaar 1910. Handkarren beheersen het straatbeeld. Voorheen beyond zich hier een water, een ovcrblijfsel van de dertiende-eeuwse stadsgrachten, dat een kwart eeuw tevoren was gedempt. Langs de vroegere walIekanten bestond slechts een zeer sma lIe passage; het verkeer in de stad was oudtijds dan ook volkomen op het vervoer o.ver het water ingesteld.

3. Een van de oudste straten van Sneek was de uiterst smalle Peperstraa t. Hier lag eenmaal het zwaartepunt van de winkelnering, aan weerszijden van de Dijkstraat, welke van de voormalige sluiskolk achter de Neltjeszijl naar de rij "stinsen" van de stadsadel aan de Marktstraat leidde.

4. Sneek was voorheen een boornrijke stad. Omstreeks het jaar 1910 had de koepeltoren van de St.-Maartenskerk er moeite mee boven de kruinen der eiken, iepen en linden uit te rcikcn. In de tuin van Hylke Halbertsma verrees een ooievaarsnest, waarvan de ieder voorjaar trouw terugkerende bewoners de lucht vervulden met hun snavelgeklepper.

5. Hier ziet u de Hospitalerbrug en de Kerkhofslaan. Deze brug ontleende haar naam aan de voormalige Commanderij der Johanniters, alias ,,'t Hospitael ", welke tegen het einde van de dertiende eeuw werd gesticht op een terp, even buiten de stad. In het jaar 1828 werd het terrein geslecht en vergraven tot alge-. mene begraafplaats.

Kerkbofslun. SNEEK. nlttl. R .?.. d. MellleJl.

Steenklip.

~i'l. t. Y. L _lui ?? S.m.

6. Sinds de tach tiger jaren van de negentiende eeuw ging men over tot het bouwen van arbeiderswijken aan de overzijde van de stadsgrachten,omdat de ruimte daartoe binnen de middeleeuwse vesten ten enenmale was gaan ontbreken. In vergelijking tot de bedompte sloppen en stegen met hun eenkamerwoningen, mochten de nieuwe buurten een hele verbetering heten, men kon er zelfs naar hartelust kippen en konijnen houden. De Steenklipbuurt groeide uit tot een echt volkskwartier doch het beginsel van de rug-aan-rugbouw werd reeds lang geleden verla ten en thans is er van deze wijk, evenmin als van de andere van dit type, niets meer over.

7. Bedrijvigheid op het kruispunt Singel, Suupmarkt, Gedempte Potterzijlen en Kleinzand in het jaar 1930 in verb and met het overkluizen van de Singe!, een onderdeel van de dertiende-eeuwse stadsgracht, De Steenklompen droegen eenmaa! een gernetselde boogbrug of "pijp", die naderhand vervangen werd door een platte houten brug. Verkeer met bespannen wagens was op dit punt uitgesloten; al het vervoer geschiedde met schuitjes, handkarren, kruiwagens en draagberries,

8. Het oostelijke uiteinde van de Oosterdijk omstreeks het jaar 1890. De Sneker spreekt van .Jiet" Oosterdijk. Ruim een halve eeuw tevoren was op dit punt de middeleeuwse Oosterpoort en de daarv66r liggende valbrug vervangen door de simpele draaibrug die op deze foto is afgebeeld. De Oosterdijk vormde een onderdeel van de Hemdijk, welke Sneek in zijn volle lengte doorsneed. Het was geen zeewering doch een binnendijk, aangelegd am het opwaaiende boezemwater uit de Friese Zuidwesthoek te keren. Tot in het nabije verleden stonden uitgestrekte gebieden ten zuiden van de stad onder bepaalde weersornstandigheden 's winters blank, zodat het nodig was daar met het bouwen van huizen en boerderijen rekening mee te houden.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek