Sneek in oude ansichten

Sneek in oude ansichten

Auteur
:   H. Halbertsma
Gemeente
:   Sneek
Provincie
:   Fryslân / Friesland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4310-3
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Sneek in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

19. Het Hoogend achter de Waterpoort omstreeks het jaar 1900. Nadien zou dit uiterst schilderachtige stadsdeel aan luister danig inboeten. Hier vonden de schippers ligplaats, die de bcurtvaartdienst onderhielden op talloze dorpen en steden in de Friese Zuidwesthoek, tot aan Koudum, Hindelopen en Staveren toe en men kon dan voor de boodschappen terecht in diverse nabij gelegen veerhuizen. Men kon deze veerschippers met een gerust hart alles toevertrouwen, zelfs de grootste geldzendingen. Met name de veerschepen uit de Friese Zuidwesthoek waren vaak snelle zeilers, waarvan menig exemplaar naderhand tot jacht of boeier werd verbouwd. De praktijk leidde er toe dat deze veerschippers op weg naar hun thuishaven "am het hardst" zeilden en elkaar niets toegaven. Slechts bij dichtgevroren wateren werden de diensten gestaakt.

20. De Geeuw, gezien vanaf de Waterpoort omstreeks het jaar 1895. Op de achtergrond de houtzaagmolen van de Gonggrijps. Aan de overzijde van de Geeuw verrees de houtzaagmolen "De Zwarte Hengst" van de heren Ter Horst. Sneek kende talrijke industriemolens; alle waren aan het water gesitueerd, Op de voorgrond ziet u twee houten tjalken van een type dat niet alleen de Zuiderzec bevoer maar ook de Waddenzec. Ook voeren ze naar Bremen en Hamburg. Aan het begin van de Lemmerweg staat een der typische logementen met stalling uit het midden van de negentiende eeuw, waar de paarden van de boeren op de rnarktdag hun "gerak" kregen en ook boer of boerin nog een hartversterkertje namen alvorens de thuisreis aan te gaan. Sorns werd er wat te lang gepleisterd cn er gebeurde dan naderhand wel eens ongelukken met paard en gespan.

21. De stadsgracht. tegenover het punt waar deze in verbinding treedt met de Oudvaart en het Zomerrak. Het 1aatste water was een gegraven verbinding met de Houkesloot, welke oudtijds v66r Sneek afboog naar de Woudvaart. Na het afbreken der stadvesten en het s1echten der bolwerken werd ten dienste van de stoomboten de Jousterkade aange1egd en werd de Jousterpijp, welke de toegang naar het K1einzand afs1oot, vervangen door een ophaalbrug. De opname dateert van circa 1910. Op de voorgrond ziet u het ijzeren "skiltsje" van Sybren Reyenga uit Heeg, die kaas heeft gebracht ter overlading in de stoomboot "Sneek IV", een der zogenaamde St.-Martinboten van de lijndienst Leeuwarden-Sneek -A msterdam-Gouda-Rotterdam.

de 1<0 k,

SNEEK

Uitgave: R v. d. Y.eulen sneez.

22. Nogmaals een blik op de Kolk omstreeks het jaar 1900. Op de voorgrond ligt de stoomboot ,.Stad Zutphen " op haar vaste plaats. Deze boot onderhield een lijndienst op Zutphen via Kampen en Deventer. Aan de overzijde staan de in 1900 uitgebreide en vernieuwde kaaspakhuizen van de gebroeders Hylke en Herrius Halbertsma, wier vader, Johannes Halbertsrna, zich in 1852 als boterkoker vanuit Grouw in Sneek was komen vcstigen.

23. Dit is de Van Harinxmakade omstreeks het jaar 1900. Langs de wal liggen onder meer enkele snikken , herkenbaar aan hun lange, schuine steven balk. Dit soort vaartuigen was berekend op de srnalle vaarten van de kleistreken benoorden Sneek en werden overwegend gebouwd op de wert' van Van Manen te Berlikum. Voorzien van een lange roef leenden de snikken zich tevens voor het gebruik als trekschuit. Deze waren in de vaart tussen Leeuwarden-Franeker-Harlingen, Leeuwarden-Sneek , Bolsward-Workum, Leeuwarden-Dokkum, Leeuwarden-Stroobos-Groningen en Dokkurn-Stroobos.

24. Dit is een gezicht op de Bothniakade omstreeks het jaar 1910. Moeizaam boomt een schippersIamilie een diepgeladen tjalk door de gracht. Ook de schippersvrouw moet zware licharnelijke arbeid verrichten, een kind houdt het mer. Wij verkeren hier nog in de tijd dat schipperskinderen geen gelegenheid had den scholen te bezoeken en de meeste schippers niet konden lezen en schrijven.

25. Dit is nogmaals de gracht langs de Bothniakade, nu van de andere zijde gezien en ongeveer tien jaar later. De korenmolen van de gebroeders Kok op de achtergrond zal nog maar korte tijd "te leven " hebben. De stoomboten van de beurtdiensten op plaatsen als Joure, Heerenveen, Drachten, Oldeboorn enzovoort hebben de houten veerschepen opgevolgd, met uitzondering van het antieke exernplaar. links op de voorgrond. Rechts liggen enkele ijzeren "skiltsjes." voor de "wilde vaart ", ons thans nog zo vertrouwd dankzij het "skutsjesilen".

26. Hier ziet u de Badhuisgracht, kort voor het afgraven van dit gedeelte van de bolwerken omstreeks het jaar 1910. De houten trapjesbrug - .Jreechout" markeert de invaart naar de Franekervaart, waarheen de voortgeboomde tjalk aanstonds de steven zal wenden. De schippersvrouw, zit tend op het roer, geniet van het zomerweer , terwijl schipper en knecht de .Jcooet" hanteren. Eenmaal voorbij aIle stedelijke luwten en hindernissen gaat de mast weer omhoog en worden de zeilen gehesen.

27. Een blik op de Looxrnagracht met rechts de pas aangelegde kade en de fonkelnieuwe Koninginnebrug, welke een herinnering is aan de inhuldiging van koningin Wilhelmina in 1898. Achter het wit gepleisterde huis beyond zich, op het bolwerk, de lijnbaan van Zandstra. Op de achtergrond, aan de rand van het lommer van de voormalige tuinen aldaar, staat het Leeuwarder Veerhuis met de ijzeren ophaalbrug, waar de Leeuwarder Trekvaart in de Stadsgracht uitmondde. Op de voorgrond rechts ligt een houten turfschip. Oudtijds beyond zich hier de Leeuwarder Pijp en voer men de stad binnen langs de omstreeks 1885 gedempte Polle.

Xerkprocht, Sneek.

28. Dit is het laatste, nog gespaarde stukje bolwerk langs de Kerkgracht. Aan de grachtzijde van de Sneker bolwerken bevond zich een muur, welke op geregelde afstanden werd onderbroken door torens. Links op de voorgrond ziet u een overkluisde doorgang onder het bolwerk. Hierdoor was het mogelijk de mest , afkomstig van een achter het bolwerk staande melkerij, met behulp van kruiwagens af te voeren naar de mestpramen in de gracht. Sneek heeft verscheidene van dergelijke rnelkerijen binnen de grachten gekend, waarvan de laatste twee hun bestaan tot in het nabije verleden wisten te rekken.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek