Someren en Lierop in oude ansichten

Someren en Lierop in oude ansichten

Auteur
:   A. Remery
Gemeente
:   Someren
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2841-4
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Someren en Lierop in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

TENGELEIDE

Binnen het tijdsbestek van deze foro-reportage - 1884-1930waren Someren en Lierop nog afzonderlijke gemeenten. Na jarenlange schermutse1ingen werden ze per 1 mei 1935 samengevoegd.

De dorpen Someren en Lierop zuHen elkaar in ouderdom niet veel ontlopen. Veel wijst er op, dat ze in de vroege middeleeuwen (600-1000) al bestaan hebben. De vorm van het raadhuisplein in Someren bijvoorbeeld. Bekijken we de kadasterkaarten uit 1830, dan zien we een zuivere driehoek (6300 m2). We moeten daartoe de panden van kapper Wijnen tim boekhandel Van de Moosdijk wegdenken. De weg ervoor lag er nog niet. Als westgrens van de driehoek houden we dan over het Kerkwegje tussen bakker Peters en kapper Wijnen. Langs Verdonschot, aannemer Bukkems aan de ene en langs Van Rijswijk, wasserette aan de andere kant, komen we dan uit aan de punt van de driehoek achter het raadhuis. Rondom het driehoekig terrein lagen de boerderijen gegroepeerd. De boeren brachten het vee in de driehoek bij elkaar. Koejongens dreven het dan, door de punt, de woeste gronden en wilde weilanden in, richting de Peel dus. De Meer (gedempt 1935), voor 1890 nog 1300 m2 groot en midden in het driehoekig terrein gelegen, zal daarbij een belangrijke rol gespeeld hebben. Als drinkplaats voor het vee, wassen, veevoeder enz. Het driehoekig terrein en De Meer waren geen particulier eigendom, maar in "gemeen" gebruik bij de boeren. Vandaar dat het altijd aan de gemeenschap - gemeente heeft behoort. De provincie heeft in 1860 de weg voor kapper Wijnen aange1egd en verhard. Op het daardoor afgesneden stukje driehoek bouwde in 1863 koopman Lathouwers het eerste pand, thans kapper Wijnen; de caferuimte is van latere datum. Ook in de naam van het plein - heuvel - schijnt een verwijzing naar de vroege middeleeuwen te zitten. De Grote Speelheuvel werd

het genoemd. De Kleine Speelheuvel was het tegenwoordige Speelheuvelplein, hetwe1k in zijn oudere vorm, het is nog te zien, ook een driehoek vertoonde. Hersel onder Lierop heeft eveneens zo'n driehoekig plein. Het woordje "heuvel" zegt ons in dit verband niets meer. Merkwaardig is wel, dat meester Jan Buskens in zijn gedicht uit 1890, ter gelegenheid van het dempen van een groot gedeelte van De Meer, verlangend uitziet naar de werkman die de twee heuvels grond naar de open kom zal rijden.

We zuHen de oude historie verder laten rusten en toeschrijven naar de periode welke de foto-reportage omvat. Someren en Lierop waren zuiver agrarische dorpen en dan zeker niet de rijkste. Vanaf het midden der zestiende eeuw klaagt men voortdurend over de armoede. Het landbouwareaal bleef door de eeuwen heen nagenoeg gelijk. In tijden van opgang zuHen boerenzoons zeker nieuwe erfjes op de woeste gronden- de hei - hebben gesticht, maar in tijden van depressie zuHen ontgonnen gronden weer verlaten en woest geworden zijn, Zo telde Someren anno 1677 Ā± 1630 ha cultuurgrond - totale oppervlakte 5990 ha. In 1725 was dat teruggelopen tot 1575 ha. In 1807 was het 1780 ha geworden. De bouw- en weilanden waren echter slecht, dor, schraal en vruchtbaar naar gelang ze werden bewerkt en de gebruikersin staat waren tot bemesting. Rond 1800 komen bij het Gemeentebestuur vele aanvragen van inwoners binnen tot aankoop van heidegrond, o.a. achter "De Ketelberg" (situatie Cooperatie) en aan "De Schans bij de Wielput" (situatie sluis 12). Men trekt ook langzaamaan de thans zo geheten Nieuwendijk in.

Allemaal werk van H tot 2! ha. Ook ter hoogte van sluis 13 probeert men het, Zo kocht daar rond 1830 een zekere Putigkoffer van de Gemeente een stuk heigrond waarop hij een woonkeet bouwde. Maarhet werd: "afgestookt, naar men zei

door Noord Hollandse schutters onder voorgeven, dat er zich Belgische patrouilles in ophielden". In 1835 had de Gemeente nog geen geld voor deze grond ontvangen. Rond het midden van de vorige eeuw worden grotere complexen woeste gronden ontgonnen in den Diepenhoek. Aldus ontstaan nederzettingen, waarvoor pastoor Johannes van den Eijnde uit Someren- Dorp de tijd rijp acht een parochie te stichten. En die kwam er dan in 1878 als ook kerk en school gebouwd worden.

Ondertussen blijft het particulier initiatief doorgaan met kleine ontginningen. Zagen we, dat in 1807 het aantal ha cultuurgrond was opgelopen tot 1780, in 1871 treft men in Someren 2500 ha bouw- en weilanden aan. Al die particuliere ontginningen leverden dus in 63 jaar toch 720 ha bouw- en weiland op.

De bevolking nam in deze jaren niet noemenswaard toe. In 1809 telde men 2519 inwoners; 3050 in 1871. Dit getalloopt dan terug tot 2949 in 1884, terwijl het 2984 in 1900 is. Pas in 1911 komt men weer aan het getal van 1871 toe nml. 3094. Daarna zal het geleidelijk oplopen tot 3559 in 1921 en 4363 in 1929.

N a 1900 begint men pas goed te beseffen, dat er uit de grote complexen heidegronden meer te halen valt dan heiplaggen en bezems. Natuurlijk spelen dan de betere techniek en toepassing van kunstmest een belangrijke ro!. Maar de Gemeenteraad blijft nog de kat uit de boom kijken. Tot grote ergernis overigens van burgemeester Michels.

Er wordt heigrond verkocht, maar men krijgt de indruk, dat het daarbij meer te doen is om de altijd berooide gemeentekas te spekken, dan dat men de juiste waarde van ontginnen onderkend.

Eindeloos wordt er gedebatteerd in de raadsvergaderingen of

een hectare hei f 40, - dan weI f 45, - moet opbrengen, Men is ook nog lang niet overtuigd van het welslagen van grote ontginningen en staart zich blind op de slechte resultaten van een eigen ontginning van 5 ha. tot weiland in 't Yen achter sluis 12.

Buitenstaanders zien de waarde van heigronden wei in. Herhaaldelijk komen verzoeken binnen tot aankoop van 100200 ha ineens. Zeer zeker komt speculatie hier om de hoek kijken. De Gemeenteraad is welwillend, maar de provincie houdt de boot voorlopig af.

Dan komt in 1907 het eerste rapport van de Ned. Heidemaatschappij tot ontginning van 2000 ha. De Heidemij. geeft daarbij het advies om als proef een l O-tal ha in cultuur te brengen. In 1911 is hier echter nog niets van gekomen. Het Staatsbosbeheer komt in 1914 met een plan. Het grondbezit van de Gemeente is dan nog groot: 2720 ha, waarvan 2469 ha woest, 218 ha dennenbos, rest bouw-weiland, wegen enz. In het plan wordt opgemerkt, dat bijna aile woeste grond is verpacht voor het steken van heiplaggen. Jaarlijks brengt dat 15 cent per ha op, met de jachtverpachting meegerekend 21 cent per ha. Aan de hand van dit plan begint de Gemeente dan aan bebossing van woeste gronden met renteloos voorschot van de Staat. Tot 1925 verkreeg men aldus 120 ha bos enjaarlijks gaat men door met bebossen.

De zaak van de ontginning komt pas goed op gang na het tweede rapport van de Heidemij-I920. En per juli 1925 blijkt 492 ha verkocht te zijn: 50 ha publiek, 74 ha ondershands voor uitbreiding nieuwe boerderijen en 368 ha voor stichting van nieuwe boerderijen; ontginning door kopers. Ondertussen waren 5 boerderijen met Rijkssteun gesticht. Eenmaal good op gang gekornen, bleek de ontginning door niets meer te stuiten, Hedentendage is praktisch alle woeste grond verdwe-

nen, omgezet in bouw- en weiland of bebost. De Gemeente heeft er een 1000 ha bos aan overgehouden; met Beuven en de Lieropse Heide een prachtig recreatie-object.

We stonden misschien wat lang stil bij de zaken des boers. Niet voor niets echter zei landbouwonderwijzer Van Heiden in 1911, dat bestuur en inwoners van Someren de verbetering van hun financiele positie te zoeken hebben in de bodem.

Hoe was het ondertussen gesteld met de rest van de werkende bevolking? De arbeiders, winkeliers, ambachtslieden? In 1791 doet het Gemeentebestuur een opgaaf omtrent de nijverheid. Zij verklaart, dat Someren niet geschikt is tot de koophandel en dat het doorgaande handelsverkeer niet noemenswaard is. Fabrieken zijn er geen. Bierbrouwerijen 4. Tapperijen en herbergen 40 op 428 huizen en 3 hutten. Misschien is dit laatste niet zo verontrustend als het lijkt. Hoewel vroeger sprake is geweest van drankmisbruik, moet men niet vergeten, dat bier de normale volksdrank was zoals nu koffie en thee. Er moeten perioden geweest zijn, dat het boerenmansvolk 3 liter bier per dag dronk, in de oogsttijd zelfs 7 liter. Denk daarbij aan het vlees dat men sterk moest zouten om het te kunnen bewaren, aan de gepekelde boter enz. Turf, doorverkocht naar de steden, vooral Eindhoven, was een handelsartikel. Maar al in 1791 ziet men aankomen, dat het veen sterk aan het verminderen is.

Rond de jaren 1830 vestigden zich een aantal Duitse gezinnen in Someren, weyers en katoendrukkers. Twee hoofden dezer gezinnen noemen zich fabrikant. Een fabriek zullen ze niet gehad hebben, want vijf jaar later zijn ze al weer verdwenen. Op het gebied van de weefindustrie is de huisnijverheid weI van belang geweest. Anno 1871 telde men 94 katoenwevers en 8 linnenwevers. In 1885 is het getal der katoenwevers teruggelopen tot 44 (11 linnenwevers). Belangrijk beginnen

dan de veenderijen te worden bij het verschaffen van werk. In "dichte drommen" - zoals men het toen uitdrukte - trekt men naar de Peel tot in Helenaveen en Griendtsveen toe. Op sluis 13 begint N. J. Cupers uit Weert in 1904 met een tapijten dekenfabriek. Werkt een tiental jaren en had in 1911 in dienst 5 rnannen, andere jaren meestal slechts 2. Midden in een complex hei sticht in 1906 de familie Carp uit Helmond in het kerkdorp Het Eind een haspelarij. In 1911 werken er 2 mannen, 24 vrouwen, 57 meisjes. In 19142 mannen, 75 meisjes - 1921: 2 mannen, 14 vrouwen, 21 meisjes - 1929: I man, 28 vrouwen en 39 meisjes. In de blijkbaar op non-aktief zijnde bierbrouwerij "De Ster" aan de Speelheuvelstraat, begint J. Bakermans in 1913 een strohulzenfabriek. Deze draait zo goed, dat spoedig moet worden uitgezien naar een ander pand. Dat kwam achter het raadhuis aan de Dorpsstraat. In 1914 werkte "Wilhelmina" met 40 arbeidskrachten; idem in 1921. Brand verwoestte het bedrijf in 1926, zodat dit soort industrie praktisch voor Someren verloren ging. De firma Gebr. Maas werkte vanaf 1927 nog met een strohulzenfabriek - 1929: 24 personeelsleden, maar dat is niet van lange duur geweest.

Ter vervanging van een vijftal boterfabriekskes kwarn in 1910 de Coop. Stoomzuivelfabriek "De Zomerbloem" tot stand. In de eerste plaats belangrijk voor de aangesloten boeren, maar toch regelmatig aan 5 tot 6 man werk gevend.

Dan waren er natuurlijk nog de normale winkel- en ambachtsbedrijven; de middenstand zegt men nu. Zij voorzagen het dorp van het hoogstnodige, Luxe was in de winkels niet te krijgen om de eenvoudige reden, dat het toch niet door de mensen te betalen was.

Onder al deze bedrijven door verscheen in 1913 het veertiendaagse krantje .Landbouwbelang van Sorneren". Wereldoorlog 1914-18 bemoeilijkte de verdere uitgaaf, zodat het bij

de 1 e jaargang bleef. N a 1918 werd opnieuw met het blaadje gestart onder de naam "Weekbericht voor Someren". Landbouwbelang en Weekbericht waren een gezamenlijke uitgave van: De Boerenbond, de Stoomzuivelfabriek, de Onderlinge Brandverzekering, de Paardenverzekering, de Eierbonden, de Stierenvereniging, de Geitenvereniging, de Oudleerlingenbond, de Veilingvereniging. Aldus de kennismaking in het eerste nummer. Het krantje hield zich dan ook in hoofdzaak bezig met landbouwproblemen. Redacteur August van Gijsel, hoofd der school en landbouwonderwijzer gaf in zijn artikelen iedere week weer opnieuw raad aan de boer en aan de werkman, welke laatste altijd nog wei een stukje grond had om te bewerken en een geit om te verzorgen. Plaatselijk nieuws werd helaas weinig gegeven. De advertenties van de winkeliers bevestigen, dat luxe praktisch niet verkocht werd.

Een conclusie trekken uit hetgeen boven geschreven is? De lelien des velds uit het evangelie hebben het, bij het verdienen van het daaglijks brood, heel wat gemakkelijker gehad dan onze Somerense mensen.

"En de boer, hij ploegde voort". Zo zouden we Lierop eigenlijk kunnen samenvatten. Ontginning tot bouw- en weiland op grote schaal heeft Lierop niet gekend. Er werden bossen met Rijkssteun aangelegd, daarbij een wissel trekkend op de toekomst, wegens de houtproduktie, maar deze is hedentendage te verwaarlozen. Recreatie, daar dacht men toen nog niet aan. Beuven hebben we hierboven genoemd onder Someren, maar het is feitelijk gelegen onder de oude gemeente Lierop. De prachtige koepelkerk is in de foto-serie opgenomen. Ook de huishoudschool, welke alom in den lande bekend stond. Behoudens de Zuivelfabriek, met haar specialiteit chocolademelk, heeft Lierop nooit enige vorm van industrie gekend. Men zal nu in dit boekje geen foto's van grote villa's of schit-

terende gebouwen verwachten. De Donck, het laatste van de 7 kastelen of liever gezegd adellijke huizen, was 150 jaar geleden al een puinhoop. Pracht en praal zogezegd trof men hier niet aan. Maar het zou kunnen, dat juist de soberheid en eenvoud, weerspiegeld door het fotomateriaal, thans iets vertederends heeft.

De oplettende lezer zal bemerken, dat op sommige ansichten de naam Someren met een Z voorkomt. Niet bepaald een drukfout. Ook het poststempel geeft "Zomeren" en veel afzenders schreven een Z. Het Gemeentebestuur schrijft al eeuwen Someren. Misschien ten onrechte? De oudst bekende zegelafdruk (1362) geeft: "Sigillum Commune Scabinorum de Zomeren" dit is "Gemeentezegel der Schepenen van Zomeren". Spreken we ook niet over "Zummere"?' Verschillende gegevens in dit boekje werden geverifieerd door echte Somerenaren.

Mej. Mien van de Moosdijk en de heren Jan van den Bosch en Hein Verberne dank ik voor hun kritische opmerkingen. Vooral J an van den Bosch is een ware hulp en steun geweest. Bij het verzamelen der foto's mocht ik de medewerking ondervinden van velen. Verschillende foto's zijn in eigendom verkregen. Anderen in bruikleen, waarvan een copie gemaakt wordt. Voor zover niet opgenomen in dit boekje, krijgen ze een plaatsje in het foto-archief der gemeente Someren.

Someren, september 1969.

qroet uit 30meren

:Pe kleine Speelheuvel

Photo en Uitgnve van L. J. Cooleu, Asten

De "Kleine Speelheuvel" vermeldt de kaart. Rond raadhuis en De Meer was het vroeger de "Grote Speelheuvel". We zien hier het domineeshuis, in 1840 gebouwd na atbraak van het vorige door de burgerlijke gemeente aan de hervormde gemeente verkocht voor f 750,-. De ansicht is van 1905. Op de bank voor het huis zit domine G. J. van der Hoeve, zijn vrouw staat bij de heg en met de fiets in de hand zien we een zijner dochters. Het gezin Van der Hoeve kwam in 1892 uit Elkersee hier en vertrok in 1909 naar Apeldoom. Het huis wordt thans bewoond door de familie De Wit, nadat het in 1959 grondig werd verbouwd.

7

8

De Speelheuvelstraat richting Speelheuvelplein omstreeks 1916. Links woonhuis-schilderswerkplaats Wed. V. (kindr.) van Oorschot. De schildersfamilie Van Oorschot is mer thans nog gevestigd. Daarachter, vaag zichtbaar, een gedeelte van brouwerij "De Ster" en van woonhuis-boerderij der brouwersfamilie Van den Boer, later overgegaan naar de kinderen H. van Eijk. Rechts de zijgevel van de tegenwoordige ijzerwinkel der familie Wijnen. In schilderstenue Klaasje van Oorschot.

Speelheuvelstraat richting dorp. Rechts wederom schilderswoonhuis Van Oorschot. Daarachter het huisje van Peer Tielen en vervolgens een dubbel woonhuis van de kinderen Verhoijsen (van oud-burgemeester J. Verhoijsen) en W. Rutjens. Op deze plaats ongeveer staat thans de slagerij Schiirgers en het dubbel woonhuis Verhoijsen-Looijnans. Het kleinste jongetje is Sjefke Paijens, zoon van dokter Paijens, die zich in december 1919 in Someren vestigde.

9

Groet ult SomerenĀ·

10

We blijven nog even in de SpeeIheuveistraat. Links de gemeentewoning, bestemd voor de rijksveIdwachter. In 1919 kocht de gemeente dit huis teneinde de rijksveldwachter voor Someren te kunnen behouden. Na de Tweede Wereldoorlog werden rijksveldwacht en gemeenteveldwacht opgenomen in het korps der Rijkspolitie. Verder links: de boerderij van Michiel van Eijk, gesloopt i.v.m. de doorbraak naar plan Noord (Dr. Eijnattenlaan). Het zandwegje rechts is de tegenwoordige Tuinstraat. Daarachter in een bIok: bakkerij-winkel Joh. Rooijmans en kleermaker-manufacturenwinkel F. de Lau.

Someren. )YTarkt Westzijde.

Het cafe van Harry Th. Verhoijsen (1859-1928) en zijn vrouw Antonia Meesterburrie (1864-1941).De kasteleinse staat in de deuropening. Naast het cafe hun winkel in huishoudelijk gerei. Vervolgens het woonhuis van P. C. van Heugten, indertijd boekhouder bij de strohulzenfabriek "Wilhelmina". Rond 1925 werd het cafe overgenomen door de familie A. Wijlaars (l895-1950)-Van Vijfeijken. Het thans door dokter Broos bewoonde herenhuis, liet Johannes Bakermans, eigenaar van strohulzenfabriek "Wilhelmina", in 1919 bouwen. In 1928 ging het pand over naar burgemeester P. Smulders. Nog is

een gedeelte te zien van de oude bakkerij-winkel der familie Rooijmans. II

Someren - }YTarkt.

12

Een foto van circa 1916 van de markt rond de kiosk. De kiosk werd in 1914 in gebruik genomen t.g.v. het 40-jarigjubileum van Fanfare Somerens Lust. In 1937 werd de kiosk vergroot, noodzakelijk geworden door opname in het korps van vele nieuwe Ieerlingen. Tenslotte viel de kiosk in 1959 ten offer aan de wegverlegging. De twee panden waarop men een kijkje heeft, zijn in wezen niet vee! veranderd. De veranda van cafe J. Hurkmans (gebouwd 1913) werd dichtgetimmerd en bevat nu eetgelegenheid K. en O. De in 1927 aangebouwde winkel is nu bloemenwinkel Kruidhof. Links cafe De Vries en daarachter de zijgevel van smederij Van Rijswijk.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek