Spaarndam in oude ansichten deel 3

Spaarndam in oude ansichten deel 3

Auteur
:   Gerrit van den Beldt
Gemeente
:   Haarlem
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0420-3
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Spaarndam in oude ansichten deel 3'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

In dit derde deeltje staan vooral ansichten en foto's van Spaarndam en de Spaarndammers uit de jaren twintig en dertig. Deze inleiding sluit aan bij die van deeltje 1 en 2, zodat er heel globaal een overzicht ontstaat over de eerste veertig jaren van deze eeuw.

Het bestaan van de Spaarndammers - in 1930 waren het er ongeveer negenhonderd - was eeuwenlang nauw verbonden geweest met de visserij en de scheepvaart. De visserij was sinds de inpoldering van het IJ en de aanleg van het Noordzeekanaal (1876) sterk in betekenis achteruit gegaan. De families Berk en Jukes hielden dit bestaan het langste vol. Rond 1900 waren er nog vijftien gezinnen die van de visserij bestonden. Tegenwoordig is Gerard Berk de laatste vertegenwoordiger van dit beroep (Havenplein 23). Daarentegen ontwikkelden de palingrokerijen zich voorspoedig. W. Kok bouwde een nieuwe rokerij aan het Visserseinde, op de plaats waar nu de supermarkt van Han Bouwens is gevestigd. In 1931 maakte hij reclame als "de grootste palingrokerij in Nederland". Balm bouwde een nieuwe rokerij aan de Taanplaats. Veel neringdoenden waren te vinden rond de Kolksluis. Daar was het door de drukke scheepvaart altijd goed zaken doen. Er waren cafés, kruidenierswinkels, een masten- en blokkenmaker, tagerijtjes, zeilmakerijen, winkels met groente en fruit, een melkhandel, een slagerij en niet te vergeten het postkantoor. In 1927 moest de Kolksluis een grote restauratie onder-

gaan. De scheepvaart moest zolang van de Grote Sluis gebruik maken. Toen het karwei geklaard was, bleef de Kolksluis buiten gebruik. Vermindering van het aantal schepen, samenhangend met de vergroting van het tonnage en de opkomst van het motorschip, speelde daarbij een rol. Ook het vrachtvervoer per auto werd een steeds geduchter concurrent voor de scheepvaart. De zeilvaart raakte geheel uit de tijd. De zeilmakerijen van Max en Schouten aan de Westkolk moesten sluiten. Zeilmaker Andries de Vries zet tegenwoordig op Oostkolk 17 het oude ambacht nog voort met moderne materialen. Masten- en blokkenmaker Willem van Riet bleef tot in de jaren vijftig zijn ambacht uitoefenen. Schepenjager De Vries ging zich meer met het vrachtvervoer per paard en wagen bezighouden. Ook de meeste winkeltjes langs de Kolk verdwenen. Baelde, kruidenier en verkoper van scheepsvictualiën, bouwde een houten keet aan de Grote Sluis en kon zo de schippers tot 1966 van dienst zijn. Gelukkig had de werkgelegenheid in Spaarndam een sterke impuls gekregen toen Frans van Dijk in 1912 aan de Lage Dijk een scheepswerf begon. Enkele jaren later nam de "N.V. Werf Vooruit" uit Enkhuizen dit bedrijf over. De werf werd gemoderniseerd en na een voorzichtige start in de eerste helft van de jaren twintig kwam het bedrijf in de tweede helft tot grote bloei. Het ene schip na het andere werd te water gelaten en ook de reparatie-afdeling floreerde. In totaal

werkten er toen zo'n honderd twintig mensen en dat waren zeker niet alleen Spaarndammers. Toen in de jaren dertig de economische crisis de bedrijven in grote moeilijkheden bracht, streefden directeur C. Stapel Gzn. en zijn zoon C. Stapel jr. ernaar om zoveel mogelijk mensen aan het werk te houden. Aan loonsverlaging viel daarbij niet te ontkomen. In korte tijd werd het loon van een geschoolde arbeider verlaagd van f 30,- tot f 24,95 per week. Dat leidde in 1932 tot een grote staking. Na een week wist een rijksbemiddelaar het conflict met een compromisvoorstel tot een oplossing te brengen. De werf was daarmee niet uit de problemen. In 1936 werkten er nog maar twintig man. In dat jaar werd het moederbedrijf in Enkhuizen opgegeven en werd de werf in Spaarndam voortgezet onder de nieuwe naam "Spaarndammer Scheepswerf Stapel N.V.".

Er waren nog meer scheepswerf jes in Spaarndam. Op de boven dam van de oude haven had Bos een werf, die later in handen kwam van de gebroeders Visser. Er werd vooral baggermateriaal gerepareerd. Toen in 1923 de gemeente Spaarndam de haven en de dam opkocht, om er - na demping - woningen te bouwen, werd de werf verplaatst naar een terrein bij de Grote Sluis, waar nu de firma Joh. Kuijten is gevestigd.

Een duurzame aanwinst voor het dorp betekende de stichting, door J.E. Verharen, van de jacht- en

scheepswerf "De Rietpol", in 1935, op het gelijknamige eiland. Verder had ome Jan van Amerongen korte tijd een werfje in de schuren naast Spaarndammerdijk 34. Die had hij gekocht toen baas Groot was overleden. In 1931 adverteerde hij als volgt:

"Kennemer Jacht- en Kanowerf, het aangewezen adres voor uw zeiljacht je en kano, ruime stalling voor kano's en grote winterberging voor zeilboten, luxe kanoverhuur, verkoop van scheepsbehoeften, reparatiewerk". Na korte tijd werd het bedrijfje verplaatst naar de Harmejansweg in Haarlem.

In de feestgids van het fanfarekorps "Crescendo", uitgegeven bij gelegenheid van het koperen jubileum in 1931, staan nog meer Spaarndamse ondernemers: café "De Telescoop" ("Bij A. Corver drink je met plezier een borrel en een glas bier"), L. Bouwens, Visserseinde 13 (twee keer daags verse melk, ook per glas), Ouds koekfabriek ,,'t Spaarne" (levert alle soorten koek per blik), Wijnja, Spaarndamsche Kantoor-, Boek- en Drukwerkhandel, Westko1k 30; W. de Graaf, Westkolk 24 (meest bekende en ruimst gesorteerde sigarenmagazijn). "Zaandammers, vereert uw oud plaatsgenoot met een bezoek". Voorts A. Notenboom, IJdijk 89 (solide rijwielen en onderdelen, reparaties zeer concurrerend), om er maar enkele te noemen.

1. De Westkolk in 1905. In het huis geheel links was een cafeetje. Schippers die in de Kolksluis op doorschutting lagen te wachten, kochten daar graag een borreltje. Ze tikten dan tegen een luikje, schoven een muntstuk naar binnen en de borrel, die dan werd toegeschoven, werd staande ingenomen. Daarnaast stond de tagerij van Barend Schouten. Vervolgens kwam de woning van dokter Nije, De praktijk en de apotheek waren achter de woning gelegen. Dan kwam de kruidenierswinkel van Pieter Engel de Vries.

2. Tussen 1907 en 1914 verzorgde de "Alkmaar-Packet" in de zomer vier keer per dag een lijndienst tussen Haarlem en Zaandam vice versa. In Spaarndam was er een aanlegsteiger aan de Pol. Een retour Haarlem-Zaandam tweede klas kostte vijftig cent. Op deze foto van rond 1910 vaart de stoom boot de Grote Sluis binnen. (De aanlegsteiger aan de Pol bestaat nog steeds.)

3. Een ansicht uit de periode rond 1905 van het stuk IJdijk tussen de Woerdersluis en de Kolksluis. Tegenover de ingang van de Kolksteeg is aan de overzijde van de dijk een houten paal te zien. Deze paal werd gebruikt om met behulp van een touw de hooiwagens af te remmen, die via de steeg naar de boerderij van Willem de Vries gingen.

4. Een ansicht van het Visserseinde uit het begin van deze eeuw. De volwassen personen waren te herkennen: links staat tante Kee Balm en rechts tante Na Out-Sindorf. De twee hoge iepen op deze ansicht stonden recht tegenover elkaar. Ze werden wel de "Spaarndammer Poort" genoemd.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek