Warning: mysql_connect(): Headers and client library minor version mismatch. Headers:50156 Library:50527 in /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/database.req.php on line 15

Warning: session_start(): Cannot send session cookie - headers already sent by (output started at /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/database.req.php:15) in /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/require.req.php on line 2

Warning: session_start(): Cannot send session cache limiter - headers already sent (output started at /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/database.req.php:15) in /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/require.req.php on line 2
Uitgeverij Europese Bibliotheek | Spijk in oude ansichten | boeken | alfabetisch-overzicht
Spijk in oude ansichten

Spijk in oude ansichten

Auteur
:   Jakob B. Bronsema
Gemeente
:   Delfzijl
Provincie
:   Groningen
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4313-4
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Spijk in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Het dorp Spijk in het oude gewest FiveJingo is wel het meest bekend door zijn karakteristieke concentrische aanleg op een wierde. De hervormde kerk, gebouwd op het hoogste punt, is omgeven door een ringvijver, het oude godshuis staat dus op een eilandje midden in het dorp. Een stenen dam, en vroeger ook een rustiek bruggetje, geven toegang tot deze gewijde plek. Rondom het Loug staan dan de molen, de huizen en de huisjes schilderachtig en intiem tegen de wierdehelling gegroepeerd. Mede door deze omstandigheid is het wel een van de mooiste dorpen van de Groninger Ommelanden.

De oorsprong van de wierde, die behoort tot het oudste cultuurlandschap van Nederland, Jigt verborgen in de nacht en nevel van de eeuwen rond Christus' geboorte. Het werd opgeworpen op oud-alluvisch terrein, dat destijds een vooruitspringende punt in Fivel- en Eemsboezem vormde. Aan deze topografische ligging zal Spijk, dat spits of punt betekent, zijn naam te danken hebben. Het dorp wordt pas in 1246 voor het eerst met name genoemd. In de bekende "Kronieken van Emo en Menco", abten van het klooster Bloemhof te Wittewierum, wordt vermeld dat er tijdens een watervloed op 18 november 1246 een groot schip uit Leeuwarden bij de dijk te Spijk strandde: , ,navim magnam a civibus de Liuwerth pericuJis marinus Spik appulsum". De "olde dijck", die onmiddellijk langs de Spijkster wierdevoet loopt, zal omstreeks 1200 zijn gelegd. GedeelteJijk is ze nog terug te vinden en in de namen Grote en Kleine Dijkstraat leeft de herinnering voort aan de tijd dat Spijk aan zee was gelegen. In het verleden heeft het dorp vele watervloeden ondergaan. Zo werd in de nacht van 12 op 13 november 1686 Groningerland geteisterd door de bekende Sint-Maartensvloed. Ook in Spijk werden toen grote verwoestingen aangericht; het betreurde honderd vier

doden terwijl er ruim driehonderd dieren omkwamen. De vreselijke Kerstvloed van 1717 was een der grootste die onze gewesten ooit heeft gekend. Bij Spijk werd de oude dijk bijna geheel verwoest. Er verdronken drieenvijftig mensen, tweehonderd tweeentwintig koeien, zevenentachtig paarden, zevenenveertig varkens en negenhonderd zevenenzeventig schapen, terwijl er vierendertig huizen werden verwoest.

Reeds in 1637 werd er achter Spijk een kadijk gelegd; deze werd echter op 28 februari 1652 door een stormvloed verwoest. Na de geweldige verwoestingen van 1717 ging men er eindelijk toe over om de eeuwenoude kweldergronden achter Spijk, in 1495 reeds genoemd als "Spickster uitterdick" en nog heden "Spiekster boet'ndieks", definitief in te polderen. In 1718 werd met deze werkzaamheden daartoe een begin gemaakt. De achter de Vierburenpolder liggende Oostpolder werd in 1840 ingepolderd. De waterstaatkundige toestand is vanaf het begin van de wierdenperiode van grote en beslissende invloed geweest op de bestuurJijke organisatie. De wierdebewoners, afgesloten door eeuwenoude rnaren, tochten en sloten, overblijfselen van oude getijdewaters, vormden een economische eenheid. De maren en tochten waren de grenzen tussen deze gebieden; hiernaar richtte zich later de kerkelijke en burgerlijke indeling. Deze omstandigheid vinden we ook nog vrij goed bewaard in de oude kerspelgrenzen van Spijk. Het dijkrecht der Vierburen: Spijk, Bierum, Godlinze en Losdorp, had dezelfde omgang als het redgerrecht der Vierburen. Het zal zijn gevormd kort na het leggen van de zogenaamde zeeborg, de oude dijk. Het dijkrecht werd bestuurd door acht dijkrechters, namens de acht kluften waarin het was verdeeld. Het werd bijgestaan door een secretaris-ontvanger, een of meer waarmannen bij

de pompen in de zeedijken en een bode.

Het binnen de oude dijk gelegen deel van de Vierburen watert af naar Delfzijl, maar behoorde niet tot het bekende zijlvest der drie Delfzijlen, waarmede het in 1869 opging in het waterschap Fivelingo. Het voormalige buitendijkse gedeelte van de Vierburen vormde sinds 1869 het waterschap Vierburen. De uitwateringssluizen lagen met die van de Oostpolder bij het Spijkster pomphuis. Bij Koninklijk Besluit van 27 januari 1977 zijn de zgn. n.o. kustpolders, waaronder de Oost- en de Vierburenpolder, opgeheven en als Be en 14e onderdeel gevoegd bij het waterschap Hunzingo. Dit gebied wordt thans bemalen door het in 1978 gereed gekomen gemaal de , .Spijkster Pompen".

Van oudsher vormden de landbouw en veeteelt de economische basis van het bestaan van onze voorouders. Allerlei rechten, zoals het redger-, dijk- en collatierecht, waren verbonden aan her grondbezit. Zij vormden een , .ius fundo inhaerens", dus een aan de grond verbonden recht. Vereist was minstens ,,30 grasen lands, daer een huys op staat". Ben dergelijk bezit werd een "edele heerd" genoemd. De zogenaamde rechtstoelen bestonden gewoonlijk uit enkele kerspelen, die op hun beurt weer in kluften waren verdeeld. De bediening van het recht ging jaarlijks van het ene dorp op het andere en uit de ene kluft In de andere over. Naar "sonne ommeganck" in de kluft zelf. In het "Redgerrecht der Vierbuiren" telde Spijk eenentwintig van de in totaal vierenzestig edele heerden. De omstandigheid dat ieder kerspel een jaar lang de rechtstoel in zijn midden had, ongeacht het aantal heerden, bracht met zich mede dat de heerdbezitters te Spijk am de vierentachtig jaar aan de beurt waren. Behalve een redgerrecht had men in de Vierburen twee lanck- of overrechters. Spijk en Bierum,

evenals Godlinze en Losdorp, vormden een overrecht. Omstreeks 1400 kwam uit de kring van de edele heerdbezitters een invloedrijke groep naar voren, de zogenaamde hoofdelingen. Met geweld hebben sommigen van deze grondbezitters getracht hun macht en invloed te vergroten. Doordat zich tevens reeds zeer vroeg het misbruik ontwikkelde om de "heerlijke rechten" van de heerd te scheiden door middel van verkoop, vererving en schenking, bezat in de vijftiende eeuw al een aantal hoofdelingen talrijke van dergelijke rechten. "Hoofdeling" en later oak "Jonker" no emden zij zich, hun adeldam zelf bepalende! Een adeldorn dus, ontleend aan het berechtigde allodiale erfgoed van de eigenerfden. "Ayn wera macket Hera": eigen grond maakt de heer! Uit zijn edele heerd ontstond een "Borch ... mitrechte ende herlichheit". Door de cumulatie van meer of aile redgerrechten in een gericht kreeg de hoofdeling soms voor lange tijd het redgerrecht in handen. Het gericht was dan van een "ambulatoire" of "ommegaande" in een "staande" rechtstoel veranderd. Meestal werd het redgerambt dan namens de redger door een zogenaamde geconstitueerde redger uitgeoefend, bijgestaan door een wedman, een omstandigheid die we ook in de Vierburen aantreffen. Te Spijk brachten twee edele heerden het tot status van borg. Aan de Nesweg stand het "Huis te Spijck". Als eerste bewoners worden leden van het geslacht Alberda genoemd, later ging het door huwelijk over op het geslacht Ubbena. Deze noemden zich Heer van Spijk. Aan de weg naar Losdorp stond een tweede Ubbenaborg. In de Franse tijd werden alle rechten, met uitzondering van die van de collatie, afgeschaft. De rechtstoelen verdwenen en er werden gemeenten gevormd. Zo werd bij keizerlijk decreet van 21 oktober 1811 onder andere de gerneente Bierum gevormd en

deze toestand bleef ook na de bevrijding van het Franse juk bestendigd. De gemeente werd gevormd door de dorpen van de Vierburen en Holwierde en Krewerd. De gemeente Bierum telde bij haar ontstaan tweeduizend honderd negenendertig inwoners, van wie er vijfhonderd tachtig te Spijk woonden.

Toen in 1594 de hervorming haar intrede deed, was Rudolphus Heemse pastoor te Spijk. Met tien andere pastoors uit Groningerland ging hij over tot de "nije leer" . In 1609 was er in Spijk echter nog een "roomse" schoolmeester. Bij de komst van dominee Carolus Carolinus in 1686, toen de traditionele zeden van v66r de hervorming nog nawerkten, schonk hij de kerspellieden van Spijk enige tonnen bier ... wat hem echter een danige berisping van de Hervormde Synode bezorgde.

Spijk was niet alleen het slachtoffer van vele watervloeden, ook door oorlogshandelingen had het meermalen te lijden. Zo werd het in 1589 met omliggende dorpen geteisterd door de Staatse troepen. In 1813 werd het geplunderd door de Franse bezettingstroepen uit de vesting Delfzijl. Ook de Tweede Wereldoorlog bracht vee I eIlende.

Spijk wordt ook wei "het land der vromen" genoemd, zulks in tegensteIling tot het overwegend vrijzinnige Godlinze. De Spijksters zijn dus een vroom volk, maar vroomheid en bijgeloof gaan soms hand in hand. Het plaatsnaamversje zegt dan ook:

Kraaiwerd is n' gat, Holwier is nog wat,

len Bairm stoan hoezen verkeerd En ien Spiek hebben ze 't heksen leerd.

Prof. mr. A.S. de Blecourt doet in zijn werk "Fivelgoer

Landleven" de tekenende uitspraak: Over godsdainst proaten en dik doen (= dronken) worden, dat is Spiek in ain woord! Lang hebben de "Spiekster blaauwboksems" bekend gestaan als een bijzonder ras, dat kwam doordat de mensen van het afgelegen dorp weinig met anderen in aanraking kwamen.

Het boek "Kinderen in verstand en in boosheid" van P. Keuning is kenmerkend voor de sfeer rond 1900. Het is in veel opzichten, zij het wat aangedikt, een zeker niet zachtzinnige weergave van het Spijkster volksleven rond de eeuwwisseling.

De mobiliteit van de bevolking is altijd relatief gering geweest. Nog in 1958 bijvoorbeeld bedroeg het percentage der gezinshoofden en aIleen wonenden dat ter plaatse was geboren niet minder dan vijfenvijftig procent. De "Spieksters" voelen zich dan ook, mede door genoemde omstandigheden, sterk en soms emotioneel met hun dorp verbonden. De ruilverkavelingen, aanleg en verbreding van wegen en verschillende, soms onnodige moderniseringen, hebben de laatste jaren veel van het karakteristieke en schilderachtige verloren doen gaan. Het is daarom verheugend, dat naast de beide reeds verschenen werkjes over de zes dorpen der gemeente Bierum, dit boekje een aantal beelden van het oude Spijk wil bewaren om zodoende de herinnering lev end te houden aan het verleden, vol van menselijke idealen en zwakheden.

We hopen dat velen vreugde zullen beleven aan "hou 't, vrouger was" , terwijl ook zij die naar elders vertrokken ongetwijfeld gaarne nog eens in gedachten in hun oude geboortedorp zullen willen toeven, immers:

Hou wieder weg van 't olle stee, hou wensteger ze ben'n!

1.

Opgedragen aan de nagedachtenis van

HOUWINA MARIA EVERS-DIJKHUIZEN

1904-1976

Ridder in de Orde van Oranje-Nassau

Erelid van de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen Ereburgeres van het dorp Spijk

Gedurende vele jaren heeft mevrouw W. Evers-Dijkhuizen zich, naast haar landelijk en provinciaal sociologisch- en cultureel werk, ingezet voor haar geboortedorp Spijk, Als gevolg van haar activiteiten konden vele initiatieven ten bate van de dorpsgemeenschap worden ontplooid. Mede daardoor is de bloei van Spijk bevorderd en heeft dit dorp niet alleen eer verworven, maar ook de reputatie van heel noord-Groningen aanzienlijk verbeterd. Mevrouw Evers was een "Spiekster" in hart en nieren, een geniale, humane en sympathieke vrouw!

2. e.G. Cremer, 1851-1935, (midden) was van 1880 tot 1921 hoofdonderwijzeraande openbare lagere school te Spijk. Koster-voorzanger van 1880 tot 1884 en koster-organist van 1884 tot 1921 van de hervormde kerk. Hij was de laatste die deze eeuwenoude functie als zodanig vervulde. Verder was hij van 1900 tot 1930 kerspelvolmacht van het omstreeks 1930 opgeheven kerspel Spijk, Ten slotte was hij van 1894 tot 1935 penningmeester van de "Spaarbank Spijk", Meester Cremer werd een uitstekend onderwijzer genoemd en was vele jaren een vraagbaak voor de Spijksters.

H.W. Zuidhoff, 1888-1963, (links) was van 1918 tot 1951 arts te Spijk. Dokter Zuidhoff genoot, mede door zijn veelzijdige en markante persoonlijkheid, in Spijk en verre omgeving een grote populariteit. Hij was een zeer kundig arts en een sociaal warmvoelend mens.

D.H.R. Harrenstein, 1879-1955, (rechts) was landbouwer op "Veldzicht" in de Spijkster Buitendijks, Van 1921 tot 1939 bekleedde hij het ambt van burgemeester van de gemeente Bierum en van 1939 tot 1954 was hij als A.R. politicus lid van de Gedeputeerde Staten van Groningen. Van 1909 tot 1951 was hij bestuurslid en voorzitter van de strokartonfabriek "De Eendracht" te Appingedam. Voorts was hij onder meer gedelegeerd commissaris van de Maatschappij voor Vlasbewerking te Appingedam. Vanwege zijn verdiensten werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

1

3. Het vroegere interieur van de hervormde kerk. Het orgel werd 3 augustus 1884 in gebruik genom en en gebouwd door de firma L. van Dam te Leeuwarden, voor de som van vierduizend gulden. De preekstoel dateert van 1902; er zijn echter delen van een vroegere, zeventiende-eeuwse preekstoel in verwerkt. Een der panelen vertoont een pelikaan met jongen, het zinnebeeld van de opofferende christelijke liefde: "Pie Pellicane, J esu Domini".

DEOUDEKERK

In een wonderstille zomernacht vol heldere sterren kwam Jezus over de Spijkster landouwen. Hij liep naar de oude kerk, niemand zag hem. Hij ging er naar binnen en zette zich neer op een van de banken. Een hele tijd zat Hij daar en Hij staarde naar het koor waar vroeger het altaar stond. Af en toe knikte Hij, Hij keek naar de bank van de koster. "Daar heeft de oude Coenraads gezeten", mompelde Hij, En Hij keek omhoog naar de preekstoel. "En daar heeft Van Lakum lange jaren gestaan", mompelde Hij weer. "En hier heeft het kerkvolk gezeten, in blijde en kwade dagen, meer dan zevenhonderd jaar lang, en nog steeds zit het hier". En plotseling stond Hij op en knikte tegen de kerk en zei: "Je bent nog goed genoeg oude kerk, je bent altijd nog goed genoeg". Toen ging Hij de deur uit, zonder die eerst te openen, want dat kan Hij immers. Buiten op het kerkhof komende, stond Hij weer stil, een hele tijd lang. Hij dacht aan de doden, die in de graven sliepen. En Hij dacht aan de jonge en oude mensen en de kleine kinderen, die nog in hun bed den sliepen. Hij stond daar midden in het Loug, omgeven door heel het kerspel van de laatste duizend jaar. Toen verhief Hij Zijn hand en en richtte zich heel langzaam tot aIle vier de windstreken, tot heel het kerspel en zegende het: " ... verheffe Zijn aanschijn en schenke u vrede". De engelen daar binnen in de kerk zongen: "Amen" en de oude kerk zong dat mee. En Hij wendde zich om en ging zuid waarts, naar Zijn andere kerken in het land.

(naar Kaj Munk)

4. In Spijk staat de kerk dus midden in het dorp en deze centrale aanleg he eft het gemeen met Niehove; zodoende ontstond het volksrijmpje: "Spiek is Niehoof geliek!" De eertijds rooms-katholieke kerk is een in oorsprong romano-gotisch, gepleisterd gebouw, dat dateert van de eerste helft van de dertiende eeuw. De kerk was blijkens een zegel van 1534 gewijd aan de apostel Andreas. Het omschrift luidt: Dutmer Wesewe curatis in Spic. Beeltenis: op een schuinkruis Andreas, uitrijzende boven een schild, waarop een schuin- of Andreaskruis en de letters D en W. In het jaar 1676 werd de huidige kerk gebouwd, nadat enige jaren eerder de oude kerk met enige belendende huizen "door een noodlottig toeval" in vlammen was opgegaan. De lengtemuren van het schip bleven toen behouden. De lagere noorderuitbouw, het zogenaamde nije end, is in 1848 toegevoegd. De slankoprijzende toren dateert van 1902, ter vervanging van de in 1711 opgerichte dakruiter. Blijkens een kaart van 1677-1678 heeft deze dakruiter een dergelijke voorganger gehad. In 1943 roofden de Duitse bezetters de luidklok waarvan het opschrift luidde:

Anno moneo tot Spyck. Titie Goossens heeft mij gegooten ras. Doen hij noch freier was. Anno 1709.

Op het oude kerkhof laten we onze blik glijden langs de onder het gras verscholen grafzerken, die de geslachten der eeuwen bedekken en hier hun lange doodsslaap sluimeren; we overdenken de diepe waarheid van het middeleeuwse stervenslied: Media vita in morte sum us; Quem quaerimus adiutorem nisi te, Domine. (Midden in het leven staan wij in de dood; wie kunnen wij tot onze helper zoeken buiten U, 0 Heer.) en peinzen over de broosheid van dit aardse leven ...

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek