Spijk in oude ansichten

Spijk in oude ansichten

Auteur
:   Jakob B. Bronsema
Gemeente
:   Delfzijl
Provincie
:   Groningen
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4313-4
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Spijk in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

-Groeten uit Spijk

Hervol"mde Pastor-e

10. Vanaf het Kerkpad hebben we een gezicht op de toren en pastorie van de hervormde kerk, rand 1930. Rechts bevindt zich het huis van kuiper Willem Timmer, voordien van kuiper Homan. In het eerste huis links woonde Jan Griede en daarnaast was de kaas- en sigarenhandel van Sebe Nienhuis gevestigd. In het midden zien we dan het huisje van Fokke Sanders; later woonden hier Reint van der Eide en diens vrouw, de baakster "Rainder's Aanje". Daarachter de kruidenierswinkel van de weduwe Sieberdien de Haan, later Hendrik Idema. Het Kerkpad was vanouds een kerspelpad en op de jaarlijkse vergaderingen werd het meermalen door de kerspellieden ter sprake gebracht. Zo werd er in de vergadering van 28 december 1925 1angdurig over gedelibereerd; door de secretaris-volmacht werd er onder meer genotuleerd: "Daarna wordt er op gewezen, dat een breed pad ook weI zijn schaduwzijde heeft, zoo voor en na, wordt er langs het pad eene koe geleid naar hare bestemming en dan blijft er wel eens wat achter, dat beter past in eene mestgat, dan op het pad." Op deze wiize behartigden de dorpelingen hun .Jruishouden", eenvoudig en simpel, maar toch ook met een eigen bekoring!

11. Van achter de haven en over de Nesweg een gezicht op Spijk in 1927. Op de voorgrond een van de turfschepen die er vroeger lagen. Verder was er op bepaalde tijden van het jaar een gezellige drukte door het vervoer van koren, stro en bieten. Aan de overkant rechts woonde turfs chipper Oosterwijk. Eerder was dat Rieks Bakker, bij wiens weduwe de jeugd later terecht kon voor een cent "slik". Dan was er Wilte Bakker en hoewel hij geen schipper was, handelde hij ook in turf. Hij woonde in het huis bij "Dreiborg", achter timmerman Broos. Andere turfschippers waren Simon van der Laan met zijn schip "Ora et Labora" en Hendrik Heuker met "Actief'.

Links, waar eerder het zogenaamde "stuverskrougje" van Albert Mulder stond, vinden we het zogenaamde vlinthok. Hier mochten de werklozen tegen een armzalig loon voor de gemeente vlinten kloppen. Er werd tien cent per kruiwagen betaald, hetgeen neer kwam op vijftig cent per dag. Doordat de zachtste vlinten uiteraard het eerst stuk werden geklopt, kostte het op de duur steeds meer moeite om ook de hardste klein te krijgen. Het gebeurde soms dan ook wel dat kuiper Homan meer verdiende met het maken van nieuwe hamerstelen dan de werklozen met het vlinten kloppen! Een wel zure herinnering aan de zogenaamde goede oude tijd!

12. Een schilderachtig en idyllisch gezicht op de haven omstreeks de jaren 1906-1907. Op de voorgrond ligt het scheepje van de familie Vellema. Johannes Vellema (1871-1945), afkomstig uit Rinsumageest, was van beroep vogelvanger en visser. Wanneer de tijd van de "wilster"-vangst daar was, kon men zijn scheepje in de Spijkster haven vinden. Naderhand vestigde hij zich aan de Krommeweg te Losdorp. Hendrik van der Laan is de man die met een boom het schip van de wal stoot. De dames, beiden met een baby op de arm, zijn Fenna Flikkema-Roseboom en Martje van der Linde-Flikkerna, welke 1aatste op bezoek was bij haar broer Jan Flikkema, voor wiens huis de fotograaf zich had opgeste1d.

De tweede schuit was het korenschip van Jacob 01denhuis, Eltje Apol, Jan Flikkema en Edze van der Laan, wiens aandeel1ater door Jan Flikkema's zoon Albert werd gekocht. Dit schip vervoerde toen a1 het graan naar Groningen en nam stukgoederen mee terug. Uit deze .Jcorenbeutt" ontwikkelde zich later de firma Gebroeders Flikkema, Internationaa1 Transport- en Overs1agbedrijf. Het kleine scheepje langszij is dat van de "Daamvoarder" Harm Kremer. Deze voer twee keer per week naar Appingedam om dan stukgoederen te halen. De kinderen op het korenschip zijn van Jan Flikkema en Derk van der Linde. Op het groenland links, waar later de eerste zogenaamde woningbouwhuizen verrezen, zien we eerst het schuurtje van Jacob Eckhardt. Het gebouw vooraan is de kaasfabriek "Rival", die van ongeveer 1900 tot 1915 in bedrijf was. Daarnaast woonde directeur Boekel, later de familie Dijkhuizen-Pothof. Dan kwam het huis van Emo van Halsema, waarin later Derk Oosterhuis woonde. Aan het einde van de haven zien we nog het boerenhuis van Johannes van Veen, later F. Nienhuis en nadien de familie Venhuizen. De daarachter gelegen hoge iepebomen behoorden bij de tuin van dokter Bouwes en uiterst links herkennen we nog diens appelhof, Rechts achter de bomen het pand van timmerman Piet Pothof, later van timmerman C. Kremer.

;pijk. (Gron) Haven.

13. De haven van Spijk omstreeks 1910. Het huis rechts op de foto was afgetimmerd in de van 1845 daterende christelijk afgescheiden kerk die, na het bouwen in 1905 van de daarachter liggende nieuwe kerk en pastorie, dienst deed als vergader- en catechisatielokaal. Later werd het woonhuis weer bij de "zoal" getrokken, om rond 1937 plaats te maken voor het verenigingsgebouw "Pro Rege". In genoemd huis hebben gewoond: Hendrik Hartman, Jacob Nienhuis en Lubbert 0ldenhuis. De laatste was schipper en had de korenbeurt van zijn vader Jacob 01denhuis overgenomen. Het huis dat we zien achter het turfschip werd in 1908 gebouwd voor Menco Ubbens. Rechts daarvan staat de in 1907 gebouwde manufacturenzaak van Melle H. Smit. Deze zaak werd in 1810 door Melle Heynes Smit als een handel in manufacturen en kruidenierswaren opgezet. Hij was in de Franse tijd "assesor", dat wil zeggen wethouder, der gemeente Bierum.

Spijk

Raven.

14. De voorrnalige haven omstreeks 1910. Het laatste gebouw rechts was de kaasfabriek "Rival", die van ongeveer 1900 tot 1915 in bedrijf was. In het eerste huis rechts woonde eerst Johannes van Veen, later F. Nienhuis en na hen de familie Venhuizen, N aast deze woning werd in 1855 door J. T. Houtman een molen gebouwd. Het was een achtkante bovenkruier met stelling, die voordien bij Winneweer stond. De molen, die oorspronkelijk als pelmolen was gebouwd, werd in 1856 mede ingericht tot korenmolen. Mozes Nieveen was molenaar van 1856 tot 1860, in welk jaar de molen op afbraak werd verkocht, Hij werd door Jan Hendriks van der Veen te Hornhuizen in 1861 herbouwd en daar in 1934 gesloopt.

Links op de foto het "stuverskrougje" van Albert Mulder. Op donderdag in de zogenaamde vrije week heerste hier een gezellige drukte; er was dan een loterij om eenden, ganzen enzovoort. Voor vijf centen kon men er een borrel kopen, die Mulder dan toereikte met diens stereotiepe "asjoe".

Op de achtergrond in de haven het "Daamvoarderschipke", dat een dienst op "Daam" onderhield. Omstreeks 1903 ging schipper Hendrik de Haan met zijn zoon Jans en Nicolaas de Jong naar Appingedam. Toen ze van 't Maar in het Damsterdiep kwamen, werd de schipper door het zeit overboord geslagen en verdronk jammerlijk. Bij de eeuwwisseling durfden de Daamvoarders nait mit 't schip noar 'n Daam, want de wereld zol vergoan ...

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek