Spijk in oude ansichten

Spijk in oude ansichten

Auteur
:   Jakob B. Bronsema
Gemeente
:   Delfzijl
Provincie
:   Groningen
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4313-4
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Spijk in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

30. De weg op het beeld links onder voert ons naar de Spijkster Buitendijks, hetwe1k ongeveer ter hoogte van de fietser begint, Links kunnen we dan "Groot Ol'diek" op en rechts vinden we "Luttje Ol'diek". In het rechter huis woonde Raang Vechter, voordien Hendrik Boorngaard. Verderop zien we het huis van horlogemaker Berghuis, later H. Koekoek. Uiterst links de winkel van Jan van der Ploeg. Aan de overkant bevond zich de rijwielhandel annex garage van H. Alting en daarnaast de slagerij van H. Bos. Beide panden werden destijds gebouwd op de plaats van de oude slagerij van "jeud" Neerduin. Op het perceel van garage Alting aan "Ol'diek" stond vroeger het kerkje van de dolerenden. Van 1889 tot 1911 preekte hier de "oefenaar" B.J .H. Veerbeek, een oude heer met misvormde handen en wat eigenaardige spreekgaven,

Foto boven: links achter de perebomen stond het huisje van de weduwe Apol, verderop dan bakkerij Busz en het warenhuis van Van der Ploeg. In het huis reehts vinden we de familie Kremer; vroeger zou het een dokterswoning zijn geweest. Bij de Grote Riet was vroeger een tolhek, het tolhuisje stond rechts in de berm van de weg. Een hele tol kostte Hen cent, een halve vijf cent. Moest het tolhek vaak worden gepasseerd, dan werd een jaarcontract met de tolgaarder gesloten. Op 8 september 1856 werd, ter vervanging van een houten brug, het bouwen aanbesteed van "eenen steenen duiker in den grindweg, tusschen Spijk en den lagen Trijnweg, over de Groote Riet".

De foto rechts onder laat ons vanaf de Lage Trijnweg de Hoofdweg-Noord zien overgaan in de Kwelderweg, Op de hoek rechts zou later de villa van Jan Voorthuis worden gebouwd. De jongeheer op het paard is Wiert P. Wiertsema. Ter gelegenheid van een festiviteit rond 1910 zal deze foto zijn gemaakt.

31. Boven staat de in 1905 opgerichte hervonnde school afgebee1d. Van 1924 tot 1945 was Jan Kamp hier hoofdonderwijzer, een knap en origineel iemand. Links van de school zien we meester Evert Brontsema staan, die van 1921 tot 1967 aan deze school was verbonden. Lange jaren was hij de "motor" van de voetbalsport in Spijk en omgeving. In 1967 fuseerde de school met de gerefonneerde en kwam de christelijke school aan de Nesweg tot stand. De oude gereformeerde werd afgebroken, terwijl de voonnalige hervonnde school, mede dank zij het streven van mevrouw W. Evers-Dijkhuizen, geheel werd verbouwd tot de bibliotheek "Nije Riep". Rechts daarvan, op de Kleine Oude Dijkstraat, stond vroeger het "Heksenkantoor". Het werd het laatst bewoond door de familie Reens. In het huis rechts woonde Thomas Pijper.

"len oUe tieden den het 't er ien 't heksenkantoor 'n zekere Mattje Nies woont. Ze het mien grootvoader nog behekst dou dat 'n jonkje was van 'n haalf joar, en dei is toch 'n oarig end ien de negenteg worren. 't Wazzen allemoal kraanzen, kruzen en slingers ien zien kuzzentje west. Ze hemmen ze verbraand en 't was singelier, moar dou kwam der 'n swaarde hond bie deur. Dat het wis en woarachtig Mattje Nies west. Loater is 't es gebeurd op 'n zummer, dat ons koien zaik wazzen. Dou zee ons yolk dat Mattje wat op gras gooid har. Wie hebben ze toun mitain verwaid, dat is 't er hail goud veur, as z6wat veurvaalt. Mattie kon ook stokje rieden. Ze vloog den altied van 't luttje hofke op grootvoaders ploats aan. Hai woonde op 01 borgstee aan Nesweg, tussen Spiek en Bairm. Doar loop'n ook altied nog widde juffers."

32. Een tweetal beelden van de boerderij en singe Is op het oude terrein van de Ubbenaborg aan de Nesweg. De borg zou eerst door leden van het geslacht Alberda zijn bewoond. In het begin van de zeventiende eeuw was Reint Alberda hoofdeling te Spijk. Hij was een zoon van Duurt Alberda en vestigde zich na de reductie te Spijk, waar hij in 1625 stierf. De erfenis van Reint Alberda zal door huwelijk gedeeltelijk aan het geslacht Ubbena zijn gekomen, Naast genoemde Reint Alberda, compareerden leden van het geslacht Ubbena voor Spijk op de landdag. Na Reint Ubbena, wiens moeder een Alberda zal zijn geweest, sinds 1616 ook zijn twee zoons Willem en Johan, Op een kaart van 1630-1631 staan twee borgen aangegeven. Bij de borg aan de Nesweg staat Reint Ubbena, met tweehonderd zes grazen lands en aan de Hoofdweg-Zuid de borg van zijn zoon Johan Ubbena, met achtenzestig grazen. De laatste overleed in 1639 en de borg kwam aan zijn broer Willem, die was gehuwd met Elisabeth Alberda. Bij de dood van hun vader Reint, ook in 1639, kwam het huis aan de Nesweg aan zijn zoon Willem. Bij de scheiding van de goederen van Elisabeth Ubbena-Alberda in 1653 kwam Ubbena-Zuid aan hun dochter Everdina, gehuwd met Rembt Jensema Clant. Nadien wordt de borg als zodanig niet meer genoemd. Omstreeks 1815 waren in de boerderij tel' plaatse nog schilderijen, van de borg afkomstig. Van Willern, overleden 1654, vererfde het "Huis te Spijck" op zijn zoon Reint Ubbena. Na diens dood in 1668 kwam het in 1675 aan zijn zoons Reint en Willem. Het huis wordt dan "Reintsema" genoemd. In 1678 viel het toe aan Reint, terwijl Willem het bij koopbrief van 1701 verkreeg. Willem stierf in 1721, terwijl met het overlijden van Reint Ubbena in 1723 de laatste "Heer van Spijck" heenging. Hun goederen vererfden op de kinderen van hun zuster Elisabeth, gehuwd met Hayo Unico Enens. Naderhand schijnt de borg eigendom te zijn geworden van de heren van Luinga te Bierum. Een van hen, Daniel Henri l' Argentrier du Chesnoy, viel in handen van schuldeisers en zodoende vond er in 1752 een zogenaamde keerskoop plaats van onder het "heem tot Spijk daar de borg op gestaan heeft". Hieruit blijkt dat de borg toen reeds was gesloopt. Koper werd dominee Henricus van Weerden van Losdorp. In 1803 werd de boerderij tel' plaatse bewoond door Pieter Arents, die zich in 1811 Bos noemde, waarschijnlijk naar het vele geboomte op het borgterrein. De familie Bos bewoonde de boerderij tot 1955. Het is te hopen dat van het oude borgterrein de grachten en singels zullen kunnen worden gerenoveerd en dit stukje hi storie voor het nageslacht behouden blijft.

33. Oogstdag september 1928 op de boerderij "Veldzicht" in de Spijkster Buitendijks. Links zien we landbouwer D.H.R. Harrenstein, naast hem Berend F. Bronsema. Vanaf de wagen worden de schoven door Aiko Schuurrnan opgestoken naar Berend J. Bronsema op de ladder en deze geeft ze door aan Heine Schoneveld, die de bult .Jougt". Rechts bij de paarden staat A. Harrenstein.

DANKDAG

De laatste wagen is van 't land gewankeld.

Het jonge volk zat lachend bovenop, Oogen en haar van late zon doorsprankeld.

Schuddend en schokkend ging 't het hoog heem op.

Wij moehten samen weer den akker bouwen:

Gij, Heer des hemels, en ik, man van de aard.

Wij minden heeht de laehende landouwen; Wij hebben hun noeh lust noeh last gespaard.

Ik dreef het volk, Gij waart mijn harde drijver, De handen klampten sehurend om 't gerei.

Na korten slaap vierden wij langen ijver, En Zondag rustten wij zoo zalig vrij,

Nu komen wij ten dank in Uw huis samen. o Groote Bouwer, handelde ik sorns sleeht, Neem hart en have en wil mij niet beschamen, Gedenk de zonden niet van Uwen knecht.

Willem de Merode

34. Tijdens de landbouwcrisis 1878-1895 moest door de boeren op alle uitgaven worden bezuinigd. Het gebruik van kunstmest, dat omstreeks 1885 meer algemeen in gebruik kwam, was voor de boeren een he le verbetering. Was de toepassing ervan niet samen gevallen met het gebruik van de dorsmachines, dan zouden de schuren in veel gevallen te klein zijn geweest om de rijke oogst te bergen. In deze jaren waren de stroprijzen vaak zeer hoog, waardoor in de jaren 1881-1890 de graanteelt in Groningen werd uitgebreid. Het landbouwbedrijf werd verder technisch en economisch verbeterd, ook toen de depressie begon te wijken.

In 1887 besloot een aantal boeren te Spijk en Bierum om een stoomdorsmachine aan te schaffen en zo werd de "Spijkster Speculatieve Stoomdorschvereeniging" opgericht. Sinds 1935 was het de "Cooperatieve Vereeniging Eerste Spijkster Dorschbedrijf G.A.". In de volksmond werd het de ,,01 mesien" genoemd. De oude machineloods stond naast de in gang van de begraafplaats. Deze 100ds werd direct na de bevrijding ingericht als munitieloods en explodeerde op 12 juni 1945, waarbij zeven slachtoffers waren te betreuren.

Door onenigheid tussen de boeren kwam het tot het stichten van een tweede dorsvereniging, de "Cooperatieve Dorschvereeniging Spijk en Omstreken", die de "nije rnesien" werd genoemd. Aan de Achteromweg staat nog de oude "mesienloods". Beide dorsverenigingen staakten hun werk omstreeks 1965. Op 7 augustus 1909 werd de "nije mesien" bij de boerderij van Hemmes aan de Lage Trijnweg voor het eerst in gebruik genomen. Het werd echter een droevige dag, want doordat een vliegwiel los raakte werd Geert Rondhuis dodelijk getroffen. Op de foto zien we deze stoomdorsmachine later in 1909 opgesteld voor de achterdeuren van de boerderij van Jan Voorthuis op " Dekkershuizen". Men is hier bezig met het zogenaamde mennen en dorsen, Van links naar rechts zien we: Thomas Ham, achter de paarden twee onbekenden, Thije Boukema, Hendrik Haan (emigreerde naar Amerika), met stropak Emmo Koster, Klaas Knol, Jan Griede, op de wagen staat Lanting en op de machine zien we W. van der Ploeg en Joh. Buitenwerf. Vervolgens, met bezem Roeters, met schop Willem Nienhuis, met zak Piet Uilhoorn, Klaas Danhof, boer Jan Voorthuis en machinist Piet Pastoor.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek