Spijkenisse en Hekelingen in oude ansichten deel 1

Spijkenisse en Hekelingen in oude ansichten deel 1

Auteur
:   J. de Baan
Gemeente
:   Spijkenisse
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1604-6
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Spijkenisse en Hekelingen in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

IN LEIDING

In deze herdruk zijn aile plaatjes opnieuw opgenomen. Slechts in de tekst zijn enkele veranderingen aangebracht. Graag spreek ik opnieuw mijn dank uit aan allen, die mij eertijds hun foto's of kaarten wilden lenen, die mij vertelden over het vroegere leven tussen Botlek en Spui en wie er op de foto's voorkomen.

De hier geboren en getogen lezers en kijkers zuilen er hun eigen herinneringen bijvoegen. Anderen treffen wellicht nog enkele herkenningspunten aan of kunnen iets proeven van dat oude dorpsleven, waar iedereen iedereen ken de, met alle voor- en nadelen. In Hekelingen, Spijkenisse en op de Welplaat woonden samen nog geen drieduizend mensen. Het was er beslist veel rustiger, maar voor velen tach geen "goeie ouwe tijd", Want tijdens gesprekken met bejaarden kwam nag al eens de verzuchting " ... praat me d'r niet van, wat was dat een slechte tijd"! Anderzijds kende men ook intens plezier in 't leven, echte kameraadschap en een heeht verenigingsleven. En er werd nag volop gezongen, op een bouwwerk en bij het stoep schuren, 'op het land en in de hoepschuren. lets van heimwee? Nee.

Om alles wat sindsdien veranderde hier samen te vatten, is uitgesloten. Daarom geven we liever enkele "ouwe Spikkenissers" het woord om een beetje in de sfeer te komen. Zo vertrouwde Arie J. Biesheuvel in 1950 de lezers van de Nieuwe Brielsche Courant zijn "Klacht van een geboren Welplater" toe:

"De bewoners van de Welplaat zien nu pas hoe mooi en schoon hun Hartel. was,

nu door modern en krakend geweld

de zaak daar is op zijn kop gesteld.

Met weemoed is ons hart vervuld

als we denken hoe die Hartel was gehuld in zijn riet en mooie grienden,

waar voor aile natuur- en vogelvrienden was te genieten: aan alle kanten

leefden in volle vrijheid hazen en fazanten. En vele vogels hunne nesten bouwden

die nooit een mensenoog aanschouwden, Waar ongestoord, belust op vis en buit,

de otter zwom met zijn glanzende huid. Het ruisend riet de stilte niet verbrak

en de zon kon turen door het wilgenbladerdak. De natuur hoorde men daar zuchten,

van tevredenheid, onder mooie Iuehten,

En dan die veel verwenste Dam,

die's winters zo dikwijls onder water kwam. Van kinds been af met haar saamgegroeid,

ze is weg, door mensenhand verknoeid;

al lag zij nog zo mooi verscholen,

zij is geworden een prooi der baggermolen. Zo heeft alles zijn bestemden tijd,

maar, wij zijn ons paradijsje kwijt! "

Tja ... op dat Spijkenisser eiland vonden tientallen, later op Rotterdams grondgebied duizenden hun werk.

En dan nu iets heel anders, In 1970 ontving ik een brief van de al heel lang geleden naar Amerika geemigreerde Neeltje Wale boer. Na het zien van de tekening schreef ze hoe donker, koud en naar de crisisjaren waren voor de bewoners van de Kerkstraat. Wie zou het ons beter kunnen vertellen dan zij? Het woord is dan ook aan Neeltje:

" ... 'k weet het alles nog heel goed, Onze deur was waar de kleine jongensfiguur staat. Daar kwam je in een rood tegelen gangetje, waar twee ladders in stonden. De voorste was van de Wed. Breitenbach, de tweede van ons, 't Was een nat krot, het water ging ringelets langs de muur van de bedsteden waar wij in sliepen, We verwoonden er 80 centen per week. Naast ons aan de rechterkant woonde Lambert Kindermans met dove Kee, Die hebben van hun trouwen tot hun dood er gewoond en geloof het of niet, maar als Lambert in de lente zijn mesthoopje naar zijn tuintje moest kruien dan moest hij daar de woonkamer mee door, dat was de enige uitgang. Daarnaast woonde Rokie Lut met twee ongelukkigen: Hein, die astrna had en niet veel was met zijn verstand, en Marie, die een hoge rug had en met mutsen haken en kousen breien iets zag te verdienen; haar handen Ieken weI

een machien. Dan had je het raam van Jan Gardenier, die met zijn vrouw Jenneke koster van de kerk was. Ze hadden de deur achter; het was een groot gezellig huishouden. De jongens Koos, Gerrit en Klaas hielpen met klokluiden voor de kerk en voor begrafenissen. Ze hielpen oak met avondkerk, lampen lichten en doven, enz. Dan woonde Joppie onder aan de Kerkstraat, die er een winkeltje begonnen is. En recht tegenover ons, het huis met de vis (een zalm) in de gevel, was van Willumpje Keizerwaard, die oak een winkeltje beg onnen was, maar door al die arme mensen naar de maan geholpen werd. Willumpje was goed en ieder haalde meer als ze betaalde, nee geen luxe hoor, een kop grutten en een dingetje meel, een half flesje azijn, enz. Maar Willumpje kon naar de cente fluite. 0 Heer, die arme zielen hadden het ook niet. Ik heb aardappels genoeg gegeten met azijn en wat peper, totaal geen vet. Moeder had wel eens een kopje melk van de geit, die op het grasveld rond de kerk weidde: een cent voor een koppie melk en dat was meest in wat bij ons in huis kwam, met een scheutje in de hele koffieketel. Arrnoe? Dat was arrnoe! Naast Willumpjes raam was een vertrekje en daarnaast woonde Ingetje Ketting, Die was niet goed bij haar hoofd en gunst, wat was ik bang van dat mens. Sorns droom ik er nag van en dan ben ik weer van streek ... Gek eigenlijk he, na zoveel jaren? "

1. Bij de voltooiing van het tramwegennet op de eilanden gaf de R. T .M. in 1909 a1s gelegenheidsgeschenk het boekje "Van de Rotte tot de Sche1de" uit, met onder andere deze illustratie van J.B. Heuke1om. Welhaast fijner dan een foto heeft hij, ha1verwege deze straat, dit bee1d vastge1egd. Een kwart eeuw later zouden de kerk en de toren gerestaureerd worden en dertig jaar daarna lOU dit dee1 van de oude straat verdwijnen om p1aats te maken voor de aan1eg van de Eerste Heu1brugstraat.

SPUKENI55E ? DE KERKSTRAAT:+:

2. Onze tocht willen WI] m het noorden op de Welplaat starten. Naast grienden en buitenpoldertjes ken de men vijf aan elkaar bedijkte zelfstandige polders met evenzoveel pachtboerderijen. In een ervan woonde generaties lang de familie Biesheuvel. Op het eind van de jaren tachtig staan,voor het huis van die zo afgelegen boerderij.de in 1874 geboren Rocus en zijn vader Arie.rnet opa Willem bij diens tweede echtgenote Marie Versteeg en Barend, uit Willems eerste huwelijk.

3. De in 1806 geboren Willem was a1s jongeman met zijn vader Barend meegekomen om voor hun streekgenoot Van Houwelingen in Werkendam diens gronden tussen de Botlek, Oude Polder en Jagersplaat te bedijken tot de polder De Veertig Morgen. Midden door die polder hebben zij een weg aangelegd met aan elke kant elf percelen wei- en bouwland, waarvan in 1832 voor 't eerst geoogst is. In deze boerderij woonden zij in het begin als bedrijfs- en later als pachtboer. In het huisje links bracht opa Willem z'n 1aatste jaren door.

4. Met sehafttijd is iedereen "op stee" gekomen en vanaf het erf, de kapwagen, de hooisehudder en de met hooi beladen wagens kijken ruim dertig personen naar de kiekkastman onder zijn zwarte doek. Links staat opa Willem weer en reehts van dat groepje personen de op een stok leunende bejaarde kneeht Piet Lankhaar. Zijn vader Joost was eveneens van elders gekomen - uit Babylonienbroek, in het Land van Heusden en Altena - en de stamvader van zo'n veertig Spijkenissers, die een eeuw later dezelfde aehternaam voeren.

'tJel pjp.at, Spjjke taiss ~ --------.

7697 Uitg. C. de Beer ~z. Sneek, ~ ~~

5. In de nacht van 23 op 24 december 1894 is ook De Veertig Morgen vo1gestroomd, door een twaalf meter groot gat in de dijk links voor het huis. Daardoor moest in 1895 een andere sta1 - een dubbe1e groepstal voor onder andere zestig stuks hoornvee/rnest1everanciers - en in 1896 dit huis met fraaie overstek en de voordeur in het midden gebouwd worden. Voor het huis staan: Van der Steen, Bet Visser, Adriana, Arie J. en Rocus, hun ouders Leentje en Rocus, opa Arie, de tantes Neeltje en Maria en Maartje Koijck. Bij de hengst zien we hun oom Jan Schelling.

6. Melk en landbouwprodukten werden via "den Bol", de laadplaats langs de Botlek, per schip afgevoerd. Eieren verkocht men echter aan opkoper Piet Barendregt en zijn schoonzoon Aart Zevenbergen. Met de tweewieler maakten zij gebruik van de in 1857 gelegde verbindingsdam door het Hartelse Gat net als de meekijkende families Biesheuvel en Lankhaar en andere Welplaatbewoners, schoolkinderen, arbeiders, de dokter en de bakkers, als die Dam tenminste niet blank stond en de Welplaat afgesloten was.

7. Reeds in 1900 is er bij de minister van waterstaat op aangedrongen de Dam te verhogen. Er is nog vaak en lang over gesproken, tot de Duitsers het in 1940/41 zouden doen. Direct over de Dam las men op een bordje "Eigen Weg"; aIle wegen moesten door de boeren op de Welplaat zelf worden onderhouden. Hier zien we de weg vanaf "den Bo1", omzoomd met schelven griendhout en riet bij het erf van Biesheuvel.

? II

-

,-; .

8. Deze foto van de Gemeentelijke Archiefdienst te Rotterdam toont ons de "Hartelhoeve" op de Welplaat zoals de Rotterdamse architect en schilder J. Verheul Dzn. die rond de eeuwwisseling vastlegde. Net als de schuren van de pachters Van Nieuwenhuizen, Van Strien en Van Galen zou ook de schuur van deze door de familie Zevenbergen gepachte boerderij in de jaren veertig in vlammen opgaan. Op dezelfde plaats, maar dan enkele meters hoger, ligt tegenwoordig de ingang van de Esso-raffinaderij.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek