Strijen in oude ansichten deel 1

Strijen in oude ansichten deel 1

Auteur
:   R.M.M. Herwaijer-Troost
Gemeente
:   Strijen
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1172-0
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Strijen in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

In 't grijze Strijen, dat, als prooi van 't eiselijk woeden Der dolste watervloeden,

Zijn kruin weer boven stak, en neerlands ijver roemt,

Ligt de Ambachtsheerlijkheid ook met dien naam benoemd; Een dorp welks aanzien in dee: trekken,

Niet dan gedeeltelijk is te ontdekken.

(L. 1'. Ollefen)

INLEIDING

Volgens oude schrijvers is ons dorp Strijen heel oud. Reeds in de vijfde eeuw komt de naam voor, toen de Franken onder koning Faramond vergaderden in Streona, waarmee het oude Strijen werd bedoeld.

Zeker is echter, dat in het jaar 992 de kerk van Strijen in een "griftbrief' van vrouwe Hilsondis reeds met nadruk wordt genoemd.

Waarschijnlijk is de naam Strijen afgeleid van de, er vrij dicht langs stromende, oude en belangrijke rivier de Striene (men spreekt ook nog steeds van "Strien").

Aan het Strijen uit de Groote of Zuid-Hollandsene Waard ging het graafschap Strijen vooraf. Het graafschap besloeg een bijzonder grote oppervlakte en wel een gedeelte van de tegenwoordige provincie Zuid-Holland en het noordwestelijk deel van Noord-Brabant en omvatte het Land van Strijen, het Land van Zevenbergen, Geertruidenberg, de Baronie van Breda, het markgraafschap Bergen op Zoom en nog verschillende later ten onder gegane landen en plaatsen. De eerste bekende heerseres was een zekere vrouwe Geertruida, wier

vader een belangrijke post bekleedde aan het hof van de Frankische koning Clotarias.

Ze stierf in 664 op 33-jarige leeftijd, haar neef Witger volgde haar op en voerde voor het eerst de titel graaf, waardoor dus ook het graafschap Strijen ontstond.

Na hun heersten nog verschillende graven Witger over dit Strijense land (Witger V, overleden 950), terwijl ook enkele gravinnen er de scepter zwaaiden.

Tenslotte werd het graafschap in 1039 in twee delen verdeeld, waarbij graaf Lambrecht heerser werd over de landen van Strijen, Geertruidenberg en Zevenbergen en zijn broer Hendrik het overige in handen kreeg.

Willem van Strijen (± 1290) regeerde als laatste graaf en verdeelde het overgebleven gebied van het graafschap onder zijn drie dochters, waarvan Alijt het erfdeel Strijen kreeg. Zij trouwde met heer Nicolaas van Putten en werd dus tenslotte vrouwe van Putten en Strijen. Ze overleed in 1316 en heeft met haar man een mooie graftombe in de kerk van Geervliet. De heerlijkheid Strijen stond tenslotte, evenals de overige

onderdelen van het vroegere graafschap samen met nog een paar kleine, in 1421 verdronken, ambachten, alleen en zelfstandig en werd uiteindelijk in de Groote of Zuid-Hollandsche Waard opgenomen (1290 en volgende jaren). En ook dat deel van de waard werd weer naar de oude plaats Strijen genoemd: de Strijensche Waard.

Dat het oude Land van Strijen een grote omvang had, bewijst wel dat in 1289 onder Oosterhout, benoordoosten Breda, het "Huis te Strijen" werd gebouwd.

Bekende mannen, die, tot de ondergang van de Strijensche Waard bij de St.-Elisabethsvloed, als ambachtsheer dit erfgoed als heerlijkheid door huwelijk verkregen, waren Zweder van Gaesbeek en daarna Jacob van Gaesbeek.

Heer Jacob werd in 1400 heer van Strijen en ook aan zijn beleid is voor een deel de uiteindelijke ondergang van de Waard toe te schrijven. Men noemde hem de prins van Gaesbeek. Heer Jacob van Gaesbeek, heer van Strijen, overleed kinderloos in 1459 en met zijn dood kwam de heerlijkheid, en ook Putten, aan de Grafelijkheid van Holland. Er was wat Strijen betreft aan de riddertijd een einde gekomen.

De gemeente Strijen (zoals we die nu kennen) omvat het dorp, gelegen in het punt van samenkomst van vier polders: nl. het Oudeland van Strijen (1436), Oud Bonaventura (1471), Nieuw Bonaventura (1593) en het Land van Essche (1599), verder Strijensas aan het Hollands Diep en tenslotte de buurtschappen Mookhoek, de Steenplaats, de Klem en de Oudendijk. Tot in de vorige eeuw sprak men nog over "het Land van Strijen" en men bedoelde hier dan mee de gemeente Strijen, Strijensas, 's-Gravendeel en Leerarnbacht, Nurnansdorp, Klaaswaal. Westrnaas, Greup en een deel van Maasdam. AI deze plaatsen vormden samen de baljuwschap van Strijen met als hoofd dus de baljuw uit deze plaats met zijn zeven "leenof mansmannen". Deze acht personen werden door de landsregeringgekozen en maakten de zgn. "Hooge vierschaar" van Strijen uit. Dit hogere rechtscollege sprak onder meer recht

in strafzaken, waarin schout en schepenen der in de omtrek liggende dorpen geen bevoegdheid meer hadden. De "leenmannen" waren tevens schepenen van Strijen, want het dorpsbestuur bestond hier weer uit een schout en (gezien de belangrijkheid) een veertiental schepenen, waarvan er zeven regeerden en zeven plaatsvervangers waren.

Zo was de heerlijkheid Strijen in 1459 eigendom van de Grafelijkheid geworden. Dit feit deed nogal wat stof opwaaien. De stad Dordrecht nl. meende als hoofdstad van Holland en zetel van de baljuwschap van Zuid-Holland, dat Strijen vanuit de Merwestad bestuurd moest worden. In een felle rechtszaak werden de Dordtse aanspraken echter nietig verklaard.

In 1731 kwam bij een verkoop de heerlijkheid Strijen voor het eerst in particuliere handen en wel van de ambachtsheer mr. Mattheus Lestevenon, wiens latere familie de heerlijkheidsrechten nog jaren heeft bezeten. In de negentiende eeuw werd de bekende Dordtse familie Stoop eigenaresse.

Het oude reeds uit de zeventiende eeuw daterende raadhuis bevatte onder andere drie geheel van de buitenwereld afgesloten ruimten voor het opbrengen van boosdoeners en in Strijen ongewenste gasten.

De hervormde kerk werd zo goed als zeker in het jaar 1511 gesticht, dus slechts zeer kort voor de hervorming. Strijensas is een zelfstandige gemeente geweest en kwam in 1855 onder Strijen.

Al deze gegevens zijn overgenomen uit het boek "van Grooten Waert tot Hoeksche Waard" door M. Allewijn.

Veel zou er nog te vertellen zijn van Strijen, zoals de St.Elisabethsvloed in 1421 en de vreselijke brand van 1759 waardoor een zeer groot deel van het dorp in de as werd gelegd.

Rest mij nog, ieder die me met raad en daad hebben bijgestaan dit werkje tot stand te brengen, heel hartelijk dank te zeggen.

1 Rechts op de foto ziet u het oude raadhuis met daarnaast het vroegere diaconiehuis. Deze opname is genomen bij het Onafhankelijkheidsfeest in 1913. De vrouw midden onder de boog is mevrouw Meerdink met op haar arm haar oudste zoon Arie, thans woonachtig in Dordrecht.

2 Eerste-steenlegging van het nieuwe raadhuis (ontwerp van Dirk Visser in opdracht van D. H. Lammers; dagelijks opzichter J. van Soest). Het oude raadhuis heeft bestaan tot 1926, daarna werd het afgebroken. Op de foto het gemeentebestuur: van links naar rechts zien we secretaris D. J. Wijkniet. Sch. Overwater, N.N., P. S. Overwater, burgemeester Fokker; daarachter P. Quartel, N.N., opzij J. van Soest, Abr. Reedijk, daarachter H. v. d. Nadort, L. Bouman en C. Vos. Op de achtergrond staat de hervormde pastorie van ds. Crousaz.

STRIJEN Herksiraat

3 De Kerkstraat vanaf de Nieuwestraat. Links ziet u de slagerij van R. van Coevorden. Naast de kerktoren staat het brandspuithuisje en rechts vooraan het renteniershuis van Adr. Noorlander (overgrootvader van E. W. en T. Noorlander). Het vijfde huis van rechts was het huis van familie Iz. Diepenhorst thans Salvatori.

4 Kerkstraat anno 1924. Het hoge huis links in het midden is het notarishuis van notaris A. A. van Haaften.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek