Suameer in oude ansichten

Suameer in oude ansichten

Auteur
:   T. de Groot
Gemeente
:   Tytsjerksteradiel
Provincie
:   Fryslân / Friesland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5460-4
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Suameer in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

INLEIDING

Suameer dankt zijn naam aan het meertje "de Sudermar", dat later in het Bergumermeer is opgegaan. Behalve dat in 1989 de Nederlandse plaatsnaam Suameer in het Friese Sumar veranderde, is er de laatste 150 jaar in het dorp ook veel veranderd.

Suameer is als agrarische nederzetting ontstaan. De boerderijen lagen langs de wegen, maar ook diverse buurtschappen zoals Landsburen, de Harste , "Suameerder Tieke" en Heidhuizen (Sumarreheide) behoorden tot Suarneer. Na 1850 nam de bebouwing toe. Bij de kerk vormde zich een kleine dorpskern. Op de heidegronden, ten widen van het dorp, stonden aan het begin van deze eeuw veel spitketen. Nadat de heide was ontgonnen en er verharde wegen waren aangelegd, maakten de spitketen plaats voor kleine woudhuisjes en ontginningsboerderijtjes.

De boerderijen waren meestal gemengde bedrijven. In de plaatselijke korenmolens werd het graan gemalen. De bouwgronden verdwenen geleidelijk, zodat deveeboeren overbleven.

Suameer had veel ambachtslieden. Zo waren er bakkers, slagers, molenaars en timmerlieden. Tevens oefenden de smid, de schoenmaker, de kuiper, de klompenmaker, de kapper en de schilder er hun yak uit. Diverse mensen hadden een kruidenierswinkeltje. Verder woonden er nog beroepsvissers in het dorp.

De aanleg van de tramlijn betekende een hele vooruitgang. De industrie werd gevormd door de Zuivelfabriek, de N.T.F. en de Cichoreifabriek. Na de Tweede Wereldoorlog werd er langs het Prinses Margrietkanaal een industrieterrein aangelegd. Door de ligging van dit kanaal is Suameer een zelfstandig dorp gebleven.

Dit boekje geeft een beeld van ons dorp in de peri ode 1880-1940. Voor de teksten hebben we gebruik kunnen maken van de kranteartikelen van Foppe de Boer en van gegevens uit boeken over de Christelijke School, de N.T.F. en Dorpsbelang. Ook de verhalen van veelal oudere bewoners zijn in de teksten verwerkt.

Wij danken hierbij iedereen die het ons mogelijk heeft gemaakt om dit boekje samen te kunnen stellen.

Sumar, juli 1992

T. de Groot Sj. v/d Meer I. Krol

1. De heide. We beginnen onze tocht door oud-Suameer aan de Bosweg bij de Garijperhoek. Deze weg is bij vele mensen beter bekend als de Trambaan. Van 1896 tot 1947liep hier de stoomtramlijn Drachten-Suameer-Veenwouden. Links naast de rails was een zandpad, waarover voetgangers, fietsers, handkarren en paard-en-wagen hun weg konden vervolgen. Aan het begin van de Bosweg staat links een boerderij. Het zandpad liep hier achterlangs, waarna het op de Achterwei aansloot.

Even verderop treffen we aan de linkerkant van de weg in het landschap een met bomen omringde verhoging aan. Hier heeft tot het eind van de jaren vijftig dit huisje gestaan. Het is waarschijnlijk een dubbele woning geweest. De kinderen zijn onbekend.

In 1918 verkocht Jan Hendrik Wagenaar het huis aan Wierd Melles de Boer. Daarna hebben er nog veel, meest kinderrijke gezinnen in het pand gewoond, te weten Ybele Spinder, Durk Halbesma sr., Fokke Adema, Tjeerd Hidderna, Gerrit van der Heide, Jan Dijkstra, Wybren de Boer, Hendrik de Boer, Beint en Marie, Hessel en Griet en Sjoerd Spijkstra.

Een bewoonster zette regelmatig koffie voor de werklieden, die in dienst van de Tramwegmaatschappij werkzaam waren in de "Tramgatten" achter haar woning. Op een gegeven moment weigerde ze dat nog langer te doen, waarna lijnwerkersbaas Jan de Groot haar de stuipen op het lijf joeg door haar mede te delen dat een nieuw aan te leggen zijspoor dwars door haar woning zou voeren. De woning moest dan gesloopt worden. Nadat de vrouw toegezegd had weer voor koffie te zullen zorgen, had de lijnwerkersbaas zijn doe I bereikt.

Op de uitgestrekte heide heerste vaak armoede. Met het openen van een winkeltje probeerde men het financieel wat beter te krijgen. Ondanks hun armoedig bestaan vormden de heidebewoners een hechte gemeenschap. Ze waren onderling met hun bijnaam vaak beter bekend dan met hun eigenlijke naam.

Vele zandpaden doorkruisten de heide en men haalde het drinkwater meestal uit de plaatselijke dobben of poelen. De plaggehutten en andere arrnoedige onderkomens zijn reeds lang verdwenen. Tegenwoordig is Sumarreheide de meest geliefde woonstreek in ons dorp.

2. Grondwerkers. Deze groep grondwerkers, in dienst van de Nederlandse Tramweg Maatschappij , verrichtte zo rond de jaren twintig/dertig werkzaamheden op de zandgronden achter de woning die op de vorige pagina staat afgebeeld. De mannen groeven het zand af, waarna het in gereedstaande, grote, platte wagons werd gestort. Deze wagons stonden op een klein zijspoor en zijn achter de werklieden nog net zichtbaar.

Ais er een stuk grond afgegraven was, verplaatste men het zijspoor, waarna de werkzaarnheden hervat konden worden. Door deze zandafgravingen ontstonden de zogenaamde Tramgatten. Deze met water gevulde gaten waren een prachtige speelplaats voor de jeugd uit de omgeving.

De tramlocomotief zorgde ervoor dat de volgestorte wagons over de hoofdtramlijn naar de plaats van bestemming werden gebracht. Met het zand herstelde men verzakkingen die aan de tramlijn Drachten-Veenwouden waren ontstaan.

In de Tweede Wereldoorlog zijn de "Tramgatten" volgestort met zware kleigrond. Deze grond werd per tram aangevoerd. Ze was afkomstig van het in aanleg zijnde Leeuwarder vliegveld. Hierdoor zijn er op de schrale zandgrond een paar zeer vruchtbare perce len land ontstaan.

Op de foto staan, van links naar rechts: lijnwerkersbaas Jan de Groot, Gerrit Elverdink, Albert de Boer, waarschijnlijk Pieter Spijkstra, Folkert de Boer, onbekend, onbekend, Melle de Vries (met pet), Andries de Boer, onbekend, onbekend, onbekend, onbekend en Meint Boonstra.

3. Arbeid. Deze ploeg arbeiders kijkt even op als ze in 1920 op de foto worden gezet. Daarna gaan ze weer door met de herstelwerkzaamheden aan de tramlijn. De bielzen en rails lagen namelijk op de losse zandgronden. Door het gewicht van de zware tram ontstonden er geregeld verzakkingen aan de tramlijn.

Gerrit Elverdink staat op de voorgrond. Met behulp van een houten balk krikt hij de verzakte rail omhoog, waarna andere werklieden het gat met zand opvullen.

Op de foto zijn, van links naar rechts, Jan Boonstra en Kees Vegelin te zien. Doordat deze laatste zich net omdraait, is zijn gezicht onherkenbaar geworden. Vervolgens Marten de Boer, die met vrouw en kinderen in het tramstation woonde. Het beheren van het station was geen vetpot, zodat De Boer ook grondwerkzaamheden voor de tramwegmaatschappij verrichtte. Zijn vrouw verkocht in het tramstation aan de reizigers de tramkaartjes. Zoon Foppe is vooral bekend geworden door de vele artikelen over zijn jeugdjaren in Suameer. Naast Marten de Boer staan Andries de Boer, Gerrit Elverdink, Albert de Boer en Abraham Atema.

4. Gereformeerde kerk. Na de Bosweg vervolgen we via de Polderdijk onze tocht door Suameer. Vanuit zuidelijke richting slaan we de Heerenweg in. Dit was vroeger een onverharde hoofdweg, die via Drachten naar Heerenveen leidde. Links van de weg staat een burgerwoning met de naam "Oost west, thuis best". Dit is het restant van een rond 1897 gebouwde gereformeerde kerk. Deze oude situatie is op de foto vastgelegd.

In het rechter gedeelte was eerst een smederij gevestigd. Smid Dijkstra woonde met zijn huishoudster Aaf Tip in de naastgelegen woning. De smid werd ook wei met de bijbelse naam Tubal Kain aangesproken. Een toepasselijke naam, als men weet dat Tubal Kam de vader van de smeden (allen die koper en ijzer bewerken) was. Vervolgens werd in het gebouw een kerkje opgericht, waar evangelist Joute van der Meer preekte. Deze man he eft veel voor de heidebewoners betekend. Zo heeft hij er me de voor gezorgd dat de huidige Joute van der Meerweg over de woeste heidegronden naar Garijp werd doorgetrokken.

Achter het linkerraam had Joute van der Meer zijn studeerkamer. De twee andere ramen waren van zijn woonkamer. Hidde Houwink was er koster.

Toen in 1911 de huidige gereformeerde kerk aan de Heerenweg werd gebouwd, kreeg dit kerkje een andere bestemming. Jan en Joukje Adema startten een kruidenierswinkeltje in het pand. Zij hadden vier kinderen.

De linker woning werd door de weduwe Bloemhof en Gooitske Hoekstra bewoond. Via de steeg bereikte men de achterzijde van het huis, waar nog een woonvertrek was. Later werd deze ruimte door Jan Adema als opslagruimte gebruikt. Weer later woonden Oeds en Rinskje Klompstra in de linker woning, terwijl Teye Adema met zijn vrouw Anne de woning van zijn ouders betrok.

Broer Willern Adema woonde bij het echtpaar in. Met een koffer vol handelswaar achter op de fiets verdiende hij de kost. Zo verkocht hij onder andere kamfer, elastiek en stopgaren.

De linker woning is afgebroken; het rechter gedeelte staat nog in verbouwde vorm aan de Heerenweg. De kinderen op de foto zijn onbekend.

5. Heideschool. Even verderop zien we, verscholen onder een grate klimop, aan de Heerenweg nr. 42 het overgebleven gedeelte van wat eens de Heideschool is geweest. Op de foto staat de onderwijzerswoning op de voorgrond met rechts achter een van de drie lokalen die de school telde.

Toen rond 1870 de heidegronden rondom Suameer ontgonnen werden, nam de bevolking toe. De kinderen kregen behoefte aan onderwijs, waarna het gemeentebestuur in 1875 besloot aan de Heerenweg een school op te richten. Dagelijks kwamen vele kinderen via de vele zandwegen en de zogenaamde houtsjepaden lopend naar school. "Houtsjepaden" waren smalle looppaden die in de loop der jaren in het landschap ontstonden. Over de sloten werden een paar planken gelegd, waarover men zijn weg kon vervolgen.

De Heideschool heeft bijna zestig jaar bestaan. Naast het andere onderwijzend personeel zijn er in die jaren elf hoofdmeesters geweest. Een paar namen zullen bij de oudere inwoners van Suameer nog wei bekend zijn. Van 1882 tot 1890 was Kornelis Lieuwes de Vries hoofd van de school, waarna hij naar de school in het dorp werd overgeplaatst.

Hoofdmeester Jogchum Leistra kwam in 1903 en bleeftot 1924. In die periode, in 1907, werd de school vernieuwd. Van 1924 tot 1931 was Sikke v.d. Meer de hoofdmeester. Ook hij werd overgeplaatst naar de openbare school in het dorp.

Het laatste hoofd van de school was M. de Jong. Hij kwam in 1931 en vertrok op 1 april 1934 naar Oostermeer. De gemeente had namelijk op 3 oktober 1933 besloten dat met ingang van het nieuwe schooljaar , dat toen nag in april begon, de school zou worden opgeheven. Door de opheffing van de Heideschool steeg het aantalleerlingen van de openbare school in het dorp in 1935 natuurlijk enorm. Zowel in de onderwijzerswoning als in de verbouwde klaslokalen kwamen daarna gezinnen te wonen. Laterwerd aileen de waning nag als zodanig gebruikt. De oude school diende als opslagruimte.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek