Suameer in oude ansichten

Suameer in oude ansichten

Auteur
:   T. de Groot
Gemeente
:   Tytsjerksteradiel
Provincie
:   Fryslân / Friesland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5460-4
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Suameer in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

6. Gereformeerde kerk. Toen aan het begin van deze eeuw de Gereformeerde Gemeente groeide, werd het kerkje aan de Heerenweg te klein om aan aIle kerkgangers een zitplaats te bieden, Daarom besloot men een nieuwe kerk te bouwen. Dit geschiedde op een stuk grond, beschikbaar gesteld door Albert Bosma.

De Gereformeerde Kerk had, in tegenstelling tot de Hervormde Kerk, geen bezittingen zoals landerijen en boerderijen, Daarom hebben de gemeenteleden zelfhet benodigde geld bijeengebracht om de kerk , de aangebouwde kosterswoning en de pastorie te laten bouwen.

Evangelist Joute van der Meer legde in 1911 de eerste steen. Op de gevelsteen die in de muur van de kerk gemetseld is, staat: De eerste steen gelegd door J. v.d. Meer I Voorganger der gemeente, 5 october 1911 "Rehobooth" I Want nu heeft ons de Heere ruimte gemaakt.

Joute van der Meer kwam in de nieuwe pastorie te wonen en preekte tot 1923 in deze kerk.

Op de foto staat het gebouw nogzonder zijvleugels afgebeeld. Deze werden er rond 1930, ter hoogte van het derde raam rechts, bijgebouwd. Aan de linker zijde van de kerk zit een gebouwtje, waarin de jongeren de catechisatielessen volgden. De kosterswoning was ertegenaan gebouwd. Het kostersechtpaar Reinder en Sietske van der Veen heeft van 1912 tot 1962 zijn werkzaamheden voor de kerk verricht. Met hun negen kinderen bewoonden ze de eenkamerwoning met een aangebouwd keukentje. Behalve koster was Reinder van der Veen ook leedaanzegger en bode. Hun woning is thans tot verenigingsgebouw verbouwd. De keuken werd door een moderner exernplaar vervangen.

In de kerk bevonden de kerkbanken zich aan weerskanten van het middenpad. De mannen zaten links en de vrouwen rechts. De kolenkachel stond in het middenpad. Deze is later door een petroleumkachel vervangen. In 1966 werd er voor in de kerk een nieuw orgel geplaatst. Het oude beyond zich achter in de kerk. Bij een grondige verbouwing in 1979 werd centrale verwarming aangelegd. De twee rijen banken werden vervangen door een lange rij zitplaatsen.

In de kerk hangen nog drie oude zogenaamde collectepongen, die werden gebruikt om onder de kerkgangers te collecteren. Er zitten meterslange stokken aan en op iedere "pong" staat een letter. De letter A gaf aan dat de collecte voor de armen was, de letter K betekende dat het voor de kerk was en de C was een algemene collecte. Omdat renovatie van de pastorie een kostbare zaak zou worden, is deze in 1988 afgebroken en door een nieuwe vervangen.

7. De zuivelfabriek: Schuin tegenover cafe "De Harste" werd in 1908 door de heren Hulshof, Van der Sluis en Pieter de Boer deze zuivelfabriek opgericht. In 1912 ging het bedrijf over naar de Leeuwarder N. V. Lijempf. Pieter de Boer was van het driemanschap overgebleven en hij kwam als beheerder in dienst van de nieuwe eigenaar. Hij woonde in het pand links van de fabriek. Ook een aantal andere woningen was eigendom van de fabriek en werd door de arbeiders bewoond.

De zuivelproduktie verplaatste zich geleidelijk aan van de boerderijen naar de zuivelfabrieken. Vanaf die tijd vervoerde men de melk in bussen naar de fabriek. Verschillende mensen hadden een melkrit. Twee maal daags haalde men met paard-en-wagen de volle melkbussen op en bracht men lege terug naar de boer. Vanuit de dorpen Suameer, Garijp, Oudega, de Tike, Oostermeer en Eestrum werd de melk aangevoerd, waarvan men vervolgens boter en kaas bereidde.

Heidebewoners Douwe en Baaije Sjonger hadden zo'n melkrit. Een opmerkelijk feit was, dat niet Douwe, maar Baaije met het witte paard voor de wagen de melkbussen ophaalde. Ze was oersterk en verzette kerelswerk. Toen een werknemer van de fabriek haar beledigde, nam Baaije dat niet. Ze haalde haar mes (merk F. Herder) onder haar schort vandaan en achtervolgde de man in de fabriek. Door zich in een kaasbak te verstoppen kon hij aan Baaije ontkomen.

Op de foto staat de helft van het personeel op de melkontvangst. De melkbussen konden hier vanaf de wagens worden opgetild.

Van links naar rechts staan: directeur Pieter de Boer, Rijpke Paulusma met naast zich (in het wit) zijn vader Wijbren Paulusma, Auke de Jong staat tussen hen in. Hij werkte op het laboratorium. Naast Wijbren staat zijn broer Jakob Paulusma, gevolgd door kaasmaker Dirk Vos. De man met de armen gekruist over de ijzeren leuning is Jentje Wijkel. Hij had geheime krachten en deed aan spiritisrne, waarmee hij de heidebewoners de stuipen op het lijfkon jagen. De man met de pet is Jan Teunissen. Naast hem staat assistent Ete van der Wal. Kaasmaker Ype Postma is de laatste man. In de deuropening staat botermaker Tjeerd Heidstra.

In 1931 sloot de fabriek van de ene op de andere dag de poarten. Directeur De Boer vertrok naar Augustinusga, waar ook een Lijernpf-zuivelfabriek was. Thans is matrassenfabriek Minerva in het pand gevestigd.

8. Bakker. Aan het einde van de Heerenweg slaan we rechtsaf de Lansbuorren in. Bij de boerderij van de familie Witzenburg, met het huisnummer 10, treffen we bakker Jan Boersma aan. Iedere dag, behalve op woensdag, ging hij met dit paard en zijn wagen langs de klanten om zijn bakkersprodukten uit te venten,

Doordat er zes bakkers in Suameer waren, was de con curren tie groot. De bakkerij van Boersma stond in het dorp aan de Greate Buorren nr. 1. Daartegenover was de bakkerij van de weduwe Rinzema. Verder had je aan de Joute van der Meerweg de bakkerij van Martinus Elverdink en aan het einde van de Heerenweg (bij de Tike) was de bakkerij van Douwe Welling. Bakker Douwe Bouma woonde in het dorp aan de Achterwei, terwijl bakker Jacob van der Wal aan de Damsingel zijn beroep uitoefende.

Toen J an Boersma omstreeks 1952 zi j n werkzaamheden beeindigde, heeft Rode van der Vegt, als bakker in dienst van de weduwe Rinzema, de kar van Boersma nog een aantal jaren bij het venten gebruikt. Bij de brand, die eind jaren vijftig woedde in de schuur van de weduwe Rinzema, ging ook de aldaar gestalde bakkerskar in vlarnmen op.

9. Christelijke school. Op deze christelijke school hebben vele kinderen hunlagereschooltijd doorgebracht. Nadat dominee Frans Postma in 1908 de eerste bijeenkornst had georganiseerd om een dergelijke school op te richten, werden er al na een jaar aan de onverharde Greate Buorren een nieuwe school en een onderwijzerswoning gebouwd. Door het verkopen van aandelen was men aan de benodigde f 7000 gekomen. De school was gebouwd op een stuk grond genaamd "De Pollen". Eigenaar was timmerman Jelmer Slotegraaf. Op dinsdag 18 mei 1909 werd het uit drie lokalen bestaande gebouw door 671eerlingen in gebruik genomen. Deze foto is omstreeks 1930 gemaakt.

De man met de zwarte pet. rechts, is winkelier Sjouke Haarsma. Hij gaf de foto's uit en verkocht ze in zijn zaak. De jongen voor hem is Ids de Boer. Zijn ouders, meester en juffrouw De Boer, staan links naast hem. Het rneisje in de witte jurk, naast juffrouw De Boer, is Iepkje Kampen, dienstbode van de familie De Boer. Het meisje met de fiets is Fokje Haarsma; de jongen links van haar is broer Thijs; het meisje in de witte jurk is zus Lutske en de jongen naast haar is broer Hendrik. Zij waren de kinderen van Sjouke Haarsma.

Vanaf de opening van de school vormden meester Haarsma en juf Smeding het eerste onderwijzerskoppel. De opvolger van Haarsma was meester De Boer. Van 1921 tot 1939 was hij hoofd der school.

Financieel was het beslist geen vetpot. Men deed er alles aan om aan geld te komen. Zo werd het veldje achter de school voor f 15 verhuurd. De huurder moest dan wei geregeld de "husketonnen" legen. De lokalen werden ook aan de zang- en muziekvereniging verhuurd.

De leerlingen moesten school geld betalen en om kinderen van arme ouders de kans te geven het christelijke onderwijs te volgen, werd het suppletiefonds opgericht. Kaarten, zoals hier afgebeeld, werden met de tekst ooten voordeele van het Suppletiefonds" voor f 1,50 verkocht.

In 1918 werd mejuffrouw V.E. Ekkelboom als onderwijzeres aangenomen. Doordat ze maar liefst 45 .i aar les gat, is ze in het dorp een begrip geworden.

Het leerlingenaantal groeide. Daarom werd er in 1919 voor de 128 kinderen een vierde lokaal bijgebouwd. Hoewel de voertaal in Suameer Fries was, werd er op school Nederlands gesproken.

Toen in 1930 op de Tike ook een christelijke school werd opgericht, liep het leerlingenaantal in Suameer terug. Het feit dat de kinderen een paar nieuwe klompen kregen als ze zich aanmeldden op de Tike, zal daar zeker aan bijgedragen hebben.

De school werd in de oorlog door de Duitsers danig beschadigd. Bij de noodzakelijke verbouwing in 1948 is de fraaie gevel gesloopt. Toen in 1976 het nieuwe scholencomplex werd geopend, verloor de school haar functie. In 1980 is de school afgebroken, maar de onderwijzerswoning bleef behouden.

10. It bjinstap, Schuin tegenover de christelijke school stond een boerderij, waar deze dames woonden en werkten. De school is boven de schutting nag net zichtbaar. De vrouwen staan op het zogenaamde bjinstap, Oat was de plaats bij een boerderij waar de melkbussen en emmers werden gereinigd.

Toen in het voorjaar van 1920 de fotograaf langs kwam om een aantal foto's te rnaken, was er op dat moment onvoldoende zonlicht aanwezig om een goede opname te maken. Er zat voor de fotograaf niets anders op dan rustig te wachten. Op een gegeven moment wilde hij van het toilet gebruik maken. In die tijd was dat een houten .Jiuske" met een ton. Fetje Hoekstra, rechts op de foto, had het "huske" net van tevoren met water nat gegooid met de bedoeling het daarna schoon te maken. Toen de fotograaf naar het natte .Jiuske" ging, hadden de dames natuurlijk vee I plezier.

Op de foto staat links Froukje Hoekstra met een boterton in haar hand. De boterbereiding vond destijds op de boerderij plaats. Naast haar dienstbode Jitske. Met de boender al in haar hand zal zij de melkbussen schuren. Dit gebeurde met "beantsjesop" (bruinebonenvocht) dat in de schaal zat die achter Froukje op de grond staat. Het bonenvocht werd voor het schuren eerst met wit zand vermengd. Na het schuren legde men de bussen en emmers op het "amer-rak" (ernmerrek). Dit staat rechts op de foto. Als het begon te regenen haalde men de bussen snel binnen, omdat ze anders dof werden. Aan een bus hangt een litermaat (een .uningel' of een .,healmingel"). Dienstbode Jitske trouwde later met Jacob Hoekstra.

Rechts op de foto staat Fetje Hoekstra, zuster van Froukje. Zij waren de dochters van Melle en Trijntje Hoekstra, de bewoners van de boerderij,

Tussen de dames is een houten pomp te zien, zeals men die destijds bij vele woningen op het erf aan kon treffen. In 1964 is de boerderij afgebrand.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek