Suameer in oude ansichten

Suameer in oude ansichten

Auteur
:   T. de Groot
Gemeente
:   Tytsjerksteradiel
Provincie
:   Fryslân / Friesland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5460-4
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Suameer in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

21. Boerderij met gevelsteen. Op de hoek Knilles Wytseswei en Achterwei stand deze boerderij uit 1729. De andere foto toont de (gerestaureerde) gevelsteen die tijdens de bouw in de voorgevel is gemetseld. De betekenis van deze steen voert ons terug naar het begin van deze eeuw.

Het vee van de boeren in Suameer werd getroffen door miltvuur. Vele dieren stierven, hetgeen voor de veehouders een grote financiele strop betekende. Het vee van de toenmalige bewoner van deze boerderij bleef voor de ziekte gespaard. Andere boeren konden dat maar moeilijk verkroppen. Jaloezie stak de kop op en op een nacht gooide men besmet vlees door de raampjes de stal binnen. Men hoopte dat deze runderen ook miltvuur zouden krijgen, Dat gebeurde echter niet. Als dank hiervoor liet de boer de tekst "Als God met ons is Wie kan tegen ons (zijn)" in de gevelsteen aanbrengen.

De halve adelaar in het wapen duidt op het recht dat men als grondbezitter had om een rechtsambt te bekleden. Zo 'n recht werd geerfd, maar dat wilde nog niet zeggen dat men er ook gebruik van moest maken. De klaverblaadjes vertellen dat de eigenaar grondbezitter was. In de meeste gevallen bestond zijn veestapel uit runderen en schapen. Aan de letters en tekst is te zien dat het een oude steen betreft.

Rond 1930 werd de boerderij door Wierd Bouwes Bloemhof bewoond. Hij staat, gekleed in jachttenue , samen met huishoudster Rika voor zijn woning. Hij was boer, maar had tevens een kruidenierswinkeltje. Achter de houten toonbank waren planken aan de muur bevestigd, waarop de verpakte waren lagen. Op de vloer stonden grote bakken met losse grutterswaren. Deze werden afgewogen en verkocht in papieren zakken.In de hoek van de winkel beyond zich een grate ton met stroop. Petroleum werd in de stookhut naast de boerderij verkocht.

In 1934 is het pand door foeragehandelaar Arjen Venema gekocht. Deze verkocht oak brandstof, was cafebaas en had een transportbedrijf, Eerst vervoerde hij de goederen per beurtschip, later per vrachtauto. Hij was de grootvader van de huidige eigenaar, Rein Venema.

Arjen Venema verbouwde de boerderij grondig. Daarbij werd de gevelsteen uit de muur verwijderd. De steen is daarna weggegeven of verkocht aan Albert Bosma, die een boerderij bewoonde op de hoek Greate Buorren en Heerenweg. Bosma liet in 1936 twee boerderijen aan de Earnewarre in Garijp bouwen. In een ervan werd de gevelsteen geplaatst.

Van 1939 tot 1975 bewoonde Wietse Bouma deze boerderij. De gerestaureerde steen is in 1975 in zijn nieuwe woning aan de Ds. Minnemaweg 16 in Garijp geplaatst.

22. Reisvereniging . Rond 1930 gingen de dames van de reisvereniging eens per jaar een dagje uit. Per autobus werd Paterswolde of een besternming in Drenthe bezocht. De contributie bedroeg een dubbeltje per week. De reisvereniging heeft slechts een paar jaar bestaan.

Achterste rij , van links naar rechts: Antje Wijmenga, Sjoerdtje Pebesma, buschauffeur, Antje Elzinga, Baafke Boersma, Wietske Elzinga, Christien de long, Antje Fennema, Tietje Haarsma, Jantje Zijlstra, Grietje Boersma en Tietje van der Meer.

Voorste rij , van links naarrechts: Trijntje Kampen, Tietje Kampen, Maaike Slotegraaf, Bintje Vos, Aukje Wijngaarden Hartmans, Lolkje Boersma en Griet Venema.

23.1<nilles Wytseswei. De buurtvan Suameer kreeg in de jaren vijftig de officiele naam Knilles Wytseswei. De man naar wie deze straat is genoemd heeft jarenlang de grote boerderij bewoond, waarvoor koets en paard-en-wagen staan gestald.

Knilles Wytses van der Wal werd in 1837 geboren. Hij was boerenknecht en .Jiounebaes" (rneesterknecht over een ploeg veldarbeiders), die werkzaam waren op de tuinderijen van Teade Okkes Jansma. Nadat hij met behulp van natuurlijke kruiden schapen van rotkreupel had genezen en ook andere dieren van hun kwalen afhielp, kwam van het een het ander. Vele mensen wisten met hun kwalen de weg naar .Jiet boerke van Sumar" te vinden. Patienten kwamen van heinde en verre met hun paard-en-wagen ofhondekar de wonderdokter bezoeken. Meestal kon Knilles Wytses hen van winterhanden en -voeten, hoofduitslag of andere kwalen genezen. Arme mensen werden gratis behandeld en anderen betaalden hem op vrijwillige basis.

Toen in 1912 de stoomtramlijn Dokkum- Veenwouden via Suameer naar Drachten werd doorgetrokken, vervoerde deze dagelijks met een speciale tram vele patienten van Knilles Wytses. De meegebrachte f1esjes ochtendurine werden na het doktersbezoek door de patienten in de sloot geworpen. Het stukgooien van deze f1esjes was een geliefde bezigheid van de jeugd.

Buurvrouw Yke Fennema maakte van haar voorkamer een koffiekamer, waar de patienten op hun beurt konden wachten. Knilles Wytses is in 1905 aan een ongeneeslijke ziekte gestorven.

Kleindochter Lijsbeth Sibma, ook bekend onder de naam "Lyske Oalje", heeft na de dood van haar grootvader zijn werk voortgezet. Zij woonde aan het begin van de Bosweg in de eerste boerderij aan de linkerkant.

Achter de boom, links op de voorgrond, was de smederij van Siebe van der Vegt gevestigd. Dit was niet de rijwielhersteller, die reeds eerder is genoemd. Zijn werkzaamheden bestonden uit het beslaan van paarden, het repareren van gereedschap en wagens en het plaatsen van kachels. In de smederij brandde een met kolen gestookt vuur, waarin het ijzer werd verhit.

Na het overlijden van Siebe van der Vegt in 1910 nam broer Arend het werk over. Toen deze in 1912 overleed, zette broer Albert van der Vegt de smederij vo art. Hij bleef aan de Greate Buorren wonen. Hij overleed in datzelfde jaar. Ene Jan Wijma nam de zaak over. Hij werd door zijn zoon Louw opgevolgd. Deze bleef tot 1955 smid, waarna Thijs Haveman ruim dertig jaar lang dorpssmid was. De smederij is niet meer in bedrijf, maar de inventaris is nog helemaal aanwezig.

Jelke Bonnes Algra bewoonde de boerderij aan de linkerkant van de weg.

24. Muziekvereniging, In het weiland gelegen aan de Knilles Wytseswei, tussen de molen en de boerderij van Bijlsrna, heeft deze muziektent gestaan. Men had hem elders gekocht.

De muzikanten van muziekvereniging "De Eendracht" poseerden voor de fotograaf, toen zij na de Eerste Wereldoorlog in 1918 tijdens het dorpsfeest in de feestelijk versierde tent hun muzikale klanken lieten horen.

Op de achtergrond is nog een stukje van de boerderij te zien. De tent is allang uit ons dorp verdwenen. WeI is bekend dat zij ook aan de Achterwei heeft gestaan. Komende van de Greate Buorren stond zij achter de eerste boerderij aan de linkerkant.

Voorste rij , van links naar rechts: Melle van der Vegt, Jan Kampen, Michiel.Wijrna en Jochem Roorda. Tweede rij, van links naar rechts: Aarn van der Vegt, Eebe Elzinga, Jan Formsma, Siebe van der Vegt, Rinse Veldman (dirigent) en Johannes Wijngaarden Hartmans.

Boven, van links naar rechts: Lammert Landman en Rode van der Vegt.

25. De molen. De korenmolen "De Hoop" is gebouwd in 1847. Hoewel het nooit helemaal duidelijk is geworden waar hij eerst heeft gestaan, is het wei bekend dat de molen in 1867 aan het Mounepaed herbouwd is. Boven de zuidelijke toegangsdeur bevindt zich een herdenkingssteen uit dat jaar.

In 1867 had Geert Harmens de Jongvoor f 1 100 van landbouwer Jouke Petrus Bosma uit Garijp het perceel grond gekocht dat Grootmoleniand heette. De molen werd hierop gebouwd. Nadat in 1880 de molen door brand werd verwoest, liet Jacob Janus Formsma hem in 1882 herbouwen. Daarna zijn er nog diverse molenaars in ons dorp geweest.

Vooraan bij de heg staat molenaar Anne van der Wal. Hij was van 1923 tot 1947 de laatste beroepsmolenaar van Suameer. De man met de snor is onbekend. De meisjes zijn waarschijnlijk Dieke en Seaske, dochters van Rikus en Fetje de Vries. Deze veekoopman en boer woonde met zijn gezin tegenover de molen.

Het rechter pad leidde naar de molen. Het Mounepaed (links), oak weI Skeanpaed genoemd, loopt door tot aan de Damsingel. Het onverharde Mounepaed was aIleen voor wandelaars, fietsers en personen met kruiwagens begaanbaar. Bij regenachtig weer veranderde het pad in een grote modderpoel.

Met paard-en-wagen brachten de boeren hun tarwe en rogge naar de molenaar. Het aangevoerde graan werd in de molen tot meel vermalen. In zakken van 50 kilogram werd het vervolgens naar de bakkers gebracht. Het meel diende ook wel als veevoer. In kleinere zakjes werd het meel aan de dorpsbewoners verkocht.

Bij een sterfgeval in de molenaarsfamilie stond de molen in de rouwstand. De wieken stonden dan min of meer in de kruisstand. Bij vreugde werden de wieken in de plusstand gezet.

Vanaf 1956 heeft foeragehandelaar Jan Postmus de molen nag jarenlang als opslagplaats gebruikt. Voor een symbolisch bedrag van een gulden werd de molen in 1964 aan de gemeente verkocht. Na een grondige restauratie draaiden in 1976, na dertig jaar stilstand, de molenwieken weer.

Omdat het binnenwerk versleten was, wacht de 125 jaar oude molen op de volgende opknapbeurt.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek