Suameer in oude ansichten

Suameer in oude ansichten

Auteur
:   T. de Groot
Gemeente
:   Tytsjerksteradiel
Provincie
:   Fryslân / Friesland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5460-4
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Suameer in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

26. Knilles Wytseswei. Na een paar honderd meter draaien we ons om en zien we in oostelijke richting de Knilles Wytseswei voor ons liggen. Achter de wilgebomen op de voorgrond stond een huis met een aparte voor-, zij- en achteringang. Het werd door de broers Albert, Andries en Lammert de Boer bewoond. In het begin van de jaren zestig is het pand afgebroken. Thans bevindt zich op deze plaats een woning met cafetaria.

De boerderij van Rinze Formsma ligt achter de wilgen verscholen. Aan de kant van de weg staat een melkbus klaar om naar de zuivelfabriek gebracht te worden. Formsma werkte ook weI op de molen van molenaar Kuiper.

De volgende boerderi j van Eelke Stienstra is beter zichtbaar. In de derde woning heeft Knilles Wytses van der Wal zijn laatste levensjaren doorgebracht. De eerste steen werd op 23 mei 1903 door hemzelf in de muur gemetseld. Een gevelsteen van die datum bevindt zich nog steeds in de voorgevel van de woning. Het verhaal gaat dat Knilles Wytses ooit een Groninger here boer van een lastige kwaal heeft afgeholpen. De dankbare boer schonk toen aan zijn genezer deze woning. In 1905 is Knilles Wytses over/eden. Het huis ernaast met de lage dakgoot, bewoond door Theunis Mulder, is nog net te zien.

Ter hoogte van het paard-en-wagen stond een grate boerderij. Hier heeft Knilles Wytses jarenlang zijn praktijk als "wonderdokter" uitgeoefend. Na zijn verhuizing naar eerder genoemde woning, heeft de boerderij jaren leeggestaan. Later heeft Haije BJorn een tijdje in het huis gewoond. Vervolgens kwamen in de rechterkant van de boerderij Hendrik en Hendrikje de Vries te wonen. Hun buren aan de linkerkant waren Melle en Wietske de Boer. Zij waren tevens de laatste bewoners van deze boerderij.

Nadat de schuur door de harde wind was ingewaaid, is het pand later gesloopt. Op de vrijgekomen grond is inmiddels een nieuwe woning gebouwd.

De srnederij van Louw Wijma staat aan het einde van deze huizenrij.

27. Tramstation. We vervolgen onze weg in de richting van de Koekoek en slaan linksaf de Dr. Prinsweg in. Op het braakliggende stuk grand aan de noordzijde van de woningen hebben het tramstation en de lijnwerkerswoning gestaan. Daar woonde de lijnwerkersbaas Jan de Groot.

Deze foto dateert van 1896. Om een beeld te krijgen van de toenmalige situatie moeten we vanaf de Dr. Prinsweg in noordelijke richting kijken. Tussen de tram en het station is de molen van Aalfs te zien. Deze stond bij het kanaal. De stoomlocomotief staat aan de achterkant van het station. De passagiers gingen het station aan de andere kant binnen om een kaartje te kopen.

Machinist Stenekes en chef Van Lunzen staan links voor de opslagruimte van het station. De andere helft van het gebouw werd als dienstwoning gebruikt. De loketten zaten in het midden van het stationsgebouw. Voor de 12tonslocomotief staan klerk Posthumus en rechts conducteur Venema. De locomotief was een kleine Henschel nr. 11, gebouwd tussen 1881 en 1900.

Zowel tussen Drachten en Suameer als tussen Veenwouden en Dokkum reed een stoomtram. Toen de trammaatschappij de lijn Veenwouden-Suameer door wilde trekken, staken de hoge heren daar een stokje voor. Zij wilden geen stinkende stoomtram over de open bare wegen van Tietjerksteradeel. Op de arme Sumarreheide echter kon het monster maar weinig schade aanrichten yond men. Daarom werd in Suameer een overlaad- en overstapstation gebouwd. Van de stoomtram uit Drachten kon men overstappen op de paardetram naar Veenwouden. Het gebouw op de achtergrond is de tramremise met de paardestallen. De paardetram werd het "Kuperstramke" genoernd, naar de tramkoetsier Anne Kuipers. Hendrik Klaassen verzorgde de paarden.

In 1912 gingen de hoge heren overstag en kon de stoomtramlijn van Veenwouden naar Drachten worden doorgetrokken. Op de zijgevel van het station kwam "Suameer" te staan. Er heerste grote bedrijvigheid. Kalveren werden op hondekarren aangevoerd. Nadat ze in het gebouw op een grate houten bascule waren gewogen, konden ze per tram naar de Leeuwarder veemarkt worden vervoerd.

Voor de N.T.F. werden steenkolen aangevoerd en het geproduceerde meel werd naar de afnemers gebracht. Behalve bij de haltes stopte de tram geregeld op verzoek van de reizigers. Daardoor verliep de rit niet geheel volgens de dienstregeling.

De lijnwerkerswoning, achter het station nog net zichtbaar, is rond 1976 afgebroken. Het tramstation heeft jarenlang als dorpshuis dienst gedaan en is in juni 1985 afgebroken.

28. De Koekoek. Eens was dit een drukbezocht cafe, gelegen op de hoek Gravinneloane en DamsingeL Jan Roels Wijmenga kocht in 1889 deze herberg van Clemens Kaller. In het pand was ook een brandstofhandel gevestigd, die niet door Wijmenga werd voortgezet. Omdat de paardetram langs de herberg reed, kreeg het pand de naam "Tramzicht". In 1896 liet Wijmenga een veranda voor zijn herberg bouwen. Vermoeide reizigers konden hier even uitrusten. Toen in 1912 de stoomtram Dokkum- Veenwouden via Suameer naar Drachten werd doorgetrokken was dit gunstig voor Wijmenga. Aangezien men op de tram moest wachten deden vele reizigers dagelijks Tramzicht aan. Er reed zelfs een speciale Knilles Wytsestram. Mensen met allerlei kwalen brachten een bezoek aan deze wonderdokter.

Zo probeerde Jan Wijmenga, bijgenaamd Jan Toffel, samen met zijn vrouw Japke en hun acht kinderen een redelijk bestaan op te bouwen. Aangezien er nog zes kinderen bijkwamen, werd er een slagerij tegen de herberg aangebouwd. Vlees en drank waren van prima kwaliteit. Behalve herbergier en slager was Wijmenga ook boer en veehandelaar.

Tijdens Burgumer Merk kon het bijzonder druk zijn bij de herberg. Boeren en handelaren spanden hun paarden in de "trochreed" uit. Op de foto staat zoon Klaas Wijmenga met zijn paard voor de trochreed. Deze had deuren zowe I aan de voor- als aan de achterkant. Door paard-en-wagen bij Tramzicht te stall en ontweek men de grote drukte in Bergum. Bovendien hoefde men bij het tolhek geen tolgeld te betalen. Op dergelijke dagen bezorgde de bakker wei 400 broodjes bij de herberg.

In 1920 nam lOon Klaas de zaak over. Omdat de Wijmenga's ook wel "de Koekoekjes" werden genoemd, besloot Klaas de naam Tramzicht te wijzigen in "De Koekoek". Het schijnt dat vroegere bewoners van het pand een koekoeksklok bezaten.In die tijd was dat iets bijzonders en zo is men waarschijnlijk aan die bijnaam gekomen. De Gravinneloane wordt in de volksmond nog steeds Koekoeksreed genoemd.

Zoon Romke bezocht als slager dagelijks een grote klantenkring. Zijn tweelingbroer Gerrit heeft tot het laatst met zijn moeder, twee zusters en broer Klaas De Koekoek bewoond.

Op de foto uit 1915 staan Japke en Jan Wijmenga bij de veranda. De persoon achter Jan is onbekend, evenals de jongen en de man met de hoed bij de hondekar. Op de voorgrond staat Paulus Zandstra bij zijn door drie honden getrokken kar. Hij handelde in kippen en vodden.

In 1976 is het pand door de stichting "Behoud De Koekoek" gekocht. Erfgenaam Jan Romkes Wijmenga bezat de ene he 1ft en de andere helft kwam in handen van drie dorpsbewoners: M. Holwerda, R. Venema en J. Spijksma. Men heeft het pand grondig opgeknapt en thans doet het dienst als burgerwoning.

29. He! tolhuis. Zon 100 meter na de Koekoek stond aan de rechterkant van de weg een tolhuis. Van Dokkum tot Heerenveen kon men Iangs de hoofdwegen deze tolhuizen aantreffen. Een mooi voorbeeld hiervan is het toIhuis in het nabijgelegen Nijega.

De foto dateert van het begin van de jaren twintig. De Nederlandse Thermochemische Fabrieken ontbreken nog op deze afbeelding. Het linker huis staat er nog steeds en het werd indertijd door Siemen van der Wal bewoond. Hij was boer, maar werkte tevens in de cichoreifabriek. Deze fabriek stond op de plaats waar tegenwoordig de scheepswerf gevestigd is.

Tolgaarder Thijs van der Veen woonde met zijn vrouw Co be en hun aangenomen dochter Keunske in het tolhuis. Aan de voorgevel was een houten bakje bevestigd, waarin de toltarieven stonden vermeld. De zijkant hiervan is op de foto nog net zichtbaar. De toltarieven waren: paard-en-wagen of een hondekar: 2 1/2 cent; boer met een paard of een koe: 1 cent; fietsers en voetgangers: vrije doorgang.

Bij een gesloten tolweg werd de draaiboom over de straatweg gedraaid. Bij een geopende tolweg werd de boom aan een links van de weg staande paal bevestigd (zie foto). Naast het tolhek konden fietsers en voetgangers hun weg vervolgen zonder toigeid te betalen.

Soms werd het tolhek omzeild. Dan ging men met de hondekar of het vee over het Mounepaed. Dat was geen gemakkelijke rit. Het onverharde Mounepaed was slecht begaanbaar. Bovendien moest men nog over een plank die over een sloot, die het Mounepaed doorkruiste , lag.

Omdat tolgaarder Thijs van der Veen in dienst van de gemeente was, verrichtte hij ook wegwerkzaamheden. Zo herstelde hij verzakkingen aan het wegdek, maaide de berm en en zorgde voor de afwateringsgootjes langs de weg. Daarnaast ruimde hij de paardemest op, die de edele viervoeters op straat hadden achtergelaten.

In de jaren twintig werd voor het laatst tol geheven. Wegwerker Jeen Koopmans was de laatste bewoner van het tolhuis. In 1959 is het voorste (woon- )gedeelte van het huis afgebroken. Het verbouwde pand heeft daarna nog jarenlang dienst gedaan als opslagruimte en werkplaats voor Rijkswaterstaat.

In 1988 is het tolhuis afgebroken.

30. N. T.F .. Even voorbij het tolhek splitste de tram rail zieh in tweeen, Het reehter spoor loopt in de riehting van de Damsingel, terwijl het linker naar de Nederlandse Thermoehemisehe Fabrieken leidt: de N. T.F., in de volksmond vaak "stjonkfabryk" genoemd.

In 1912 kocht Charles Nijveen de boerderij die links op de aehtergrond staat. Hij had een paardenslagerij in Leeuwarden. Hij wilde zijn zaak uitbreiden en stelde daarom zijn zwager, varkenshandelaar Zilverberg, als zaakwaarnemer aan. De boerderij werd tot slagerij en rokerij verbouwd, waar zowellevende als dode paarden werden verwerkt. Op 15 april 1926 werd als eerste in Nederland dit destruetiebedrijf geopend. Jose Vigeveno en chemieus dr.ir. H.J. Prins waren de opriehters van het bedrijf. Men wilde hier uit vee en vlees, dat volgens de wet niet meer voor consumptie gesehikt was, eiwitten en vetten winnen, zodat deze waardevolle stoffen niet verloren zouden gaan. Voorheen werden de kadavers begraven of verb rand, hetgeen de volksgezondheid niet ten goede kwam. Bij de opening wilde men aan de genodigden de fabriek in werking laten zien. Daarvoor had men een kadaver nodig. Aangezien men tot die datum geen verpliehte aflevering had, kostte het nog heel wat moeite om daar aan te komen. Uiteindelijk kon men bij een boer, 25 km van Bergum wonend, voor vee I geld een reeds gevilde koe kopen, waarmee de werking van de fabriek gedemonstreerd kon worden.

N a de opening van de fabriek beheerde Riedstra in de boerderi j van Zilverberg het gereedsehapsmagazi j n. In de schuur was een huidenzouterij. Na bewerking gingen de huiden naar de leerfabrieken. De boerderij is na de oorlog afgebroken.

Het gebouw daarvoor is het extraetiegebouw. Hier werd met behulp van benzine het vet aan het meel onttrokken. Dit precede was brandgevaarlijk en de werknemers raakten soms bedwelmd door de benzinedampen. Tegenwoordig gebruikt men een andere methode om het vet van het meel te scheid en . Na de extraetiebewerking werden de grondstoffen tot eiwitrijk meel verwerkt, waarna het in bakken en zakken in de gebouwen op de voorgrond opgeslagen werd. Het meel wordt oak nu nog als mengvoer voor het vee gebruikt.

Met het per tram aangevoerde kolengruis werden de ketels in de fabriek gestookt. Tegenover de fabriek, waar nu het laboratorium is, stond de woning van JeUe Stoker, stoker in de fabriek. Het geprodueeerde meel ging per tram naar de afnemers, die vooral in de beginjaren moeilijk te vinden waren.

Anno 1992 is dit recyclingbedrijf niet meer uit OIlS dorp weg te denken.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek