Tegelen in oude ansichten

Tegelen in oude ansichten

Auteur
:   J.T.P. Thissen en J. Bartels
Gemeente
:   Tegelen
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1677-0
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Tegelen in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

IN LEIDING

Tegelen ontleent zijn naam aan het Latijnse woord Tegula. In de Romeinse tijd was er reeds een politiepost gevestigd. Overblijfselen van Romeinse ovens voor het bakken van kleiwaren getuigen van de hoge ouderdom van de klei-industrie ter p1aatse.

De Tegelse moederkerk van Sint-Martinus werd volgens de overlevering gesticht door de H. Plechelmus van St. Odilienberg. In de geschiedenis wordt vermeld dat de kerk in het jaar 986 overging van het aartsbisdom Keulen naar het bisdom Luik. Tege1en had lang een zeer voornaam aanzien door de drie adelijke kastelen, de Munt, de Holtmuhle en Wambach. De Munt is sinds 1875 een k1ooster. Wambach is sinds honderden jaren een hereboerderij, terwij1 de Holtmlih1e thans nog bewoond wordt door een kasteelheer. Tot aan de eeuwwisseling gaven de drie kastelen een bijzander luisterrijk cachet aan Tegelen.

Reeds in het jaar 1294 vinden wij "aen gen Steyl" aan de Maas een bijzondere bedrijvigheid, Daar was op de eerste plaats bij de uitmonding van het "Smalbroek" in de Maas een steil aangebracht, een soort afrastering in de Maas, waardoor de stroomopwaarts zwem-

mende vis een schuilplaats ging zaeken in het Smalbroek waardoor een prachtige visgelegenheid tot stand kwam. Verder was er de mergelhamer of mirgelhammer gevestigd waar de mergel verhandeld werd; er was ook de Gu1ikse ko1enwaag en landto1 gevestigd. Verschillende koopmanshuizen in de achttiende eeuw, acht in getal, brachten de nodige we1vaart. Hier was ook de haven voor het Guliker land, daar Tege1en bij het hertogdom Gu1ik behoorde. Venlo was Ge1ders en had aIle los- en laadrecht langs de Maas vanaf Mook tot aan de grens van Tegelen. Belfeld was eveneens Gelders en Roermond bezat het 10s- en laadrecht tot aan de zuidgrens van Tegelen.

In de kom van Tegelen nabij de St.-Martinuskerk woonden dicht bij elkaar de ambachtslieden. In een kring rondom de bebouwde kom 1agen verschillende grote en kleine boerderijen. De voornaamste waren: de Haanderthof, de Bakenbosch en de boerderij van Wambach. Verder waren bekend Bosserhof, Lingsterhof, Drumpse1hof (gelegen aan de Venlose zijde van de Broeklaan), Bongertshof (nu het woonhuis van architect Ververgaert in de Munstraat), Engerhof (aan

de Engerstraat) met daarachter Dieckerhof, Kruitserhof', (aen gen Kruits) en Companus of Paons op de Leemhorst, verder Merterhof gelegen aan de Oude Markt; van hieruit bereikte men in vroeger eeuwen de geerfdenmolen van de Munt, waaraan de naam "Molenpas", achter het Postkantoor nog herinnert. De Romeinse pannenindustrie was in Tegelen geheel verdwenen, maar de pottenbakkerijen bleven in stand. Zij exploiteerden bij traditie de oude kleiwinningen bij Egypte op de Oelesheide en bij de Leemhorst. De oudste pottenbakkerijen waren gevestigd in Overtegelen bij de Aalsbeek, thans Nabben genaamd. Vooral de pottenbakkerij aan de Middelt is van oudsher beroemd. De Tegelse pottenbakkerskunst is vermaard en het Pottenbakkersmuseum laat zien wat het voorgeslacht wist te presteren. De pannenindustrie herleefde vooral door toedoen van de hertogen van Gulik , waartoe Tegelen tot het jaar 1800 behoorde. Zij verboden steeds strenger de strodaken in het hertogdom. In de eerste he 1ft van de achttiende eeuw werd de beroemde Tegelse klei van de Oelesheide weer gebruikt voor de pannenindustrie, die gevestigd was op een terrein onder Kaldenkirchen, dieht bij de Tegelse

grens. Deze fabriek was voor het gemak daar gebouwd zodat de klei niet eerst bergaf naar Tegelen gevoerd hoefde te worden en de pannen naderhand niet weer bergop naar het Guliker land. In 1770 bouwden Kamp en Houba aan de Koekoek een pannenfabriek , die wel de stammoeder van de gehele Limburgse pannenindustrie genoemd kan worden. In 1853 bouwden Kamp en Soeten de eerste Tegelse IJ zerfabriek aan de Maas, de bakermat van de ijzergieterijen in NoordLimburg. De tabaks- en sigarenindustrie bestond reeds in het midden van de vorige eeuw maar ging een eeuw later" na een zeer grote bloei, kwijnen. Tegelen groeide vanaf 1875 van een plaats van ongeveer 2000 zielen, tot een dicht op elkaar gebouwd stadje met 18.000 inwoners. Van het oude landelijke schoon is veel verdwenen; toch is er nog heel veel moois bewaard: men denke aan Steyl, de orngeving van de Holtmiihle en de Uelesheide, nog rijkelijk de moeite waard er te vertoeven.

Wij danken in het bijzonder de heer Th.W.G. Driessen, emeritus-pastoor te Well (L), voor zijn medewerking aan dit boekje.

1. Zoals "De Munt" het kastee1 van Tege1en is, zo is de "H01tmiih1e" het kasteel van Overtege1en. De foto toont de voorzijde van het kasteel dat reeds vermeld wordt in 1326. In de vorige eeuw dreigde het tot een ruine te vervallen, maar de familie Louis de Rijk brak een gedeelte af en restaureerde het gedeelte dat thans nog te zien is. Het ligt met de achterzijde naar de straat en is door de aanbouw van keukens aan deze zijde het minst aantrekkelijk. Thans is het eigendom van de gemeente Tegelen, Het za1 zaak zijn, dit kasteel in zijn oude schoonheid te herstellen, De bijbehorende graan- en oliemolen met waterrad op de Aalsbeek ging reeds verloren. Het is te hopen dat de "Holfmiih1e" niet deze1fde ontluistering zal ondergaan a1s "De Munt", die eertijds binnen drie ringgrachten lag.

2. Het sterkc k astccl had niet aileen twec grate ingangspoortcn, waarvan u hier de Vcnlosc poort z ict, maar ook ccn vaste ommuring, die nog versterkt werd door de bcruchtc baron von Glazenap, k asteelheer in de ach t ticndc ecuw. Hij onderhicld zelf cen bende en was cen van de !cidcndc figuren van de "Bokkenrijders".

3. Vanuit de Kaldenkerkerpoort bereik te men via de Pilaers en de Hondsdijk Kaldcnkirchcn, waar de Tcgelse kastcelhcren in de zestiendc, zcven ticnde en achttiendc ccuw de gcreforrncc rdc k erk bcz ochten. Langs deze poort bcrcikt men ook de "Snelle Sprong", ccn br on, waaruit een buitcngcwoon f'ijn tafe1water bereid wordt dat sinds 1886 door de kastecleigenaars in de handel wcrd gcbracht, Dezc "Snelle Sprong" kent zijn oude sage en is gclcgcn tcrn iddcn van een prachtig bcschcrmd natuurgcbicd,

4. De Pilaers stonden tot 1971 bij de toegang over de buitengracht via de Kaldenkircherpoort. Wegens de aanleg van de streekweg moesten zij worden afgebroken, maar worden binnenkort, na de aanleg van een nieuwe buitengracht in de richting van het kasteel, herbouwd. Zulke forse "pilaers" stonden vroeger bij aIle vier de toegangswegen naar het kasteel "De Munt" als een prachtige markering van het landschap.

5. Links ziet u een gedeelte van de molenvijver, reehts het rentmeestershuis (later Faassen-Hekkens) , vervolgens het nieuwe en het oude "Muldershuis". Op de aehtergrond ligt het spoorwegviaduet van 1865. Het oude muldershuis is prachtig gerestaureerd door de familie Stroeken-Turnrner s, die hiermee een begin maakte met de algehele restauratie van het landgoed Holtmiihle.

6. De graan- en oliemolen bij de "Holtmiihle" heeft niet de naam gegeven aan het kasteel, dat zijn naam dankt aan zijn ligging in de bossen van de Mulgouw. In de rnolenvijver (rneulewierd) verzamelen zich verschillende beken uit het Belfelderbroek, van Malbeck en een gedeelte van het Grootbroek in Tegelen. In de oorlogsjaren 1914-1918 toen de molen haar oude doel verloren had, werd een turbine geplaatst voor opwekking van elektriciteit, waarmee een klein deel van Tegelen voorzien werd. De monumentale molen kon na een brand wegens gebrek aan deskundigheid niet worden gered.

7. Rechts van de Kaldenkerkerweg, vlak bij de grensovergang "Heidenend" lag het goed "Wambach". In 1326 werd het vermeld als een Cuycks leen. In de tachtigjarige oorlog werd het verwoest, maar in 1619 herbouwd. In 1774 volgde een uitbreiding. Na jarenlange verwaarlozing viel het kasteeltje onder de slopershamer en werd Tegelen weer een stuk armer aan landelijke schoonheid en romantiek.

8. "Rozenburg" was de naam van de villa van de familie Karel de Rijk-Verz ijl. Het is een mooi voorbeeld van de bouwkunst uit de jaren omstreeks 1840. Rozenburg was gebouwd op een terrein van het landgoed "Holtmiihle". De tuinen moesten worden prijsgegeven voor de aanleg van de spoorlijn in 1865. Dit typische gebouw werd in 1968 afgebroken.

8 afgebroken.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek