Warning: mysql_connect(): Headers and client library minor version mismatch. Headers:50156 Library:50527 in /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/database.req.php on line 15

Warning: session_start(): Cannot send session cookie - headers already sent by (output started at /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/database.req.php:15) in /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/require.req.php on line 2

Warning: session_start(): Cannot send session cache limiter - headers already sent (output started at /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/database.req.php:15) in /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/require.req.php on line 2
Uitgeverij Europese Bibliotheek | Ter Aar Langeraar Korteraar en Papenveer in oude ansichten | boeken | alfabetisch-overzicht
Ter Aar, Langeraar, Korteraar en Papenveer in oude ansichten

Ter Aar, Langeraar, Korteraar en Papenveer in oude ansichten

Auteur
:   L.P. Rietveld
Gemeente
:   Ter Aar
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5623-3
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Ter Aar, Langeraar, Korteraar en Papenveer in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

De plaatsen waar wij wonen, zijn aJ zeer lang bewoond. Dat is vrij zeker, omdat de Romeinen, toen zij 100 jaar v66r Christus hier kwamen, bij de Rijn bleven steken. Boven de Rijn woonden de "bovenrijnse volken". Dat waren Friezen, die een groot gebied boven de Rijn bewoonden, tot aan het huidige Denemarken toe. Hier waren ondoordringbare bossen, doorsneden door vele kleine en grotere stromen, zoals de Aar, de Doyssen, de Kromme Mijderecht en vele andere. Dat maakte de ondoordringbaarheid van het gebied nog groter; Claudius beschreef dit terrein als "Woud zonder genade". Ais je erin verdwaalde, was je je leven niet zeker, ten eerste vanwege de "wilde" Friezen, maar zeker niet minder vanwege de dieren die er woonden. Een geschiedschrijver zegt er dan ook over:

"Waer de beren grimden en de everzwijnen alsoo vreselijker gebaerden, dat de mensche er van gruwen mochte."

Deze bossen bestonden uit verschillende soorten bomen, uiteraard. Hier waren het voornamelijk eiken, maar waarschijnlijk waren er ook essenbossen (Esselijkerwoude) en wilgenbossen, al naar gelang de grond waarop ze stonden.

De legende zegt dat hier een heilige plaats was, Harago geheten. Midden in de bossen, misschien bij een grote eik, werden offers aan de goden gebracht, en goden waren er vele. Wodan, Donar en Freia werden vereerd; ook de dagen van de week zijn nog naar hen genoemd.

De mensen leefden voornamelijk van de jacht en de visserij, terwijl op kleine stukjes grond graan werd verbouwd; daartoe werden geschikte stukjes grand van hun bomen en struiken ontdaan, zoals ook nu nog in sommige landen gebeurt.

De Romeinen hadden allange tijd hun begerig oog laten vallen op dat .Jxwenrijnse". Langs de Rijn werden vele versterkingen gemaakt, waarvan Utrecht, Woerden, Zwammerdam, Alphen en Leiden (bij hun oude namen genoemd) enkele van de vele waren. Maar de Friezen hadden hun vrijheid te lief. Eindelijk gelukte het de Romeinse bevelhebber Drusus in het jaar 8 na Christus een verbond met de Friezen te sluiten. Deze

Drusus was een uitnemend strateeg. Hij verbeterde de verbindingen met het binnenland, liet vanaf Utrecht een kanaal graven richting het latere Amsterdam (Drususgracht), en volgens overlevering ook de Does (vanaf de Brasemermeer naar de Rijn bij Leiderdorp) en stichtte daar dan ook een versterking (de Doesburcht wat een verbastering zou zijn van Drususburcht). Een andere overlevering heeft het over Calslagen, een andere versterking en de Brittenburg bij Katwijk. Ook de oude Herenweg (of Heirweg) vanaf Alphen naar Amsterdam schijnt door de Romeinen aangelegd te zijn.

Ondertussen bleven hier de heidense godsdienstriten gewoon doorgaan: de Romeinen waren niet gekomen om hun godsdienst (ook heidens) te brengen: alles was tot meerdere glorie van Rome!

In het jaar 691 landt bij Katwijk een klein scheepje, met aan boord een missionaris: Willebrord wil hier het christendom brengen. Hij trekt de Rijn langs en sticht overal kapelletjes: in onze omgeving in Lithemonden (Leimuiden), Rinsaterwald (Rijnsaterwoude) en ook in Harago (Ter Aar, hoewel er gedachten zijn, dat Harago niet hier lag). Deze plaatsen noemt Willebrord in zijn zogenaamde Testament. Ook zegt de legende dat hij zeer verbolgen was over de "schandelijke practijken van het heidendom; er zouden zelfs mensenoffers gebracht worden". Hij zou dan ook een vervloeking uitgesproken hebben over deze "heilige wouden". Deze vloek werd tamelijk snel vervuld.

Het kapelletje van Willebrord zou hebben gestaan waar nu de hervormde kerk staat, maar heeft zeker niet lang bestaan. In het jaar 839 is er een zeer grate vloed, die de duinen doorbreekt. De gronden hier, toch al moerassig doordat de Rijn het water niet meer kwijt kon (bij Katwijk was de rivier dichtgeslibd). Hier stroomden al die zijriviertjes over totdat het water in het Spaarne een nieuwe uitweg naar zee yond. Hierdoor schijnt oak de kleistrook aan de westzijde van de Aar te zijn ontstaan. Vele bomen zijn toen verdwenen.

Erger nog was het in het jaar 860, het jaar van de Boomstorting. AIle bomen vanaf de kust tot Nijmegen werden geveld. In de jaren daarna kwam er wei nieuwe bebossing, maar in de volgende decennia waren er meer stormvloeden, die alles weer vernietigden. Hieruit verklaart men het ontstaan van de vele veengebieden hier.

De eerste keer dat Ter Aar genoemd wordt is in 1280, waar de tienden worden gevraagd ten behoeve van de kruistochten. Verder in 1285, als Diderick van Brederode de Landen van Voshol, waar Ter Aar waarschijnlijk reeds onder viel, ter Ie en krijgt. Ook krijgt hij toestemming hier een kerk te bouwen. Deze stond ongeveer op de plaats waar nu de hervormde kerk staat. De naam Ter Aar wordt in verschillende jaren anders gespeld, als Aere, Aeree, Aren, Arre of Are. AI deze namen hadden betrekking op het riviertje de Aa(r) , dat dwars door de gemeente stroomt. Aan de westzijde ligt de plaats over een langere afstand langs de Aar dan aan de oostzijde, vandaar de naam Langer- en Korteraar.

Waarschijnlijk in de 12e eeuw wordt de Aar al uitgediept om het overtollige water af te kunnen voeren; in 1365 wordt daartoe ook de Leidse Vaart gegraven, maar het kon niet verhelpen dat het land drassig bleef. De eerste molen hier is in 1570 gebouwd op Aardam, waar nu nog het sluisje en het gemaal staan, gelijkertijd werden de sluisvliet en de wetering gegraYen. Dat gaf al veer verlichting.

Ondertussen waren de mensen, omdat het beter betaalde dan de landbouwprodukten, turf gaan steken in de Middelpolder, (de polder tussen de Aardamseweg en de Leidse Vaart). Dat liep nogal uit de hand, omdat ieder maar op eigen houtje begon. In 1591 kwam dan ook de wet op de vervening en werd het groter aangepakt. De ene polder na de ander ontstond, met overal dijkjes. Ais er niets meer te vervenen was, werden de polders weer drooggemalen en ging men er weer landbouw op bedrijven.

In 1656 werd de Nieuwe Vaart gegraven, vanaf Papenveer naar

de Drecht. Er werd namelijk meer gebruik gemaakt van trekschuiten en zo was het mogelijk om vanaf Amsterdam naar Leiden te varen zonder die gevaarlijke Brasemermeer over te hoeYen. In 1664 kwam dan ook de eerste jaagschuit doorTer Aar, dat werd later de "Stoombootmaatschappij De Volharding", die tot de jaren 1920 nog gevaren heeft.

In Ter Aar stonden de meeste huizen oorspronkelijk in Langeraar, dat wil zeggen in de buurt van de oude parochiekerk (nu hervormde kerk). Deze kerk werd gebouwd achter de in 1517 gebouwde toren in de jaren 1566-1568. In 1586 ging deze kerk over in protestantse handen. In 1843 werd de kerk vervangen door de nu nog bestaande kerk.

De bewoning was hoofdzakelijk geconcentreerd in de huidige Vierambachtspolder, toen de Uitendse en Middelpolder; om en bij de kerk in de Kerkbuurt, verder bij de Aardamse molen en brug, die beiden al van verre oorsprong waren. Langs het kanaal aan de Kade (Oostkanaalweg) stonden enkele boerderijen, aan de Westkanaalweg (toen Jaagpad) was meer bewoning, ook iets van industriele aard. Op Papenveer was naast een cafe/wachtkamer voor het overzetveer wat bewoning bij het sluisje op het sluispad (het eerste gedeelte van het Kerkpad, dat vroeger maar een heel smal dijkje was tussen de uitgeveende plassen van de Noorderpolder). Bij de droogmakingen yond men deze polder niet belangrijk genoeg; er was trouwens ook heel wat bebouwing gekomen. Het oude Langeraar in de polder was namelijk na de overstroming van 1788, waarna de Vierambachtspolder werd gemaakt (uit negen kleine polders), geheel verdwenen, de mensen gingen toen in het huidige Langeraar wonen, in de buurt van de in de 17e eeuw opnieuw gebouwde (1628) rooms-katholieke kerk.

Langs de huidige Kerkweg stonden geen huizen. Ook dit was (na de vervening was de Korteraarse Polder een grote plas) maar een smal dijkje. In het huidige Korteraar stonden destemeer woningen; vele veenders vestigden zich hier, toen de Nieuwkoopse polder uitgeveend werd. Dit heeft geduurd tot

1797, toen werd begonnen met de droogmaking van de polder. Tussen 1809 en 1813 was de polder droog en werden de eerste oogsten gemeld. Maar het meeste land in die polder was eerst nog wei grasland. Deze polder werd tot 1894 nog met windmolens drooggehouden, toen werd het gemaal in Korteraar gebouwd: eerst op stoom, in 1921 door middel van een zuiggasmotorinstallatie, in 1940 met een dieselmotor.

In 1919 werd de kade Oostkanaalweg. Veel huizen die er toen stonden moesten worden afgebroken of naar achteren verplaatst ten behoeve van de verbreding. Ook werd er in dat jaar een aansluiting gemaakt met de Spoorwegen (station Papenveer) en kregen we hier elektriciteit.

In de tijd dat Korteraar nog zoveel woningen had, is er ook een roorns-katholieke kerk geweest, deze stond op het Oude Kerkpad. Ook de inwoners van het (verdwenen met de vervening van de Nieuwkoopse Polder) dorpje Schoot moesten hier naar de kerk. In het begin van de vorige eeuw is deze kerk verdwenen. Doordat er veel mensen uit Korteraar vertrokken (de vervening was geeindigd) was het financieel niet meer haalbaar een eigen kerk te hebben. De mensen werden verwezen naar Langeraar en moesten overvaren vanaf het Oude Kerkpad naar het Kerkpad. Wij vermoeden dat hieruit de naam Papenveer is ontstaan.

Aan het eind van de vorige eeuw legden de mensen zich hier hoe langer hoe meer op de tuinbouw toe. Vooral snijbonen, erwten en augurken werden hier geteeld. Eerst kwamen commissionairs, voora! uit Amsterdam, hier de groente opkopen, bij de tuinders eerst, maar in het begin van deze eeuw kwamen er verschillende tuinbouwveilingen. In 1931 fuseerden deze tot een grote cooperatieve veiling Ter Aar en omstreken. In de jaren zeventig is deze veiling verdwenen: er werden meer bloemen geteeld, die naar Aalsmeer verzonden worden.

Er waren nog steeds veel boeren. En er waren ook verscheidene kleine melkfabriekjes, evenals zelfkazende boeren, die met een zogenaamde kaasbrik hun produkten naar de kaas-

markt in Bodegraven brachten. In 1924 werden de melkfabriekjes samengevoegd tot de centrale zuivelfabriek "De Producent", die ook al weer zo'n twintig jaar geleden verdwenen is.

De Korteraarse Polder werd na 1884 drooggemalen. Op de Hoekse Aarkade kwam het gemaal "De Horde". Dit gemaal hield ook (door middel van duikers) de Bloklandse bovenpolderdroog.

Na de oorlog is Ter Aar goed uitgedijd, Waren er in 1940 nog geen 4000 inwoners (en een gezin van tien of meer kinderen was geen uitzondering) nu heeft Ter Aar ruim 9000 inwoners. In 1887 kwam het tot een breuk in de Nederlands Hervormde Kerk. In het hele land was er de zogenaamde Doleantie en ook hier onttrokken zo'n veertig gezinnen zich en stichtten de Gereformeerde Kerk. Zij bouwden een houten kerkgebouwtje op de plaats waar nu de Aigemene Begraafplaats is. In 1912 verrees de gereformeerde kerk aan de Aardam.

Industrie is er ook geweest, bekend waren de Machinefabriek Tensen, de Scheepswerf Marjella in Langeraar langs de Leidse Vaart en zoals we a! noemden de Cooperatieve Melkfabriek en de Centrale Cooperatieve Veiling Ter Aar. Verder waren er verschillende smeden, ook hoefsmeden voor de vele paarden; inleggerijen zoals de Zuid-Hollandse Inleggerij Gebr. Mank en de nu nog bestaande Koeleman en Uyttewaal en v.d. Pijl. Ook waren bekend het expeditiebedrijfBesemer en de Busonderneming Langhout (NAL). Er waren verschillende kleinere scheepmakerijen; nu is er nog Boxe aan de Hoekse Aar.

Maar de meeste mensen verdienden hun brood toch in de landen tuinbouwsector, terwijl ook enkele aanneembedrijven (metsel- en timmerbedrijven) mensen nodig hadden.

Nu is er in Ter Aar heel wat meer industrieel werk te vinden.

1. Een oude overzichtsfoto van Aardam: molen "De Vlinder" met de bijbehorende gebouwen en de oude houten klapbrug. De gereformeerde kerk is in 1912 gebouwd. De foto dateert van omstreeks 1910.

2. Een heel mooie opname van korenmolen "De Vlinder" uit het begin van deze eeuw. Deze molen werd in 1847 gebouwd, maar er hebben op deze plaats waarschijnlijk meer molens gestaan. Op een oude kaart van Floris Balthasar van Berkenrode uit 1615 wordt er al een molen aangegeven. In 1931 werd de molen van zijn wieken ontdaan en heeft nog lange tijd als elektrische maalderij dienst gedaan. In 1967 is de molen afgebroken: restauratie was onmogelijk.

3. Een foto van de oude houten klapbrug uit circa 1910.

4. Nog een mooie detailfoto van de oude houten klapbrug aan de Aardam. Hier zien we duidelijk het houten brugwachtershuisje, met daarachter molen "De Vlinder" in rust. Achter de brug nog de gevel van het "Grachtje", een rijtje eenkamerwoningen achter het water, dat om de molen en de andere huizen heenliep. Bij de mensen op de foto staat ook de heer C. Snijders, die vele jaren lang als politieman hier de orde moest bewaren.

5. Dit moet een van de laatste toto's zijn van de oude klapbrug over de Aar te Aardam, waarschijnlijk uit 1919. Achter de brug is het "Grachtje" al afgebroken ten behoeve van de bredere oprit van de nieuwe brug.

6. Een foto van het Jaagpad (Westkanaalweg), die wij zouden willen dateren omstreeks 1910. Het eerste huis was van het hoofd van de C.V.O. (School voor Christelijk Yolks Onderwijs, hier meer bekend als de hervormde school). De school lag achter het huis. Kort voor de oorlog is het huis vervangen (1937) door het huis waarnu de heer Van Eijk woont. Daarnaast het kleine huis met daarnaast een boerderij, die later ook vervangen werd; nu is daar het TweewielersbedrijfVan Eijk. Het dubbele huis daarnaast bestaat nog, maar is wei verbouwd. In het linker gedeelte (op de foto rechts) zit verzekeringskantoor v.d. Berg, en in het pand daarachter is nu het bedrijf Piet Hoogervorst. Het pand daarnaast van (Vrouw)Lamens. Daar he eft later de gemeentelijke zandopslagplaats gelegen, nu is daar de bibliotheek gevestigd.

7. Een tekening van de eerste kerk van de toen nog zo hetende Nederlandse Gereformeerde Kerk, na 1892 Gereformeerde Kerk van Ter Aar. De kerk werd in 1887 gebouwd op de plaats waar nu het kerkhof is. Omdat dir gebouw in de "bosjes" stond, werden de eerste gereformeerden Bosjesmensen genoemd. Toen in 1912 de nieuwe kerk op Aardam werd gebouwd, werd het oude gebouw verkocht aan de heer De Kleer, die er een zaadhandel in begon, verder ook aanverwante artikelen. De tekening is gemaakt door Carolien Peters.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek