Tiel in oude ansichten

Tiel in oude ansichten

Auteur
:   H. van Heiningen
Gemeente
:   Tiel
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2090-6
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Tiel in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

door

H. van Heiningen

Europese Bibliotheek - Zaltbommel MCMLXIX

W~OEN

OEKJE

ISBNlO: 90 288 2090 6 ISBN13: 978 90 288 2090 6

© 1968 Europese Bib1iotheek - Zaltbomme1

© 2009 Reproductie van de oorspronke1ijke druk uit 1968

Niets uit deze uitgave mag worden vervee1voudigd en/of openbaar gemaakt door midde1 van druk, fotokopie, microfihn of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schrifte1ijke toestemming van de uitgever.

Europese Bib1iotheek Postbus 49

5300 AA Zaltbomme1 te1efoon: 0418 513144 fax: 0418 515515

e-mail: pub1isher@eurobib.n1

INLEIDING

Het melodieuze carillon van de herrezen St.-Maartenstoren zou in het Tiel van rond 1900 een dankbaarder auditorium hebben gevonden dan in de jachtige werkstad van onze dagen. Al zou weldra de Tielse bankierszoon Ad Tilanus met de eerste stoomfiets de serene stilte verstoren, het nog nauwelijks buiten de eeuwenoude grachten gegroeide Tiel was en bleef voorlopig nog een intieme, sfeervolle en vooral rustige stad. In 1900 had Tiel 10.708 inwoners. Bijna dertig jaren waren er nodig geweest voor een bevolkingsgroei van 8.000 tot 10.000 inwoners en rneer dan dertig jaar zouden er overheen gaan aleer daarna de 12.000e inwoner kon worden geboekt.

Tiel is een van de oudste steden van ons land. De Noormannen plunderden de stad en in de llde eeuw stort de monnik Alpertus Mettensis de fiolen van zijn toorn uit over de leden van het Tielse koopmansgilde, die de christelijke moraal naast zich neerleggen. De stad verliest als overslaghaven zijn betekenis door de opkomst van Dordrecht en later Rotterdam; haar ontwikkeling verst art en Tiel blijft een provinciestad, de tweede overigens in het Nijmeegse kwartier. Maar het zakendoen blijft de Tielenaren in het bloed zitten. Eeuwenlang verdedigden de gilden hun monopoliepositie en in de patriottentijd strijden de Tielse

kooplieden voor betere verbindingen te land en te water.

In de Tielse binnenstad van 1900 bruist het zakenleven. Er wonen kort bij elkaar enkele honderden winkeliers, die niet alleen van de Tielenaren kunnen leven en daarom met ezels-, hitte- of hondekar de boer op gaan, naar de dorpen in de omgeving, die zelf weinig meer te bieden hebben dan wat de cafehouder en bakker toevallig in voorraad hebben. Maar veel streekbewoners komen ook graag, en minstens eenmaal per week naar Tiel om inkopen te doen. Als er 's maandags markt is, verdringen de dorpelingen zich in de nauwe straten; menige koop wordt beklonken op de met zand bestrooide vloer in een van de ontelbare cafe's en er is ook overigens wel een aanleiding te vinden om een halfie te gaan vatten. Menige zakeman haalt op maandag topomzetten.

Bedrijvigheid is er ook altijd wel op en rond de kade. Beurtvaarders met prozaische namen als .Litsche Kee" en met passagiersaccomodatie, stomen af en aan. Een reisje te water is een aangename verpozing. Op die kade worden kolen en turf gelost en de goederen ingeladen van de Tielse industrie, die het agrarisch-verzorgend stadium is ontgroeid en nu

5

nieuwe produkten maakt en nieuwe afzetwegen zoekt en vindt. Na ruim veertig jaar passen en meten op de nation ale spoorwegkaart, is Tiel ook aangesloten op de spoorwegen, die nu een concurrentiestrijd voeren en met eigen factorijen en speciale service pogen wat van die beurtvaarders af te snoepen. Doch eerst de vrachtauto zou hen verdringen en de Betuwe-lijn van de spoorwegen zou nimmer een vette lijn worden.

De Tielse brandverzekering keert jaarlijks aan dividend ongeveer het bedrag uit dat het hele aandeel kostte. De Spaarbank, de oudste dochter van het Nut, heeft in Tiel een schitterend ontspanningsgebouw een schouwburg gelijk - gebouwd en aile groten uit de nationale toneel- en cabaretwereld komen hier op de planken. Twee societeiten heeft Tiel, de Grote Societeit voor de grootsten 'der aarde en de buitensociete it voor de maatschappelijk iets lager geklasseerden. Voor beiden is er een strenge ballotage, maar in de tweede societe it heeft ook de enigermate gefortuneerde handelsman weI toe gang. De ambachtsman blijft er buiten en er is meestal nog weI enig verzet tegen de groei van de industrie, die de rust dreigt te verstoren. De societeiten zijn sterk vertegenwoordigd in de via het census-kiesrecht samengestelde

6

gemeenteraad, die de basis van de welvaart bewaakt en de plaatselijke belasting laag houdt.

Hoe straalt in Tiel de bezoeker de welvaart tegemoet. Huizen als kastelen staan er in dat kleine Tiel en wat een woonpaleizen worden er gebouwd op de St.Walburg, de Stationsstraat, de Lingedijk en ~og zoveel andere plaatsen. Welk een mogelijkheden voor de makers van .anstchten" en hoe graag worden die verstuurd door neefjes en nichtjes die logeren bij de rijke oom en tante in het centrum van de mooie Betuwe. "M ama hoe heerlijk is het hier", staat achter op een van die kaarten, .Vanmorgen gingen we rijden in de caleche. De koetsier is erg aardig. Het huis van tante is heel groot en erg mooi. Het keukenmeisje heet Sjaan en het kamermeisje Leen, Tiel is een heerlijke rustige stad".

Maar die welvaart en die rust op de voorkant en de achterkant van de oude ansichten zijn als de coulissen, waarachter veel andere zaken verborgen blijven. De beide koninginnen, die in 1898 Tiel bezochten, waren al niet tevreden met een Potemkin- Tiel en wilden achter de coulissen zien.

Talrijker dan de behuisden in kastelen waren de beluis dim als kamelen en in het Tiel van 1900 is er

een vijandschap tussen kapitaal en arbeid. Het mag thans, anna 1968, sans rancune geconstateerd worden, want de groten van die dagen hebben hun ongelimiteerde invloed verloren en de politieke verhoudingen hebben zich radicaal gewijzigd. Heel wat zonen van hen die geboren werden in de wijken waarin de cholera woedde, zijn gevestigde zakenlieden geworden. De tijd heeft vele won den geheeld en wie zou willen oordelen dient er overigens voor te waken, dat feiten en gebeurtenissen met losgescheurd worden uit het raam van hun eigen tijd.

Vanaf 1850 ongeveer zijn de gemeenteverslagen en de jaarverslagen van de Kamer van Koophandel compleet bewaard gebleven. Het gemeentearchief heeft vanaf die tijd ook de keurig ingebonden jaargangen van de beide plaatselijke couranten en voorts zijn er nog de raadsnotulen, rekesten aan het gemeentebestuur etc. De raadsverslagen in die kranten, de hoofdartikelen en ingezonden stukken en al die andere documentatie zouden een overvloed aan zeer boeiend materiaal leveren aan degene die de geschiedenis van Tiel gedurende de laatste eeuw, de groei van een rustiek woonstadje tot een dynamische werkstad, zou willen beschrijven.

Aanvankelijk wordt er in de gemeenteverslagen kennelijk met een tikje zelfgenoegzaamheid geschreven, dat de cholera of een andere ziekte tot de armenwijken beperkt bleven. Maar datzelfde gegeven levert weldra onrust op; er komen comites en er worden schoon bedstro en witkalk beschikbaar gesteld om de hygiene in de armenhuizen te verbeteren; via de geprotectioneerde scholen worden voedsel en kleding uitgedeeld en tot in onze eeuw toe fungeert de gemeentelijke soepkokerij, die jaarlijks duizenden porties uitdeelt aan de mingegoeden. Bijna een eeuw geleden werd als toppunt van maatregelen in het belang van de volksgezondheid het tonnenstelsel in het leven geroepen, dat we thans zo verafschuwen en dat nochtans het leven rekt; de eerste ton kwarn op het stadhuis in de Vleesstraat; hoe die plechtig in gebruik werd genomen vertelt de historie niet.

De rust in het Tiel van 1900 wordt soms geplaagd door arbeidsstakingen. De klompemakersgezellen, die in 1893 met zijn vijftigen circa 2200 paar klompen per week maken, leggen het gereedschap er nog wel eens bij neer. En als op 13 oktober 1892 de sociaaldemocraten in Tiel vergaderen, roept de burgemeester de hulp van de procureur-generaal in, die voor 8 dagen 6 marechaussees en 6 rijksveldwachters in Tiel

7

stationeert, hetgeen "vo1doende was om alle verzet te voorkomen". Vaak treft men in de vers1agen de klacht dat naburige gemeenten "voortdurend proberen hun paupers naar de stad af te schuiven" en dat er door industrie, door aanleg van grote werken als inundatiekanaal en spoorlijn, teveel armen naar Tiel worden getrokken.

In het Tiel van 1900 zijn er ook al lokalen voor de werkverschaffmg en behalve een badhuis sticht het Nut er ook een prachtige ambachtsschool. Er zijn klachten over de "philantrophie" die veel kwaad doet, maar met steun van de werkgever komen ook de eerste ziekenbussen en de eerste plaatselijke werkliedenverenigingen tot stand. De baas zelf heeft het trouwens ook niet gemakkelijk. Gijsbert Stout en de koperslager J. M. Pas (wiens bedrijfje later door Daalderop werd overgenomen) sleten hun produkten vooral aan de 1andbouwers in het rivierengebied, doch de industrieel van 1900 heeft met de intemationale markt te maken. Hij moet ervoor oppassen niet het lot te gaan delen van de olieslagerijen, waarvan de laatste in 1897 opgeheven moest worden omdat de concurrentie tegen de buitenlandse lijnkoeken niet vol te houden was. Ook de Tielse sigarenfabrieken zouden trouwens weldra stuk voor stuk sneuvelen.

8

De samensteller van dit prentenboekje heeft het in zoverre gemakkelijk gehad, dat hij kon putten uit enke1e zeer uitgebreide collecties prentbriefkaarten, met vee1 ijver en toewijding bijeengebracht door de heren B. Gerritsen en I. D. Blom. Door de grote verscheidenheid in het materiaal was het mogelijk van nagenoeg alle straten prenten te kiezen, welke rond 1900 gemaakt werden; op een enkele uitzondering na zijn aile gereproduceerde ansichten van v66r de Eerste Wereldoorlog. De bij de foto's genoemde gegevens zijn voor een deel ontleend aan de genoemde verslagen, doch grotendeels gebaseerd op de persoonlijke herinneringen van een bejaarde vriend, wiens wens ongenoemd te blijven helaas gerespecteerd dient te worden. In een heel enke1 geval spiekte de samensteller in de nogal persoonlijke doch te boek gestelde herinneringen van de schoolmeester G. J. peeters). Aan allen die hem aan kostelijk en kostbaar materiaal hielpen zijn oprechte dank.

In de rampzalige Tweede Wereldoorlog is bijna de gehele Tielse binnenstad verwoest en van veel wat deze oude ansichten in beeld brengen is niets dan de herinnering over. De stad zelf is een geheel nieuwe ontwikkeling begonnen - er komen nu met de regelmaat van een klok wekelijks 6 of 8 nieuwe wonin-

gen gereed - en de planologen, die zich gehuld hebben in de profetenmantel, menen te weten dat de oude handelsstad over enkele decennia zestig of tachtigduizend inwoners zal hebben. Er is daarom des te meer reden om zuinig te zijn op wat ons uit het verleden overbleef en om zich te bezinnen op de sociale en economische geschiedenis van Tiel.

De aantekeningen bij de oude ansichten - naar beste vermogen samengesteld door iemand die niet de preten tie durft hebben dat hij zich niet eens een keer vergiste - konden uiteraard niet anders dan fragmentarisch zijn. Elke oude Tielenaar zal er telkenmale andere en eveneens interessante herinneringen aan toe kunnen voegen. Niettemin hoopt de samensteller, dat de Tielenaren en al degenen die belang stellen in het oude stadje, veel genoegen zullen beleven aan deze rondwandeling door het Tiel van grootvaders tijd.

Tiel, augustus 1968.

9

AI in de middeleeuwen was er, juist ten oosten van de stad Tiel een veerdienst, die de schakel vormde in de verbindingsweg tussen de eerste en tweede stad van het Nijmeegse Kwartier. In 1846 is dat veer enkele honderden meters stroomafwaarts verlegd, naar een plaats juist voor de stad Tiel en daar is toen aan de Wamelse kant de huidige veerweg aangelegd, waarvan deze foto uit 1904 een beeld geeft. De dorpspolder Wamel heeft daar toen de thans bijna geheel dichtgeslibde ,,haven" aangelegd, waarin schepen met bieten en hooi werden geladen.

11

12

De gierpont - voor de scheepvaart "de rode vlek tussen Rotterdam en Bazel" - is eerst op 9 maart 1957 uit de vaart genomen. Die pont, navigerend volgens het vernuftige giersysteem, dat in de 16de eeuw door de Nijmeegse burgemeester Heuck zou zijn uitgevonden, gebruikte de stroom als voortstuwingsbron en kostte dus weinig. In de tweede helft van de 18de en in de eerste decennia van onze eeuw vloeide er dan ook telkenjare een royaal batig saldo uit de veerdienst in de gemeentekas.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek