Tien jaar Noordoostpolder in beeld

Tien jaar Noordoostpolder in beeld

Auteur
:   J.A. Marsman
Gemeente
:   Noordoostpolder
Provincie
:   Flevoland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4470-4
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Tien jaar Noordoostpolder in beeld'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

De historie van de Noordoostpolder begint op 14 juli 1918 met de "Wet tot afsluiting en droogmaking van de Zuiderzee", Hierbij hebben we veel te danken aan dr. ir. Cornelia Lely, de toenmalige minister van waterstaat.

In 1935 is men begonnen met de dijkenaanleg. Op 13 december 1940 werd de ringdijk om de polder gesloten. Op 7 januari 1941 begon het gemaal bij Lemmer water uit te slaan, en op 22 april van dat jaar begon het gemaal "De Voorst" bij Vollenhove te malen. Het gemaal bij Urk kwam pas op 2 november klaar. Op 13 apri11942 was de polder zo goed als droog; officieel viel de polder - 48.000 hectare groot - op 9 september 1942 droog. De polder moest nu ontgonnen en geexploiteerd worden, en dat kreeg de Directie van de Wieringermeer in handen, In augustus 1941 kwamen de eerste pioniers in de polder: zij losten de vissers af.

Binnen enkele maanden waren er om en nabij 5.000 man, afkomstig uit aIle streken van ons land. Negen uur per dag stonden de pioniers met de schop sloten en greppels te graven en's avonds trokken zij terug naar de kampen. De eerste kampen, in 1941, waren die bij Blokzijl, Kuinre, Kadoelen, Vollenhove en Ramspol. Het voedselrantsoen was voor deze harde werkers van het eerste uur ontoereikend; ze kookten dan ook nogal eens aardappelen voor eigen rekening.

In 1942 kwamen de greppelmachines en gasgeneratoren opdagen om de helpende "hand" te bieden. Maar de ontwerpers hiervan hadden blijkbaar geen notie van de lJsselrneergrond, want de ploegen zakten weg of raakten defect. In 1942 zijn er ook nieuwe kampen bijgebouwd te Lemmer, Ens, Zwartemeer, De Voorst, Marknesse, Schokland, Emmeloord en Urk. De kampen waren geheel van hout, ingericht voor het verblijf van drie- tot vierhonderd man, en vormden kleine dorpjes. Na 1942 werd een eigen ziekenhuis opgericht te Vollenhove met zestig bedden.

In 1943 kwam er weer ander volk de polder binnenstappen, namelijk de onderduikers. Daarom hadden de mensen een leus gemaakt: "Ga je niet melden als soldaat, maar ga naar

het Nederlandse Onderduikers Protectoraat", zoals de initialen N.O.P. werden verklaard. Zo kwam het dan ook dat er in de polder niet meer aIleen landarbeiders en boerenzoons waren, maar ook kantoor- en winkelbedienden, scheeps- en notarisklerken, schrijvers, journalisten, toneelspelers, musici, machinebankwerkers en laboranten.

De Duitsers lieten eerst oogluikend toe dat de Noordoostpolder een "duikhoek" was. Maar bij een bijzondere gebeurtenis moesten ze er toch heen, zoals bij het neerstorten van een gealiieerd vliegtuig (onder andere de Amerikaanse bommenwerper nabij Schokland). In 1944 veranderde de toestand: de N.O.P. moest ook een contingent mannen voor militaire doeleinden leveren. Op 5 september 1944 (Dolle Dinsdag) liep de polder leeg, want iedereen wilde de bevrijding thuis vieren. De vlucht van de pioniers bracht de Directie in grote verlegenheid, want de oogst moest naar binnen en daarvoor had men veel mensen nodig. Men had het kantoorpersoneel van de Arbeidsdienst gevraagd de pen in de steek te laten en de sikkel ter hand te nemen, doch deze mannen voelden daar niet veel voor.

Eind 1944 werden de kampen in de polder verrast door de Duisters. Ontsnappingsmogelijkheden waren er niet in de Noordoostpolder en enkele duizenden mannen werden gearresteerd en weggevoerd. De Noordoostpolder bereikte toen het laagste produktiecijfer sedert zijn bestaan. Op 48.000 hectare zeebodem werkten toen nog nauwelijks vijfhonderd man. Elf kampen werden gesloten door gebrek aan bewoners. In het voorjaar van 1945 zijn de Duitsers weggetrokken uit de polder. Later kwamen de pioniers weer terug. De eerste boerderij werd gebouwd in Blokzijl aan de Uiterdijkenweg. In 1947 pronkten vijftig gloednieuwe boerderijen in de Noordoostpolder. In 1947 werden de eerste boerderijen uitgegeven aan pioniers die vanaf 1941 in de polder waren. De Noordoostpolder werd bestuurd als een "Openbaar Lichaam", met aan het hoofd een landdrost. De eerste landdrost was dr. ir. U. Smeding. Hij werd opgevolgd door ir. Minderhoud. In

1962 werd de heer Panthaleon baron van Eck tot burgemeester benoemd, toen de gemeente Noordoostpolder werd ingesteld. Een nieuwe polder behoorde ook een wapen te bezitten: in 1963 heeft mr. G.A. Bontekoe, oud-burgemeester van Ooststellingwerf, een wapen en vlag voor de polder ontworpen. De Noordoostpolder heeft een stad midden in de polder en daaromheen liggen tien dorpen. Ens en Marknesse waren de eerste dorpen die in 1948 naar een ontwerp van de Directie op poten werden gezet. Ens ligt in het zuiden van de polder en ontleent zijn naam aan de zuidelijke punt van het eiland Schokland. Ten zuiden van Ens begint het bloembollen- en tuinbouwgebied van de polder. Ten oosten van Ens ligt Kraggenburg, dat zijn naam te danken heeft aan de vroegere vluchthaven Kraggenburg, in 1845 gelegen aan het eind van een leidam die ervoor moest zorgen dat het Zwartewater niet al te veel verzandde. Bij Kraggenburg ligt het recreatiecentrum "De Voorst",

Ten noorden van Kraggenburg ligt Marknesse, dat zijn naam ontleent aan het oude Maronesse of Marcnesse, volgens oude kronieken gelegen hebbende "om trent Urk en Schokland". Marknesse was een van de eerste nederzettingen in de polder; de straten lopen aile in noord-zuid richting, loodrecht daarop kruisen brede groene lanen. Marknesse heeft het enige openluchttheater in de polder. Ten noorden van Marknesse ligt Luttelgeest. De bouw van Luttelgeest begon in 1951. Ret dorp werd genoemd naar het plaatsje dat niet ver van Kuinre lag en het kreeg een merkwaardige vorm: het ligt in een driehoek waarvan de Luttelgeestervaart, de Oosterringweg en een landbouwkavel de penzen uitmaken. Bant ligt ten westen van Luttelgeest en verrees eveneens in 1951. Ret is een van de kleinere dorpen van de polder. In Lemsterland lag eertijds een dorpje dat Bantega of Bant heette, en hierna is Bant vernoemd. Op geringe afstand van Bant ligt het Kuinderbos. Ret meest noordelijke dorpje van de polder is Rutten. Rutten is ontstaan in 1952 naar het ontwerp van professor W. Bruin uit Amsterdam en heeft zijn naam te danken aan een oude neder-

zetting Ruthne die omstreeks de veertiende eeuw noordelijk van Urk lag. We zakken nu weer af naar het zuiden en komen terecht in Creil. De eerste stenen in Creil werden gelegd in 1953. Ret dorp werd genoemd naar de gelijknamige zandbank die voor Stavoren in de Zuiderzee lag. De winkels zijn een architectonische bijzonderheid: aile etalages kijken uit op het noorden, waardoor het weren van de zon in de grote ruiten voor de winkeliers geen probleem is.

Als we nog meer naar het zuiden trekken komen we in Espel terecht. Ret grondplan van het dorp is afkomstig van M. Duintjer uit Amsterdam. De bouwers zijn gekomen in 1956. Espel heeft zijn naam te danken aan het vroeger noordelijk van Urk gelegen Espel. Espelbergh en Espele. Ten zuidoosten van Espelligt Tollebeek. Ret plan Tollebeek is afkomstig van dr.ir. Th. Nix uit Rotterdam. Tollebeek dateert ook van 1956 en is het jongste dorp van de polder. Ret heeft zijn naam te danken aan een dorpje dat vroeger nabij Urk lag.

Nu komen we in het een na laatste dorp van de polder. Nagele heeft zijn naam te danken aan een vroeger dorp tussen Urk en Schokland, Nakala of Naghele. Nagele moest een bijzonder dorp worden: acht stedebouwkundigen maakten een dorpsontwerp. Ret dorp mocht niet een schuin dak hebben. Zo komt het ook dat je in Nagele aileen platte daken ziet. De winkels zijn uit het centrum geweerd en staan aan de rand van het dorp. Zo konden de bewoners van de buitenwegen er ook gemakkelijk gebruik van maken.

Als laatste komen we in het centrum van de polder, waar Emmeloord ligt. Ret is genoemd naar Emmelwerth of Emeloord, de noordpunt van Schokland. De eerste woning die in de polder bewoners kreeg (in december 1943), stond aan de Rietstraat te Emmeloord. De watertoren die in het midden van de polder staat, werd in gebruik gesteld in 1959. Deze toren is zestig meter hoog. Wie Emmeloord nadert en een oude stad verwacht, zal teleurgesteld zijn. Emmeloord is de schepping van de twintigste eeuw zonder herenhuizen en vieze grachten. Maar Emmeloord heeft ruimte!

r ? f

Gezicht op Emmeloord (Schokland)

2. Gezicht op het vroegere Emme1oord, de noordpunt van het voormalige eiland Schokland. De kaart is omstreeks 1930 uitgegeven.

3. De woning van de lichtwachter van Oud-Kraggenburg.

4. Als voorloper op het werk werden er in 1936 op verschillende plaatsen grondboringen verricht in volle zee.

-'

5. Het uitzetten van de dijken voor de Noordoostpolder. In 1935 werd begonnen met de aanleg van de dijken.

6. De aanvang van de werken aan de wal om Urk. Achter de haven van Urk zou de Noordoostpolder komen.

-.

7. De dijk is bijna dieht en dan kunnen de gemalen beginnen het water uit de Noordoostpolder te pompen. Deze foto is genomen tijdens een rondvaart in de zomer van 1936.

8. De dijkenbouw in 1937. De dijken van de nieuwe polder groeien. De ringdijk werd op 13 december 1940 ges1oten.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek