Tilburg in oude ansichten deel 2

Tilburg in oude ansichten deel 2

Auteur
:   H.W. Vereijken
Gemeente
:   Tilburg
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4079-9
Pagina's
:   112
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Tilburg in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

Wie heden een wandeling door Tilburg maakt, merkt dat er, in vergelijking met andere, soortgelijke steden, iets bijzonders is in de aanleg en bebouwing van de stad. Aan de ene kant ziet men ruime, modeme wegen en aan de andere kant nauwe, dorps aandoende straten, die in mooie bochten door de wijken lopen en waarin op het eerste gezicht geen plan is te ontdekken. Toch is dit wel te verklaren, want Tilburg is sinds de middeleeuwen langzamerhand ontstaan uit een aaneengroeiing van elf herdgangen of gehuchten, die heden de bebouwde kom vormen. Hierbij moet men buiten beschouwing laten de nieuwe woonwijken die in de laatste vijfentwintig jaren zijn ontstaan. De verbindingswegen die oorspronkelijk tussen de herdgangen bestonden zijn geleidelijk aan als woonstraten in gebruik gekomen en zij vormen nu nog voor een groot dee I het typische stratenpatroon. Dat die straten oorspronkelijk wegen waren tussen de herdgangen, bewijzen de namen: Korvelseweg, Broekhovenseweg en Hasseltseweg, welke laatste vroeger zo genoemd werd in plaats van (nu) Hasseltstraat. Men ging dus van het ene gehucht, herdgang, of eigenlijk klein dorp, naar het andere, dat daarvan duidelijk gescheiden lag. Dat Tilburg met Goirle vroeger een heerlijkheid vormde, doet daar niets aan af.

Tilburg is in haar huidige gedaante, met uitzondering van de bovengenoemde nieuwe woonwijken, een verzameling uitgegroeide gehuchten, die, in de negentiende en het eerste kwart van de twintigste eeuw, in inwonertal groeiden, vooral door de industriele revolutie. Oorspronkelijk waren deze leefgemeenschap-

pen, wier namen nu nog in gebruik zijn, agrarisch van opbouw. De mensen leefden van de opbrengst van de schrale Brabantse zandbodem door landbouw en bescheiden veeteelt. De grote heidevelden die rond de herdgangen lagen waren uitermate geschikt voor schapenteelt. De opbrengst daarvan, dat wil zeggen de wol, werd aanvankelijk voor eigen behoefte verwerkt tot het spinnen van garen en het weven van stoffen voor kleding en dekking. Het op den duur ontstane overschot in de produktie leidde tot ruilhandel en geleidelijk aan tot handel. Op deze manier is Tilburg, en zij staat in dit opzicht niet aIleen in deze streek, geworden tot een centrum van wollenstoffenindustrie. Werd in de zeventiende en achttiende eeuw alles nog op de oude manier met handkracht geproduceerd, in de negentiende eeuw werd met de invoering van de stoommachine en door de expansie van de handel ook Tilburg opgenomen in de industriele ontwikkeling die we van veel streken van West-Europa kennen. Daarbij kwamen twee factoren een grote rol spelen, namelijk het bevolkingsoverschot in de omringende plaatsen en de vraag naar arbeidskrachten in de textielindustrie. Daardoor groeit in Tilburg het inwonertal en de vraag naar woningen. Aanvankelijk bouwt men langs de reeds bestaande straten, maar ook, en dat is belangrijk, worden er arbeiderswoningen gebouwd dichtbij en rond de in de negentiende eeuw ontstane fabrieken. Zodoende worden de tussen de verschillende herdgangen liggende akkers of landbouwgronden zonder plan bebouwd met huizen. Ook verrijzen er lukraak, want een gemeentelijke planning

of iets van dien aard is er niet, nieuwe fabrieken, met de soms daar dichtbij liggende fabrikantenwoning. Zelfs als architect Henri van Tulder in 1865 een plan maakt voor het bebouwen van een gebied als de Koningswei, bemoeit de gemeente zich niet met het stratenplan, maar laat dat aan het inzicht van Van Tulder over. Dit wijst er op dat de snelle ontwikkeling van heidorpjes tot industriestad voor het gerneentebestuur van toen te machtig was. Het grootste bezwaar dat de mod erne mens tegen die ontwikkeling zou hebben is, dat industrie en woonwijken gernoedelijk door elkaar werden gebouwd. Fabrieksgebouwen met hoge, walmende schoorstenen, daartussen - op gepaste afstand - de roorns-katholieke kerken, de ruimten eromheen vol gebouwd met woningen, met ;len duidelijke scheiding tussen de standen, was het resultaat van deze rasse ontwikkeling. Dus geen fraaie stadsaanleg. Maar er was gelukkig meer.

De plattelands afkomst van de meeste Tilburgers verloochende zich niet. Daarom vinden we in het Tilburg van het begin van de twintigste eeuw onder andere veel groen, bomen en hagen en achter de woningen een lange hof, ter breedte van het huis, voor het telen van aardappels en groente, met een hok voor het varken of de geit en voor het huis een stoep om na gedane arbeid te kunnen zitten. Ook de kapitale huizen van de fabrikanten stonden, als het even kon, riant in een soort park met hoge bomen en waar daar geen plaats voor was, had den ze achter het huis iets mooi groens aangelegd. Verder waren de straten, en vooral die in het oude centrum, rijkelijk voorzien van

cafes, soms met terras of zaaltje, waar de Tilburger na gedane arbeid een glas bier, of erger, dronk en waar hij vertier zocht in een of ander verenigingsverband, De textielindustrie is bijna geheel verdwenen, alleen enkele fabrieken hebben het nog uitgehouden en de Tilburger is niet meer de wolle wever en specialist op textielgebied.

Deze serie oude foto's wil de lezer aantonen wat er in het voorbije Tilburg zoal te zien was, waarbij een vergelijking met het he den onvermijdelijk zal zijn. In verband met de geschetste ontwikkeling van heidorpjes tot industriestad, zal men in deze serie oude ansichten geen sublieme stadsgezichten aantreffen. WeI zijn er zeer fotogenieke plekjes bij en van een aantal daarvan zal men kunnen zeggen: die plaats ziet er nu heus niet mooier uit. Lezer, let vooral op die foto's waarop men de mens, de veroorzaker van alles, ziet: jongens met petten, meisjes met witte schorten, moeders en dienstboden met haar speciale muts en boodschappenmand, loopjongens, op de fiets dus, werklieden met hun gereedschapskist, de voerlui met hun wagens, en de cafeterrassen aan de niet drukke straten en vooral de spelende kinderen midden op de rijweg.

Tot slot past een woord van dank aan een verwoed verzamelaar van Tilburgse oudheden, de heer Harrie Schoenmakers, die zijn verzameling oude ansichten voor dit doel beschikbaar stelde en die ons met ziin kennis van het verleden van Tilburg terzijde stond.

1. We beginnen de rondwandeling door Tilburg in de voormalige Prinses Julianastraat, nu Heuvelring genaamd. Die straat werd in 1913 aangelegd om een nieuwe verbinding te maken tussen Heuvel- en Piusplein. Komend vanaf het Piusplein, zien we de zuidoostelijke punt van het lange en driehoekige Heuvelplein. Verder de St.-Josephkerk met daarnaast, achter de auto, de pastorie uit het begin van de negentiende eeuw. Rechts daarnaast hotel-restaurant "De Lindeboom" in zijn oude gedaante. De gevel, vooraan links op de foto, is van hotel "Riche". Op die plaats staat nu het winkelcentrum "De Heuvelpoort", Hoe de tram rails, rechts in de straat gelegen, vroeger liepen is te zien op foto 35 in het boekje "Tilburg in oude ansichten" deel 1, van dezelfde uitgever.

TILBURG

2. Verder gaande vanuit het standpunt van de vorige foto, zag men de Heuvel z6 rond 1910. Voor de aanleg van de tramweg naar Goirle en verder, die in gebruik genomen werd op 24 september 1907, is het uiterste puntje van het geheel bestrate plein als het ware afgeknipt, om de rails met een fraaie bocht tussen twee huizen door te 1aten lopen, richting Piusplein. Rechts, bij de pastorie, hangt de vlag uit voor een feestelijke dag, terwijl de mensen in hun zondagse kleren naar de kerk gaan. In het midden, achter de muziekkiosk, een deel van de textielfabriek Gebr. Van Spaendonck. Rechts daarnaast het gebouw van de Nieuwe Tilburgse Courant, waarin de krant van Arts zich in 1898 had gevestigd,

HEUVEL

TIL9URG

3. Op de hoek van de Heuvel en de Prinses Julianastraat zien we hier hotel "Riche" in het begin van de jaren twintig. Rechts daarnaast de winkel van Henri van de Velden in kruidenierswaren en comestibles. Daar weer naast garage Knegtel, waar vroeger de broodbakkerij van de weduwe A. Knegtel-Beijsens stond. Vergelijk hiermee foto 32 in "Tilburg in oude ansichten" deel1, die de toestand van rend 1900 weergeeft. De drie genoemde panden zijn gesloopt en hebben plaats moeten maken voor het overdekte winkelcentrum "De Heuvelpoort", dat geopend is in 1982.

4. De westelijke hoek van het Heuvelplein, met in het midden, het begin van de Heuvelstraat rond 1930, die to en nog het doorgaand verkeer Breda-ts-Hertogenbosch v.v. verwerkte. Links vooraan ziet men de Hema, in het gebouw waarin vroeger hotel "De Gouden Zwaan", of hotel Hegeman was gevestigd. Nu is daar boekhandel PiIIot. In het midden van de foto, op de linker hoek van de Heuvelstraat, de kledingzaak van Jac. van den Brekel & Zonen in het gebouw uit 1888, dat nu een andere gevel heeft. Rechts, op de hoek van de Heuvelstraat, de sigarenwinkel van Antoon Baars, waarin later de winkel van P. de Gmijter kwam en waar nu de radio- en t.v.-zaak van Nico van Helfteren is gevestigd.

5. Zo zag de westzijde van de Heuvel er uit in 1910, als men stond v66r hotel "De Gouden Zwaan". In het huis met het uithangbord, midden op de foto, was apotheek Cloosterhuis gevestigd. In het huis rechts emaast, in hetzelfde gebouw, is nu restaurant "De Korenbeurs" gevestigd. In het gebouw met het vooruitstekende balkon was cafe "De Looiersbeurs", waar toen Jan Oppermans kastelein was. Die werd opgevolgd door Remmers, die het cafe met bovenzaal ook weI "Huize Remmers" noemde. Nu is het gerestaureerd en is het een winkel, Xenos genaamd.

6. Eveneens staande voor hotel "De Gouden Zwaan" zag men in 1902 z6 de lindeboom en de St.-Josephkerk. De kerk werd gebouwd tussen 1872 en 1889 naar een ontwerp van architect H.J. van Tulder. In de torens hing vroeger een carillon, dat verbonden was met het uurwerk en om het kwartier een melodie liet horen. De klokken daarvan zijn in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers geroofd. Het carillon is na de oorlog niet meer terug gekomen, maar wel is er nu een in de toren van de Heikese kerk, ook nog voorzien van een speeltafel. Rechts van de kerk staat de pastorie en recht daarv66r, op het plein, is de openbare waterpomp nog juist te zien.

7. De lindeboom op de Heuvel rand 1910. De wijd uiteengegroeide takken werden ondersteund door tweeendertig gietijzeren palen, verbonden door balken. In vroeger tijden werd de boom door de gemeente in een kegelvormig model geschoren en was hij een bezienswaardigheid van Tilburg. Bij de aanleg van de brede verkeersbaan de Heuvelring (in 1971) werd de boom van gemeentewege van zijn zijtakken beroofd, omdat die "in de weg" stonden. De vierarmige lantaarn, rechts op de foto, is in 1902 geplaatst als monument voor de in 1901 overleden burgemeester J.F. Jansen. De lantaarn is in 1924 verplaatst naar de hoek Zwijsenstraat-Markt. Hij staat tegenwoordig in het plantsoen tussen de Heikese kerk en het gemeentehuis.

8. De monumenta1e lantaarn, te zien op foto 7, is in 1924 verplaatst naar de hoek Zwijsenstraat-Markt, om plaats te maken voor het standbeeld van koning Willem II, dat op 26 september 1924 door koningin Wilhelmina werd onthuld. Het standbeeld stand eerder in Den Haag en is gemaakt naar een ontwerp van de Utrechtse kunstenaar E. Georges. Het omringende plantsoen met hagen is nu verdwenen. Het bronzen beeld van Willem II is in de loop der jaren groen uitgeslagen, waardoor er een nieuw couplet aan het Tilburgse volkslied werd toegevoegd, dat luidde: Dan hebben we nog 'ne Willem II, hij zie wel gruun, mar we doen 't er mee, en lot ze mar komen, we lussen ze gruun!

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek