Tinaarlo in oude ansichten

Tinaarlo in oude ansichten

Auteur
:   L. Warners
Gemeente
:   Zuidlaren
Provincie
:   Drenthe
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4829-0
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Tinaarlo in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

VOORWOORD

Toen mij gevraagd werd een totoboekje over Tinaar10 samen te stellen, heb ik eerst even geaarzeld. Was het weI nodig een boekje van ons dorp te maken? Immers, op 28 oktober 1980 was er reeds een boekje verschenen getiteld "Vit de historie van Tinaarlo". In dit boekje staan ook veel oude toto's van ons dorp. Ik heb toen tien autochtone inwoners van Tinaarlo gevraagd, wat zij ervan dachten. De meerderheid stond positief tegenover het idee van een tweede boek. Ais reden gaven zij op: "Er zijn nog veel meer oude toto's van ons dorp." Zij hadden gelijk; na een oproep kwamen tientallen toto's binnen. De commissie van tien moest beslissen welke toto's uiteindelijk geplaatst zouden worden. Foto's die al in het eerste boekje stonden, kwamen niet in aanmerking. Er waren ook erg veel oude schoolfoto's. Hiervan zou misschien later een boekje gemaakt kunnen worden. Tenslotte bleef er een veertigtal toto's over.

Maar nu kwamen pas de grootste problemen naar voren. Het bleek al ras, dat de meningen over de toto's sterk uiteen liepen. Het is mij echter duidelijk geworden, dat je nu al aantekeningen en dergelijke moet maken voor een boek dat over vijfentwintig jaar gaat verschijnen, want de mens vergeet zo snel. ..

INLEIDING

Kan men met behulp van 36 toto's een verantwoord boekje over ons dorp samenstellen? En als bij deze foto's ook nog maar een korte tekst mag komen te staan, dan wordt de zaak nog moeilijker. Dit was het eerste probleem waarmee ik kreeg te worstelen.

Ik wilde geen fotoboekje maken waarin aIleen de namen van de atgebeelde personen en hun familieleden voorkwamen. In het boekje moest ook iets te vinden zijn van de vele veranderingen, die in de loop der jaren in Tinaarlo hebben plaatsgevonden. Vooral de jeugd zou moeten kunnen lezen en zien, hoe snel alles in de laatste vijftig jaar veranderd is.

Daarom heb ik de volgende indeling gekozen:

- Veranderde werkzaamheden op het platteland, toto 1 tot en met toto 14.

- Verenigings- en gezinsleven, toto 15 tot en met foto 22.

- Veranderde dorpsgezichten, zwembad, spoorwe-

gen, ijsbaan, toto 23 tot en met toto 42.

In de bijbehorende tekst heb ik getracht niet alleen de namen van de atgebeelde personen te achterhalen, maar ook het leven van deze mensen voor de Tweede Wereldoorlog weer te geven. Het leven in "die goede oude tijd", die in veel opzichten misschien toch niet zo goed was.

1. Rogge-oogst 1902.

In deze streken werden vroeger vooral rogge, haver en aardappelen verbouwd. Als tweede gewas werden dan vaak knollen en spurrie voor de koeien van het land gehaald. Het oogsten ging heel anders dan nu. We zien hier Enne Dijkstra en zijn vrouw Albertje Karsten bezig met de rogge binnen te halen. Hun kinderen Hendrik en Elizabeth (getrouwd met Jacob Doedens, Job en Betje), spelen op de stoppels.

De rogge werd met een zieht gemaaid en de halmen met een welhaak tot schoven getrokken. De roggeschoven werden later met twee banden gebonden, toen het gewas te hoog werd voor een band. Hier waren de schoven echter maar met een band gebonden. Vermoedelijk was de grond nog niet zo vruchtbaar. Pas later kwam er een betere bemesting en dus een hoger gewas.

De rogge werd op een boerenwagen geladen en naar de .Jmlt" gebracht. Veel koren werd namelijk op het land in een "buh" gezet en daar later gedorst.

Op een van de boerenwagens van Job Doedens stonden twee letters gesneden: J.H. Dat was de stelmaker J. Hilbrands, die in het dorp de wagens maakte.

Deze roggeakker, waarin zeer zeker nog veel "roggebloumn" (korenbloemen) gebloeid hebben, lag bij de "Kweeklust" .

2. Alles met handkracht ...

Weet u waar "Hoogenesch-bossie" ligt? Bij het viaduct over het spoor in de Osbroeksweg ligt, als u richting Glimmen gaat, over het spoor een klein bosje, bestaande uit berke- en eikehakhout. Dat bosje draagt bovenstaande naam. Daar had de familie A. Struik land liggen. Een gedeelte van dat land ligt nu onder de viaduct en de snelweg Groningen-Emmen.

Op de linker foto steekt Jan Struik hooi op en zijn vader Albert Struik pakt dat hooi keurig op de wagen. Vooral keurig, want in het dorp moeht niemand over een voer hooi aanmerkingen kunnen maken. Echt handwerk dus. Tegenwoordig gaat het een stuk gemakkelijker en ... duurder.

Op de reehter foto staat een rij roggehokken. De roggeschoven werden in hokken gezet om te drogen, waama ze later weer op een wagen geladen werden en naar een plaats gebracht waar de "korenbulten" stonden.

Op de achtergrond rusten pa Albert Struik en doehter Eppie. Het meisje op de voorgrond is een logeetje uit Friesland.

3. Grote versnippering ...

Vader Egbert Darwinkel en zoon Hendrik gaan via de Dorpsstraat naar hun land in de Swienmaden, achter het spoor, hooi halen, hier in 1938. Door de Dorpsstraat, want de Rondweg was er immers nog niet.

De familie Darwinkel had totaal18 bunder (hectare) land verdeeld over twintig stukken; een grote versnippering. Ruilverkaveling was hier dus wel noodzakelijk.

Het land in de Swienmaden bestaat nu niet meer, maar ligt in het Veenmeer (vroeger Bouwmansgat). Tweederde van hun land werd gebruikt als weiland en eenderde als bouwland. De opbrengst van het bouwland werd voor een groot gedeelte opgevoerd aan het vee. Een zeer klein gedeelte werd verkocht, onder andere aardappelen.

De voorste wagen is een "halfbredevelling" -wagen. Er waren ook smalvelling- en breedvellingwagens. De achterste is de bekende "wupkar". De bomen op de wagens werden over een vracht rogge of hooi gelegd en met een touw stevig vastgesjord, zodat de vracht niet ging schuiven (ponterbomen met bind).

De paarden, kruisingen tussen een bovenlander en een Belg, trokken door middel van de disselboom, (tweespan) de wagens voort. Veel boeren gingen met hun merries naar de plaatselijke hengstenhouder, de heer Vorenkamp, en fokten dan de veulens als werkpaarden op.

4. Van naaLdgooier tot tegennaaier ... 1935.

"Hij warkt op machien" - dat betekende: hij werkte op de dorsmachine. De oudste dorsmachines bestonden uit drie delen: de kast voor het dorsen, de pers voor het samenpersen van het stro tot stropakken en de aandrijver. Op deze foto is dat een locomobiel, later werd het een trekker en ook deed men het wel elektrisch.

In augustus begon de dorsmachine al te draaien. Dit ging voor de boeren, die zaaikoren wilden hebben voor het volgende jaar. De bulten (korenmijten) werden altijd op vaste zetsteeen gebouwd. Zover van elkaar dat de dorsmachine er tussen door kon. De schoven werden dan op de kast naar de bandensnijder gegooid. Deze sneed met een groot mes de banden los. De instopper stopte ze dan in de machine. De korenmeter stond bij de pijp, waar het koren uit kwam. De zakken stonden op een bascule en in elke zak moest 70 kilo (een mud). Dan ging het stro naar de pers, waar de tegennaaier en de naaldgooier er voor zorgden, dat het pakdraad om de stropakken kwam. De pakkendrager droeg de pakken dan op de rug naar de plaats van bestemming (later werd alles natuurlijk gemoderniseerd).

In de herfst dorste men vooral de bulten buiten op het land en in de winter dorste men het koren in de boerenschuren. Dit was een erg stoffig werk. Men werkte dus "op machien" van augustus tot februarilmaart. Zwaar werk en wat verdiende men? 1112 cent per mud voor de rogge en 2V2 cent per mud voor de haver. Men moest per week ongeveer 1000 mud dorsen om aan een redelijk weekloon te komen, zo'n f. 20,--. Ook waren het soms lange werkdagen. Als men in Veenhuizen moest dorsen, dan stapte men al om 5 uur op de fiets, want om 7 uur moest alles draaien.

In het begin sleepte Hendrik van Steenwi jk met zes paarden de machine van boer tot boer, twee paarden voor elk onderdeel van de machine.

Op de foto, van links naar rechts: De Wit, machinist; Walderaad Wieland (Ide), Harm Reinaardus, Taale Nienhuis, Gosse Nijboer (Ide), Arend Groenveld en Willem Glas.

Geknield: Dorus Holt (Vries) en Harm Hendriks.

5. Gemengd bedrijf.

Hendrik Bonder ging elke morgen al om 5 uur op de fiets naar zijn land om de koeien te melken. In de Eisenbroeken of de Onlanden had hij zijn zes of zeven koeien lopeno De wegen naar die weilanden waren toen nog niet verhard en in het voorjaar en in de herfst waren deze fietspaadjes vaak onbegaanbaar. Dan was het ploeteren door demodder.

Bonder had ongeveer 3 bunder weiland en 4 bunder bouwland op de es. Hij verbouwde vooral rogge en aardappelen. In de winter hielp hij bij het aardappelen laden in Glimmen.

In de oorlogsjaren ging hij lopend met een fietskar naar het land en nog later kreeg hij een dogkar.

Zijn vrouw Hillechien had een winkeltje in het Hageneind en verdiende daarmee ook zo veel, dat de familie Bonder hun kinderen heeft kunnen laten leren.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek