Tinaarlo in oude ansichten

Tinaarlo in oude ansichten

Auteur
:   L. Warners
Gemeente
:   Zuidlaren
Provincie
:   Drenthe
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4829-0
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Tinaarlo in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

6. Arbeidsvreugde ... 1938.

's Morgens vroeg om half zes ging de heer R. Bonder er met zijn hondekar op uit om aan de Eisenbroeken zijn zes koeien te melken. De Eisenbroeken was toen een zandweg met een smal fietspad ernaast. Dikwijls verkeerde de weg in een zeer slechte staat, zodat men door de modder moest baggeren. Niet op aIle hondekarren kon men meerijden. Als de hond te klein was, zoals op de foto, dan liep men achter de kar aan.

De boerderij waar de familie Bonder woonde, is in 1952 afgebroken. De Rondweg werd toen aangelegd en de boerderij moest verdwijnen. Het was een gemengd bedrijf en het land lag erg versnipperd, Het was van's morgens vroeg tot's avonds laat hard werken. Toch was het leven rustiger. Men werkte met paarden en daardoor kon men nog met elkaar praten, je hoorde de vogels nog zingen en de rust werd niet verstoord door het geronk van trekkermotoren.

Toch ontstonden er toen ook wel eens moeilijkheden. Het kwam nog wel eens voor, dat de boer een stukje land van een ander ompIoegde. Niet uit "naoberplicht", maar om het ze1f te gebruiken.

Op de rechter foto staat G. van Steenwijk. De familie Van Steenwijk woonde toen aan de Achterweg, waar nu de familie Peters woont. De Achterweg was nog niet verhard. Op deze kar kon je wel meerijden, want de dog was sterk genoeg om het geheel te trekken.

7. Hier ligt nu ... het Villa park .

Klaas Barkhuis en zijn zuster Annechien rijden hier in hun melkkar, bespannen met hun kidde, op de Hunebedstraat. Ze komen uit de richting Zeegse en gaan naar hun boerderij in De Steeg. U ziet dat in 1925 het Villapark nog niet bestond. Het was toen nog bouwland, weiland en hier en daar heide.

De familie Barkhuis was een zeer bijzondere familie. Vader Jan Barkhuis was zeer kundig op het gebied van veeziekten. Ook trok hij kiezen. De boerderij aan de Steeg, waar nu de familie Steenbergen woont, werd wel het "doktershuis" genoemd. De boerderi j was zoals aIle boerderi j en hier een gemengd bedri jf, maar daamaast beoefenden de Barkhuisen nog allerlei andere "beroepen" uit. Klaas was schoenmaker in het dorp. Annechien schierschoonster, dat wil zeggen, zij maakte bij de huisslachting de ingewanden van de varkens schoon voor de worst. Roelof Barkhuis was huisslachter en Dina naaister.

De bekende professor Van Velthuizen van de Adderhorst heeft deze foto in 1925 gemaakt.

8. Een historische plek ...

Deze foto, genomen in 1928 door professor Van Velthuizen (Adderhorst), is een heel bijzondere. Links op de foto, achter RoelofBrink, laghet "verdwenen hunebed" van Tinaarlo. Dit hunebed is in 1928 grondig onderzocht door professor Van Giffen (zie "Vit de historie van Tinaarlo"). Het huis en de benzinepomp van de familie B. Vrieling staan op het ogenblik op die plek. Tijdens het zeer nauwkeurige onderzoek werd professor Van Giffen geholpen door onder anderen de gebroeders Lanting uit Zeegse, Albert Klaassens (Zeegserbrug) en ook weI eens door de familie Brink. Een grote platte steen bleef onaangeroerd liggen en Roelof Brink wilde die steen verwij dereno Professor Van Velthuizen wilde die steen graag bij zijn woning , ,De Adderhorst" hebben, aan de andere kant van de Zeegserweg. Met veel moeite werd de kei ondergraven, een soort slee werd eronder geduwd en zo werd het gevaarte versleept.

Tot ieders grote verbazing lagen er twee urnen onder de grote steen (zie "Vit de historie van Tinaarlo"). Deze urnen veroorzaakten een reI. In de kranten werd gesproken van een , ,onnauwkeurig onderzoek". Roelof Brink heeft in de omgeving een stenen beitel gevonden. Deze is vermoedelijk naar het Provinciaal Museum gegaan. Van andere oudere inwoners van Tinaarlo heb ik gehoord, dat ze tijdens de bouw van huizen, of het aanleggen van een tuin, veel urnen en dergelijke gevonden hebben. Ze durfden dit niet bekend te maken, omdat ze het autoritaire optreden van professor Van Giffen vreesden. Jammer, vermoedelijk is hier erg veel verloren gegaan en misschien zit er in de buurt nog veel meer in de grond.

Heeft u weI eens van de "Zeegser Heuweg" gehoord? Deze liep van de tegenwoordige Hunebedstraat naar de Zuidlaarderwegen kwam bij de boerderij vanD. Rijkens uit (nu familieM.G. de Boer). Opvallend isook, datde oude wegen veel hoger lagen dan de omliggende landerijen. De vroegere bewoners zochten kennelijk voor hun wegen de hoger gelegen gronden op.

Het land waar Roelof (links) en Egbert Brink op staan is door henzelf "aangemaakt", dus ontgonnen. Men ging de heide eerst maaien, dan ging men het land ondiep ploegen en later nog een keer diep, dus twee voren ploegen. De aardappelen op de akker waren de eerste oogst. De opbrengst van tegenwoordig lijkt mij weI hoger.

9. Dorpsstraat in 1904.

Als u deze foto bekijkt, dan vallen u waarschijnlijk een aantal dingen op. U moet dan wel weten, dat deze foto genomen is vanaf de benzinepomp richting Tinaarlo, Aan de linkerkant van de weg staan nog geen huizen. De huizen vanaf de pomp tot en met de hoofdenwoning moesten nog gebouwd worden.

De Dorpsstraat was toen nog niet verhard en u ziet duidelijk het fiets-/voetpad naast de weg. De hoge bomen reehts stonden op de plaats, waar nu Brouwerskamp ligt. Deze boerderij is pas gebouwd in 1940. Reehts in de verte ziet u de bomen van de Brink.

Op de foto, van links naar reehts: een sehooljuffrouw; ze brengt het jongetje Meine Kruithof, dat een gebroken been had, naar huis. De dame met de fiets is vermoedelijk een handwerkjuffrouw. Op de achtergrond Jan Popken, kleermaker. Hij woonde aan de Tinaarlosestraat in Vries, naast slager Polling. De man met de baard is Harm de Vries. Hij was broodventer. Zijn vrouw, aehter hem, liep met de grote broodmanden langs de deuren. De Vries moest zijn kar zelf duwen.

10. Van venten tot zelfbediening.

In 1923 bouwden Roelof Jager en Johanna Bulthuis een huis in Tinaarlo en vestigden daar een kruidenierswinkel in.

Met het venten werd vroeger verreweg het meeste verdiend. Tegenwoordig is 90% zelfbediening en 10% venten bij zieken, ouden van dagen en Zeegse.

Om 6.30 uur begon de familie Jager met het inpakken van de wagen. Vader Roelof Jager ging dan om 8.15 uur op de fiets bij de klanten langs. De bestellingen werden op een briefje geschreven en in de heg of zo gestopt. De mensen op de wagen, de zonen Jan en Albert, pakten daarna het briefje en leverden de bestelling af. Bijna alles had de familie Jager te koop. Dat venten langs de weg was erg gezellig. Je kwam met veel mensen in contact. Toch was het vooral 's winters koud werk. Meestal kwam men's avonds om 20.30 uur thuis. Om twaalf uur's middags ging men niet naar huis om te eten. Op elke route hadden ze wel een "vast" huis, waar ze koffie of thee dronken of hun boterham opaten. Bekende "vaste" huizen waren bijvoorbeeld Berend Kleef, de familie Smit in Vries en Hendrik en Aalie Lammers achter het spoor.

Het paard kreeg ti j dens het eten van de bazen natuurli j kook voer. Ben soort muilkorf werd om zi j n bek gehangen, gevuld met haver, en zo kon het dier vreten. Als de haver te lang op zich liet wachten, dan trok het paard de wagen wel even naar de rand van een haverveld, om zelf voor de kost te zorgen. Het paard kende op den duur de weg zo goed, dat hij automatisch de goede kant op ging bij een splitsing, Ook bleef het dier zonder teken van de menner voor de huizen van de vaste klanten staan. De ventwagen is omstreeks 1960 omgebouwd tot kippenhok.

Op de foto vader Roelof Jager en de oudste zoon Jan Jager (vanaf 1955 een winkel in Vries).

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek