Tubbergen in oude ansichten deel 1

Tubbergen in oude ansichten deel 1

Auteur
:   J.G. Oude Vrielink
Gemeente
:   Tubbergen
Provincie
:   Overijssel
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4472-8
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Tubbergen in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

door

J.G. Oude Vrielink

Europese Bibliotheek - Zaltbommel MCMLXIX

W~OEN

OEKJE

ISBNlO: 90 288 4472 4 ISBN13: 978 90 288 4472 8

© 1968 Europese Bib1iotheek - Zaltbomme1

© 2008 Reproductie van de oorspronke1ijke druk uit 1968

Niets uit deze uitgave mag worden vervee1voudigd en/of openbaar gemaakt door midde1 van druk, fotokopie, microfihn of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schrifte1ijke toestemming van de uitgever.

Europese Bib1iotheek Postbus 49

5300 AA Zaltbomme1 te1efoon: 0418 513144 fax: 0418 515515

e-mail: pub1isher@eurobib.n1

INLElDING

Het oudste stuk waarin de plaatsnaam Tubbergen werd aangetroffen is de boedelverdeling door Egbert van Almelo tussen zijn kinderen gemaakt op 4 juni 1279. (Bijdragen tot de geschiedenis van Overijssel VI bIz. 122). In dit stuk wordt het erf Thatinc in Tubbergen genoemd. In 1312 vindt men de villa Tubberg.

Over de naamsafleiding "Tubbergen" zijn meerdere verklaringen gegeven. Sommigen schrijven het toe aan Ubbergen, hetgeen dan zeggen wil "op de bergen". Anderen daarentegen schrijven de herkomst van de naam toe aan een .familie van Tubbergen" welke hier gewoond zou hebben. Evenzo wordt de plaatsnaam Geesteren toegeschreven aan een familie "Van Geesteren" die op het Eylershuis woonachtig zijn geweest en wier Hof in 1268 werd verkocht door N icolaas van Geesteren aan Graaf Hendrik van Almelo.

Elke plaats in Twente kan wijzen op vindplaatsen van voorhistorische voorwerpen. De 14.733 ha. grond die deze gemeente groot is, herbergen een schat aan natuurlijke- en voorhistorische schoonheden, vandaar dat ook reeds zeer vele opgravingen onder deskundige leiding hebben plaats gevonden om zodoende iets meer te weten te komen omtrent het leven onzer verre voorouders.

De gemeente Tubbergen zelf is wei heel rijk aan voor-

historische grafvelden. Van onze vroegere voorouders weten we, dat ze zich bij voorkeur vestigden aan de rand van een beekje, liefst op een verhoging niet ver van een groot heideveld waarop ze hun dierbare doden begroeven in grafheuvels van ovale vorm.

Tubbergen telt thans 12 buurtschappen of boerschappen (woonkernen) nl, Tubbergen, Geesteren, Albergen, Vasse, Reutum, Langeveen, Manderveen, Mander, Haarle, Hezingen, Fleringen en Harbrinkhoek, terwijl er in de middeleeuwen 10 buurtschappen (marken) worden genoemd. Tubbergen wordt genoemd in 1279, Albergen sinds 1381, Fleringen vanaf 1475, Geesteren sinds 1268, Haarle vanaf 1446, Hezingen 1381, Mander reeds sinds 797, Reutum 1381, Vasse 1367. Langeveen, Manderveen en ook Harbrinkhoek dateren uit de negentiende eeuw.

De naam .Jmurtschap" wordt gebruikt voor nederzettingen, welke reed'S een bepaalde omvang en een zekere kern bezitten.

De Marken. Oudtijds werd Twente bewoond door de Franken, die omstreeks 420 deze streken weer verlieten. Zij werden opgevolgd door de Saksers en men neemt aan, dat deze mensen - uit N.W. Duitsland afkomstig - de marke-inrichting uit die streken naar Twente hebben overgebracht. Marke betekende oor-

spronkelijk "grensstreek", later kreeg het een iets ruimere zin nl. dat van boerschap.

Een marke was een aaneengesloten oppervlakte grond, afgescheiden van de omliggende gronden, door natuurlijke grenzen zoals een weg-beek-scheiding, door bomen en palen of door marke- of laakstenen. Binnen de marke had iedere hoeve een bepaalde hoeveelheid grond, het overige was onverdeeld en dus gemeenschappelijk bezit. Op een markevergadering of bolting werd vastgesteld hoeveel vee ieder deelgenoot in de marke mocht laten grazen op de gemeenschappelijke grond. In de gerneente Tubbergen kwamen de volgende marken voor: Tubbergen, Vasse, Geesteren, Mander, Hezingen, Reutum en Haarle, Fleringen, Albergen en daarnaast nog de Driesehiehtige marke GeesterenMander- Vasse, een oppervlakte grond, welke aan deze drie marken gezamenlijk toebehoorde. Van deze marken is die van Geesteren de oudst bekende en wel uit 1365 (rnarke-boeken). Nu zijn deze markegronden verdeeld; In 1810 gaf Koning Lodewijk Napoleon een regeling waarbij het gemakkelijker werd om tot een verdeling te komen. Het duurde eehter nog tot 1886 voordat de "Markenwet" tot stand kwam waarbij iedere markegenoot het reeht werd verzekerd om de verdeling der gemene gronden te eisen. V66rdien zijn echter de

marken in de gemeente Tubbergen reeds verdeeld nl. Reutum in 1842, Tubbergen in 1845, De Driesehieht 1847, Geesteren 1851, Mander 1857, Hezingen 1858, Haarle ook in 1858, Albergen 1861, Vasse 1872 en Fleringen in 1877. Van enkele marken bestaat eehter nog een weinig o.a. te Geesteren, waar de marke nog een woning met enkele aren grond bezit. Van de opbrengst uit deze bezittingen worden op plaatsen waar dat noodzakeliik is, duikers gelegd bij verdeelde pereelen. Iemand die van buiten de marke kwam, werd vroeger min of meer als vreemdeling besehouwd en men noemde hem "een boetenrnaarksen",

Landbouw, Tubbergen was ook het land van de eeuwige roggebouw. Jaar in jaar uit zaaide men de rogge op de essen en kampen. Vooral de essen - en bijna elke boerschap bezit een es - vertonen iedere zomer een prachtige aanblik van het golvende koren. De gemeente heeft een rijk gevarieerd landschap met hoog liggende bossen, golvende essen, lage moerassen, zand- en veengronden en snel stromende beken waarop een enkel rad van de watermolen nog draaiende is. In de boerschap vindt men nag de oude saksische boerenwoningen, laag weggedoken onder zwaar eikengeboomte. Men kon hier met reeht zeggen "elk huis heeft z'n kruis" omdat bijna elke boerderij een kruis op de

geveltop droeg.

Oudtijds behoorde het grondgebied van de huidige gemeente bij het richterambt Ootmarsum, dat tevens Denekamp omvatte. In 1811 werd het met een toen ingesteld burgerlijk bestuur daarvan afgescheiden en het was in de Franse tijd een zelfstandige mairie. De nauwverbondenheid met Ootmarsum blijkt ook nog uit het wapen der gemeente, dat bij K.B. van 28 oktober 1898 werd toegekend en dat in twee delen is gesplitst en waarvan het rechter deel het wapen van Ootmarsum weergeeft (kruis en leeuw) dat betekent het contact tussen de kerkelijke heer - de bisschop van Utrechten de wereldlijke heer - het stadsbestuur. Het linker deel vertoont drie z.g. bergen van goud, een zinspeling op de naam Tubbergen.

De gemeente Tubbergen bezit nog prachtige natuurgeoieden, Even buiten het dorp Tubbergen, aan de weg naar Fleringen, ligt "de Monnikenbraak". Hier hebben enkele eeuwen terug de broeders van het klooster AIbergen de bijenkorven geplaatst. "De Zoeke" aan de rand van Vasse. Hier lagen vroeger 5 boerderijen met de "nienduure" (achterdeur) naar elkaar toe. Het waren - Booyink, Hannink, Ensink, Masselink en Kottink. ,,'n Oostenriek" in Mander. Hier bij de watermolens van Bels en Frans treft men weI het bekoorlijk-

ste plekje natuur aan. De molenvijvers worden orngeyen door groen hout en het landschap is berg en dal. Langs de "Holtboer" en ,,'n Engel" komt men op de galgenberg en geniet men van het uitzicht.

In Vasse heeft men ,,'n Noordik" en de .Bekziede", alwaar waarschijnlijk de oudste boerenhoeven staan uit deze omgeving. Ten oosten van Vasse ligt Hezingen met haar rijke natuur en haar vele bronnen, die jaarlijks vele toeristen trekken. Even achter Geesteren ligt de Voormolen. Aan de ligging der boerderijen kan men nog opmaken dat het min of meer een kern van samenwonen is geweest, Hier woonde de fam. Van Geesteren op het Eylershuis en draaide het rad van de koren-oliemolen.

Vele oude vertrouwde plekjes verdwijnen of worden in moderne vorm herbouwd. Misschien is daarom dit boekje weI nuttig om het vroeger, het zo vertrouwde levendig te houden.

Tot besluit breng ik oprecht dank aan allen die op de een of andere manier hebben meegewerkt tot het zo goed mogelijk doen slagen van deze uitgave, betrekking hebbend op de gehele gemeente Tubbergen,

o V' F: n.

JJ O.

StlllS ?? ll:I!:>_ I~_"-.,,

'-_-:,,--

8

Het oudste kaartje van de gemeente Tubbergen, uit 1866, De gemeente telde toen 6072 inwoners (momenteel bijna 16000).

Tubbergen. De Havezathe de Eeshof met beide bouwschuren. Foto van 189 I. De benedenbouw is van 17 I 9, zoaIs een jaartal boven de hoofdingang aangeeft. De bovenbouw is uit het laatst der vorige eeuw. Ook de vleugel is van Iatere datum dan 17 I 9. Bij afbraak bleek duidelijk dat de scheidingsmuur tussen hoofdgebouw en vleugel een twee stenen dikke buitenmuur geweest was. De linker bouwschuur is in de winter van 1940 onder een dikke laag sneeuw ingevallen en daarna verder afgebroken. De rechterbouwschuur is bij de restauratie afgebroken en hersteld. Sinds 1965 doet de Havezathe dienst als klooster en bejaardenhuis,

9

10

Tubbergen. Een beeld van de onthulJing van het Dr. Schaepmanbeeld op 11 augustus 1927. De onthulJing werd verricht door Mgr. Nolens. Jhr. Ruys de Beerenbroeck sprak de gedachtenisrede uit en pastoor Waanders van Tubbergen hield over Tubbergens zoon een rede, zoals er geen tweede gehoord werd. Wiegers uit Harbrinkhoek plaatste het zware beeld op het voetstuk en wei onder voorwaarde: "gen vromd volk d'r bi'j, ik daor 't met eegen volk", Ter gelegenheid hiervan hield Tubbergen enkele dagen feest met o.a. een zeer fraaie optocht.

Tubbergen gezien vanaf het Rotpad. Rechts de St.-Pancratiuskerk en pastorie. Daarnaast de manufacturenzaak van Kaufmann, thans de zaak van G. Derksen. Geheellinks ziet men de schoorsteen van de eerste Coop. melkverwerkingsfabriek te Tubbergen, genaamd "De Vrijheid" gebouwd op grond beschikbaar gesteld door de heer Essink. Deze fabriek werd in gebruik gesteld op 4 december 1893 des morgens om 8 uur. Op de voorgrond de tuin van de heer Lohuis, alwaar in 1916 de tegenwoordige zuivelfabriek "De Eendracht" werd gebouwd en welke in gebruik werd genomen op 13 september 1917. Foto plm. 1900.

11

12

Windkorenmolen Tubbergen. Deze molen is opgericht "in 't Veld" in 1796. Het was een achtkantige bovenkruier met stenen onderstuk en de romp bekleed met houten schalien verwerkt als leien. De molen is een tijdlang gemeenschappelijk bezit geweest, er waren 32 aandeelhouders. Hij is later verkocht aan de Gebr. Von Heyden van de Eeshof die er op hun beurt weer afstand van deden. De weg rechts op de voorgrond gaat naar Huize Veldwiik, alwaar Dr. Schaepman gewoond heeft. Achter de molen stond vroeger het Molenhuis. Het huis op de voorgrond is van Olde Hampsink. Links daarvan het Trexhuis (Lenferink). Links daarvan het in 1969 afgebroken erve ten Winkel. Nog verder naar links het Brinkhuis (Koopman). In 1925 werd de molen van de wieken ontdaan en 10 mei 1965 geheelafgebroken.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek