Ubbergen in oude ansichten

Ubbergen in oude ansichten

Auteur
:   M.J.Th. van Boldrik
Gemeente
:   Ubbergen
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0425-8
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Ubbergen in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING.

De auto is natuurlijk heel fijn, maar z'n voordeel is gelijk z'n tekortkoming: je gaat er zo hard mee. Juist bij het bekijken van ansichtkaarten en foto's "van toen" valt op hoe mooi de gemeente Ubbergen altijd is geweest. Buitenhuizen, waaraan we nu snel voorbijrazen, blijken het magnifiek in hun statige omgeving te doen. Dat deden ze toen, ze doen het nu. Maar je moet wel wandelen of stilstaan om het een beetje behoorlijk te zien en in je op te nemen: de heuvels, de bospartijen, het polderland met zijn kerkjes, de dijkwegen met hun oude bebouwing en ga zo maar door. In zekere zin heeft Ubbergen de laatste anderhalve eeuw voortdurend met het verkeer in de knoei gezeten. Voor het Hoog (Ubbergen, Beek, Berg en Dal) betekende het zelfs op- en ondergang. Nog geen honderdvijftig jaren terug waren de dorpen, die sinds 1837 de gemeente vormen, zonder uitzondering slecht bereikbaar. Over de heuvels en door de bossen liep van Nijmegen uit bovenover een zandpad: de Oude Kleefschebaan. Je kwam ermee door Berg en Dal, dat eigenlijk pas een beetje gezicht kreeg na de bouw van het "Groothotel" in 1868. Langs het riviertje de Meer voerde een ander zandpad naar de oude heerlijkheid Ubbergen en verder omhoog omlaag naar

Beek. Pas in 1824 werd het pad enigermate weg. Maar er moest wat later nog wel een "Commissie voor den Straatweg Nijmegen-Cranenburgh" aan te pas komen om hem geschikt te maken voor het "razende" verkeer van die tijden: dogkarren, tilbury's, brikken en andere rijtuigen. De tol in Ubbergen, waaruit het onderhoud werd betaald, ging pas op 1 juli 1929 voorgoed open. Soms toch stonden er wel zes, zeven auto's voor te wachten en dat ging toch niet ...

Het Laag kan intussen nog wel andere verhálen vertellen. 's Winters liepen de polders onder en zat iedereen vast op z'n terp. Wie aan de dijk woonde, kon nog eens weglopen. Bijvoorbeeld maandags of donderdags naar de aanlegplaatsen aan de Waal van het marktschip uit Millingen of Nijmegen. Na 1877 werd dit zowaar een vaste bootdienst, maar een beetje echte ontsluiting kwam er pas in 1922. Egberts begon dat jaar zijn autobusdienst van Millingen via Kekerdom, Leuth en Beek naar Nijmegen. De dienst bestaat, aangepast en wel, nèg.

Ubbergen, Beek, Berg en Dal ("het Hoog") waren er met hun ontsluiting vroeger bij. De stoomtram pufte al van 1889 af tussen stad en dorpen. De elektrificatie maakte het in 1912 mogelijk er een bergspoor naar

Berg en Dal aan vast te knopen. Ook van Kleef uit reed een tram op Beek (de rails ervan zijn nog te zien in de Rijksstraatweg). Het dorp kon door die beide lijnen uitgroeien tot een vakantieoord van allure. Uit die luisterrijke tijden (voor de welgestelden! ) dateren de vele ex- en een paar nog bestaande hotels in de dorpen van het Hoog. De openlegging voor het moderne verkeer, en niet te vergeten de ligging aan de grens, bracht veel geld in het laatje.

Datzelfde verkeer gaf tussen de beide wereldoorlogen, en vooral na de laatste, de prille welvaart een genadeklap. De auto bracht de streek te dichtbij voor de reislustigen, die het Nederlands schoon wel gezien meenden te hebben. Het bleek ook te klein van schaal. Wandelen, door de eeuwen heen de meest beoefende verkeersvorm, werd tenslotte tot een sportief presteren dat in vierdaagsen en andere marsen met medailles beloond moet worden. De oude wegen zouden daarvoor best voldoende zijn, maar er moesten er meer en meer komen. Sindsdien komt iedereen in Hoog en Laag, van hoog tot laag, overal waar hij zijn wil, héél gemakkelijk. Per auto. Maar onze gemeente is er een gebleven om door te lopen, om stil te staan en te kijken. Zoals toen, in de tijd van deze prent-

briefkaarten en foto's. Een voor de meesten een echte goeie, ouwe tijd. Dat staat vast. Maar wel in ieder geval een stuk rustiger.

VERANTWOORDING

In eerste opzet zou dit boekje tachtig prentbriefkaarten omvatten. Het zijn er uiteindelijk tweemaal zoveel geworden. Vijf maanden frontgebied, waarin ontzaglijk veel werd vernield en verloren ging, maken elke behouden prent tot een bijna uniek bezit, vooral voor hen die "toen" meemaakten. En dan valt nergens in Nederland op zo'n klein stukje grond zoveel afwisseling, verschiet en geaccidenteerdheid te vinden. Een eenmalige uitgave als deze moet dit alles toch laten zien, nietwaar?

Zonder de grote medewerking van zeer velen was dit boekje niet tot stand gekomen. Namen noemen is een onbegonnen werk. Vandaar op deze plaats slechts een algemene dank. Een uitzondering willen wij maken voor het gemeentearchief van Nijmegen en het archief van de gemeente Ubbergen, waarvan wij veel medewerking mochten ondervinden. Mogen zij, die dit boekje doorkijken, evenveel plezier beleven aan het resultaat als de samenstellers bij het verzamelen.

UITGAVr.

~

~[ta::~"" 1J)m>1I1Jt (ij [[N

I<?MTINCtN 1000...

=

1. Deze wandelkaart uit 1932 zal het ons gemakkelijker maken bij onze rondgang door de gemeente Ubbergen. Vanuit Nijmegen gaan we richting Ubbergen en Beek tot aan het laatste huis van Ubbergen:

"Bronhuize". We bezoeken vervolgens de dorpen Persingen, Leuth, Kekerdom en Ooy, om dan naar Beek te gaan. Via "Mooi Nederland" beëindigen we onze tocht in Berg en Dal.

aar Beek

2. In de Nijmeegse Hersteeg, de huidige Hertogstraat, stappen we op de stoomtram naar Beek. Juffrouw Heiligers had daar bij de tramhalte een café met wachtkamer en pakjesdepot, want de stoomtram nam behalve passagiers ook goederen mee. Op verzoek werd overal gestopt; de pakjes werden op diverse adressen afgeleverd door conducteur Mast of door zijn collega's. De machinist waarschuwde intussen door hard aan de bel te trekken. Hoefde niet te worden afgerekend of reageerde men niet vlug genoeg, dan werden de pakjes vóór het huis of in de tuin gedeponeerd. Hier puft de tram in 1905 langs de rustieke brug in het Hunnerpark.

uSSE:RGSCI-'E

J < ?

. ~" <':

'';-:,,": ...

" .

",-,.' ~

_., .~ ..

. -~ ..

3. Deze huizen - de namen "Casa Cara" en "Ooyzicht" liggen nog vers in onze herinnering - stonden aan het Vrouwendaal, dat vóór 1915 nog tot het grondgebied van de gemeente Ubbergen behoorde. Ze zijn in 1944/45 bij de strijd om de Waalbrug grotendeels verwoest en daarna afgebroken. Eén villa is blijven staan; daarin is thans rijkswaterstaat gehuisvest.

wDE VIiRENHOF" UBBERGEN.

4. "Varenhof". Hier woonde gedurende enige jaren in het midden der vorige eeuw mr. J.J.L. van der Brugghen, geboren aan de Duivengas te Nijmegen. Als minister van justitie heeft hij in den lande en als mede-oprichter van de christelijke normaalschool "Op de Klokkenberg" plaatselijk naam gemaakt. Van zijn hand verschenen tal van publikaties. Opname circa 1920.

t;BBEKGE:'. Hötel de 1: Promerrad .

5. Langs een lommerrijke laan bereiken we al spoedig "Hotel de la Promenade", "een mooi rustpunt voor wandelaars en wielrijders". Het bestond oorspronkelijk uit twee gedeelten: het oudere herenhuis, dat in vroeger jaren eigendom was van de Nijmeegse familie Noorduyn, en de latere aanbouw ten behoeve van het hotel. In 1929 werd het complex als studiehuis "St. Vincentius à Paulo" door de heren lazaristen aangekocht, maar de naam "Promenade" is in de volksmond blijven voortleven.

6. De stoomtram, welke vanaf 1889 de dorpen Beek en Ubbergen met Nijmegen verbond, had winter- en zomerwagens. In de koude en regenachtige jaargetijden kon men in de eerste klasse op prachtige rood fluwelen kussens zittën, terwijl op warme zonnige dagen forensen, schoolkinderen en vakantiegangers in geheel open, klasseloze zomerwagens plaats namen. Bij gladheid moest Gradus van Kesteren uit de Kasteelselaan, soms geholpen door de schooljeugd, zand op de rails strooien om de tram te helpen de "bergen" te nemen. Trouwe eerste klas tramgasten, zoals Waller, van villa "De Marsch" (thans Maartenshof), jonkheer Gijsbert Dommer van Poldersveldt van "Torenzicht", de heren Monhemius van .Rozendal" en andere notabelen, wisselden hun morgengroet. Bij de opgang naar de Beekmansdalseweg (links) zien we de boerderij van Schaap; op de achtergrond nog even "Hotel de la Promenade".

7. Op 1 juli 1938 vierde 1. Gerbrands, veldwachter van Ubbergen, zijn vijfentwintigjarig dienstjubileum. Hier zien we hem met vrouwen zoon naast burgemeester mr. P.M.H. Sassen en de collega's B. Janssen uit Erlecom, A. Jansen en C. Brandsma uit Beek. Aan de andere zijde staan van links naar rechts: brigadier Grit, opperwachtmeester Frieling en majoor Fokker, allen uit Nijmegen. Op de tweede rij: J. Braam (wethouder), J.A.J. v.d. Boogaard (gemeentearchitect), W.J. Steenmans (gemeenteontvanger), J. Merkus (boswachter), J. Nuyten (volontair ter secretarie), H.J. Hendriks (eerste ambtenaar), J.B. Gitzeis (gemeentesecretaris), H. Verriet (wethouder), J. Hermsen (gemeentebode), de ambtenaren ter secretarie A. Peters, Th. Nagel, G. Goedhardt en K. Steenmans, Th. Menting (controleur steunverlening) en W. Peelen (onbezoldigd rijksveldwachter).

8. Ook de brandspuit van Ubbergen reed mee in de stoet, toen op 1 juli 1929 de Ubbergse tol werd "begraven". Boven op de bok zit brandmeester H. Kersten, de smid, geflankeerd door twee spuitgasten. Terzijde staat veldwachter A. Jansen.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek