Ulvenhout in oude ansichten

Ulvenhout in oude ansichten

Auteur
:   A.W. Jansen
Gemeente
:   Breda
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5863-3
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Ulvenhout in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Ulvenhout is in de middeleeuwen ontstaan uit een ontginningsgebied tussen de Bavelse Leij aan de Bieberg in het noorden en de Chaamse Reek nabij ,,'t Hoekske" in het zuiden. De naam van het dorp, die volgens ir. Chr. Buiks hoog opgaand bos van kraak- of schietwilg zou betekenen, wordt aan het einde van de 13e eeuw voor de eerste maal vermeld. Oorspronkelijk behoorden de tienden en de hoeve van Ulvenhout tot de bezittingen van de abdij van Thorn. In de Be eeuw maakten de heren van Breda zich als beschermers van de abdij geleidelijk meester van deze rechten. Stad en Land van Breda vormden oorspronkelijk een onafhankelijk goed, maar al aan het einde van de 12e eeuw wist de hertog van Brabant de heerlijkheid van Breda van zich afhankelijk te maken. Vervolgens gaf hij in 1334, toen zelf heer van Breda, het goed in Ulvenhout, met uitzondering van de hoeve, in leen aan de met de vroegere heren verwante Raso van Liedekercke. Het is mogelijk dat deze leenmannen het slotje Grimhuijsen hebben gesticht, gelegen achter de huidige rooms-katholieke kerk. De hoeve van Ulvenhout, die nog steeds be staat onder de naam Prinsenhoeve, werd door de Bredase heren verpacht en is nog steeds een domeinhoeve. Achter deze boerderij heeft aan de Mark de voorganger van het huis Grimhuijsen gelegen, een versterking op een terp waarmee de vroegere bezitters van Breda hun territorium wilden beschermen.

Na de heren van Liedekercke en Ulvenhout kwamen vanaf de helft van de 15e eeuw vooraanstaande burgers als leenmannen in het bezit van Grimhuijsen. In 1697 kwam het slotje in handen van de Bredase koopman Jan de Wi jse, die voor de verdere ontwikkeling van Ulvenhout van grote betekenis is geweest. Doordat hij ook de latere Pekhoeve aan zijn bezit toevoegde, was aile grond aan de westzijde van de weg door Ulvenhout in

een hand. Hij was de katholieken goed gezind. Nu hadden de eigenaren van Grimhuijsen ook in de 17e eeuw al onderdak geboden aan de pastoor van Ginneken. Deze had na de Vrede van Munster in 1648 zijn parochie moeten verlaten, maar kon zo vanuit Grimhuijsen zijn gelovigen af en toe blijven bedienen. In het tweede kwart van de 18e eeuw vestigde de pastoor zich permanent in het slotje. Aanvankelijk huurde hij dit van de erfgenamen van Jan de Wijse, maar in 1743 kon hij het van de toenmalige eigenaar kopen. Een jaar eerder was in de schuur naast het slotje een kerkruimte ingericht, waarmee de rooms-katholieken van de Ginnekense parochie weer een eigen kerkgebouw hadden. Ulvenhout was hierdoor kerkdorp geworden, een belangrijke stap vooruit in de verdere ontwikkeling van deze gemeenschap. Na de omwenteling van 1795 werden veel kerkgebouwen aan de katholieken teruggegeven. Het kerkbestuur van Ulvenhout, dat officieel nog steeds de parochie van Ginneken vertegenwoordigde, wist door handig optreden te voorkomen dat ook de oude kerk in Ginneken weer ter beschikking van de katholieken werd gesteld. Hierdoor bleef de parochie voorlopig in Ulvenhout gevestigd. De schuurkerk werd herbouwd en deed daarna nog tot 1904 dienst. Toen kwamen er niet aIleen een nieuw kerkgebouw en een nieuwe pastorie, maar werden ook het klooster en de schoolgebouwen vernieuwd. In 1837 werd in Ginneken een nieuwe parochie gesticht, waardoor Ulvenhout kerkelijk zelfstandig werd.

Behalve uit Grimhuijsen en het eenvoudige kerkgebouw bestond rond 1800 de kern van Ulvenhout tussen de twee beken maar uit een achttal boerderijen en ongeveer twintig andere woningen of kleine hoeven. Aan de westzijde van de straat lagen er maar twee: de Prinsenhoeve en de Pekhoeve. De oost-

zijde was dichter bebouwd. Op de Bieberg stond vanouds de hoeve Beverslui js (Ulvenhoutselaan 123b). In het dorp zelflag de boerderij van Hendrik Meeren, op de plaats waar men nu de Rabobank vindt. Vanaf cafe De Harmonie tegenover de kerk tot voorbij de Grimhuijsenstraat stond een aantal kleinere dorpswoningen, waarvan er slechts een nagenoeg ongeschonden bewaard is gebleven, namelijk Dorpstraat 79. Nabij de noordelijke hoek van de Annevillelaan lag een kleine hoeve, terwijl op de andere hoek twee huisjes stonden. Aan het begin van 't Hofflandt, een groot complex, bestaande uit de herberg, brouwerij en boerderij De Roskam, in de punt tussen Molenstraat en Pennendijk, lag eveneens een boerderij (nu een benzinestation), terwijl er aan het begin van de Pennendijk nog een grote en een kleine hoeve te vinden waren. De kern van het dorp telde toen maar 150 mensen.

Het "volbouwen" van de weg door het dorp begon pas tegen het einde van de 1ge eeuw goed op gang te komen en zou tot ver in de 20e eeuw voortgaan. Aileen het gedeelte tussen de Bieberg en de ingang van het bos bleef als domeingrond onbebouwd. Rond 1900 was het aantal bewoners in de kern gegroeid tot circa 500 en het aantal woningen tot ongeveer 100, waaronder nog zeven boerderijen. Anno 1994 zijn er daarvan slechts vier over, waarvan echter aileen de oudste, de Prinsenhoeve en "Hoogsteen" nog als zodanig in bedrijf zijn. Na 1900 is de bevolkingsgroei sterk toegenomen. In de eerste helft van de 20e eeuw verdubbelde het aantal inwoners zich. Na de Tweede Wereldoorlog was de groei explosief: Ulvenhout werd een forensendorp met een groot aantal nieuwe wijken, waarin nu ongeveer 5000 mensen wonen.

De opzet van dit boekje is een indruk te geven van de ontwikkeling van Ulvenhout tussen 1900 en 1950. Dat geschiedt aan

de hand van 53 ansichten en 23 oude foto's. We volgen daarbij drie routes door Ulvenhout en omgeving, die aile beginnen bij Het Jachthuis.

De eerste toont ons aan de hand van 39 ansichten hoe de Dorpstraat en de Molenstraat er in het verleden uitzagen. Vervolgens maken we een tocht door het Ulvenhoutsebos (nrs. 40 tim 50), terwijl de derde route ons naar de Bieberg voert en vandaar langs de Mark naar Galder en Strijbeek (nrs. 51 tim 65). De laatste elf foto's geven beelden van gebeurtenissen en mensen uit die tijd: een familie tijdens de mobilisatiejaren 1914-1918, optochten, een processie, een jongensklas, de voetbalvereniging en ten slotte de eerste wielerronde van Ulvenhont in 1951.

Het fotomateriaal is voor het grootste gedeelte afkomstig uit de collectie van de heer A. van Dun te Ulvenhout. Hij stelde bijna aile ansichten en twee foto's ter beschikking, in totaal 53 afbeeldingen. Het gemeentearchief van Nieuw-Ginneken leverde negen foto's, de heer J. Grauwmans twee ansichten en vier toto's, terwijl de overige acht beschikbaar werden gesteld door mevrouw J. Luykx-Nooren, de heer en mevrouw J. van Kuijk en de heer M. Heijblorn.

Rest mij nog een woord van dank aan degenen, die mij met de samenstelling van dit boekje hebben geholpen. Naast de gemeentearchivaris drs. J. Broeders heeft vooral de heer Jan Grauwmans, Ulvenhoutenaar in hart en nieren, mij met woord en daad bijgestaan,

Ulvenhout, mei 1994

A.W. Jansen

;;r .???

- U1venbontsebe WPg, U1venbont.

1. Tussen de Bieberg en het dorp is steeds een ruimte onbebouwd gebleven. Dat is te danken aan de Dorneingronden, waartoe vanouds het Ulvenhoutsebos (links) en de Prinsenhoeve (rechts) behoren. Op de foto van rond 1915 ziet men de rails van de paardetram, die vanaf 1903 tot 1920 vanaf de Raadhuisstraat in Ginneken naar Ulvenhout reed, eerst tot aan de kerk, maar enkele jaren later tot aan "De Roskam" aan het einde van de Dorpstraat. De dienst werd onderhouden door de "Ginnekensche Tramwegmaatschappij". In 1907 kostte de rit van 15 minuten 5 cent. De tram reed 16 maal per dag. Op zon- en feestdagen vertrok er bij goed weer zelfs ieder kwartier ecn tram, terwille van de dagjesmensen uit de stad.

Ulvenhout,

Fo10 A. 'Jan Erp.

Ret Jachthuis.

2. Nu Ulvenhout gemakkelijk te bereiken was voor toeristen en dagjesmensen, was de tijd gunstig om hier een hotel of pension te openen. De grond aan de oostzijde van de Dorpstraat tussen het huidige Dorpsplein en de ingang van het bos werd in 1898 verkaveld tot bouwgrond. Bij de ingang van het bos liet c.J. Bakker, boswachter en kooprnan, een hotel bouwen, dat , ,Het Jachthuis" werd gedoopt. Het werd verpacht aan de Bredase kastelein Ludwig Ueberfeldt, wiens naam op deze foto uit 1904 op de zijgevel te lezen staat. Hij liet de exploitatie over aan zijn schoonzoon, W.J. Rath. Volgens de overlevering zou de naam ontleend zijn aan de jagers, die hier hun trefpunt hadden.

T{Clel-pensiGn ,,}{et Jachlhuis", llloenheut

3. In 1906verkocht C.J. Bakker HetJachthuis voor een goede prijs aan W.J. Rath. Op de ansicht die deze in 1906 uitgaf, ziet men links een pass ant en de overbuurman H. Tervooren, geheel rechts de eigenaar met zijn gezin en enkele personeelsleden. Drie jaar later trok Rath zich uit de exploitatie terug en verpachtte het hotel aan C.A. Mermans uit Breda. In 1910 liet hij Het Jachthuis openbaar verkopen. Bakker zag er kennelijk winst in en kocht het hotel weer terug. In 1911 deed zich weer een koper voor in de persoon van de rentenier Nicolaas Loder. Deze sloot in 1912 het hotel en maakte er een deftig woonhuis van. Boven woonde zijn chauffeur en verzorger, W.J. Huijskens, met zijn gezin.

4. Het Jachthuis werd door N. Loder (1839-1926) ingrijpend gewijzigd. De veranda werd afgesloten en langs de straat kwam een hoog wit hek. Na zijn dood werd Het Jachthuis opnieuw verkocht. De nieuwe eigenaar verpachtte het van 1927 tot 19440pnieuw aan een hotelhouder, J .P.M. van Aalst. Daarna waren er militairen gehuisvest en vervolgens enkele politieagenten van de gemeente Nieuw-Ginneken. In 1948 kocht de gemeente het pand en verbouwde dit tot ambtswoning voor burgemeester J .A.M. Rouppe van der Voort (1946-1960). De veranda werd afgebrokcn, de balkons en de typerende houten topgeveJ verdwenen. In 1963 werd het opnieuw hotel, dat van 1965 tot 1993 werd uitgebaat door de familie Kool.

U1uenhouis<!he weg

5. Deze foto werd omstreeks 1915 genomen vanaf de Dorpstraat in de riehting van de Bieberg. Reehts de hekken voor Het Jaehthuis. Aan de overzijde van de straat verrees vanaf 1900 een aantal vrijstaande woningen. AIle grand aan deze zijde van de weg behoorde tot De Pekhoeve. In het midden ziet men het eerste huis (nu hoek Markdal), in 1900 gebouwd door Cath. Theunissen. Daarna volgden in 1904 de woningen van Th. J aeobs en H. Tervooren. Links "Huize Weltevreden" , dat in 1906 werd gestieht, dus niet in 191 0, zoals boven het portiek staat vermeld. Bouwheer was een Tilburgse winkelier, die het terstond overdeed aan Wilhelmina van Olst. Vanaf 1920 woonde er de oud-Indieganger J.J. Oxenaar.

ยท Groeteu~t m",~nhOilt",.

6. lets verder zuidwaarts bood de Dorpstraat in 1911 een totaal ander beeld dan nu. In het midden van de foto ziet men Huize Weltevreden, uiterst links het pand van timmerman P. Smeekens (nr. 30). Het tussenliggende stuk grond bleef tot de jaren dertig onbebouwd, waardoor men een doorkijkje had naar de Prinsenhoeve, Aan de rechterzijde een rij van zes dorpswoningen, die "De Acht Zaligheden" werden genoemd. Dit blok werd in 1899 voor de verhuur gebouwd door Martinus van Hooijdonk, landbouwer op Notsel. Deze familie bleef tot 1955 eigenaar. Omstreeks 1960 kocht de gemeente de huizen op, waarna ze in 1972 werden afgebroken. Er kwamen een winkel en een bankgebouw voor in de plaats.

7. Deze toto werd omstreeks 1914 op dezelfde plaats genomen als de voorgaande, maar nu in zuidelijke richting. Links ziet men weer "De Acht Zaligheden". Aan de overzijde staan vanaf rechts de panden van timmerman P. Smeekens, schilder C. Goosen en slager Fr. van den Broek (nrs. 30, 32 en 34), gebouwd rond 19060p grond van de Pekhoeve. In de jaren dertig kwam er nog een huis bij (nr. 36), waarin kapperW.c. de Hoogh zijn zaak had. In het laatste huis voor het kerkhof, gebouwd in 1909, was eerst een winkel en na de oorlog het cafetaria van de familie Bogaerts gevestigd. Het moest na 1960 wijken voor de aanleg van de Laurentiusstraat en de vergroting van het kerkhof. Op de kar Adam Verkooijen uit Strijbeek.

8. Op deze foto uit dezelfde tijd kijkt men weer in noordelijke riehting. Links de bij nr. 7 genoemde huizen van Goosen en Smeekens. De open ruimte bood toen nog een doorkijkje in de richting van de Bieberg. In het midden het laatste huis van "De Acht Zaligheden". Helemaal rechts het hoekpand van het huidige Dorpsplein (nrs. 35/37). Deze twee woningen werden gebouwd in 1902 door de houtzager J. Bastiaansen. Het hoekpand werd vanaf 1902 bewoond door de brievengaarder A. Bastiaansen. Bij hem werd in 1912 het eerste (hulp)postkantoor van Ulvenhout gevestigd. Na A. Bastiaansen was zijn dochter Ciska er kantoorhouder. Rond 1962 verhuisde het postkantoor naar de Annevillelaan en vandaar naar Dorpstraat 99a.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek