Ureterp in oude ansichten

Ureterp in oude ansichten

Auteur
:   E. Huisman
Gemeente
:   Opsterland
Provincie
:   Fryslân / Friesland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4090-4
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Ureterp in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Dit boekje wil een beeld geven van het dorp Ureterp zoals het er in de eerste beide decennia van deze eeuw uitzag. Eigenlijk kan er van twee dorpen worden gesproken.

Het in het begin van de veertiende eeuw Urathorp genoemde boerendorp had zijn bewoning langs en bij de Binnenweg, die tegenwoordig de benamingen Selmien, Weibuorren en Boerestreek draagt. Van de naam Urathorp duidt het eerste deel (oer: boven) op het hogerop liggen langs het Alddjip (tegenover Utrathorp); de oude naam voor Olterterp, waarin utra verband houdt met het lager, stroomafwaarts liggen. Dat de uitgang terp, waarin thorp in de loop der tijden veranderde, geen verband houdt met een door mensenhand opgeworpen hoogte, spreekt, voor wie de streek kent, vanzelf. Rond het dorp strekten zich veen en heide uit. am dit veen voor turfwinning te kunnen afgraven, werd in de tweede helft van de zeventiende eeuw de Ureterper vaart.en de voortzetting hiervan tot voorbij Bakkeveen, gegraven. Aan deze vaart ontstond het tweede Ureterp, waar zich de in de turf werkende mensen met hun gezinnen vestigden. Na de vervening werd de van de veenlaag ontdane ondergrond ontgonnen, zodat hier een boeren- en arbeidersbevolking bleef wonen. Ook vestigden zich hier neringdoenden en schippers; laatstgenoemden

meest in hun schip, maar ook wel aan de wal. Na de vervening gingen de turfschippers op andere vracht over. In 1704 werd vermeld dat bij de vaart al meer huizen stonden en meer huisgezinnen woonden dan in het oorspronkelijke dorp zelf. In 1950 woonde van aile Ureterpers nog ongeveer 1/3 deel aan de vaart.

In tegenstelling tot het oude dorp had dat aan de vaart praktisch aileen vaarverkeer. Wie geen bok (beide einden symmetrisch scherp) of praam (rond) had, huurde er een bij Geart Skutmakker. Zowel boeren als winkeliers vervoerden hun produkten over water. Dagelijks voeren bovendien twee veerpramen op Drachten (in onze eeuw Marten de Vries en Jeen de Vegt). Ook het vrachtverkeer van Bakkeveen naar Sneek en Leeuwarden (Douwe Valk en Jan van der Wal) ging via de Ureterper vaart.

De landerijen ten noorden van de vaart werden ontsloten door wijken. In het voet- en kruipad langs de noordzijde van de vaart, dat over de volle lengte doorliep van Ureterp Vallaat tot Frieschepalen, lagen dan ook tussen de beide sluizen (afstand vijf kilometer) zesendertig "ganghouten", afneembare planken die doorvaart rnogelijk maakten. Om een vrijer te plagen werd wel eens een plank weggenomen, zodat de geliefde onbereikbaar werd. Bij hoog water dreef trouwens ook wel eens een plank los, vooral op het lager

gelegen "Oast", tussen de Schooldraai en de Modderakswyk. In 1909 werden de planken vervangen door bredere afneembare barten met twee leuningen en werd elk bruggetje van een nummer voorzien. De verbinding tussen de beide vaartzijden werd tussen de beide sluizen gevormd door acht draaien en een vaste brug, de Hogebrug, die een doorvaarthoogte had van 3,66 meter zodat een lading hooi er onderdoor kon. Als er wagens over de vaart moesten, werd over de stalten van de draai een barte geschoven, zoals op afbeelding 26 is te zien. De draaien, waarvan sommige .Jykdraei" werden genoemd (verbinding met de kerk), werden voor een cent afgedraaid, maar er waren schippers die niets wilden betalen, De tolheffing van deze particuliere bruggetjes was namelijk niet op een recht gebaseerd.

Met de toename van het asverkeer werd het bezwaar van de beperkte wijkovergangen steeds groter. Toen dan ook in 1952 de laatste wijk was afgedamd, voer een praam met muziek door de vaart. Niet aIleen voor verkeer en waterafvoer was de vaart belangrijk, ook voor huishoud- en drinkwater waren de bewoners van het gebied, speciaal in tijden van droogte, hierop aangewezen. Dit veranderde eerst in 1951, toen hier waterleiding werd aangelegd.

De scheiding van Ureterp in twee eenheden sprak des te meer, doordat de bewoners van de Buorren in hoofdzaak vrijzinnig waren en die van de Feart rechtzinnig. Deze tegenstelling bestaat nog, hoe weI in mindere mate dan voorheen. Ter illustratie: bij de kamerverkiezingen van 1971 kreeg het Gereformeerd Politiek Verbond aan de vaart bijna dertig procent van de daar uitgebrachte stemmen; in de rest van het dorp was dit zestien procent.

Van de in het kader van de ruilverkaveling "Koningsdiep" in 1964 gedempte vaart geeft dit boekje een aantal beelden die laten zien hoeveel juist hier, waar een asfaltweg de plaats van de waterweg innam, is veranderd. Maar ook het dorpsgedeelte aan de Binnenweg, nu in hoofdzaak deWeibuorren, toonde ruim een halve eeuw geleden een weI heel ander "aangezicht" dan tegenwoordig. Hoeveel moois werd opgeofferd aan een betere bruikbaarheid, daarover rept de tekst verder niet. De afgebeelde foto's spreken wat dat betreft voor zichzelf. Deze foto's konden deels uit eigen verzameling worden gehaald. Dankzij de spontane meewerking van verschillende personen konden de nog noodzakelijke aanvullingen worden verkregen, alsmede de inlichtingen die voor het maken van de bijschriften nodig waren.

1. Op de westelijke toegang tot Ureterp, te Selmien, stond tot 1908, toen de tolheffing op gemeentewegen in Opsterland werd beeindigd, dit tolhek. Tolgaarderjwegwerker Jitte Mulder hanteert de bezem. Achter het hek staat, met oorijzer, zijn vrouw Hendrikje van der Veen en bij de "faem" zijn zoontje Jouke. Achter de ook door het echtpaar bediende houten draaibrug over de Olterterper vaart ligt, juist in Olterterp, de herberg met doorreed van Wabe Grupstra. Tegen het tolhuis ligt de ladder voor bediening van de petroleumlantaarn. Foto omstreeks 1895.

2. De openbare school die uit 1876 dateerde en oorspronkelijk vier lokalen had. In 1913 en in 1919 werd aan de achterkant een vierde en vijfde lokaa1 bijgebouwd. De school is in 1956 afgebroken, nadat de nieuwe in 1953 was geopend. Deze is genoemd naar Eelke Allershof, die hier van 1862 tot 1893 hoofd was en niet aIleen een voortreffelijk onderwijzer was, maar ook een voorvechter van landbouwonderwijs en -voorlichting (foto reehts). Links ziet u Lijke1e Bosma, hoofd van 1894 tot 1925 en in het midden zijn opvolger Jan Zwart (1925-1935).

3. Tussen buorren en Skoalleane stond, ten zuiden van de weg, cafe "De Veehande1" (nu Weibuorren 20) van Wieger Hidzers Gorter (v66r 1899 Hendrik Jilts Akkerman). Herbergier Gorter staat midden voor de doorreed. Naast zijn zoon Hidzer (in matrozenpak) staat zijn vrouw Akke Sietzema. In de til bury zitten Lammert Sietzema (broer van mevrouw Gorter) en zijn vrouw Trijntje Geerligs. Gorter was tevens boer en kassier van de boeren1eenbank. In de stalling achter de doorreed overnachtte vee van boeren uit Bakkeveen en omstreken op weg naar de boot in Drachten met als bestemming de markt in Leeuwarden.

4. Ten oosten van waar nu de Telle uitmondt stond de woning van Bonne Goitzens de Boer (geboren in 1830). Hij staat hier rechts v66r zijn huis. Even verder staat, met zijn armen in de zij, zijn buurman, de wagenmaker (en later brievengaarder) Klaas Arjens Keuning (geboren 1844). Naast hem staat de brievenbesteller Berend Casemier. Links is onder de bomen de noodsta1 (hoefstal) zichtbaar van smid Jurjen Durks Keuning, die in 1904 werd opgevolgd door Klaas Iebes Bakker.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek