Ureterp in pake en beppes tijd

Ureterp in pake en beppes tijd

Auteur
:   B.L. Hoeksma
Gemeente
:   Opsterland
Provincie
:   Fryslân / Friesland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5884-8
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Ureterp in pake en beppes tijd'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

6. De Weibuorren in westelijke richting.

Toevallig is dit een oude foto van rond de eeuwwisseling waarop niet vee I buurtbewoners staan. Dat was wel een bijzonderheid.

Links, voor zijn woning, kleermaker Jakob de Vroeg met zijn vrouw en twee naaimeisjes (?). De kleine jongen naast echtgenote De Vroeg schijnt het niet eens te zijn met mem, want hij staat heftig te zwaaien met zijn armpje.

Jakob de Vroeg was dus kleermaker en haantje-de-voorste als er een fotograaf in de buurt was. Er viel wat te verdienen aan de ansichtkaarten die er gemaakt werden en bij hem in de verkoop kwamen. En hij zorgde er wel voor dat zijn persoon dan ook op die foto stond.

Aan de andere kant van deze woning woonden Oebele en Trientsje de Boer. Oebele was schoenmaker. In latere jaren werd hun deel van de woning afgebroken en werd daar een boerehuizinge op gebouwd. Daarna zette De Boer de schoenmakersleest aan de kant om boer te worden.

In de volgende dubbele woning hadden Pieter en Janke van der Harst een kruidenierswinkel. Na het overlijden van Pieter werd de zaak voortgezet door zijn vrouw, later met hulp van hun ongetrouwde dochter Teakje, die in 1935 is overleden. Dit huis wordt nog steeds door nakomelingen van Pieter en Janke bewoond en staat onder Monumentenzorg. Het is de enige woning op de foto die alle jaren in zijn oorspronkelijke staat heeft overleefd.

De boerderij die ernaast stond (schoorsteen en gevel zijn net te zien) werd even na 1900 afgebroken. Op dit perceel kwam een woning met schuur, waar de weduwe Postra met haar be ide zonen verder ging met de kuiperij, nadat ze in 1906 de herberg "Onder de Linden" had verkocht.

Het dan volgende huis werd bewoond door de handwerkonderwijzeres de weduwe Scheffer. Ernaast het postkantoor van brievengaarder Klaas Arjens Keuning.

De klinkerstraat die lag vanaf de Mounestrjitte tot de Kupersleane, is hier duidelijk te zien. Naast deze klinkerweg was alles bestraat met balstenen, die tot de hekjes of tot de voorgevels van de huizen lagen.

7. Rond de eeuwwisseling waren er in de Weibuorren vijf straatlantaarns, die in het winterseizoen werden aangestoken en uitgeblazen door D. Oosterbaan, waarvoor de man in het winterhalfjaar 15 gulden van de gemeente ontving.

Ret eerste huis links was de bakkerij van Wobbe Kramer. Hij werd in 1912 opgevolgd door Sybe Bosch, waarna in 1919 Klaas Geertsma de bakkerij voortzette. Ook diens zoon Metze ging in vaders voetstappen verder. Tot de afbraak in 1992 werd er in de winkel brood verkocht, al werd er niet meer gebakken. Dat huis is dus wel met recht een broodwinkel geweest.

Ret volgende pand was van schoenmaker Anne Lambertus van der Harst; later van Frederik Lolkema, die schoenmaker, scheerbaas en lantaarnopsteker werd. Voor 5 cent konden de mannen hier hun wekelijkse baard kwijt, wat meestal op zaterdag gebeurde. De messen moesten wel scherp zijn, want er zat vaak heel wat stof in zo'n baard. Ret scheren yond plaats in de huiskamer-schoenrnakerij. Ret ernaast staande huis was van timmerman Jurjen Dijkstra en werd door hem afgebroken. Er kwam een nieuw pand, dat werd overgedaan aan Klaas Geertsma. Later kwam Popke Popkema hier te wonen. J. Dijkstra verhuisde naar de overkant, in de voormalige gortpellerij van W. Idema.

Dan de herberg met bovenzaal. Die heeft na Jurjen Keuning nog verschillende eigenaars gehad, zoals Rindert van der Velde (was ook smid aan de overkant), Hidzer W. Gorter en Mindert Douwes Oosterbaan. Deze laatste beheerde in een deel van het pand het postkantoor en het andere deel verhuurde hij aan een fietsenzaak. In december 1919 kwam het einde van deze herberg door een grote brand. Aangewakkerd door een harde zuidoostenwind vlogen de vonken over de weg, zodat men aan de overkant met emmers water het dak nat moest houden. Ret moet voor vele buurtbewoners een angstige avond zijn geweest.

Rechts op de foto: de zaak van smid en fietsenfabrikant Rinne Posthumus, die in 1915 overleed. De zaak werd voortgezet door zijn vrouw, die bekend was als "de vroed" en zich ook veel bezig hield met maatschappelijk werk.

Op de foto uiterst links Jelle Oosterbaan, midden op de weg met licht overhemd Germ J. Zuiderbaan, Rechts, voor de winkel, met een fietswiel in zijn hand, smid Rinne Posthumus.

8. De christelijke muriekvereniging "De Bazuin", opgericht in 1923.

Op 15 maart 1923 kwamen in de christelijke school te Siegerswoude diverse mensen bijeen waarbij besloten werd om een christelijke muziekvereniging op te richten. Siegerswoude en Ureterp vormden to en een kerkelijke gemeente. Er bleek vee I belangstelling te zijn en er gaven zich 23 personen op als lid. Het eerste bestuur werd gevormd door: F.R. Dijkstra, voorzitter; 10. de Boer, secretaris; K. Bekkema, penningmeester; R.M. van der Wal en P.I de Vries. Als directeur werd benoemd de heer Kuiken uit Drachten, die deze functie ruim dertig jaar heeft vervuld.

AIle begin was moeilijk. Dat er veel verschil was tussen het blazen op een instrument en het gezamenlijk spelen van een melodie, merkte men spoedig. En het noten lezen! Het was zwart van de noten en dan allemaal stipp en en vlaggetjes. Brrr!

Maar in 1925 werd al voor het eerst deelgenomen aan een concours in Gaasterland en in de 3e afdeling werd een 2e prijs behaald.

N a jaren van opgang kwam in 1933 een gebrek aan animo. Tach kon de vereniging doordraaien. In 1938 werd in Siegerswoude een eigen vereniging opgericht en moest De Bazuin verder met 19 leden. Oak dit verlies kwam de vereniging te boven.

Bijgaande foto is uit 1929 en toont de volgende leden, bovenste rij, van links naar rechts: Libbe Boonstra, Jan Veenstra, Freerk Zijlstra, Hendrik Zijlstra, Eelke de Jong, Jan de Jong, Albert de Jong en Willem de Jong. Tweede rij: Roel Braam, Oege Huisman, Oebele Veenstra, Gerbende Roos, Foppe Dijkstra, Theunis Bijma, Rinze Bouma en Berend Tabak.

Derde rij: Harm Boonstra, Roel Jonker, Riemer Bouma, directeur Kuiken, Anne Bouma, Reinder Wouda en Engbert Zijlstra.

Voorste rij: Jan de Vos, Melle van der Wal, Sjoerd van der Meulen, Wietse Bron en Jan W. de Vries.

9. Ureterp - Vallaat.

Na het graven van de va art vanuit Drachten voor de veenafgraving ontstond op de grens tussen Opsterland en Smallingerland aan het Vallaat (de schutsluis om het hoogteverschil te overwinnen) een dichte bebouwing. De vaart met dwarswijken was in 1667 al tot Frieschepalen gevorderd en daarmee kon de turfafvoer worden gerealiseerd. Na ruim een eeuw was een groot deel van het hoogveen afgegraven en moesten verscheidene mens en ander werk zoeken. Er waren er die zich toelegden op de algemene vrachtvaart, maar ze hielden hier hun thuishaven.

Dat er in de vorige eeuw vrij veel mensen woonden blijkt wel uit de aanwezigheid van een schooltje, dat tot 1885 daar heeft gestaan. In sommige jaren kregen daar wel zeventig leerlingen onderwijs. Er ontstond veel handel, getuige de vele winkeltjes van een bakker, van kruideniers en timmerlieden.

Omstreeks 1885 had J.A.L. de Stoppelaar er een ray ale huizinge laten bouwen (op de foto uiterst links, half zichtbaar). Deze man had eerst gewoond aan de vaart, waar later het armhuis werd gevestigd. Hij had een grate groentekwekerij, waarvan de opbrengst overal werd verkocht. Vele vallaatsters hebben daar toen de kost verdiend. Later vestigde zich hier Hepke Wouda met een eierhandel, waar ook veel werknemers in dienst waren.

Op de hoek waar de weg naar Ureterp afsloeg van de vaart, stond van 1899 tot 1911 het zuivelfabriekje van Grietje Arends, dochter van boer Arends, die ernaast woonde. Zij was de eerste vrouw die aan de Zuivelschool in Bolsward afstudeerde.

Het tweede huis aan de overkant van de sluis was de sluiswachterswoning. Daarnaast de bakkerij waar in de jaren dertig Kees van der Lei zijn yak uitoefende.

In 1938 werd de vaart op de voorgrond nog omgelegd. Er kwam een vaste stenen brug over, waardoor het verkeer de korte bochten over de smalle klapbrug kon mijden. Va art, brug, sluis en verschillende woningen zijn allemaal verdwenen, evenals de boerderij van Jakob Faber waarvan op de foto, uiterst rechts, alleen de eerste boom van een lange rij naast de boerderij nog te zien is.

U RETERP. VALLAAT.

10. De Hege brege.

AIle vervoer aan de vaart ging over water. Door de vele dwarswijken was het vrijwel onmogelijk om iets langs de va art met paard en wagen te vervoeren. En toch moest men daar zo nu en dan gebruik van maken. Zo kwam men op het idee om een hoge brug te maken waar aIle schepen onderdoor konden varen. Het materiaal dat men nodig had was grond en hout. Beide waren in de omgeving voorhanden. Dat deze plek uitgezocht werd, zou verband kunnen houden met de Heers-wyk, die ver in het veengebied was uitgegraven tot aan de Dammen. Daar stonden enige boerderijen die verder nergens verbinding mee hadden. Deze brug was de enige vaste verbinding over de vaart tussen Vallaat en Frieschepalen.

Voorbij Frieschepalen lagen er meer van dergelijke hoge bruggen: de Kromhoekster brug, de Klauwertsbrug en de Voorwerkerbrug. Later, toen er draaien over de vaart lagen, werden van sommige de stalten zo breed gemaakt dat men naast de draai er barten overheen kon schuiven, zodat er met paard en wagen overheen gereden kon worden.

Deze foto is genomen vanaf de Hege brege in oostelijke richting. Links achter de bomen de boerderij van Steven Duursma, die eerder op de Dammen woonde. Op het voetpad staan, van links naar rechts, de vrouw van kruidenier Sjoerd Schuurman met dochter Klaske op haar arm. Ze woonden aan de west kant van de hege brege. De volgende was Kornelia Jansma, huishoudster bij St. Duursma en Griet Terpstra, dienstbode van St. Duursma.

Even verder ligt het bruggetje over de Heerswyk.

Rechts van de vaart: de man met de fiets was Geert Hellinga, die in het laatste van de drie kleine huisjes woonde. Op het pad voor zijn boerderij stond Y sbrand van Dijk. In de eerste beide huisjes woonden Romkje H. Hoekstra en W. Rinsma, later J. Jansma.

Er moet vroeger nog zo'n huisje hebben gestaan: daar woonden Stikel-om en Barchje-muoi. Deze bijnamen spreken voor zich! Toen het dak van het to en al oude huisje instortte, was het paar verdwenen en is nooit meer iets van hen gehoord.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek