Ureterp in pake en beppes tijd

Ureterp in pake en beppes tijd

Auteur
:   B.L. Hoeksma
Gemeente
:   Opsterland
Provincie
:   Fryslân / Friesland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5884-8
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Ureterp in pake en beppes tijd'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

36. Toneelvereniging "Op Nij Feriene".

Toneelspelen heeft de Oerterpers altijd in het bloed gezeten. Ruim honderd jaar geleden was het al gewoonte om tijdens een uitvoering van de zang- of muziekvereniging een toneelstukje op te voeren. Dat zal hoogstwaarschijnlijk de aanleiding zijn geweest voor enkele liefhebbers om een "echte" toneelvereniging op te richten. Er werd een vereniging opgericht die de naam "Op Nij Feriene" kreeg. Helaas zijn de notulen van de oprichtingsvergadering niet meer aanwezig.

Deze vereniging komt elk jaar met een programma op de planken; al sinds 1891 en is daarmee een van de oudste verenigingen van ons dorp. o.N.F. heeft in deze lange tijd veel op- en neergang meegemaakt, maar is altijd in leven gebleven.

Er is nog een aankondiging voor een toneelvoorstelling uit het jaar 1915, in de zaal van B. Oosterbaan te Ureterp. In het op te voeren blijspel "De jiltstumper" speelden de volgende leden mee: de heer H. Wouda, de heer K. de Boer, juffer 1. Mulder, de heer F. Huitema, juffer G. Siersma, de heer 1. Mulder, juffer S. Planting, de heer 1. Hoeksma en de heer G. Jelsma. In het toneelspel met zang "It silveren Horloasje" speelden de heer 1. Hoeksma, de juffers G. Siersma en S. Planting, de heer F. Huitema en G. Jelsma.

Ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan werd in 1940 deze foto gemaakt. De werkende leden waren, staande, van links naar rechts: Hiske Doting, Hendrik Bekkema, Jikke Wouters-Postma, Jelle S. Bouma, Jan Vonk, Aldert Heddema en Geertje Jongstra.

Zittend: Haaije 1. Bouma, Feikje Mulder-Nieuwdam, Hendrik Mulder, Minke van der Brug, Trijntje Nieuwdam en Douwe M. Oosterbaan.

37. De westkant van de Weibuorren in 1938.

In de jaren dertig werden hier vele huizen bijgebouwd, de sloten moesten blijven bestaan zodat elk huis een eigen bruggetje over de sloot kreeg.

Links op de voorgrond ligt het bruggetje naar de woning van Wobbe Kramer. Het eerste huis op de foto was van Rienk van der Leest en is enige jaren geleden afgebroken. Het volgende huis waar men op aan ziet was van Jan Wijminga, Hij had er een aardappelhandel en was tevens verzekeringsagent. Dan de woning van Hendrik Mulder, onderwijzer aan de openbare school. Zijn buurman, A. Buwalda, was onderwijzer aan de christelijke school aan de vaart, evenals diens buurman en collega G. Schreiber, de bewoner van het volgende huis. Dan Jan Veenstra, die daar woonde met twee ongetrouwde dochters, Iefke en Trientsje, Op de hoek (naast de tegenwoordige Mounestrjitte) de woning van Wieger H. Gorter, die kassier was van de Boerenleenbank en het kantoor aan huis had.

Aan de zuidkant, ten oosten van de Telle van nu, de oude woning van Gurbe Fokkema. Dit huis werd in 1939 vervangen door het tegenwoordige zakenpand. In dit pand begon Andries Posthumus met een levensmiddeIenbedrijf, Het huis van Romkje Posthumus is op de foto niet te zien, Dan de garage van Jacob Meinsma. Ernaast het huis van Johannes Bouma, vervolgens de woning van de weduwe Hinne Posthumus, de vroegere "vroed".

Het huis met de hoge gevel was de slagerij van Kees Jansma. Op de rijweg hield Wietse Bron een demonstratie met hengsten. Wietse en broer Jan Bron had den op de boerderij achter de Weibuorren (kort geleden afgebroken) een paardendekstation.

In die jaren kon men nog rustig een show op de openbare weg houden. Dat gaf altijd veel bekijks en het weinige verkeer had er geen hinder van.

38. Het straatbeeld in de jaren dertig werd bepaald door middenstanders en venters zoals bakkers, slagers en kruideniers, die alle dagen onderweg waren om hun klan ten te bedienen. Een van hen was Jacob Haagsma met de "st1pekarre". Hij was begonnen in 1927 en gedurende 25 jaar een niet weg te denken persoon in Ureterp en omgeving met zijn uitventen van melkprodukten. Zijn handel haalde hij iedere morgen vroeg van de cooperatieve zuivelfabriek in Olterterp. Aanvankelijk gebeurde dat met paard en wagen zoals op de foto te zien is. Later werden paard en wagen vervangen door een bakfiets met een trekhond, een grote Duitse dog. Na de oorlog, toen trekhonden verboden waren, ging Haagsma over op gemotoriseerd vervoer: een motorbakfiets.

In de beginjaren was het assortiment, vergeleken bij de tegenwoordige tijd, wei erg klein. De hoofdzaak was melk, die hij in een tank met aftapkraantje op de wagen had. Daarnaast een paar melkbussen met karnemelk en een met st1pengroatten brei (gortpap). Alles moest met een liter- of halve litermaat worden afgemeten. Voor alleenstaanden was het zelfs mogelijk om een kwart liter te kopen. De verdere voorraad bestond uit boter en kaas en daarmee was de hele handel wel bekeken.

Haagsma was voor veel klanten ook de weerman; daar had hij wei kijk op. En de radio was in die tijd nog niet algemeen.

Het was een gemoedelijke tijd in die jaren. Ais het mooi weer was, bleven de huisvrouwen soms wei een poos(je) napraten met hun pannetje of schaaltje met pap of melk in de hand. Het gebeurde in een spann end gesprek dan vaak dat ze hun voorraadje melk vergaten en er wat op de grond terecht kwam. De katten hadden dat gauw door en zaten er lekker bij te likken. Als Haagsma aan zijn bel trok ten teken dat hij op komst was, dan was het niet aileen de huisvrouw, maar ook de poes die meeliep naar de supekarre, Haagsma was er trots op te kunnen vertellen dat hij gedurende de 25 jaar dat hij zijn yak uitoefende, nooit een keer verstek heeft laten gaan.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek