Urk in oude ansichten deel 2

Urk in oude ansichten deel 2

Auteur
:   T. de Vries
Gemeente
:   Urk
Provincie
:   Flevoland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0851-5
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Urk in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

19. Lieren en davits vergemakkelijkten het inhalen van de netten. De vooronderingang werd van een overkapping voorzien. Een schip dat een stuurhut kreeg moest ook een malie hebben om de schoot aan te bevestigen als het zeil nog niet werd opgedoekt. Op de werf staat een botter met "een rond gat". De crisisjaren hielden de scheepsontwikkeling nog tegen, maar na de oorlog was er geen houden meer aan de vernieuwingsdrang. Hout werd staal, botters werden kotters. Er werd zoveel mogelijk geautomatiseerd en gemotoriseerd. Nu heeft Urk een grote, moderne vissersvloot.

20. Enige uitrustingsstukken van een Urker visser in vroeger jaren: een rood baaien hemd met in de bef gouden keelknopen. Op de splitrand de naam van de drager. Ook op de zwarte kousen kwamen de initialen van de eigenaar te staan. Dat gebeurde om identificatie mogelijk te maken als de visser, na verdrinking, ergens en te eniger tijd gevonden werd. Het builtje bevatte bij het uitvaren enig geld om de noodzakelijkste uitgaven te doen en moest aan het eind van de week de besomming bergen. In de boven broek droeg men zilveren Zeeuwse knopen, of gewoon maar rijksdaalders die van ogen en een schalm waren voorzien. (Foto E. v. Urk.)

21. Van de havens liepen (en lopen nog) wegen omhoog naar het dorp. Deze "hoogten" waren in de winter een dorado voor de glijdende en sleetje rijdende jeugd. Dit was de hoogte langs het taanhek van Evertje met het visserslogement "Zeemanswelvaren" . Op de achtergrond de toren van het raadhuis van 1905. Net als bijna overal in het oude dorp is de toestand ingrijpend veranderd. Er zijn tientallen oude huisjes opgeruimd door sanering. Rechts bevindt zich nu het watersportcentrum van Albert Post.

22. Een fraaie foto van het oude schoolgebouw in de winter van 1909. Een prikkeldraadhek sloot destijds de toegang af tot "de berg", waarop vuurtoren en kaap stonden. Daar was een deel van de gemene weide. Omdat door gebrek aan lokaliteiten 's avonds wel dorpsactiviteiten in het schoolgebouw plaatsvonden, was bij het schoolhek een lantaarn geplaatst. De schoolbel (bengel) hing in een torentje boven de plaats van het lokaal van de hoofdmeester. Ook hier is ingrijpend verbouwd.

23. 0, wat een drukte was het soms in het dorp als de school uit was en kinderen het straatbeeld bepaalden. Hier heeft iedereen belangstelling voor Jan en zijn bokkewagen. De vrouwen vergeten er even het wasgoed voor dat ze in de lijn "gestoken" hebben en dat wappert in de frisse zeewind. Zware stukken goed hangen op de hekjes te drogen. Bijna iedereen is nog trouw aan de oude kledij. "Wie geen nieuwe mode acht, houdt zich aan de oude dracht," wordt er nog gezegd. Te herkennen zijn: Douwtje van Freek, Manie van Ealt en Aole van Griet van Jawek de Wit. Het meisje "in burger" heet Neutjes.

24. In het midden van het dorp, bij de kerk, konden de kinderen heerlijk spelen: het was een uitstekend terrein om te knikkeren als geen straatsteen je nog dwarszit. Op dit plaatje is het blijkbaar hoepeltijd voor de jongens. Maar Jannetje moet voor haar "mimme" een stuk aan een kous breien en Marretje moet op het kleine kind passen. In het huis links woont dominee Van Anken; hij zal wel een preek voorbereiden. Hij kent zijn verantwoordelijkheid en weet ook hoe kritisch zijn toehoorders zijn. Rechts staat het gebouwtje van de jongelingsvereniging "Samuel".

25. Naast de kerk, aan hetzelfde plein, stond het gebouw van de Van Alphenstichting. opgericht om oude en arme vissers in de winter aan een plaats te helpen voor het stellen en herstellen van netten. Zo zouden ze ook nog wat kunnen verdienen. Dat was in 1881. De foto is van na 1900. Rechts woonde vóór 1905 de burgemeester, nu is er een bakkerij. Oude vissers hadden het in die tijd niet gemakkelijk, maar vissersweduwen al evenmin. De kerk kon iets ter ondersteuning doen en er was een fonds dat jaarlijks iets uitkeerde, maar het bleef armoe troef. In dat opzicht is er veel verbeterd.

l~ilond dr.;.

26. Liep er een fotograaf in het dorp rond, om voor het een of andere tijdschrift een reportage te maken over "dat verloren plekje midden in de Zuiderzee", dan kon hij wel wat leuke plaatjes schieten. Bijvoorbeeld in 1901 de Onderbuurt, met toen nog een open riolering (de graf te) en voor bijna elke visserswoning stond nog een ratelpopulier. Misschien maakte de man ook prentbriefkaarten, waarmee andere bezoekers aan hun vrienden groeten konden zenden. Daardoor weten we nog veel af van het oude Urk.

27. Daar is blinde Jelle, de dorpsomroeper, met zijn hond. Wat heeft hij aan de bel? Juffrouw Nieuwhuis, buurvrouw Truitien en buurvrouw Willempien krijgen te horen wat ze die dag nog kunnen eten. Aan de afslag zijn "levendige" binnenscholletjes te krijgen en slager Brouwer heeft net met de boot verse knietjes en krabbetjes aangevoerd gekregen. Bovendien zit in het schuurtje van Klaas van Appien een stoelenmatter. Zegt het voort!

28. De bakker op de hoek legde niet alleen zijn beste bollen voor het venster, hij liet ze ook uitventen. Dat was het werk van jonge meisjes. Met de bollenmand aan de arm, een witte doek over de weggen en broden, gingen ze de klanten langs: "Let op je geld en denk er aan: acht is meer dan duizend." Zo werd er ook geleurd met eieren en allerhande kleine huishoudelijke waren. Er werden door de loopsters heel wat klompen versleten.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek