Urk in oude ansichten deel 2

Urk in oude ansichten deel 2

Auteur
:   T. de Vries
Gemeente
:   Urk
Provincie
:   Flevoland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0851-5
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Urk in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

29. In voor- en najaar is ook de winkelier druk. Maar de manufacturenman heeft nu even zijn kar in de steek gelaten om bij Bape een bakje koffie te drinken. Intussen prijst hij haar zijn roodbaai, zijn molton en pilo aan voor haar man. Voor haarzelf heeft hij prima "streept" voor een rok en sterk "petist" voor hemden en broeken. Feike Groen voorziet hier zijn klanten van melk. Jenne de Boer heeft net een "mingele" gehaald. De meeste huizen die op de foto te zien zijn werden inmiddels gerenoveerd.

30. Schoonmaaktijd: vrouwen halen het oude stro uit de bedsteden om het "achter de palen" te brengen. Nieuw stro moet het slapen wat veraangenamen. Een Urker was altijd gesteld op een goede "ligging", zowel lichamelijk als geestelijk. Met Pinksteren moesten de huizen met bezemen gekeerd zijn: al het houtwerk gesopt en de muren gewit en geteerd. Bij de stal van Roos staan de wagens al klaar om straks het hooi uit het achterland te halen. De nettenzolders worden geveegd en gelucht en overal hangt wasgoed te drogen.

31. Winkeltjes waren meestal in handen van weduwvrouwen, wier mannen in zee waren "gebleven". De weinige mannelijke winkeliers trokken er met een handkar op uit om hun waren te slijten. Nanning en Freek Brouwer kon je overal tegenkomen met hun groentekar (en altijd waren er dan ook kinderen die zeurden om een peertje). Ze verkochten puikbeste Enkhuizer muizen en nog betere Friese kleiaardappelen: "Ik zou er maar wat van opleggen voor de winter." De winter! Ja, dat was voor het eiland de zwaarste tijd van het jaar.

32. Zes meisjes op een rijtje, van wie ik drie namen heb kunnen achterhalen: Aole, Albertjen, Zwoontjen ... Drie hebben er een taak gekregen van de mimme. Het kousen breien werd al zo jong geleerd dat de oude besjes later desnoods slapende de priemen in beweging konden houden. Er is wat afgebreid op Urk. Ook tegenwoordig wordt er voor verkopingen ten bate van kerk en zending nog heel wat aan handwerken gedaan. De vroeger vaak heersende armoede heeft een handvaardig geslacht gekweekt, niet te lui om de handen uit de mouwen te steken. Schuilt hier één van de geheimen van "het wonder van Urk" van na de Tweede Wereldoorlog?

33. Zes jongens arm in arm. Wie zijn het? Teunis Post, Auke van Slooten, Jacob Post, Tromp Bakker. Twee namen heb ik niet kunnen achterhalen. Het achterhalen van namen uit grootmoeders tijd is een moeizame bezigheid. Alle jongens liepen in die tijd op klompen. Voor de fotograaf hebben ze elkaar een arm gegeven. Ze kunnen zo wel "sjirtem-an-de-Iange" gaan spelen, maar niet lang meer. Ze zullen het rappe lijf wel gauw moeten wagen in het woedende golfgeklots. Op het vissersmonument staan ook namen van kinderen!

34. Op een rijtje voor de fotograaf: Hendrik de Boer, Pietertjen van Andries en Willempien, Piet Ras, een onbekende, Kaatje Mars, Aole van Jaawkien van Gaart jen, Adolf Gnodde, Iske van Ealt en Janne van Ealt, Louwe Post en Klaossien van Niel. Links was de timmerwinkel van Willem Schraal en rechts (bij de lantaarn) de bakkerij van Willem Neutjes. Er was al bestrating en riolering aangebracht. Was Adolf er met de handkar op uitgetrokken om wat te verdienen?

35. Wie kon je tegenkomen in zo'n straatje? De Urkers kenden elkaar allemaal: Griet van Marij van Griet jen, Hendrik de Boer de postloper, Nanne van Klaos Post, Bape van Arie Verhoeff en Aole van Willem, met haar oude moeder en dochtertjes. Ze wilden wel even voor de fotograaf op een rijtje gaan staan, want waarom zou je niet vriendelijk voor een onwetende vreemdeling zijn? Een man die de onderbuurt een achterbuurt noemt. Kom nou!

36. Er waren vele beslommeringen in een vissersgezin. Scharrelen met moeilijk te wassen en te drogen klederdrachtstukken en zeemansgoed. Scharrelen met bossen stro voor in de bedsteden en takkenbossen om het duveltje brandende te houden, dat is het kacheltje waarop het eten en het wasgoed gekookt werden. Let op het huisje-van-gemak, dat zich meestal buiten de woning bevond. De volle emmers werden door de gemeentekar van huis gehaald, de mest werd verkocht en met tjalk of praam afgevoerd naar de veenkoloniën. De schepen kwamen dan met winterturf terug.

37. Klaas en Jante Baarsen behoorden met hun ijscokar jarenlang tot het straatbeeld. Patat was in die tijd nog onbekend. Urk had tal van op de voorgrond tredende vrouwen. Ook Jante behoorde daarbij. Later was zij begrafenisonderneemster en ging (in zondags zwart en met het rouwhoedje) als aanzegster langs de huizen. Zij was ook een van de actieve leden van "het goede doel", dat goederen vervaardigde en gelden bijeenbracht voor de gezondheidszorg.

38. Mariap van Urk-Koffeman, de dorpsdichteres, bij de pomp. Zij rijmde niet alleen voor blijde en droeve gebeurtenissen, maar gaf uitdrukking aan de gevoelens van de dorpelingen, die door crisistoestanden, inpolderingsweeën en oorlogsomstandigheden beroerd werden. Naast haar staat politieman Visser, die in het verzet tegen de Duitsers het leven verloor. Op de plaats van de standpijp van de plaatselijke waterleiding was eerder een nortonpomp en nog vroeger een put. De straat werd Prins-Hendrikstraat genoemd, naar hem, die meermalen het eiland bezocht en met de bevolking meeleefde.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek