Urk in oude ansichten deel 2

Urk in oude ansichten deel 2

Auteur
:   T. de Vries
Gemeente
:   Urk
Provincie
:   Flevoland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0851-5
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Urk in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

39. Behalve bij het verwerken van haring, ansjovis en garnalen, die vaak plotseling in grote hoeveelheden werden aangevoerd, waren de vrouwen weinig of niet bij de visserij betrokken. Netten werden door hen niet gebreid of geboet. Wel hielden sommige vrouwen de eenvoudige boekhouding van hun man bij en deden de betalingen. Verder hadden ze de handen wel vol aan de doorgaans grote gezinnen. Op deze foto zien we Lubbert Weerstand en Louwe van Dokkum. Een dochter des huizes moest voor een mooi plaatje er maar even tussenin gaan staan.

40. Men was op het eiland aangewezen op onderlinge hulp. Aan zieken werd soep gebracht. Burenhulp betekende veel. Een weeshuis of tehuis voor ouden van dagen was er niet, maar wie in nood verkeerde werd bijgestaan. Het meisje, Luppien, zit hier voor de bedstee van bessien Firn. Onder de bedsteden was zoveel ruimte dat er nog wel iemand slapen kon, maar meestal was er een bergplaats, voor aardappelen bijvoorbeeld, of voor de vaten en potten met ingezouten groente.

41. Nög is er klederdracht op Urk, maar de stoffen zijn schaars en de sieraden duur geworden en de mensen die er alles van weten vallen weg. Op de foto buigen Siitie Westerneng en Mariap van Urk zich over een "schort" - dat wil zeggen een rok met vele plooien - om het op te rollen, zodat het in de kast gelegd kan worden. Sijtje maakte naam door haar liefde voor de geschiedenis, de dracht en het Oranjehuis. Mariap was jarenlang de dorpsdichteres.

42. De klederdracht vereiste niet alleen aparte stoffen (streept, baai, duffel, tebee, hulledoek, kant enzovoort) maar ook vaardige verwerkers daarvan. Het maken van hullen en karpoezen was een hele kunst. Albert Woord en zijn vrouw waren befaamde karpoezenmakers, die ook van Volendammers de klandizie hadden. Maar tussen de mutsen van Volendam en Urk was, net als tussen de broeken, nog wel verschil. Die van de Volendammers waren ook groter.

43. Oorspronkelijk betrokken de eilanders hun water uit putten. Uit hygiënisch oogpunt werden daarop later pompen geplaatst. Nog later werden die gemoderniseerd. Ten slotte kwamen er standpijpen van de plaatselijke waterleiding voor in de plaats. Ze verdwenen toen Urk werd aangesloten op het provinciale waterleidingnet. Op deze foto komt Inderkien de knipster bij de pomp en hanteert Aaltje Wakker de pompzwengel. Een vreemdeling kijkt toe. Let op de fort (stookplaats) tegen de muur van de woning.

44. Er was weinig ruimte op het hoge deel van het eiland. Huizen werden aan en tegen elkaar gebouwd. Geld voor reparatie liet wel eens op zich wachten, zodat noodmaatregelen genomen moesten worden. Lekke daken en lekke klompen zijn bij regenweer een kwelling. Aan flora en fauna was Urk niet rijk. In de tijd van de vogeltrek werden er wel zangvogeltjes verschalkt, maar er werd ook graag naar hun getjilp en gefluit geluisterd. Je zag zelfs kooitjes buiten hangen. En overal hing wasgoed.

45. In 1930 werd in Enkhuizen een grote tentoonstelling gehouden, de ZVT, een huldeblijk aan de stervende Zuiderzee. Daar was Urk vertegenwoordigd met onder meer een binnenhuisje, "bemand" door het echtpaar Visser-Snoek. Links de staande klok met het hekje ervoor. Aan de zoldering een petroleumlamp en theestoof. Aan de tegelwand een door de vrouw des huizes vervaardigd borduurwerk (stikdoek) en een beddepan, Boven het pronkbed een bijbeltekst. Op het kastje mooie kommen, borden en een kraantjeskan. En natuurlijk is er een pijpenrek. Op de tafel koffie- en theegerei.

46. Urker binnenhuisjes zijn weinig gefotografeerd. In wat meer gegoede gezinnen trof men aan: een kabinet, een Friese staartklok, aan de wand veel borden en portretten en ertegen stoelen met biezen matten. Op de tafel tussen de ramen een blad met een theelichtje, een koffiepot en een aantal kommetjes. Op de vloer een Chinese mat of haren kleed. In de achterwand van de kamer twee bedsteden en een glazenkast. Soms kon men er ouderwetse kommen en tegels met bijbelse voorstellingen vinden, maar van dat alles is weinig of niets gespaard gebleven. In het Urker museum kan men nog een kamer bewonderen.

47. Voor iets bijzonders kwam op het eiland altijd wel volk op de been: er viel weinig te beleven. Ook het leggen van een eerste steen trok natuurlijk veel kijkers. Dat gebeurt hier voor de woning van Marijtje van Hessel, door de jonge Albert Bakker. Het opmerkelijke van deze foto uit 1906 is dat er uit blijkt, hoe in die tijd belangstelling voor studeren ontstond. Een van de knapen werd predikant (Lubbert van Urk), twee andere hoofdonderwijzer (Albert Bakker en Lubbert Loosman) en een vierde gemeenteontvanger (Alber van Urk), Alleen de eerstesteenlegger draagt al een burgerpakje. De andere studentjes-van-de-toekomst vertonen zich hier nog in klederdracht.

48. Een foto met een mooie herinnering aan de oude tijd. Schepen en zeilen spiegelen zich in het water van de westhaven. Links is nog net de vuurtoren te zien. Al in 1619 werd er voor de zeevarenden een vuurbaken gesticht, en nog doet de lichttoren dienst, want Urk bleef liggen aan een druk bevaren water.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek