Utrecht in grootmoeders tijd

Utrecht in grootmoeders tijd

Auteur
:   G.W.A. Lemaire
Gemeente
:   Utrecht
Provincie
:   Utrecht
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4587-9
Pagina's
:   144
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Utrecht in grootmoeders tijd'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Op het Us

Su la. Gla.ce.

<

...

'~

..

69. De Maliesingel met ijsvermaak rond 1900. Gezicht op de van 1873 daterende Knuppelbrug, die de voorloper was van de in 1906 gebouwde Herenbrug, die de Maliesingel verbindt met de Herenstraat. De Knuppelbrug was nodig geworden in verband met de woningbouw op het terrein van de voormalige buitenplaats "Het Park", waar nu nog de naam Parkstraat aan herinnert. In het begin van de 1ge eeuw was de tuin ingericht als .Plaisiertuyn", en waren er een uitspanning en een societeit. Bij de bouw van de nieuwe stadsschool aan het Schoolplein is men nog gestoten op de keldergewelven van het oude huis.

To!s~eegs·n~¤:. O. Z.

70. De Tolsteegsingel rond 1900. Met de opvallende rust was het na 1906 gedaan, tenminste volgens C.W. Wagenaar in de Utrechtsche Courant van 1913: .. .Ik heb het wei zien aankomen, toen in 1906 een electrische ringbaan langs onze singels werd aangelegd. Je kon wel uittellen dat er van her rijtuigverkeer op het middenpad niemendal zou terechtkomen, omdat ieder rijtuig er am de twee en een halve minuut door een aansnorrend electriekje afgejaagd zou worden en omdat geen voerman de veeren van zijn rijtuig kapot wil rijden tegen de spoorstaven. Het was dus te voorzien dat het verkeer zich zou verleggen naar het wandelpad. Het was gedaan met een voetgangerspad langs de singels. Het was gedaan met de gordel van smaragd; het zou voortaan een gordel van madder en een sluier van stof wezen.

71. De Gansstraat omstreeks 1907, gezien in de richting van het Ledig Erf. De molen is de korenmolen "De Gans", gebouwd in 1754 en afgebroken in 1920. De molen stond op de Gansstraat nr. 159, naast de in gang van de eerste algemene begraafplaats. De gevelsteen bevindt zich in het Centraal Museum en vertoont een gans met de volgende tekst: "De eerste steen geleyt door stoffel van woudenberg en ian haarmans den 10 july 1754." Op de Gansstraat nr. 161 woonde tapper Mastwijk. Rechts van de molen, op nr. 153, was de bloemisterij van Bothof gevestigd en op nr. 151 woonde koffiehuishouder Van Kooten. De kaart is uitgegeven door G.F. Sijnhorst, sigarensorteerder en winkelier, die van ongeveer 1904 tot 1910 woonde op de Gansstraat nr. 59.

l1trC?t~4',{//~~~~7

;a ".. 51.. ?. I. 2 ~~

.. '

72. De Koningsweg omstreeks 1900. De opname is gemaakt ter hoogte van de Kovelaarsbrug over de Oude Wulvense Wetering. De weg is genoemd naar koning Lodewijk Napoleon, die Utrecht als residentie koos, in de Wittevrouwenstraat zijn paleis bezat en in Amelisweerd zijn buitenverblijf. Kovelaar, hetgeen we ook nog terugvinden in de naam Kovelaarstraat, is afgeleid van de kovel, dar is de kap van de monniken die deze grand in cultuur brachten ... Het eindeloos gehaspel om de beruchte sloot achter de Kovelaarstraat gedempt te krijgen, een modderpoel die de arbeidershuisjes totaal onbewoonbaar maakte ... Die armoedige Kovelaarstraat van voorheen was een sprekend voorbeeld hoe een mensch zijn Leven in woning-ellende kon slijten en verslijten (WAG 1907).

·TRECHT. Kramme Rijn

~ ~ ex:o/lA-- ~~~n ~~:~l!;'~(~&

73. De Krommerijn rond 1900. De foto is genomen vanaf de Krommerijnbrug. Links op het witte huis het opschrift "Riet en Moscovische Matten", Achteraan bevindt zich, nog net zichtbaar, een houten loopbrug. Langs de Krommerijn stond de houtzaagmolen Kranenburg, gebouwd in 1797 en afgebroken in 1954. Deze stond tussen de Krommerijn en de Koningsweg en is hier niet zichtbaar. In 1663 werd een 121/2 km lang jaagpad aangelegd dat doorliep tot de Langbroekse Wetering (GAS). Rechts op nr. 11 was vroeger het Wijkse Veerhuis gevestigd. Een veerhuis was behalve een goederenkantoor meestal ook nog een logement waar laat aankomende gasten konden ovemachten. Utrecht had nog drie veerhuizen: het Amsterdamse Veerhuis in de Bemuurde Weerd, het Leidse Veerhuis aan het Leidseveer en het Vaartse Veerhuis aan de Westerkade (CW 59).

74. De Toisteegbrug rond 1900. De Tolsteegpoort werd gesloopt in 1842. In 1843 werd de oude poortbrug vervangen. Nu werd een ijzeren hek aangebracht, dat de vrije toegang tot de stad verhinderde. Dit hek was nodig in verband met de heffing van de stedelijke belastingen op de ingevoerde goederen. Het hek was bevestigd aan de zuil die midden op de kaart staat afgebeeld. Toen in 1866 de invoerrechten werden afgeschaft, kon ook het hek worden gesloopt. De zuil bleef echter nog tot 1925 staan, toen de brug werd verlegd en verbrecd. Rechts staat het kommiezenhuisje.

Totsteexbrug

Vitr. N. J. Boon, Al.l.Ult ?? 44

75. De Tolsteegbrug rond 1903. Op de achtergrond de Martinuskerk aan de Oudegracht. Links het politiebureau, dat dienst deed van 1860 tot 1929. Op de voorgrond de rails van de paardetram die vanaf 1893 de volgende lijndienst onderhield: Ledig Erf - Twijnstraat - Oudegracht - Domplein - Oudegracht - Bemuurde WeerdLauwerecht. Bij de Tolsteegbrug is in 1913 een gedenksteen geplaatst ter herinnering aan het feit dat de Franse troepen de stad in de nacht van 28 november 1813 daar verlieten, nadat de Kozakken door de Wittevrouwenpoort de stad waren binnengerukt. De Kozakken, die op de Maliebaan kampeerden, vertrokken op 3 december ook door de Tolsteegpoort. Op 28 november werd jaarlijks onder de naam .Kozakkendag" de bevrijding van Utrecht feestelijk herdacht.

76. De Twijnstraat rand 1900. Wij kijken in de riehting van de Oudegraeht. ... De Twijnstraat die is zoveel als de Kalverstraat van het zuiden. Daar komen de boeren, en de boerinnen vooral, die zaterdags van buiten komen, van Houten, Iutphaas, Vreeswijk, lJsselstein, Bunnik ... hun bestellingen doen, en dat doen ze nergens anders omdat overgrootvader en overgrootmoeder het ook al gedaan hebben ... En als ze zaterdags weer naar huis reden, dan gingen de boeren en boerinnen bijna altijd even langs Das, Koch, de Leeuw, Bosshardt, van Rinkhuizen en Herminghuizen, Blom en noemt U er nog maar meer van die oude zaken op, waarbij er zijn die al meer dan een eeuw bestaan hebben en die hele geslachten van boerenfamilies uit het zuiden en westen van de provincie al meer dan een eeuw van goederen hebben bediend (GL 23).

L t ur, t:

77. De Twijnstraat omstreeks 1900. Wij kijken in de richting van het Ledig Erf. In deze straat waren twee kruidenierswinkels waar de boerinnen op zaterdagmorgen gratis koffie konden drinken: de firma Koch (familie Serton) en de firma De Leeuw op de hoek van de Tuchthuisstraat. Mogelijk speelde daarbij de .verzuiling" een ral: de Sertons waren protestant, de De Leeuwen rooms-katholiek. Oak hier was de oorzaak duidelijk: het Ledig Erf vormde voor een deel van de pravincie de toegang tot de stad. Alles wat uit die streken met "gerij" naar de markt ging, span de uit bij "De Geldersche Blom" (waar de mannen tegelijk hun dorst konden lessen), maar de vrauwen vanden hun stamlokalen in de genoemde kruidenierswinkels in de Twijnstraat. Deze toestand was ook de oorzaak dat de Twijnstraat behoorde tot de drukste winkelstraten van de stad (OU 1961).

78. Het Nicolaaskerkhof omstreeks 1914 ... In 1787 toen Utrecht zich gereedmaakte den Pruisen weerstand te bieden, stond er bij de St. Nicolaaskerk een herberg, de Doelen, waar veel scherpschutters bijeenkwamen, niet aileen Utrechtsche, maar ook Duitsche, de jagers van Salm genoemd. Op zekeren dag beweerden zij dat geen Hollander den haan van den St. Nicolaastoren met de buks kon treffen. De kastelein van den Doelen Ten Hagen, sergeant bij het korps Utrechtsche buksjagers, wedde dat hi] den haan beter zou treffen dan een van de jagers van Salm. Die weddenschap werd aangenomen, en de knapste Salmsche schutter trof den haan in den staart. .Een haan die een kogel in den staart krijgt is niet dood, " zei Ten Hagen: Hij schiet, en nu treft de kogel den haan in den hals. Omstreeks 1840 waren de uitgeroeste gaten in den Utrechtsche torenhaan nog zichtbaar (OU 1930).

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek