Veendam / Wildervank in oude ansichten

Veendam / Wildervank in oude ansichten

Auteur
:   G.H. Streurman
Gemeente
:   Veendam
Provincie
:   Groningen
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4104-8
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Veendam / Wildervank in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

TER ORIENTERING

"Veendam, ja, waar ligt dat eigenlijk?". Een begrijpelijke vraag uit de mond van velen, die won en in het Westen en verre Zuiden van ons land; een vraag echter ook die de geboren en getogen, dus een beetje chauvinistisch gemfecteerde Veendammer prikkelt te antwoorden: Mevrouw, Veendam ligt boven Zwolle, richting Noordpooi. Maar onze Veendammer heeft natuuriijk savoir-vivre, hij wil niet onnodig kwetsen en legt zakelijk uit: "Veendam ligt hemelsbreed zo'n vijfen twintig kilometer ten Zuid-Oosten van Groningen", waarbij hij dan stilzwijgend aanneemt, dat men in elk geval weet waar Groningen ligt.

Veendam werd lange tijd, niet alleen wegens z'n geografische Jigging, maar ook, of liever vooral vanwege z'n economische bloei, het centrum der Groninger Veenkolonien genoemd. In omliggende plaatsen sprak men wei eens wat smalend van "Veendammer wind", maar dat was natuurlijk alleen maar de kif. Ais na de Tweede Wereldoorlog ook andere plaatsen in dit gebied industrieel tot bloei komen, zoals Hoogezand en Stadskanaal, is Veendam niet meer het centrum van de Veenkolonien, waar als troost tegenover mag staan, dat de laatste jaren deze plaats, dank zij z'n ruime bebouwing met veel water, bloemen en groen, met recht de "parkstad" Veendam genoemd wordt.

Mede door z'n aanleg heeft Veendam een zekere "allure". Trouwens reeds in de twintiger jaren noemde wijlen burgemeester De Zee Veendam weliswaar een plattelandse ge-

meente, maar met een stedelijk karakter. Wildervank, als gemeente 1 januari 1969 opgeheven en voor het grootste deel bij Veendam gevoegd, heeft altijd een wat meer agrarisch karakter behouden. Veendam heeft geen lange historie, evenmin als de andere veenkolonien hier. Tussen de hoge zandgronden van de Hondsrug en Westerwolde had zich na de laatste ijstijd als gevolg van de stijging van het grondwater, dat het afsterven van de als materie onvergankelijke rnosbegroeiing veroorzaakte, een enorm hoogveengebied gevormd, nagenoeg onbegaanbaar, "wild en woest en ledig", waarvan later grote stukken in het bezit kwamen van een aantaJ aan de randen van deze wildernis gelegen kerken en kloosters, die voor privegebruik wei al wat turf gingen steken, maar niet toekwarnen, vermoedelijk zelfs niet dachten aan een systematische exploitatie van deze gronden.

Die werd pas rnogelijk na de Reductie in 1594, waarbij de kerkelijke en kloosterlijke goederen onteigend werden en in profane handen overgingen. Zo kwamen de venen ten zuiden van de lijn Hoogezand - Zuidbroek - Pekela in handen van de toen reeds rnachtige stad Groningen, die grote stukken veen aan gegadigden verpachtte om turf te winnen, maar onder "conditie" de afgegraven stukken land, de dalgronden, onmiddellijk voor landbouw geschikt te maken. Pachter nu van de venen ten zuiden van Muntendam tot aan Bareveld toe werd in 1647 de Groninger smidszoon Adriaan Geerts, een man met flair, als fourageur van de provincie en als koopman

niet geslaagd, maar als vervener tot welstand en aanzien gestegen. Hij stichtte kort na 1660 kerken in Veendam en Wildervank en liet zich in Veendam aan de bocht van het Oosterdiep een landhuis bouwen, Sorghvliet genaamd, waarvan helaas geen albeelding tot ons is gekomen. Hij schafte zich nu ook een familienaam aan: Wildervanck, ontleend aan de wildernis, die hij be zig was te ontginnen en die van oudsher de naam Wildfanck droeg. Zijn vrouw, Grietien Jansen, kon niet achterblijven en noemde zich voortaan Margaretha Hardenberg. De naam Veendam komt, voor zover wij weten, het eerst voor in 1655 en wei in een aanstellingsbrief van de eerste predikant, ds. Herrnannius, die de eerste jaren nog in een schuur aan 't Beneden Oosterdiep moest preken. Daarvoor sprak men van Boven-Muntendam en men bedoelde daarmee de schaarse bebouwing langs het tegenwoordige BenedenOosterdiep, toen een waterafvoerkanaaltje in het dal van het riviertje de Oude Ae, dat als weidegebied al vroeg dun bevolkt was.

Veendam heeft z'n naam vermoedelijk ontleend aan de grote veendijk, die al eerder in een grote boog was opgeworpen om deze weilanden tegen overtollig water van de Hondsrug te beschermen.

Deze dam kruiste de Oude Ae bij het tegenwoordige MiddenVerlaat, op de grens van Veendam en Wildervank.

En nu zou Veendam, wat z'n structuur betreft, een veenkolonie als zo vele andere geworden zijn, een lang recht

kanaal, beide met even rechte wegen er langs en hier en daar door een weggetje, een laantje, verbonden, maar zonder dat een eigenlijke kern, een kom, gevormd kon worden.

Maar Veendam heeft geluk gehad. Dank zij al weer de Oude Ae, die in het veen een breed dal had uitgesleten, werden de beide kanalen, later genoemd het Ooster- en Westerdiep, op vrij grote afstand van elkaar gegraven, terwijl tevens drie verbindingswegen vrij vel' van elkaar werden aangelegd: de Kerklaan, de Nieuwe Laan en de Kleine Laan. Hierdoor was de mogelijkheid tot komvorming geschapen, waarvan latere generaties dankbaar gebruik hebben gemaakt.

Spectaculair was onder burgerneester Jhr. Mr. E. A. van Beresteijn (1910-1916) de grote uitleg tussen Kerklaan en Nieuwe Laan, Stationsstraat en Molenstreek, waarin midden in de plaats, bij het reeds bestaande sportterrein, een hertenkamp werd gecreeerd, terwijl riante wegen werden aangelegd en de zieltogende Oude Ae hier en daar tot brede vijvers werd vergraven. Deze voor die tijd grootscheepse uitbreiding aileen al maakte Veendam, ook als woonplaats, voor lange tijd tot het centrum van de Groninger Veenkolonien.

Veendam kan bogen op een weliswaar korte maar rijke historie, waarin vier perioden duidelijk te onderscheiden zijn en waarvan bepaalde elementen nog in het uiterlijk van de plaats zijn terug te vinden.

Aan de vervening doet natuurlijk nog altijd het strakke stramien van wijken en kanalen denken, hier en daar nog door een

witte klapbrug gernarkeerd: aan de landbouw binnen de plaats herinneren nog enkele oude boerderijen: aan de zeilvaart, ontstaan uit het vervoer van turf en uitgegroeid tot een wereldscheepvaart, herinneren nog tal van schippershuizen en aan de eens talrijke scheepswerven hier en daar een open plek of een uit zo'n werf ontstane houthandel. En als in de tweede helft van de 19de eeuw voor de scheepvaart en de scheepsbouw het getij verloopt, wordt overgeschakeld op de dan opkomende landbouwindustrie: waaraan later verzorgende industrieen worden toegevoegd.

Werd in de romantische tijd van de zeevaart, tussen diepe rouw en daverende feesten door, de toon, ook cultureel, aangegeven door de in zeemanscolleges verenigde reders en zeekapiteins, deze rol werd met de opkomst van de industrie overgenornen door de fabrikanten. Naast of op de plaats van de kapiteinshuizen verrezen nu allengs, met name langs het Boven-Oosterdiep, grote herenhuizen, broederlijk tussen winkels en burgerhuizen. Zoals Amsterdam prat kon gaan op een Bocht-Heerengracht, zo kon Veendam bogen op z'n Bocht-Oosterdiep, maar boven alles in de ogen van de toonaangevende kringen sinds 1883 op een fantastisch bolwerk van macht, cultuur en standing; de Societeit Veenlust. De hoogste glorie, waartoe men in die tijd in Veendam kon stijgen, was voorzitter van Veenlust te zijn.

Aan het lommerrijke Beneden-Westerdiep lagen tot ongeveer het begin van deze eeuw een drietal veenborgjes: Zomerlust,

Buitenwoel en Vredenrust. Een groter buiten Woellust, aan het Oosterdiep in Wildervank, juist op de grens met Veendam, bij het Midden-Verlaat, is al eerder afgebroken. Met die borgen verdwenen ook de erbij behorende bossen en Veendam is dan voor lange jaren niet rneer denkbaar zonder z'n gestadig groeiend aantal fabrieksschoorstenen, niet denkbaar trouwens ook zonder de minder aangename geuren van z'n kanalen, waarlangs met behulp van de scheepsjagers niet aileen de turfwerd afgevoerd en de aardappelen werden aangevoerd, maar waarop nu ook de fabrieken hun kwalijk riekend afvalwater loosden. Vreerndelingen trokken hiervoor hun neuzen op, maar de rechtgeaarde, toch altijd zakelijk aangelegde Veendarnrner zci, bijna vertederd, .xlaar moeten wij het van hebben", en niemand mindel' dan de grote Antony Winkler Prins, destijds doopsgezind predikant te Veendam, wist in een artikel in de Veendammer Courant aan te tonen , dat deze luchtjes heus niet schadelijk voor de gezondheid waren.

Tot slot iets naders over de mensen. Veendam en omgeving heeft van oudsher een zeer gevarieerd samengestelde bevolking gehad. Oat begon al met de vervening, toen van overal, uit de stad Groningen, uit het Oldarnbt, uit Westfalen, uit Holland, ja, waar niet vandaan, allerlei mensen, vaak avonturiers, naar het veen trokken om daar hun geluk te beproeven. leder bracht zijn eigen geloof en levensgewoonten rnee, vandaar hier nog altijd op een klein gebied de vele kerken en kerkjes en de vele nog al streng van elkaar gescheiden ge-

meenschappen.

Van een homogene cultuur kan hier dan ook niet gesproken worden, maar toch verliep de vaak harde strijd om het bestaan zonder grote schokken en conflicten. De verschillende be volkingsgroepen leefden ieder voor zich en toch in een merkwaardige symbiose. Alleriei activiteiten kwamen geleidelijk tot ontplooiing. Veel werd aan verschillende vormen van sport gedaan, aan muziek, aan zang en de eerste toneelgezelschappen van ons land gaven voorstellingen in Veenlust. Een paar in Veendam geboren, maar spoedig naar elders vertrokken schilders zoals Herman Mees en Bart Peizel, kregen internationale bekendheid. Ook enkele schrijvers, zoals Koos Schuur, Jacques Fijn van Draat en Duut van Goor, brachten het verder dan plaatselijke beroemdheid en van de hand van heel wat inboorlingen van deze voor kort nog woeste streek zijn heel wat dissertaties verschenen.

Ook stond in deze streek de wieg van enkele latere hoogleraren; de naam professor Keuning als oer- Veendammer en grootste kenner van de Groninger Veenkolonien is haast tot een begrip geworden.

Bij aile zakelijkheid ontbraken in sornrnige leidinggevende families ook kunstzinnige, romantische, soms zelfs politick linkse ambities niet, maar dit werd eenvoudig geaccepteerd, onder het stilzwijgend devies: leven en laten leven. De fabrikanten, die trouwens ook hun rangen en graden kenden, werd wei eens een zekere exclusiviteit in hun prive-leven verweten,

maar zij gaven zich noch de tijd en hadden nochlust zich, vaak bijgestaan door enkele vooraanstaande middenstanders, persoonlijk in te zetten voor sociale en culturele zaken. Veendam en de aangrenzende plaats Wildervank lagen toen nog net ver genoeg van de stad Groningen af om een eigen leven te kunnen leiden. Door de vele internationale contacten, die eerder de zeevaarders en daarna de fabrikanten met het buitenland onderhielden, waaide hier steeds een frisse wind, die de hele bevolking ten goede kwam en waarin ook spoedig een vreemdeling zich behaaglijk kon voelen, als hij maar begrip en waardering op kon brengen voor de soms merkwaardig lijkende uitingen van deze sarnenleving, waarvan hier een halve eeuw, globaal van 1880 tot 1930 in beeld wordt weergegeven.

Na de Tweede Wereldoorlog is hier, evenals elders, veel veranderd, maar wat gebleven is, letterlijk en figuurlijk, dat is de ruimte. En in de ruimte is het altijd nog goed te leven.

Veendam, 1969.

G. H. Streurman

Omstreeks 1900 werd er geen turf meer in de nabijheid van Veendam gegraven, maar op enige afstand, terwille van een waterschap in Vledderveen bij Onstwedde, werd het oude handwerk nog incidenteel volgens de regelen der kunst beoefend, hier onder het toeziend oog van de Veendammer Ph. W. van Heyningen Bosch, met witte boord, mede-directeur van de N. V. Handelmaatschappij A. van Linge Ezn.

7

Boekb. E. ,}. S.kbr. Veend.m. ~o.

8

Scheepshelling, nog voor houten schepen, aan het Boven-Westerdiep te Veendam tegenover de Kleine Laan, aan het eind van de vorige eeuw. Eigenaar was R. Boiten. maar de hellingbaas was Solke Wi 1brink. Links achter de bomen is nog even het hellinghuis te zien, met daarnaast een aparte waning voor de schipper tijdens de reparatie van zijn schip.

Het laatste grote reeds ijzeren schip, dat nog gebouwd werd op de werf van J. ten Horn in 1910: de schoener "Velox" van 300 ton, ontworpen door een afstammeling van beroemde zeevaarders, H. P. Hazewinkel. Deze werf lag aan het Beneden-Oosterdiep landzijde, tegenover de toen al bestaande fabriek. Op de voorgrond liggen nog, vlak langs het kanaal, de rails van de paardetram Zuidbroek-Ter Apel,

9

10

Ret verlaatshuis bij het Beneden- Verlaat in Veendam. Ret was hier een druk komen en gaan van schippers, die flinke verteringen maakten en er hun schutsgeld betaalden. De ijzeren geldkist is nog te zien in het Veenkoloniaal Museum. Pachters waren o.a. de families Luikinga, De Vries en Folders.

Grote boerderij, prachtig gelegen aan het Beneden-Oosterdiep op de hoek van een wijk. Het is niet, zoals wel wordt beweerd, de oudste boerderij van Veendam, maar wel een van de grootste en is in een strakke stijl omstreeks 1795 gebouwd door een lid van de familie Ten Horn. Later woonde er een farnilie Kneubel, die eind vorige eeuw de boerderij verkocht aan de farnilie Van Linge, die het pand meer dan een halve eeuw bewoonde, waarna het door de gemeente werd aangekocht. Nu het water is gedempt heeft het veel van zijn charme verloren.

11

12

De familie-vennootschap, later N.V. Van Linge, was oorspronkelijk een scheepswerf aan het Beneden-Oosterdiep, landskant, in Veendam. Toen het hier omstreeks 1900 met de scheepsbouw achteruit liep schakelde men over op de handel in ijzer en smidskool en men betrok een eerste kantoor in een oud woonhuis aan de wegkant, op dezelfde plaats waar nu nog de kantoren van de N. V. gevestigd zijn. Oat eerste, hier afgebeelde kantoor fungeerde als zodanig tot ongeveer 1905. De schuur links was de ijzeropslagplaats, Al spoedig verrezen aan de landskant ecn houtzaak. een aardappelmcel- en daarna ook een dextrinefabriek , terwijl rond 1910 achter het nieuwe kantoor de basis gelegd werd van een steeds groeiend cartonnagebedrijf.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek