Veenkoloniale binnenvaart in beeld

Veenkoloniale binnenvaart in beeld

Auteur
:   H.A. Hachmer
Gemeente
:  
Provincie
:   Groningen
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2667-0
Pagina's
:   96
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Veenkoloniale binnenvaart in beeld'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Inleiding

De vervening werd in de Groninger en Drentse Veenkolonien vanaf de 17 de eeuw op systematische wijze aangepakt. N a de eerste ontwatering van het veen werd een stelsel van wijken en kanalen aangelegd. Dit uitgebreide stelsel van waterwegen zorgde voor een unieke infrastructuur. De kanalen en wijken waren in eerste instantie belangrijk voor de afvoer van water uit de nag te ontginnen gebieden en afvoer van turf uit de venen die al 'op snee' waren gebracht. Op de reeds vergraven en ontgonnen gedeelten van het veengebied ging landbouw op de achtergebleven dalgronden een belangrijke rol spelen. Langs de kanalen werden boerderijen gebouwd. Langzamerhand ontstanden de karakteristieke lintdorpen met boerderijen, woningen, winkels en allerlei bedrijfjes in een eindeloos lint langs het kanaal. Dankzij de taename van de bevolking en bedrijvigheid bleef het vrachtaanbod groeien. Turf, landbouw - en industrieproducten, bouwmaterialen, diverse grondstoffen en levensmiddelen werden per schip aan- en afgevoerd. Het vervoer over de weg speelde slechts een kleine rol.

De taename de van binnenvaart stimuleerde de opkomst van scheepswerven en allerlei toeleveringsbedrijven zoals zeil- en blokmakerijen, houtzagerijen en lijnoliefabrieken. In de 19de eeuw nam het vrachtaanbod nag verder toe dankzij de komst van de aardappelzetmeel- en strokarton-

fabrieken. Tot ver in de lOste eeuw was het in het najaar, tijdens de campagnetijd van de fabrieken, dringen geblazen op de Veenkoloniale kanalen. Tientallen schepen lagen dan te wachten voor de sluizen, bruggen ofbij de losinstallaties van de fabrieken.

Een fota van een oud motors chip of een schip vol onder zeil roept natuurlijk nogal gauw een gevoel van nostalgie en weemoed op. Een gevoel dat het er taen allemaal gemoedelijk aan toe ging. Schijn bedriegt. Werkdagen van zonsopgang tat zonsondergang waren voor de schippers geen uitzondering. Een schippersvrouw of kinder en hangend in de zeel am het schip door de smalle kanalen te trekken, hoorde bij het dagelijkse straatbeeld. Wie denkt dat de schippers altijd broederlijk met elkaar omgingen heeft het mis. Lange wachttijden bij sluizen en fabrieken, onderlinge concurrentie, vakbondslid ofniet, verschillen tussen zetschippers, contractschippers, beurtschipper en beursschipper en niet te vergeten de wet Evenredige Vrachtverdeling, deden de gemoederen soms haag oplopen.

Tach wordt er door oud-schippers vaak met weemoed teruggedacht aan 'die goede au de tij d'. N aast het zware werk waren er natuurlijk oak de voldoening van een geklaarde klus, de gezelligheid in de roefna het varen, het gezin, de sterke verhalen, de liedjes en de trekharmonica.

Schippers kenden ondanks hun rivaliteit een groat 'wij'gevoel. De houding van het 'landvolkje' heeft daar zeker toe bijgedragen. Binnenvaart was en is een 'ver-van-mijn-bed'show. De schipper, zijn leven en zijn beroep werden en worden door buitenstaanders vaak niet begrepen, maar we kunnen niet am het feit heen dat binnenvaart in heel Nederland een belangrijke rol in de economische ontwikkeling speelde. De Groninger Veenkolonien spanden wat dit betreft wei de kroon. In 1866 telde een plaats als Hoogezand 56 geregistreerde binnenschepen. Wildervank kwam zelfs tot maar liefst 115 binnenschepen. Schepen, schippers en hun gezinnen die mede de bloei van de Groninger Veenkolonien tot stand brachten.

Tot aan de jaren zestig van de 10ste eeuw waren er nag tientallen schippers in de Groninger Veenkolonien te vinden die voor de strokarton- en aardappelzetmeelindustrie voereno Tach komen we hun namen in regionale geschiedenisboekjes maar mondjesmaat tegen.

Met dit fotoboek hopen we enkele namen uit de vergetelheid te halen en een toch wei nostalgische blik te werpen op een niet zo ver verleden.

Voor wie nag meer van de sfeer wil proeven van de Veenkoloniale binnenvaart verwijzen we naar de literatuurlijst.

Nieuwe Peke1a, oktober 2000

1 Zo druk kon het zijn! Filevorming op de Veenkoloniale kanalen. Vooral in

de campagnetijd, als aardappelen, stro en turf naar de fabrieken werden gevaren,

was het bij sluizen en bruggen dringen geblazen.

2 Een schip beladen met een door luiken beschermde vracht stro (?) wacht voor de sluis naar Pruisen op af-

handeling van de formaliteiten. De in 1878 afgeronde onderhandelingen over de aanleg van het Haren-Riiten-

brockkanaal betekende voor de Veenkoloniale schipper een enorme uitbreiding van het vaargebied.

Het Duitse Ruhrgebied kwam binnen 'handbereik'.

Orenskantoor.

3 Een schip am trots op te zijn. H. Bakker uit Loppersum was regelmatig in de

Veenkolonien te vinden am een lading turf te kopen. In 1925 verkocht

hij zijn in 1903 gebouwde en 62 ton metende Excelsior aan schipper Holzkempfer

uit Greetsiel. Ter gelegenheid van de overdracht is deze fota genomen.

4 Schipper H. Buininga uit Hoogezand voer onder andere met pulp van de suikerfabrieken naar de boeren en in het voorjaar

met mest naar Zuidlaren. Zomers werd vooral met terp-aarde gevaren. In 1908 werd zijn houten tjalk in de Noorderhaven te Groningen

gefotografeerd. In 192 8 is het schip naar Duitsland verkocht.

5 De 40 ton metende tj alk ]antje van schipper Harmannus Maarhuis wordt gelost te Hellum. Op de foto zien we in het ruim als tweede van links H. de Vries. In de gangboorden achteraan Taakje Koopman en echtgenoot Klaas Koopman en Harmannus Koopman met een zak op de den. De op de wal staande man met een touw am zijn middel is P. Vriezema. De overige personen zijn niet meer bekend.

6 Voor scheepswerf Wolthuis aan het Beneden Dwarsdiep te Veendam liggen twee prachtige, nieuw

gebouwde schepen. Het achterste schip, de Ebenhaezer (tot zover heeft de Heer mij geholpen), liep voor schip-

per H. Wiersema uit Ten Boer van stapel. De aan het begin van de lOste eeuw door LucasWolthuis over-

genomen scheepswerf aan het Beneden Dwarsdiep werd op 17 februari 1941 gesloten.

7 Een zwak briesje in de zeilen noodzaakt schipper Harm Weij van het 88 ton metende bolschip Risico, tot

bomen. Zijn vrouw Bina Weij-van der Laan staat aan het helmhout. De schipper was met een lading klei op

weg naar steenfabriek ' Kavelingen' te Valthermond. De foto werd langs het Stadskanaal genomen.

Links van het kanaal zien we de rails van de paardentram EGTM.

8 Scheepsjagers waren in de Veenkolonien een bekende verschijning. Met hun paarden trokken ze tegen een geringe vergoeding schepen door de kanalen. Op de foto zien we een wei erg jonge scheepsjager. Het is Hajo de Koe uit Veendam. De komst van opdrukkers en de motorisering van schepen betekenden het einde van dit beroep. In de periode van 1903 tot en met 1946 werden er in Groningen maar liefst 3434 scheepsj agerspenningen uitgereikt.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek