Veere in oude ansichten deel 2

Veere in oude ansichten deel 2

Auteur
:   F. van den Driest en H. Hendrikse
Gemeente
:   Veere
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4476-6
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Veere in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

Het zullen alleen nog de mensen van de oudere generatie zijn die zich het mooie Walcheren van v66r 1944 kunnen herinneren. In gedachten gaan we terug naar de tijd toen de in dit boekje opgenomen foto's werden genomen. Ook dit deel van Walcheren, dat toen de "Tuin van Zeeland" werd genoemd, was in die dagen bijzonder schilderachtig: de met kleurige bloemen bedekte weiden, zijn talrijke meidoorns langs de wegen en rond die weiden de begroeide slooten wegkanten. Het gaf aan alles een fleurig aanzien. Wat droegen die meidoorns, vooral in hun bloeitijd, bij tot de schoonheid van het landschap. En dan die in ruime overvloed aanwezige braamstruiken met hun blauwachtige, zwarte bessen! De dorpskernen waren beplant met in die dagen reeds oude bomen, zodat dikwijls aileen de kerktoren haar spits boven het geboomte uitstak. En dan v66r de huizen die kunstig gesnoeide linden! Ook vele oude hofsteden lagen verscholen tussen lommer en groen. Zij hadden en hebben nog een naam, soms naar bomen, bloemen, dieren enzovoort. Wij noemen er enkele: ,,'t Essenhof', "Elzenoord", "Ter Linde", "Olmenveld". "De Korenbloem", "Leeuwendamme" en "Arendsrust". Van laatstgenoemde hofstede moeten wij nog iets bijzonders vertellen. Op een gevelsteen van het oude woonhuis staat in het Latijn: "Aquilla non cuplat museus". In onze taal betekent dit: "Een arend vangt geen vliegen", Wij zouden het ook zo kunnen vertalen: "Een groot of edel mens strijdt niet tegen onbeduidende personen". Wij vragen ons af waarom deze steen hier werd ingemetseld, met welk doel en

door wie? In het begin van deze eeuw ontbrak nog de lintbebouwing langs de hoofdwegen. Die begon eerst rond de jaren twintig.

De reeds eeuwenoude voetpaden op of naast de weg, ook wel dwars door de weilanden of langs percelen bouwland, waren er nog. Zij lagen als een net over geheel Walcheren. Meestalliepen zij recht op het dorp aan en kwamen dan vaak uit bij de kerk, zoals te Serooskerke. Zij waren de mooiste wandelingen en gaven veel te zien: het vee in de weiden, oude boerderijen, in de verte een draaiende molen of de spits van de oude dorpstoren boven de bomen. De kerk met de daaromheen gegroepeerde huisjes met de groen en wit geschilderde "blinden" gingen daaronder schuil. Uren kon men lopen naar alle richtingen over de vele vlonders, langs hofsteden en vluchtbergen, langs percelen land, waar de tarwe of de erwten vlak naast het pad groeiden. Zo ging het van het ene dorp naar het andere. Zo was het toen. Doch langzamerhand begon er verandering te komen. In het begin van de jaren dertig begon het verkeer al wat eisen te stellen. De beplanting werd minder, rond de soms heel oude hofsteden werd nog al wat gerooid en houtgewas werd opgeruimd want bomen "maeken 't zo erg doenker in uus". Bij al die langzaam optredende veranderingen bleef er toch nog heel wat gespaard. Totdat in 1944 de inundatie kwam en daarmede de ondergang van het oude Walcheren. Met kracht stroomde het zeewater de vier dijkgaten binnen, waardoor alle plantengroei verdween. Het werd een grote, kale vlakte. AIleen het deel ten noorden van de

Koningin Emmaweg te Vrouwenpolder, het dorp en de Oranjezon met de omringende mooie bossen bleven gespaard. Daar vertoont zich nog het oude Walcherse landschap. Er bleef nog meer aan de rand van het eiland bewaard voor de ramp, doch dat valt buiten ons bestek, omdat het in ons boekje aileen over het noordelijk deel gaat. Na de droogmaking en de daarop gevolgde herverkaveling kwamen er grote veranderingen. Kromme wegen werden recht getrokken en nieuwe werden aangelegd. Er kwam een uitgebreide herbeplanting van dorpskernen en wegen met verschillende boom- en heestersoorten. Ook kwamen er weer nieuwe boomgaarden.

Thans is het weer mooi geworden maar toch, ondanks aile vernieuwingen die ook wel verbeteringen waren, kwam de oude schoonheid zoals de ouderen die hadden gekend, ook van dit deel van Walcheren, niet meer terug. De voetpaden en ook de meidoorns rond de weiden waren voorgoed weg. Wat zou het thans een genot zijn met het drukke verkeer op de wegen, vooral ook in de zomer met het steeds toenemend vreemdelingenverkeer, te kunnen wandelen langs die stille "padjes". De dorpen werden uitgebreid, soms met gehele wijken. Vele stedelingen kwamen er zich vestigen, ook van buiten Zeeland. Het werd een invasie van nieuwkomers en forenzen. Bij dit ailes kwam ook hier het verschijnsel voor van verbouwde boerderiities en woningen in de dorpen. Sommigen werden ingericht als tweede woning en staan daardoor een groot dee I van het jaar leeg. Anderen werden gebruikt voor permanente bewoning. De sam en-

smelting van de oude en deze nieuwe bevolking is niet zo bijzonder: de nieuwelingen leven anders, doen anders, praten anders en hebben andere opvattingen dan de omringende plattelandsbevolking. De nieuwkomers en forenzen komen er vaak moeilijk in. Het is dan ook echt Walchers eerst de kat uit de boom te kijken. Bij al die maatschappelijke veranderingen bleef er gelukkig nog een tamelijk gunstig kerkelijk leven, in tegensteiling tot zoveel andere plaatsen in ons land. Doch bij al die herinneringen hoe het vroeger was is het goed ook even stil te staan bij degenen die hier hebben geleefd en gewerkt. Uit de aard der zaak kunnen het er maar enkelen zijn die we hier kunnen noemen.

In ons vorige boekje, "Veere in oude ansichten", hebben wij in het kort iets verteld over de historie van de vier kernen die te zamen de gemeente Veere vormen. Thans, in dit tweede deeltje, willen wij dan nu een korte levensschets geven van enige personen die het tegenwoordige oudere geslacht nog heeft gekend, terwijl wij uit vroegere tijden er enkelen vermelden die ook in de geschiedenis van dit deel van Walcheren bekendheid hebben gekregen. Sommige van hen blijven steeds door de geschiedenisboeken in de gedachtenis.

Wij beginnen dan zoveel mogelijk naar tijdsorde. Wie kent niet het heldenfeit van de zeeofficier Van Speyk, die in 1830 te Antwerpen op zijn kanonneerboot de lont in het kruit stak, waarop hij met vrijwel de gehele be manning in de lucht vloog? Deze daad wordt in vele geschiedenisboekjes vermeld. Doch dat de

Veerse admiraal Sebastiaan de Lange, door een Spaanse overmacht in het noorden van het Sloe aangevallen, ook het kruit aanstak en met vriend en vijand hetzelfde overkwam als Van Speyk, omdat hij zich niet aan de vijand wilde overgeven, dat is vrijwel onbekend gebleven. Het wordt nooit op school verteld en het kom t niet voor in de boekjes die onze vaderlandse geschiedenis behandelen. Waarom wordt het ene feit wel vermeld en het andere niet? Er zijn meer voorbee1den hiervan aan te wijzen.

Het was 22 mei 1572. Tijdens het beleg van Middelburg wilde Sebastiaan de Lange de Spanjaarden beletten Middelburg van levensmiddelen te voorzien. Bij deze strijd geraakte zijn schip aan de grond en werd hij dadelijk door vier Spaanse oorlogsschepen omsingeld en aangevaUen. Toen De Lange zag dat hij moest verlie zen stak hij het kruit in brand. Zijn schip werd geheel vernield, doch ook de omringende vijandelijke schepen waren zwaar beschadigd. Ongeveer op de p1aats van deze scheepsstrijd werd in 1847 een poldertje ingedijkt dat de naam ontving van deze moedige Veerse admiraal. Bij een zware storm van 12 maart 1906 werd het geinundeerd en dat bleef zo tot in onze dagen. Thans is het weer ingepolderd en behoort het tot het recreatiegebied van het Veerse meer.

Er is niets nieuws onder de zan zegt de wijze Prediker. Is er in onze tijd een grote tegenstand tegen de psalmberijming van 1773, zo zelfs dat deze vertrouwde psalmen werden vervangen door een nieuwe berijming, dominee Andreas Andriessen (van 1729 tot 1763 predikant te Veere) had zijn bezwaren tegen het

door zijn verleden eerwaardige Datheense psalm bock. Hij uitte zijn felle kritiek in een nu zeer zeldzaam geworden bock" "Aanmerkingen op de Psalm berijmingen van Petrus Dathenus", dat in 1756 verscheen. Het zal hem goed hebben gedaan v- mogelijk heeft hij het nog beleefd - dat zijn latere ambtgenoot Jozua van Iperen, in 1765 te Veere beroepen, door de Staten van Zeeland naar Den Haag werd afgevaardigd om medewerking te verlenen aan de nieuwe psalm berijming van 1733. Dominee Van Iperen heeft over deze arbeid een bock in twee delen geschreven. De nieuwe berijming werd in 1774 te Veere ingevoerd, destijds een bloeiende gemeente met vier predikanten. Weer een latere predikant van Veere, Herman Adriaan Bruining (1772-1811) is medewerker geweest aan het Evangelisch Gezangboek voor de Hervormde Kerk. In deze bundel zijn van hem verschillende gezangen opgenomen, het bekendste is wel geworden: ,,'k Wil u 0 God mijn dank betalen".

De Hervormde Gemeente van Veere heeft de eer gehad dat er onder haar leraars letterkundigen en dichters zijn geweest, die ook na hun dood nog bekend zijn gebleven door hun geschriften en ook door hun medewerking aan de psalm- en gezangenbundels. Ook een andere dominee in de gemeente Veere had dichterlijke gaven. Het was Hendrik Antoni Tolle, die daar predikant was van 1781 tot 1792. Hij heeft een boekje met gedichten geschreven onder de titel: "lets van Henrik Antoni Tolle, predikant te Veere". Het werd uitgegeven bij de Veerse boekdrukker C.M. van de Graaf in 1790. De stad had in

die dagen zelfs een boekdrukker en uitgever binnen haar wallen. Daar werd onder meer ook het "Campveerse gebedenboek" gedrukt, Nog in die dagen was Veere een belangrijke stad, want tot in de eerste helft van de vorige eeuw bezat het een Latijnse school, terwijl er tot in de tweede helft van die eeuw een notaris was gevestigd.

Onder de predikanten van Veere die zich hebben bewogen op het gebied der kerkgeschiedenis mag ook Jacob Renier worden genoemd. Hij was er predikant van 1798 tot 1836. Behalve een boekje over de eerste predikant van Veere sinds de stichting van de Hervormde Gemeente in 1572, Joannes van Miggrode, werd door hem ook nog uitgegeven "Nieuwe Naamlijst der predikanten in de Hervormde Gemeente van Vere, 1834". In het bezit van schrijvers dezes is een prachtige uitgave van dit werkje. Het is gebonden in een fraai rood leren bandje waarop in vergulde lettertjes de titel van het boekje staat. Aan de achterzijde staat het kerkelijk zegel met de woorden "Campt voor 't geloof Campveer". Dit is een zinspeling op de oude naam van de stad, Campveere. Het bijzondere hiervan is evenwel dat daarin vermeld staat: "Ten Geschenke van en tot een altijd durend Aandenken aan den Auteur". Die woorden zijn omkransd door prachtig getekende bloemtakken. Aan wie werd dit boekje ten geschenke gegeven? De bijbehorende brief van dominee Renier vermeldt dit: gedateerd "Vere den 22 July 1834". De brief is geadresseerd aan notaris W.M. Snijder te Vere, inhoudende het verzoek om het geschrift hem te mogen opdragen

als president van kerkvoogden. Blijkbaar is die toestemming verleend, want de opdracht is in het boekje vermeld. Belangstellenden in de kerkelijke historie van Veere weten dus waar dit curiosum wordt bewaard.

Als wij enige bijzonderheden mededelen over enkele vroegere inwoners van Veere, dan mogen wij ook de dappere loods Cornelis But niet verge ten. Hij en zijn mannen redden tijdens een zware storm op 22 november 1801 het leven van een schipbreukeling, de enig overgebleven matroos op een wrak op de noordkust van Walcheren. Het scheepje, voor deze redding gebruikt, was hetzelfde waarmede de gebroeders Naerebout in 1779 de schipbreukelingen van "De Woestduin" hebben gered. Cornelis But komt ook voor in het boek "De Schipper van de J acomina" door Marie Boddaert.

Wij slaan nu een groot tijdvak over en noemen tot slot nog een van de Veerse predikanten uit deze eeuw, namelijk dominee G.J. Weyland, die bijna veertigjaar in het vriendelijke stadje als herder en leraar het evangelie heeft verkondigd. Dominee Weyland, geboren te Groningen op 27 april 1860, starn de uit een geslacht waarvan verschillende leden de Hervormde Kerk als predikant hebben gediend. Zijn grootvader, Henricus Weyland, vierde te Amsterdam zijn gouden ambtsjubileum. Na te Groningen het gymnasium te hebben bezocht, studeerde hij aan de Rijksuniversiteit aldaar. In 1888 promoveerde hij cum laude tot doctor in de theologie. Zeven jaar diende hij de gemeente Austerlitz bij Zeist. Daarna volgde zijn benoeming tot

director van het Nederlands Zendelingengenootschap te Rotterdam, waar hij de opleiding van aanstaande zendelingen verzorgde. In 1896 keerde hij terug tot het ambt en hij kwam op 27 september van dat jaar naar Veere. In 1904 volgde zijn benoeming tot secretaris van het provinciaal kerkbestuur van Zeeland, wier taak het is de kandidaten te examineren die toegelaten wensen te worden tot het predikambt. In 1905 werd de dominee lid van de Algemene Synode der Hervormde Kerk en sinds 1917, tot aan zijn overlijden, was hij onafgebroken president. Hij heeft de Kerk met scherpzinnigheid gediend en haar met vaste hand geleid, zo is van hem gezegd. Hij had een grote kennis van kerkrechtelijke zaken met een in de loop der jaren opgedane rijke ervaring op het gebied van kerkelijke aangelegenheden, zodat hij daardoor de kerk gewichtige diensten heeft kunnen bewijzen. Ondanks dit vele synodewerk bleef toch het eigenlijke ambt als predikant het centrale punt van zijn arbeid. Volgens zijn gemeenteleden heeft hij hen altijd het evangelie der liefde Gods verkondigd en dit zonder partij te kiezen, niet aileen op de kansel, maar ook in de huizen en bij ziek- en sterfbedden. In juni 1926 herdacht de dominee zijn veertigjarig ambtsjubileum, terwijl hij in 1930, op zijn zeventigste verjaardag, op grootse wijze werd gehuldigd. Dat dominee Weyland ook de moderne tijd verstond, bleek uit het feit dat hij in 1933 per K.L.M.-vliegtuig naar de synode vertrok. Dat was iets nieuws. Een dominee per vliegtuig naar de synode! Nog niet zo veel jaren daarvoor was het zelfs een vraagstuk in de Hervormde Kerk geweest

in hoever het een predikant geoorloofd was te fietsen. Het was ook in die tijd dat aileen het eerzaam "karretje op de zandweg" van een broeder ouderling of een goedmoedige diaken het enige vervoermiddel was dat werd toegestaan om een predikant 's zondags naar een naburige gemeente te brengen. Van hen die dominee Weyland hebben gekend weten wij dat hij een stoere werker was, een vriend en pleitbezorger van de Hervormde Kerk, een bescheiden en vriendelijk man. Hij waardeerde de schoonheid van Veere en in zijn pastorie werd de kunst hoog gehouden. Vooral schilderkunst en muziek hadden zijn belangsteiling. Hij hield ook veel van bloemen. In het boek "Noordwester" van Dignate Robbertsz komt de figuur voor van de nobele dominee "Weyers" met de witte baard. Ongetwijfeld heeft de schrijfster bij het ontwerpen van haar boek, dat in Veere speelt, gedacht aan de Veerse predikant en deze als voorbeeld genomen. Want dominee Weyers in "Noordwester" was ook voor een ieder toegankelijk en deed veel voor de armen. Aan het werkzaam leven van de predikant Weyland kwam een einde op 25 juli 1935. Na geruime tijd ziek te zijn geweest overleed hij in het gasthuis te Middelburg. Het stoffelijk overschot is, voorafgegaan door een kerkdienst, in Veere ter aarde besteld. Hier was de belangsteiling niet minder groot dan in de kerk. Een uitzonderlijk goed man was heengegaan.

Bij het zien van het hierna opgenomen portret zuilen de senioren onder ons hem dadelijk herkennen: de geleerde veldwachter-historicus J.W. Perrels. Feitelijk kunnen wij hem geen veldwachter noemen, want zelf

ondertekende hij zijn artikelen in de toenmalige Middelburgsche Courant met "J.W. Perrels, agent van politie". Veere is een stad en daar kent men geen "gemeenteveldwachters" maar "agenten van politie". Sinds 15 mei 1886 was hij in die functie aldaar werkzaam. Maar de vreemdelingen die Veere bezochten ken den hem nog beter in een andere hoedanigheid: als de man die met een zeldzame kennis van de geschiedenis van zijn stad hen inlichtte over de vele historische herinneringen, kostbaarheden en curiosa die daar nog in ruime mate zijn te vinden. Wat kon hij verteilen op een oorspronkelijke en onderhoudende wijze, vooral als hij de beroemde beker van Maximilliaan van Bourgondie voorzichtig uit de brandkast nam. Dan pas kwam hij goed op dreef en vertelde van de schenker die bij zijn overlijden in 1558 zoveel schulden had dat zijn neef en erfgenaam, de in de vaderlandse geschiedenis zo bekend geworden graaf Van Bossu, de erfenis niet aanvaardde, waarna aile bezittingen gerechtelijk moesten worden verkocht, waaronder ook het prachtige kasteel "Sandenburg". Dat er een tijd kwam - nu bijna honderd jaar geleden - dat de stad de beker kon verkopen voor het to en enorme bedrag van vijfhonderd duizend gulden. Dat was een uitkomst voor het toen zo verarmde Veere. Doch het besluit tot verkoop door de gemeenteraad werd door de Kroon vernietigd. Later deed het Rijksmuseum nog een poging de beker te bemachtigen, doch dan in bruikleen, voor een jaarlijkse huursom van tweeduizend gulden. Ook dat ging niet door. Dat kon ook niet, want Maximilliaan had de beker ge-

schonken onder die voorwaarde dat deze nimmer mocht worden vervreemd. De originele schenkingsakte is nog in het Veerse archief aanwezig. Zo stond hij de vele bezoekers te woord en dat in hun eigen taal, want Perrels sprak Engels, Frans en Duits. Maar het merkwaardigste was zijn grondige kennis van het rijke stadsarchief. Door het rondleiden van al die bezoekers kwam weldra het verlangen in hem op om iets meer te weten over het roemrijke verleden van het oude Veere. Hij ging snuffelen in de oude archieven van de stad en al spoedig bleek welk een geboren onderzoeker van geschiedenis hij was. Zijn opgedane kennis hield hij niet voor zich, maar hij ging publiceren, jarenlang. Eerst in de Middelburgsche Courant bijzonderheden over de kerk met haar fontein, het stadhuis, de woning ,,'t Lammetje" enzovoort, daarna ook in het "archief" van het Zeeuws Genootschap der Wetenschappen. In een van de jaarlijks verschijnende deeltjes publiceerde hij over de Schotse stapelhandel te Veere. Dit genootschap erkende zijn verdienste door hem als lid te benoemen. Het was een welverdiende hulde voor deze eenvoudige man, die ook veel waardering ondervond van geschiedvorsers over de inlichtingen die hij hen verschafte uit het stadsarchief. Bij dit ailes had ook het verenigingsleven zijn grote belangstelling. Hij was voorzitter van de afdeling Zeeland van de Algemene Nederlandse Politiebond en bestuurslid van verschillende verenigingen in zijn woonplaats. Tot slot vermelden wij nog dat de heer Perrels werd geboren te Schoondijke op 23 november 1864 en te Veere overleed op 29 april 1931. Hij heeft

gewoond in het huis tegenover de kerk, toen gemerkt A 173 en thans nummer 51. Met hem was een man heengegaan die door zelfstudie en onderzoek een veelzijdige kennis had verworven van het grootse verleden van het aloude Veere.

De Hervormde Gemeente van Serooskerke heeft het voorrecht gehad dat een lid van het bekende predikantengeslacht Gunning haar herder en 1eraar is geweest. Wij bedoe1en dominee I.H. Gunning I.Hzn. die hier op 22 augustus 1920 zijn intrede heeft gedaan a1s opvo1ger van dominee Dirk Muller, die met emeritaat ging. De eerste toespraak tot zijn nieuwe gemeente hield hij naar aan1eiding van het woord "Het za1 geschieden ten tijde des avonds dat het licht zal zijn" (Zacharias 14: 17). Deze preek werd gedrukt onder de titel "Avondschemer en morgenstond". Omdat dominee kort voor zijn intrede ernstig ziek was geweest, preekte hij in het begin slechts eenmaal per zondag, doch later weer tweemaal. Met ijver werd het herderlijk werk aangepakt en daarbij nog veel gestudeerd. 's Morgens heel vroeg kon men a1 licht in zijn studeerkamer zien branden. Dan zat hij reeds achter de schrijftafel. Daarna begon de morgenwandeling, die bij goed weer altijd op de dagindeling stond, ook in de winter. Om half zeven de deur uitgestapt en tegen acht uur weer terug. Hij had op die wandelingen dikwijls allerlei ontmoetingen, ook met leden van andere kerken. Hij heeft daarover geschreven in "PnHH". In de jaargang 1923 komt een aardige serie artikelen voor onder de titel "In de vroegte". Ook zijn "Zeeuwse brieven" in hetzelfde blad vertellen

hiervan. De verhouding tussen beide kerken van Serooskerke was in zijn dagen nog erg gespannen. Hervormden en Gereformeerden konden e1kander nog niet recht goed zetten. Dominee Gunning, die zeer oecumenisch was ingeste1d, zou zich zeker verheugen a1s hij nu nog eens kon zien wat een ommekeer er op Serooskerke in het kerkelijk 1even is gekomen. Beide kerken kunnen elkaar nu zo goed verstaan dat zij zelfs gemeenschappelijke diensten houden, iets wat voor vijftig jaar onmogelijk zou zijn geweest. Op 11 december 1921 vierde dominee Gunning onder grote belangstelling zijn veertigjarig ambtsjubileum. Van heinde en verre was men samengekomen om met hem die dag te herdenken. De tekst was Markus 6: 30-34. Deze predikant was een geboren publicist en zeer begaafd met een groot talent voor ta1en, waarvan hij er dertien beheerste. Het meest bekend is hij geworden door zijn weekblad "Pnie1, dat op 1 januari 1892 voor het eerst verscheen. Het b1ad werd door hem, tot kort voor zijn overlijden, vrijwe1 gehee1 alleen verzorgd, beha1ve dan het maandelijks 1etterkundig bijvoegse1 "Onze Leestafe1", waarvoor ook andere medewerkers werden aangetrokken. Bovendien voerde de predikant nog een gewe1dige correspondentie en bij dit alles nog zijn herderlijk werk van 1881 tot 1924 in zeven gemeenten, waarvan drie grote steden, benevens de ve1e theo1ogische en andere werken die hij heeft geschreven. Hij was doctor in de theo1ogie. Uit dit alles blijkt wat een ze1dzaam werkzaam 1even deze voorganger heeft gehad. Ook in Serooskerke werd vee1 geschreven. Beha1ve allerlei artikelen in de Middel-

burgsche Courant, de Goese Courant en "De Zeeuw" werd er in "Seroos" begonnen aan het grote, zesdelige boek over het leven en de werken van zijn vader, professor J.H. Gunning (1829-1905). Zo gingen enkele jaren rustig voorbij, doch langzamerhand deden zich verschijnselen voor die het ouder worden medebrachten. In 1924 kwamen er in de ring Veere verschillende vacatures, waardoor hij werd genoodzaakt ook in andere gemeenten op te treden. Bij al het werk in eigen gemeente, de correspondentie en de Pnielarbeid werd dit op den duur te vermoeiend en teveel. Hij besloot dan ook emeritaat aan te vragen. Een schok ging door de gemeente. Zondag 2 november 1924 was het afscheid. Ongewone drukte heerste er die dag op het dorp. Honderden waren samengestroomd en de oude dorpskerk kon hen niet allen bevatten. De kerk liep zo vol dat er zelfs staanplaatsen te kort waren. De tekst was Genesis 19 : 17-20. Deze afscheidspreek verscheen in druk onder de titel "Berglucht". Voor velen is zijn prediking hier tot een rijke zegen geworden. Met dankbaarheid zullen vele ouderen nog terugdenken aan de jaren 1920-1924.

De pastorie met zijn mooie tuin, waarin bij de komst van dominee Gunning nog zeventig vruchtbomen waren geplant, werd verla ten en geruild voor een huis in Bilthoven. Het ambtelijk leven van deze predikant was begonnen en geeindigd in Zeeland. Hij was predikant te Wilhelminadorp bij Goes, zijn eerste gemeente, van 11 december 1881 tot 24 augustus 1884 en te Serooskerke, zijn laatste gemeente, van 22

augustus 1920 tot 2 november 1924. Johannes Hermanus Gunning werd geboren te Hilversum op 23 januari 1858 en hij overleed te Amsterdam op 10 juni 1940, tweeentachtig jaar oud. Hij was gehuwd met Tobina, Adriana Pijnacker Hordijk, afkomstig uit Naaldwijk. Zijn enorme boekenverzameling werd vermaakt aan de universiteitsbibliotheek te Utrecht.

Op 10 september 1882 werd te Oostburg geboren:

Barthel Johannes de Mey. In 1902 werd hij benoemd in Serooskerke als onderwijzer aan de open bare school. Behalve leider van de zondagsschool werd hij ook lid van de zangvereniging. Een van de damesleden, Leintje Coppoolse, geboren op 27 april 1883, kreeg weldra zijn bijzondere belangstelling en twee jaar later trouwden ze. Zijn schoonvader, Bartel Coppoolse, heeft veel verteld over Serooskerke en bij de meester de interesse gewekt voor de plaatselijke historie. Hij maakte aantekeningen van wat hij hoorde en las in de boeken die hij raadpleegde in de provinciale bibliotheek. In 1912 werd door hem een lezing gehouden over oud-Serooskerke voor de plaatselijke afdeling van de Christelijke Nationale Werkmansbond. Het jaar daarop volgde een tweede lezing. De belangstelling die hij ondervond stimuleerde hem om er steeds meer mee bezig te zijn. Zo ontstond geleidelijk de kopie voor zijn boek over Serooskerke, dat in 1918 verscheen. Inmiddels was de familie De Mey naar Ritthem vertrokken, waar hij in 1914 hoofd van de school werd. Hij schreef ook artikelen over historische onderwerpen voor de Middelburgse en Vlissingse couranten. Vanaf 1904 was hij te Seroos-

kerke al correspondent voor die dagbladen. Jarenlang was de "Zeeuwse Kroniek" een vaste rubriek in het zaterdagse nummer van de Middelburgsche Courant. In 1923 verscheen een boekje over de geschiedenis van Rammekens, zes jaar later gevolgd door een boek over de geschiedenis van Ritthem, Welzinge en Nieuwerve, dat in 1958 een tweede druk beleefde. Inmiddels is ook die al uitverkocht. Na zijn pensioen, in 1945, fietste de heer De Mey alle Walcherse dorpen af, om op de scholen na te gaan welke kinderen nog de Walcherse klederdracht droegen. Zijn vrouw heeft altijd deze dracht gedragen, ook toen zij na de tweede wereldoorlog bijna alles kwijt was. Op 25 maart 1966 overleed De Mey. Zijn vrouw volgde hem op 20 juni van hetzelfde jaar. Als wij letten op de meer dan vijfhonderd artikelen die hij gedurende tientallen jaren in de Zeeuwse dagbladen heeft gepubliceerd, die steeds met bijzonder veel belangstelling werden gelezen, en voorts in meer blijvende vorm dan in die van een courantenartikel, zijn drie boeken, dan treft het ons dat de werkkracht en de werklust van de heer De Mey bijzonder groot zijn geweest. Ben voorbeeld voor de thans levenden die nu en ook in de toekomst voor hun studie over Zeeland en zijn rijke geschiedenis profijt kunnen trek ken van de geestelijke nalatenschap van deze ijverige schoolmeester. Ook wij hebben voor ons boekje kunnen putten uit deze rijke bron.

Aan het eind van onze inleiding gekomen danken wij allen die hebben medegewerkt om deze uitgave tot stand te brengen: voor het beschikbaar stellen van de groepfoto's, de oude ansichten en bovenal voor het

geven van inlichtingen over de namen van de afgebeelde personen. Dat is het meest tijdrovende werk geweest. Het is niet mogelijk de namen te noemen van hen die ons hierbij hebben geholpen. Het waren er velen. Vooral zijn wij dankbaar voor het beschikbaar stellen van de schitterende en zeer zeldzame gravures van het buiten "Noordhout". Jammer dat de kleuren van de prenten niet konden worden overgenomen. Het zou de waarde van het boekje hebben verhoogd. Wij hopen dat deze uitgave, evenals het vorige over de gemeente Veere, met aandacht zal worden bekeken en gelezen, waardoor het de ouderen zal opvallen hoeveel er in de loop der jaren ook hier is verdwenen en veranderd. Het waren soms ook verbeteringen. Veel ouds verdween en leeft alleen nog maar voort in de herinnering. Als dit boekje mag bijdragen om de herinnering levend te houden aan alles wat voorbij is gegaan en dat nimmer meer terugkeert, dan is de tijd en de moeite, aan de samenstelling hiervan besteed, niet nutteloos geweest,

1. De kerkeraad van de Hervormde Gemeente van Gapinge omstreeks 1900. De gemeente was toen vacant. Van links naar rechts staan: Flip Wisse, Jan Wondergem en Pieter Wattel. Zittend:

Come lis Langebeeke, Simon Maas, Frans Dekker en Levinus Luteyn. Vanaf de stichting van de gemeente, in 1589, tot en met 1820 heeft zij een eigen predikant gehad. In laatstgenoemd jaar kwam een combinatie met Veere tot stand. Dit was echter van korte duur, want in 1837 werd er toch weer een beroep uitgebracht voor een eigen dominee. Dit bleef zo tot april 1923, toen de laatste eigen predikant, J .W. Maas, naar Hontenisse in Zeeuws-Vlaanderen vertrok. Vanaf 1926 heeft Gapinge samen met Vrouwenpolder een predikant.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek