Veldkapellen en Wegkruisen in Velden, Arcen en Lomm in oude ansichten

Veldkapellen en Wegkruisen in Velden, Arcen en Lomm in oude ansichten

Auteur
:   Jacques Theelen
Gemeente
:   Arcen en Velden
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2958-9
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Veldkapellen en Wegkruisen in Velden, Arcen en Lomm in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

TENGELEIDE

Het gonst van bijen-activiteiten op de voedselarme zandgronden waar fel-paars de struikheide bloeit. Boven de veenplassen en langs de oevers van de talrijke beekjes, die slingerend door het land hun weg zoeken naar de Maas, hangen lib ellen als kleurige helicopters met ogen als grote koplampen. Op de uitgestrekte korenvelden wiegen goudgele halmen hun volle aren zachtjes in de wind. Daarnaast de maisvelden, de stugge planten in lange rijen als groen geklede soldaten stram in het gelid. Zomer in limburg. Uit alle richtingen komen de vakantiegangers. Onweerstaanbaar worden ze naar ons limburg getrokken. Elkjaar weer opnieuw. Sommigen zien nauwelijks meer dan de surfplank, het bungalowpark, het winkelcentrum van de dichtstbij gelegen stad. Anderen trekken er op uit. Op hun zwerftochten komen ze vast en zeker langs een wegkruis of veldkapel.

Misschien beschouwen ze deze als folklore. Misschien ook vermoeden ze iets van de verborgen draden, die van de mensen in dit land naar het kruis of de kapellopen en vandaar weer terug naar de mensen. Want de eeuwen door hebben de mensen hier geleefd vanuit hun geloof. Ze wisten uit ervaring dat op ieders weg weI eens een kruis kon worden opgericht. Maar ze geloofden dat op elke Goede Vrijdag toch weer een Pasen volgde. Ze voelden zich verbonden met Gods lieve heiligen, die vereerd werden in de kleine en grote veldkapellen. De devotie tot Maria, Moeder Anna, Sint-Jozef, de heilige Barbara en Antonius abt, gaat ver in het verleden terug.

Ook de gemeente Arcen en Velden heeft haar wegkruisen en veldkapellen. Een actieve stichting heeft de zorg voor het behoud en beheer op zich genomen. Jacques Theelen heeft ze geinventariseerd. Geen eenvoudige opgave. Belangrijke gegevens zijn nooit opgeschreven en zo uit de herinnering verdwenen. We mogen vertrouwen dat zijn beschrijvingen, verlucht met mooie en interessante foto's, hun weg zullen vinden naar de velen, die deze monumentjes van vroomheid een warm hart toedragen.

Nijmegen, mei 1984

dr. Godfried C.M. Egelie scj

Enkele opmerkingen en woorden van dank vooraf

Dit boekje werd uitgegeven bij gelegenheid van de inzegening van de Mariakapel op de Vilgert te Velden. am die reden heb ik deze kapel vooraan in dit boekje opgenomen. Vervolgens de objecten die hiermee in relatie staan en dan aile overige monumentjes in Velden. Daarna die van Arcen, inclusief die van het missiehuis "St.-Paul". En ten slotte die van Lomm.

Op advies van dr. G. Egelie heb ik voor de plaatsbepaling van de objecten gebruik gemaakt van codenummers, afgeleid van de coordinaten (een coordinaat is een vierkante kilometer) op de kaarten, die voor Nederland door de Topografische Dienst in Delft worden uitgegeven. De letters "NL" geven aan dat het object in Nederland ligt. De eerste drie cijfers van het eerste getal zijn gelijk aan de hele kilometerwaarde behorend bij de dichtstbijzijnde, links van het punt verlopende, verticale kaart-coordinaat; de laatste twee cijfers van dit getal geven de afstand aan van het punt op de kaart tot die coordinaat, uitgedrukt in millimeters. Het tweede getal van het codenummer is op soortgelijke wijze samengesteld uit de hele kilometerwaarde behorend bij de dichtstbijzijnde, beneden het punt verlopende, horizontale kaart-coordinaat en de afstand tot deze, uitgedrukt in millimeters. De juiste plaats op de kaarten bepalen we dus door deze te lezen van links naar rechts en van onder naar boven.

De foto's in dit boek zijn genomen door de schrijver, tenzij een andere naam bij de foto's is vermeld. De overzichtskaart is getekend door Herman Geerbex.

Voor het samensteilen van dit boek ontving ik zeer veel deskundige aanwijzingen en richtlijnen van dr. Godfried C.M. Egelie. Hij heeft mij daarmee een fijne en onschatbare dienst bewezen. Hiervoor dank ik hem oprecht.

Hay Gout, voorzitter van de Stichting tot behoud en beheer van Veldkapeilen en Wegkruisen in Arcen en Velden en deskundige in het restaureren van monumenten, verleende in deze laatste kwaliteit zijn medewerking aan dit boek. Zijn adviezen waren voor mij bepalend. am die reden is een woord van dank aan hem hier beslist op zijn plaats.

Velden, mei 1984

Jacques Theelen secretaris-penningmeester van de Stichting tot behoud en beheer

van Veldkapeilen en Wegkruisen in Arcen en Velden

INLEIDING

God zij dank zijn er ook nu nog - in deze eeuw van techniek, waarin vrijwel niemand meer tijd heeft - mensen te vinden die niet aileen belangstelling hebben voor de historie van Velden, Arcen en Lomm, maar die echt met enthousiasme werken voor het behoud van wat onze voorouders ons aan cultuurgoed hebben nagelaten; voor de geschiedenis van deze plaatsen is dat waardevol, mede omdat zij daardoor voor ons een beeld scheppen van de leefwijze, de gebruiken en het doen en laten van de mensen die hier vroeger geleefd hebben. Met dit boekje legt de schrijver voor de historie vast wat er op dit moment over de geschiedenis van de veldkapellen en wegkruisen in deze plaatsen bekend is, in de hoop hiermee de belangstelling voor veldkapellen en wegkruisen te wekken voor de mensen van nu en van straks,

Verder wijst de schrijver de buurtschappen, buurtverenigingen, historische en andere verenigingen en stichtingen, de overheid en de pastoraaler op, dat zij op dit terrein een taak hebben. Deze bestaat hierin, dat zij er voor zorg dragen, dat deze veldkapellen en wegkruisen ook heden ten dage een zinvolle functie in de buurt blijven vervullen. Met het bovenstaande voor ogen, alsmede voor een beter begrip van de betekenis van deze monumentjes, vraagt de schrijver uw aandacht voor de volgende punten:

1. Vooraf een stukje geschiedenis.

Vrijwel aile schrijvers over wegkruisen in Limburg citeren Ad Welters, die in 1929 schrijft:

"V66r de komst der Romeinen in onze streken, waren bij onze heidense voorvaderen zoowel bij de Germanen als Kelten de Kruiswegen bijzonder vereerd. Daar op die plaatsen meende men contact te krijgen met de geestenwereld en reikten verleden, heden en toekomst elkaar de hand... Ook de practische Romeinen, die op de kruiswegen en driesprongen hunne grenspalen als uitgangspunten hunner landmetingen plaatsten ken den de godsdienstige kleur dezer knooppunten ... Toen dan ook de eerste Christen-geloofsverkondigers in onze streken verschenen vonden zij bij de kruiswegen echte, gloeiende haarden van bijgeloof en godendienst. Maar zo diep zat de verering der kruiswegen in het yolk, dat de eerste missionarissen zeer groote moeielijkheden ondervonden bij het uitroeien en verbieden van dezen heidendienst. Ja, zelfs eeuwen na de kerstening onzer landen, moet nog altijd met kracht tegen het bijgeloof bij de kruiswegen gestreden worden. Maar zooals de H. Kerk altijd zeer verstandig gehandeld heeft met somrnige heidensche instellingen, zoo is zij ook in dit misbruik zeer tactisch opgetreden. Meestal trachtte zij, in overeenstemming met de ware leer, de taaie en oude gebruiken der heidenen over te nemen en om te scheppen tot Christelijke ceremonien. Zoo verdwenen voor en na de heidensche altaren en wegteekens, maar op hunne fundamenten verrezen de kruisen met een spaarruimte om te offeren."!

Dat er kruisen en kapellen werden opgericht op de voormalige offerplaatsen van onze heidense voorouders is volgens Egelie niet bewezen en onderzoekers in het buitenland hebben vastgesteld, dat ook daar geen sprake is van

continuiteit, Gebrek aan historische gegevens maakt het onmogelijk aan te geven waar en wanneer de eerste wegkruisen in het Limburgse landschap zijn opgericht." Bij het atbreken van de kerk van Velden in 1933 zijn aldaar een aantal umen gevonden (800 voor Christus). Te oordelen naar de Byzantijnse stijl waarin het eerste Godshuis (een hulpkerk of kapel) is gebouwd, bestond Velden al in het jaar 1000 na Christus geboorte." Deze kapel was gebouwd op de plaats waar de umen begraven waren, maar of hier vroeger heidense offeraltaren geweest zijn, is niet na te gaan.

Over de .Kerstenmg van de Nederlanden" (300-800) schrijft Jac. Janssen:

"De eerste "Nederlanders", die het Christendom aannamen, waren waarschijnlijk soldaten van het Bataafs legioen, dat in Rome deel uitmaakte van de keizerlijke lijfwacht. Ook Christen-Romeinse soldaten (denk aan de vele soldaten-rnartelaren), die naar deze streken kwamen, hebben allicht enige bekendheid aan het Christendom gegeven. In de laatste eeuw der Romeinse heerschappij alhier (50 voor Chr. tot 400 na Chr.) drong het Christendom langs Rijn en Maas door tot Neder-Germanie. Kort na 300 ontstonden de Romeinse bisdommen Trier, Keulen en Tongeren. Ret vroegste, het zogenaamde Romeinse kersteningsproces omvatte slechts het zuidelijk deel der Nederlanden tot aan de grote rivieren Maas en Waal.,,4

Als voorbeeld noemen wij de heilige Victor - een Romeins legioensoldaat - die als martelaar is gestorven omstreeks het jaar 290 na Christus en aan wie de Domkerk van Xanten aan de Rijn (in West-Duitsland) is toegewijd.

Jappe Alberts schrijft over het Christendom het volgende:

"Een belangrijk facet van de Romeinse periode in de Maaslanden is de eerste verbreiding van het Christendom. Deze verbreiding is niet van grote omvang geweest en was niet, althans niet in de eerste plaats het gevolg van missionering, maar van het feit, dat zich onder de Romeinen en Gallo-romeinse militairen en ambtenaren Christenen bevonden, terwijl zich ook onder de kooplieden en handwerkers verscheidene Christenen bevonden zuilen hebben. Vooral in de steden en grotere nederzettingen langs de wegen trad het Christendom op de voorgrond; op het platte land zal het wel niet in noemenswaarde omvang zijn doorgedrongen en zich beperkt hebben tot de bewoners van verschillende .villae". Onbekend is in hoeverre de autochtone bevolking het Christendom aanvaard heeft. Afgaande op de mededelingen van bisschop Irenaeus van Lyon (overleden circa 200 na Chr.) zou men, indien men aanneemt, dat hij in zijn geschrift tegen de Gnostieken met "Germania" ook onze streken bedoeld heeft, kunnen stellen, dat tegen het einde van de 2de eeuw na Chr. een eerste infiltratie van het Christendom in de landen langs de Maas een aanvang had genomen.i"

Zo'n Romeinse "villa" lag in Velden, in de buurtschap Schandelo, nabij de tegenwoordige Straelseweg.

2. Waarom plantte men meestallindebomen bij veldkapellen en wegkruisen?

Oude volksverhalen en legenden verteilen ons hie rover het volgende. In onze streken - toen nog Neder-Germanie

geheten - werd op de plaatsen waar lindebomen stonden, recht gesproken. Volgens deze volksverhalen en legenden zou de lindeboom zijn bladeren verliezen als er een onschuldige ten onrechte veroordeeld werd. Daar was tevens de plaats waar geliefden bij elkaar kwamen en waar zij afscheid namen. In die verhalen is de linde een teken van liefde, die tot over het grafvoortduurt. Het blad van de linde is hartvormig: alweer een teken van liefde. Egelie schrijft hie rover het volgende:

"Er zijn heel wat redenen te bedenken waarom men in de loop van de tijden zo graag juist lindebomen geplant heeft bij een wegkruis. Vooral in het germaanstalig gebied komt de linde voor als plaats voor rechtspraak. De boom speelde soms een heel actieve rol, want volgens de volksverhalen verloor ze haar blad wanneer er onrecht dreigde plaats te hebben. Als plaats voor rechtspraak past de linde bij het kruishout, waarop het vonnis over de wereld, zonde en dood werd voltrokken. Een andere reden voor het planten van linden bij wegkruisen kan zijn dat volgens de vrome legende het kruis van Christ us van lindehout gemaakt zou zijn. Dat zal dan wel samenhangen met het feit, dat lindehout zo zacht is. De legende zou dan willen uitdrukken dat de mensen hun God niet hebben erkend, maar aan een kruis geslagen. De levende natuur echter eerde haar Schepper wel en leverde het zachtste hout dat zij geven kon. Een andere legende voegt er nog aan toe dat een klein vogeltje probeerde om de spijkers uit het kruis te trekken, waarbij zijn snaveltje helemaal krom trok. Het staat nu nog bekend als het Kruisbekje. Weer een andere reden waarom de voorkeur kan uitgaan naar lindebomen is gelegen in de wetenschap dat in veel oude volksverhalen en gedichten deze boom wordt opgevoerd als de plaats waar geliefden samenkomen of afscheid nemen. Is het een afscheid voor altijd, dan wordt de linde in die verhalen verbonden met de dood. Toch is de boom dan niet zozeer een teken van rouw en droefheid, maar in die verhalen is de linde veel meer een teken van de liefde die heenreikt tot aan de overzijde van het graf. Het zal gelovige christenmensen wel niet veel moeite kosten de gedachte aan een liefde die sterker bleek dan de dood, te verbinden met het beeld van de Gekruisigde. Naar die liefde verwijst ook de vorm van het lindeblad, dat immers min of meer hart-vormig is.,,6

3. Waarom staan ze daar, die veldkapellen, wegkruisen, hagelkruisen, bevrijdingskruisen en grafkruisen? Veldkapellen en wegkruisen zijn al vele eeuwen lang de plaatsen geweest, waar onze godvruchtige voorouders neerknielden om er te bidden en om daar Gods zegen te vragen voor henzelf, hun kinderen, hun vee en hun vruchten van het veld. Ze staan daar als symbool van hoop en vertrouwen op God, Die helpt en Die wasdom geeft. Als teken van geloof in God Die mens werd voor ons en Die ons in voor- en in tegenspoed nabij is en blijft uit louter liefde voor ons. Door deze veldkapellen en wegkruisen spreken onze voorouders tot ons. Zij hebben deze velden eens aan de wilde natuur ontrukt en Moeder Aarde er toe gebracht, de vruchten voort te brengen die zij nodig hadden om te kunnen leven. Somrnige kruisen staan er om Gods bescherming af te smeken over de vruchten van het veld, zoals een hagelkruis; soms vindt men daarbij een schild met het opschrift: "Van onweer en hagelslag,

verlos ons Heel." In vele plaatsen vindt men een of meer hagelkruisen. We weten, dat het wegkruis aan de Kruisweg in Arcen (foto 19 A en 19 B) al in 1791 werd aangeduid met de naam "Hagelcruyts". De landerijen in de nabijheid werden op de Tranchotkaart (1803-1820) aangegeven met de naam "Hagelcruysveld". Bij deze kruisen werd gebeden en geofferd; gebeden tot afwering van hagelslag; daar werden bloemen neergezet en kaarsen aangestoken. Op sommige plaatsen werd bij zo'n kruis uitgedeeld aan de armen als de oogst goed was geweest. Of dit in Arcen gebeurde hebben we niet kunnen achterhalen; mogelijk gebeurde dit daar niet omdat dit kruis nogal ver van het dorp af lag.

Egelie bericht ons over hagelkruisen als volgt:

"De hagelkruisen zijn opgericht vanuit de gedachte dat de landbouwer weliswaar alles diende te doen wat in zijn vermogen lag om het land vrucht te laten dragen, maar dat daamaast het spreekwoord onverkort van kracht bleef: aan Gods zegen is het al gelegen. Wat het hagelkruis betekende voor de vroomheid van de bevolking op het platteland van Limburg, was hetzelfde wat de officiele Kerk in haar liturgie beoogde met de bidprocessies op het feest van St.-Marcus, gevierd op 25 april, en tijdens de Kruisdagen, voorafgaand aan het feest van Hemelvaart. Voorafgaand aan de viering van de Eucharistie trok men in processie door de velden, bad onderweg de litanie van alle heiligen, en keerde zo mogelijk bij een hagelkruis om. De litanie was gewijd aan volhardend gebed om Gods erbarming af te smeken in allerlei lichamelijke en geestelijke nood en om in het bijzonder Gods zegen te vragen over de vruchten der aarde."?

En elders schreef hij over het hagelkruis te Horst:

"AI lag het kruis dan ook temidden van de velden, toch zag men er vroeger vaak mensen neerknielen op het kleine bankje dat ervoor stond. Als in de zomer de velden rondom getooid waren met ontelbare variaties veldbloemen, maakten de kinderen daar kransen van en hingen die bij de Lieve Heel. Dat we hier met een hagelkruis te doen hebben, blijkt ook al uit de anecdote die in Horst de ronde doet. Op een zondagavond kuierde de man, die het kruis geplaatst had, hier in de buurt beter bekend als Gortmolens Hannes, op zijn dooie gemak door het veld. Onderweg ontmoette hij een vrouw die daar woonde. Al pratende kwam het gesprek natuurlijk ook op de forse hagelbui die pas gevallen was. Hannes vroeg haar of zij zich al tegen hagelschade verzekerd had. "Ja zeker, bij die Mijnheer daar," luidde het antwoord, waarbij ze op het kruis wees.?"

Andere kruisen staan er ter herdenking van blijde gebeurtenissen, zoals bevrijdingskruisen. Deze zijn geplaatst uit dankbaarheid voor de bevrijding en behouden terugkeer na de evacuatie. In de schuilkelders weggekropen voor bescherming tegen beschieting en bominslag beloofden buren samen een wegkruis te planten in de buurt als alle buren de oorlog zouden overleven en behouden zouden terugkeren na de evacuatie in 1945. Bevrijdingskruisen zien we op de foto's 6 A, 6 B, 10 A, 10 B, 13A, 13 B, 25 A en 25 B. Soms werden deze beloften pas veellater nagekomen; zo werd het bevrijdingskruis op foto 13 pas in 1962 geplaatst. Weer andere kruisen herinneren ons

aan het onberekenbaar tijdstip van de dood, zoals het grafkruis van Jacob Walraven langs de Rijksweg in de Voort te Velden, aldaar verdronken in 1633. Dit kruis staat op de lijst van monumenten van geschiedenis en kunst (foto 7). Nog twee andere grafkruisen - stammend uit dezelfde tijd - heb ik in dit boek opgenomen, een uit 1629 (foto 20) en een uit 1632 (foto 2). Deze kruisen zijn ongeveer even oud; bovendien staan zij niet op een kerkhof, maar wel op een plaats die vanaf de openbare weg te zien is.

Al deze kruisen hebben ons iets te zeggen: uit een oogpunt van cultuur, op historische grond en als getuigen van het godsdienstig leven van onze voorouders; zij zetten in het voorbijgaan hun pet af, maakten een kruisteken en brachten een stille groet: "Ge100fd en gedankt zij Jezus Christus." De veldkapellen en wegkruisen vervulden veel belangrijke functies in het geloofsleven van onze voorouders.

4. Welke functies hadden de veldkapellen en wegkruisen vroeger zoal?

a. Voor zeer veel mensen was de dagtaak lang en zwaar en de weg naar de kerk ver en moeilijk. Het kruis of de kapellangs de weg was voor hen de plaats voor hun morgen- en avondgebed.

b. Iedere bruid uit de buurt legde daar haar bruidsboeket neer en bruid en bruidegom baden er samen om Gods zegen over hun huwelijk.

c. Blijde en droeve mensen uit de buurt zorgden er voor, dat er heel dikwijls kaarsen en lampen brandden. Vaak

zorgden zij ook voor bloemen.

d. In de meimaand bad de hele buurt er samen de rozenkrans op zondagmiddag.

e. Was een buur overleden, dan bad men er drie dagen achter elkaar de rozenkrans.

f. Datzelfde deed men ook, als een buur van het sacrament der zieken was voorzien.

g. De hele buurt beschouwde het als een voorrecht, te mogen bijdragen in het onderhoud van de kapellen en wegkruisen.

5. Woorom moeten de veldkapellen en wegkruisen een functie blijven vervullen in de buurt waar zij staan en wie heeft hierin een took?

Er zijn diverse motieven aan te voeren om de veldkapellen niet aileen te behouden voor ons nageslacht, maar deze monumentjes ook een functie te geven in het heden.

a. Veldkapellen en wegkruisen horen bij de cultuur van ons landschap, zoals dit in de loop van de tijd is ontstaan en zoals onze voorouders dit hebben gevormd; zij horen thuis in het milieu dat daardoor ontstaan is.

We gaan bij Egelie te rade:

"Ook de wegkruisen behoren tot de kunstmatige elementen in het Limburgse landschap. Ze zijn opgericht door mensen, die vanuit hun geloof reageerden op voorvallen op hun levensweg. Ook de wegkruisen droegen bij tot het

bewoonbaar maken en houden van het woongebied, omdat men er de eigen geloofsovertuiging in weerspiegeld zag. "Niets ijkte het oude Limburgsche land meer tot een Roomsch land, - in niets wellicht was zooveel eenvoud en landelijk schoon met die pen godsdienstzin dooreengeweven dan in het veroude gebruik, aan elke viersprong van den weg een kruis te planten of een kapelke te bouwen. Kerken en kathedralen bouwde ook Roomsch Nederland, maar kruisen planten en kapelkes bouwen langs den weg, dat was een voorrecht van Roomsch Limburg." Verdwijnen van een wegkruis betekent dan ook: verloren gaan van geschiedenis, verloren gaan van cultuur."?

"Elk onderdeel binnen dit grate geheel (van het Noordlimburgse landschap) weerspiegelt op eigen wijze de cultuur van de generaties die het land bewoonden, dat we nu kennen als provincie Limburg. Binnen dit grote geheel kwam aan de wegkruisen, naast de veldkapellen, de functie toe van orientatiepunt, van wegwijzer.t'"?

"De mens een milieu hergeven, dat naar zijn maat is, maar beter is het vanzelfsprekend dat milieu te behouden waar het nog bestaat. Dat betekent behoud van wegkruisen en veldkapellen in een landschap, dat nog omschreven kan worden als een integratie en synthese van natuurlijke elementen en een culturele traditie."!'

b. Ook op historische grond verdienen deze monumentjes bewaard te blijven. Ze zijn voor ons niet alleen een herinnering aan het verleden, maar door deze tekenen spreken onze voorouders tot ons; hierdoor stappen wij als het ware binnen in hun leef- en denkwereld. Feit is, dat de overheid het eens is met het bewaren van de veldkapellen en wegkruisen; immers een aantal staat vermeld op de lijst van monumenten van geschiedenis en kunst.

Egelie hierover:

"Ret op zich dode monument is een levende band met het verleden. Ret is niet alleen een herinnering aan, maar ook een tegenwoordig stellen van het verleden. Ret is een tastbare aanwezigheid van de christelijke traditie, de band met de gemeenschap der heiligen."12

c. Wij allen samen zijn Gods yolk onderweg, op weg naar ons einddoel. Op onze levensweg hebben wij wegwijzers nodig, in figuurHjke zin bedoeld, punten van orientatie en bezinning op onze levensweg. Zo'n veldkapel of zo'n wegkruis is dan voor ons een trefpunt met de Gekruisigde Heer die onze medebroeder wil zijn en als bewijs van Zijn liefde voor ons Zijn leven voor ons geofferd heeft aan het kruis. Wij allemaal zijn de Zijnen, als Hij zegt: "Wat gij aan de minste der Mijnen gedaan hebt, dat hebt gij aan Mij gedaan! " Ret kruis wordt dan niet alleen een trefpunt met de Gekruisigde Heer, maar tevens met onze medebroeders, met al onze medemensen.

Egelie schrijft hierover:

"Aansluitend op verhalen in de pentateuch over de tocht van de Israelieten vanuit de slavemij van Egypte naar het beloofde land, kan de Kerk, zonder overigens haar institutioneel karakter en hierarchische structuur te ontkennen, omschreven worden als: het yolk van God onderweg. Ret doel van de tocht, .Jiet huis van de Vader waar

ruimte is voor velen" (Joh. 14,2), is gemeenschappelijk.v '"

"Naast de sacramentele geloofsbeleving bracht het gelovige volk in het oprichten van wegkruisen tot uitdrukking dat men met God verbonden wilde zijn, wiens volk men zich wist, en verbonden met elkaar als leden van eenzelfde volk Gods onderweg. Het plaatsen van wegkruisen als gelovige reactie op voorvallen op de levensweg en het in ere houden, de verering van die wegkruisen, behoorden vanouds tot de gebruiken, tot de gewoonten van het gelovige yolk. Dergelijke gebruiken, dergelijke gewoonten maken dat de geloofsinhoud tot vlees en bloed wordt bij het individu.Y'"

"Maar met die kapelletjes en die beelden maken de mensen van het land zich vertrouwd met hun wereld en haar altijd toch dreigende krachten. Zij staan onder de bescherming van God en Zijn heiligen. De boer, die na een dag druilerig en ki1 herfstweer uit de glibbematte klei naar huis stapt en langs het kruisbeeld komt, weet, onbewust waarschijnlijk, maar daarom des te vaster, dat de heme! over hem waakt.,,15

"Het gaat om het wegkruis als punt waar het leven-in-Christus en het leven-met-de-Kerk samenkomen. Het gaat daarom opnieuw om het wegkruis gezien in relatie tot de cultuur van de gemeenschap waaruit het is voortgekomen. De wegkruisen gezien in relatie tot de mens als sociaal wezen, samen met anderen levend in "de Kerk in de wereld van deze tijd" , zoals de titelluidt van een pastorale constitutie van het tweede Vaticaans Concilie." 16 "Hun gemeenschap wordt immers juist gevormd door mensen, die, in Christus verenigd, door de Heilige Geest geleid worden op hun tocht naar het Rijk van de Vader en die de heilsboodschap hebben ontvangen, die aan allen verkondigd moet worden.Y'"

"Door het kruis van Golgotha wordt alles wat zich op de levensweg van een mens kan afspelen in een nieuw licht geplaatst. Het kruis is voor de gelovige christen tot criterium geworden.Y'"

"Het gaat om de christen voor wie de ontmoeting met de Gekruisigde, afgebeeld op het wegkruis, tot orientatie kan worden voor zijn ontmoeting met anderen in de gemeenschap, in de maatschappij. Een orientatie zodat in zijn zorg voor anderen, Gods heilshandelen, Gods zorg voor de mens vorm kan krijgen."!"

"Op het kruis wordt duidelijk dat de waarde van het mens-zijn niet ligt in wijsheid, macht en zelfbehoud, maar in het fundamenteel bestaan voor anderen."!?

Uit het voorgaande moge duidelijk zijn, dat het behoud van veldkapellen en wegkruisen op culturele en historische grond een taak is voor de buurtschappen, temidden waarvan zij staan en dat de buurtverenigingen hierin op de allereerste plaats een taak hebben. Daamaast de stichtingen en verenigingen die zich het behoud en beheer van deze monumentjes ten doel stellen. Vervolgens ook de overheid, vooral waar ze moet toezien op het behoud van monumenten en van waardevollandschap. Aan de pastoraal komt de belangrijkste taak toe in de zorg voor het blijven fungeren in onze hedendaagse samenleving door de veldkapellen en wegkruisen meer te betrekken in de pre diking, in de opleiding van priesters en pastorale werkers en in de katechese. Het kruis moet voor ons een

teken zijn van bezinning op onze levensweg, om het met Egelie te zeggen: "Een teken van geloof en van hoop, die samen moet gaan met de liefde."18 Immers wij mogen terecht hopen, dat Hij ons in Zijn liefde wil verlossen van de dood.

Egelie schrijft hie rover het volgende:

"Het wegkruis werd benaderd als teken van het geloof, geloof in Jezus Christus, die in naam van God het heil bracht, de verlossing, de bevrijding. Daarom is het wegkruis tegelijk een teken van hoop, van overeind blijven waar de vaste grond onder de voeten lijkt weg te zinken. Deze functie van het wegkruis moet in de pastoraal-theologie worden uitgewerkt voor onze dagen waarin een toenemend aantal mensen de vraag stelt naar de zin van het leven.,,19

"In het licht van hedendaagse theologische benadering van het oordee1 na de dood, heeft het "bid voor die siele" aileen historische waarde als verwijzing naar opvattingen in vroeger dagen. De dood van een mens betekent voor hem de definitieve ontmoeting met God, van aangezicht tot aangezicht. Die ontmoeting is tegelijk een beoordeling van de afgelegde levensweg. In Gods licht wordt het de mens duidelijk waar die weg rechtstreeks naar het door God gestelde levensdoel leidde en waar, door schuldige zondigheid, van die juiste route werd afgeweken. Deze ontmoeting zal de gestorvene duidelijk maken hoe hij of zij in het leven heeft gestaan en hoe het, gezien Gods altijddurende bijstand en aanwezigheid, had kunnen zijn.,,2 0

"Maar wie door het doopsel in de Kerkgemeenschap werd opgenomen komt ook niet als eenling voor God te staan, maar als lid van die Kerk. Hij weet zich bij die ontmoeting daarom gesteund door de voorspraak van de Kerkgemeenschap, zowel van hen die nog op aarde leven als van hen voor wie het leven voorgoed in God tot vervulling gekomen is.,,2 0

Velden, mei 1984

Jacques Theelen secretaris-penningmeester van de Stichting tot behoud en beheer

van Veldkapellen en Wegkruisen in Arcen en Velden

Secretariaat van de Stichting:

Kloosterstraat 6, 5941 ET Velden Telefoon: 04702 - 1305.

Banken:

Rabobank Velden, rekening nummer 15.35.23.328 (gironummer Rabobank Velden: 1034943) Rabobank Arcen, rekening nummer 10.33.23.228 (gironummer Rabobank Arcen: 1194496)

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek