Velp en Rozendaal in oude ansichten deel 1

Velp en Rozendaal in oude ansichten deel 1

Auteur
:   H. Kerkkamp
Gemeente
:   Rheden
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4013-3
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Velp en Rozendaal in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Het lijkt weI of Vader Tijd, wanneer een mensenleeftijd of meer verstreken is, het weefsel van het tijdsgebeuren tegen de achtergrond van het dorpsbeeld heeft versnipperd. Een aantal stukjes verwaait naar alle winden en de kennis daarvan gaat voor altijd verloren. Maar veel krijgt een neerslag in schrift of druk. Een ander deel blijft gegrift in het geheugen van mensen. Ook in beeld wordt veel vastgelegd. Door de uitvinding van de fotografie is de betekenis van dit medium enorm toegenomen, De ansicht is van de zwart-witte en al lang ook gekleurde kunst een populair produkt. Een geinteresseerde, die uit al deze bronnen gegevens vergaart en verwerkt om een stukje van ons verleden levend te maken en te houden, maakt daarvan dankbaar gebruik.

Wat is dat eigenlijk, een ansicht? Volgens Van Dale een prentbriefkaart. Het woord is een germanisme, dat in het laatst der vorige eeuw burgerrecht verkreeg. Vrijwel aileen taalzuiveraars gebruiken het taaleigen woord. In het Duits heeft "Ansicht" meerdere betekenissen. In die, waarom het hier gaat, luidt de verklaring: gezicht, afbeelding, prentbriefkaart. Een ansicht is een prentbriefkaart, maar een prentbriefkaart in het algemeen geen ansicht. De laatste he eft oorspronkelijk alleen recht op die naam, als de afbeelding, liefst goed te lokaliseren, een fotografisch gegeven is: landschap, stads- of dorpsgezicht.

Aan de wieg van de ansicht stond dus de uitvinder van de fotografie. Die is meer dan een eeuw geleden een geweldige verovering geweest. Voordien werden afbeeldingen geritst, gehouwen, gegraveerd, getekend en geschilderd. Guido Gezeile kende in zijn jeugd niet anders,

't En is van u hiernederwaard mij, moederken,

geen beeltenis geen beeld van u

gebleven.

Dat was in de tijd, dat een andere dichter grapte: "Schilder, 'k wou mijzelf eens zien ... " Maar opdracht geven aan een kunstenaar was er in het gezin Gezeile niet bij.

Onze hedendaagse fotografie is het resultaat van een lange reeks pro even en uitvindingen, welke zich nog steeds voortzet. Als officieel beginpunt mogen we het jaar 1839 stellen, toen Daguerre zijn methode publiceerde: de Daguerreotype, de kunst om door middel van licht duurzame afbeeldingen te maken. De ontwikkeling kreeg een nieuwe impuls door de droge plaat van A. Lumiere & ses Fils te Lyon. Zij verwierven op de wereldtentoonstelling van 1889 te Parijs een Grand Prix. Het is rond 1894 geweest, dat de eerste ansichten in de Velpse boekhandel gesignaleerd konden worden. De schrijver kocht er af en toe een paar, in de winkel van P. Stins in de Vlashofstraat (later J .W. Ditmaar), gefinancierd uit zijn zakgeld van drie centen in de week. In de coilectie zijn nog exemplaren aanwezig van die vroege aankopen.

De ansicht had een voorgangster in de fotokaart: een fotografische afdruk op zogenaamd daglichtpapier, geplakt op stevig creme of zwart karton (l0,5 x 17 ern) met ronde hoeken; om de foto een bruin of gouden randje en terzijde de firmanaam. Ten slotte komen er vele voor zonder enige tekst of met een korte plaatsaanduiding op de achterzijde. De volgende ateliers noteerden we: Brainich & Leusink, Menthensteeg 7 (of Menthenstraat 10) Arnhem; W. Oldenkamp, Ridderstraat 26, Arnhem; De Jongh, Koningstraat 26, Arnhem; Photografische Inrichting van mejuffrouw Berber, Dieren Landbouw; Photograph D. Klaarwater, Kleiwegsteeg, Gouda. Boekhandelaren (na Stins en Ditmaar kwamen F.B.

Smits en Thieles Boekhandel) hebben wei hun stempel of etiket op de achterkant aangebracht. Een en ander wijst erop, dat men zich kopers enkel in het dorp zelf en naaste omgeving heeft gedacht.

Wat is nu de reden, dat de ansicht als verzamelobject zo gewild is? Verreweg de meeste verzamelaars brengen een collectie bijeen van eigen dorp, stad, streek; het land hunner jeugd, waaraan zoveel oude herinneringen verbonden blijven! En hoe zijn die beter in de geest terug te roepen dan door middel van het visuele beeld! Wat men niet beeldt blijft evenmin als wat men niet schrijft, zoals een bekend rijmpje zegt. Waaruit men kan concluderen dat de combinatie van beeld en schrift het allerbeste is.

Oudheidlievenden bezitten een bredere belangstelling; zij wensen een algemeen dorpsbeeld; ook van die aspecten, die ze niet uit eigen aanschouwing kennen. Het dorp is in een mensenleeftijd meer veranderd dan tevoren in enkele eeuwen. Was tot de eerste wereldoorlog het embryo van het wegennet van het agrarische dorp met verspreide hoeven nog wei te herkennen, de moderne techniek en de beklemmende bevolkingsgroei hebben ons dorp een ander aanzien gegeven. De boeren moesten, op enkele na aan de periferie, hun tentpalen optrekken.

Yelp en Rozendaal zijn met afbeeldingen "uit grootvaders tijd" niet misdeeld. Vele fotografen (speciaal amateurs: de beroepsfotografen waren voor het leeuwedeel van hun oeuvre portrettisten) hebben daarvoor een bijdrage geleverd. Om de belangrijkste te noemen: J. Snijders, makelaar; N.J.A.C. Hugenholtz, bloemkweker; E.J. van Stuyvenberg, redacteur van de Velpsche Courant. Vele van de navolgende illustraties komen van hun camera's. Nadien is het uitgeven van pre ntbriefkaarten in handen gekomen van landelijke - zelfs van

buitenlandse - firma's. Van veel, waarvan men later een afbeelding zou willen bezitten, is verzuimd het in beeld vast te leggen. En nu is dit mede het aantrekkelijke van het verzamelen, dat men dikwijls een of ander onverwachts op oude ansichten kan aantreffen. Snijders en Hugenholtz gaven beiden onder eigen naam ansichten uit, Van Stuyvenberg fotografeerde voor uitgaven van zijn firma.

Met weemoed denkt men terug aan de rust, de ruimte, de vrijheid, de gemoedelijkheid van vervlogen jaren. Aan de bloeiende tuinen en het vele groen in de dorpskern, aan de paardetram en de janplezier, aan de kinderspelen, de oude ambachten, de folklore en zoveel meer dat verdween of daaraan toe is.

We hopen, dat bij beschouwing en lezing een vleugje van deze sfeer tot u komt en u zal verkwikken.

VERANTWOORDING

Het overgrote deel van de fotokaarten, foto's en ansichten komt uit het bezit van de Oudheidkundige Kring RhedenRozendaal en uit dat van de samensteller-schrijver. Voorts zijn we dank verschuldigd aan de Topografische Atlas van Gelderland, het Bestuur van Oosterwolde, A. Peters (Rozendaal) voor het ter beschikking stellen van fotomateriaal en aan de mensen die mij aan een enkel exemplaar hielpen. We zuIlen ons er van onthouden de fotografen - belangrijker immers dan uitgevers, verkopers of tijdelijke bezitters - te vermelden, omdat de meesten niet bij naam bekend zijn. Ten slotte dank aan W.G. Berends voor zijn fotografische medewerking.

YELP

1. Aan welke afbeelding de eer dit albumpje met gezichten van oud-Velp en Rozendaal te mogen openen? Kan de keuze een andere zijn dan die van ons verreweg oudste cultuurmonument, de "Oude Jan"? Als de klanken van de klok van Hemony uit de galmgaten naar beneden zweefden, stonden de hoeven rondorn eerbiedig te luisteren. Dit buurtje bet dorp - was het hart van het kerspel. Uit aile richtingen liepen wegen op het heiligdom toe; "kerkwegen". V66r 1680 kwam ook het intercommunale verkeer langs zijn hof. Op de foto van omstreeks 1900 de "Oude Jan" in zijn ongeschonden kring van linden en een dichtgemetselde triomfboog als herinnering aan het gesloopte gotische koor.

2. Hetzelfde buurtje als de ouverture toont deze ansicht: het gewijde gebied met annexen, vanuit het westen. Links lag de weem (pastorie), oorspronkelijk achter dubbele grachten. Voor de kerk ziet men de voormalige kosterij. Ze was van ongeveer 1665. Tevoren moet het daar een drassig weitje geweest zijn, waar pastoor en koster hun geiten aanlijnden. In het boerderijtje (de Boonhof, van Danen) vierde koster Peter die Hert in 1559 bruiloft. De toeloop was zo groot, dat een deel der gasten in de kerk at en er zelfs een dansie waagde. Het veroorzaakte een schandaaltje. Aan de leken werd het ten slotte vergeven, maar pastoor Jacob Worm had zijn herdersstaf beter moeten hanteren en hield er een boete aan over.

3. Ten noordwesten van de grijze toren van de "Oude Jan", aan het paadje binnendoor langs de fabriek naar de vroegere weem, verhief zich in "grootvaders tijd" een oude veelvertakte linde: de gerichtsboom. Voor de jongens uit de buurt een geliefd klauterobject en deswege door de buurtbewoners als apenboom betiteld, welke geringschatting weer werd geneutraliseerd door een andere benaming, om welke een reuk van heiligheid zweeft: de Twaalf-Apostelenboom. In de middeleeuwen werd door het landgericht op de kerkhoven rechtgesproken, een traditie die een voortzetting was van de rechtsgewoonten in de heidense tijd, Onder de afgebeelde boom werd de vierschaar gespannen van 1803 tot 1810.

4. Dit witte brugje dateerde van eeuwen her. Het lag over de Rozendaalse beek bij de Oude Jan. Nu is de loop omgeleid en de beek weggemoffeld in een riool onder de President Kennedylaan. Rechts ontwaart men de oude kosterij. In de patriottentijd werd hier een merkwaardige veldslag geleverd. In de kosterij verbleef in 1786 Theodorus Godron. Hij nam de functie van koster-schoolmeester tijdelijk waar, met uitzicht op een definitieve benoeming. Een groepje patriotten wilde in het holst van de nacht hun ongenoegen hierover te kennen geven. Ze deden het zo luidruchtig, dat de omwonende boeren wakker werden en toeschoten. Op de brug ontstond een vechtpartij, waarbij Hendrik Berends (later maire) ongenadig werd afgetuigd.

5. Het beroep van klompenmaker is uitgestorven. Velpenaren, die zich twee wereldoorlogen herinneren, zullen op klepperende klompjes ter schole zijn gegaan; naar de lagere school: op de mulo werden de leerlingen geschoeid verwacht. Het best gesorteerde magazijn beyond zich in de Annastraat op een boerendeel, waar een grate voorraad van verschillende modellen en maten verspreid dooreen lag. In "Kent u ze nog ... de Velpenaren" hebben we van een klompenmaker in een huisje bij de beek verteld. Aan de overzijde stond een grote hoeve, de "Klompenmakers hofstee", met de grote achterdeur naar de weg. Daar zal eens een vakgenoot de blokken hout tot klompen hebben geformeerd. De foto stamt uit 1905.

6. Op de plaats van de bejaardenstichting "Oosterwolde" stond omstreeks 1800 de hofstede "De Boomgaard". Het goed werd aangekocht door douairiere Rubel-de Voss van Sinderen (1830). De volgende eigenaar J.F. Klein, lid van de gemeenteraad, heeft de door haar gebouwde villa bijna geheel vernieuwd. In 1871 werd er een meisjeskostschool in ondergebracht. Achter in de tuin stand een schoolgebouw. De glazen gang links verbond internaat en leerhuis. Zo bereikten de meisjes drooghoofds en droogvoets de leslokalen. Ook Jetje van der Schalk, voor haar geestverwanten in haar grijsheid tante Jet, in onze literatuur Henriette Roland Holst. Op de foto (ongeveer 1883) de kostschoo1, directrice mejuffrouw Guy met 1eraressen en discipe1en.

7. Nadat een damescornite f 3.600,- had bijeengebracht voor de stichting van een bejaardentehuis, zorgde T. Avelingh voor de verwezenlijking door bij een bruiloftsviering dominee A.I. Kan een cheque ter hand te stellen, waardoor men in staat werd gesteld het goed Oosterwolde voor de lage prijs van f 14.000,- aan te kopen. De hervormde diaconie bestemde het voor een oude mannen- en vrouwenhuis voor de diaconie-armen. Namen, die al vele jaren geschiedenis werden. In het begin zijn ook weeskinderen opgenomen. Bij de opening telde het zeventien verpleegden. Het werd bestuurd door een college van regenten. De foto is van ongeveer 1895; vader en moeder (met Friese kap) waren toen de heer en mevrouw Hoekstra. Thans is Oosterwolde een modern gebouw met diverse vleugels.

8. In de hoek van de Lathumseveerweg en het laantje 1angs de grote vijver van Biljoen ligt, ornsloten door grachten, een vierkant stuk grond met ha1fronde uitstu1pingen op elke zijde; de vorm van de muren, waarbinnen eens het slot Overhagen stond. Stichter en bouwjaar zijn niet bekend. Hertog Karel van Ge1re heeft het eind 1530 of begin 1531 op zijn vijand Joachim van Wisch veroverd, het "afgeworpen" en het totaa11aten uitbreken. Geen steen is erin het terrein gevonden. Een eeuw daarna woonde er graaf Hendrik van Nassau in een soort jachthuis. Mogelijk het huis, dat in de 1aatste oorlog verwoest werd en dat op deze foto uit ongeveer 1905 voorkomt. Het nieuwe is gebouwd onder architectuur van J.A. Heinemann.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek