Velp en Rozendaal in oude ansichten deel 3

Velp en Rozendaal in oude ansichten deel 3

Auteur
:   H. Kerkkamp
Gemeente
:   Rheden
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0433-3
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Velp en Rozendaal in oude ansichten deel 3'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

9. Op onze vroeg-middeleeuwse kastelen zetelden veelal geslachten wier stamslot in het gebied van de midden-Rijn was gelegen. Onze cultuur werd vanuit dat gebied met een hogere beschaving sterk beïnvloed. Zo verspreidde zich onder meer de watermolen over onze lage landen. De eerste in ons dorp moet die bij de hoofdhof "Broekerhave" zijn geweest, een korenmolen. Hij werd in latere eeuwen omgebouwd tot een papiermolen en bij de aanleg van de spoorlijn gesloopt. Bij de stichting van de kerk was hij al aanwezig, gezien de verplichting van de molenaar een korenuitgang ten bate van de kerk op te brengen. Ook in de bekende giftbrief van koning Hendrik IV aan de Pieterskerk te Utrecht worden molens genoemd. Thans rest hier alleen een molenhoofd met waterval. Hij staat in de historie bekend als de Middachter molen: de naam van een dichtbij gelegen cultusplek. Bovenstaande aquarel (Franse tijd) van een onbekend Duits kunstenaar is de enige bekende afbeelding.

10. Aan de rand van de grote weide op "Biljoen", welke blijkens de naam van de eerste waterkorenmolen (de Middachter molen) in de vóórchristelijke eeuwen "Middachten" moet hebben geheten, stond aan de overzijde de zogenaamde hertenschuur. Ze staat er nog, maar herten zoekt men nu tevergeefs. In de dagen dat baron Van Spaen druk doende was de dorre heide tot het wonderschone landgoed "Beekhuizen" te herscheppen, graasde op de grote weide een kudde van genoemde herkauwers. Enkele waren gedresseerd. Als de baron 's zondags naar de kerk, de Oude Jan, reed, rende er een als voorloper voor de koets uit. Bij de kerk stegen de baron en de baronesse uit en namen in hun gestoelte plaats. Koetsier en palfrenier stalden de paarden en het hert in een loods, die tegen de koormuur leunde en waarvoor de baron huur aan de kerkvoogdij betaalde. Ze namen daarna in een voorbank plaats. Na de dienst was het inspannen, instappen en stelde het hert zich weer in draf. Dit alles tot vermaak van tal van kerkgangers.

11. In 891 of 892 schonk graaf Walto, een Hamelandse graaf, aan de abdij van Lauresham (Lörsch in de Eifel) een hoeve en elf mancipiën land. Daaraan waren verbonden 1/3 van de tienden. Hieruit blijkt dat de graaf de verwachting koesterde dat de abdij tot stichting van een kerk zou overgaan: de pastoor kon dan uit het deel van de tienden over een vast inkomen beschikken. Deze goederen moeten hebben bestaan uit het (latere) slot "Overhagen", het goed "De Steenwaard" en andere. Andere zijn daarvoor niet aan te wijzen. De eerst bekende eigenaar van het slot was Johan Mornpelier, een Guliks edelman uit dezelfde streek. Dit is geschreven geschiedenis. Een prehistoricus wordt echter meer duidelijk. Overhagen is de naam van een nachtwei: een haag waarin het nog loslopende vee 's nachts overbleef. Het terrein binnen de gracht werd voor de bouw van een kasteel totaal afgegraven. De hoofdhof "Broekerhave" legde wat noordelijker een nieuw centrum aan: "Middachten". Het slot "Overhagcn" werd eeuwen geleden verwoest. De afbeelding toont de in de Tweede Wereldoorlog verwoeste woning van tuinman en warmoezenier Buurman.

12. Een stukje van de Beekstraat tussen de pastorie van weleer en de Wambeek, zoals de Rozendaalse beek in de vroege historie was geheten, met daaraan de vroegere wasfabriek. Ze is er nog, doeh ligt thans verscholen achter een flat aan de President Kennedylaan. De beek liep oorspronkelijk door de dubbele grachten van de weem (pastorie). Graaf Jan van Nassau-Sicgen maakte - om meer water in zijn Overhaagse gracht te krijgen - ongevraagd een aftakking. Deze engerechtigde aftapping liep over eigen landerijen. Links op de afbeelding lag eeuwen geleden over dominee's gracht de weem (pastorie). Het watertje stroomde in latere eeuwen rechtdoor langs de tuinmuur van de kosterij. De fabriek (Van der Kuyl en Thiele), later metaalwaren en borstels, is gedoemd te verdwijnen; er komt op het terrein een aantal woningen. Het paadje - oorspronkelijk kerkelijk eigendom - ging in handen van de fabriek over en werd afgesloten. Het zal thans het lot van de fabriek wel moeten delen.

13. Ter nagedachtenis aan dokter Fabius (gestorven op 17 mei 1900) werd de naar hem genoemde Fabiuspomp gesticht. De stichtingsbrief - zeven notabelen namen het initiatief - dateert van 2 februari 1901. De pomp kreeg een plaats in de Broekstraat (thans Llsselstraat) en heeft in de tijd dat aansluiting op de waterleiding voor. de arbeiderswijken een vrome wens wa~ goede diensten bewezen. In 1912 werd er 514 m leidingwater gratis verstrekt. Het "loop naar de pomp" was geen verwensing, maar een goede raad. Op een ovale plaat stond te lezen: "Ter nagedachtenis aan dr. G. Fabius." Toen de pomp was uitgediend, nam de gemeente haar op 17 februari 1933 voor één gulden over. Na enige jaren een plaatsje te hebben gevonden in de tuin van de voorzitter van de Oudheidkundige Kring, werd ze weer overgebracht naar het dorp van herkomst, in de schaduw van de Oude Jan, waar zovelen van onze voorouders ter ruste zijn gelegd, onder de bruine beuk in het nieuw aangelegde plantsoentje.

14. Wanneer de schetterende fanfare van de hoornblazers van het keurkorps der Rijdende Artillerie weerklonk, liet de slager zijn uitbeenmes in de koker glijden en het oude moedertje de breikous in haar schoot rusten. Met de manschappen in groot tenue was het een imposant schouwspel. De "gele rijders" hoog te paard gezeten, met de geweldige beremutsen, waar bovenuit uitdagend een rode lap hing, de gele tressen, de glimmende bandelieren en de lange kromsabels met zwarte tas. Het roemruehte korps werd op 21 februari 1793 opgericht. Een compagnie maakte in 1812 de barre tocht naar Rusland mee; drie manschappen keerden te Wilna terug. Ook streden ze bij Waterloo. Eens in het jaar was ons dorp het doel van het uittrekken: op de verjaardag van hun oude commandant, majoor A.M.A. van den Wall Bake, brachten ze hem een serenade. Het was niet zo maar langs trekken over een droge straat. De paarden stonden dan een tijdje vastgebonden aan de bomen voor de begraafplaats aan de ReinaIdstraat. (Schilderij van J .H. Geerlings.)

15. Langs de Emmastraat - van tegenover de Nieuwstraat tot aan de Pastoor Koenestraat en nog een eindje het hoekje om - stond omtrent de eeuwwisseling een hoge, zwart geteerde schutting met daar bovenop nog een prikkeldraadversperring van meer dan één draad, die het geheel vrijwel onneembaar maakte. Daarachter lag de moestuin van "Den Heuvel" met langs de schutting een rij appel- en perebomen. De zwaar beladen takken met blozend fruit blonken de straatjeugd toch zo verleidelijk toe. Zo dichtbij en toch onbereikbaar. Een tantaluskwelling voor dat deel van de mannelijke jonkheid dat zonder gewetensbezwaren van de overvloed die Onze Lieve Heer schenkt, een appeltje of peertje meepikt. Op de foto is het landgoed aan de verkaveling toe. De schutting is gesloopt. Er zal een aantal winkelpanden verrijzen en aan de Pastoor Koenestraat nog een tweetal dubbele woonhuizen. Het gebouwtje op de foto is de vroegere oranjerie, waarin enige tijd een elektriciteitsbedrijf was gevestigd. In de verte het hoge dak van het postkantoor.

16. In 1863 verrees in de Kromme Elleboog (Nieuwstraat) een hotelletje voor iedereen. Voor iedereen die het er naar maakte, wel te verstaan. De hoofdruimte bestond uit een enkele cel met een klein raampje voor licht en luchtverversing. Een veldwachter hield de sleutel. Het behoorde tot zijn taak de logé van voedsel te voorzien. Menu: water en brood. De eerste die in dit etablissement een nacht doorbracht - om zijn roes uit te slapen - was een zekere Frans Mom. Het lokaaltje bleef deswege bij de bevolking bekend als "Moms huuske". We ontmoeten deze Franciscus ook nog als nummerverwisselaar. Hij verwisselde zijn hoge nummer bij de loting voor militaire dienst met het lage van een ander. Natuurlijk met een handjevol rijksdaalders toe. Het waren meestal geen brave jongens, die nummerverwisselaars. In hetzelfde jaar bouwde men tegen "Moms huuske" een "Bewaarplaats voor Brandbluschmiddelen" aan. Beide gelegenheden raakten uit de tijd en wachtten op de sloper. Thans zijn ze toch weer verhuurd. Een nieuwe dokter zal ze - met de nodige aanpassing - gebruiken voor zijn praktijk in een nieuw gebouwd huis.

17. Bij het zien van bovenstaande foto proefden we weer de zachtheid van de "lange broodjes" model profetenbroodjes - met niet al te veel krenten en rozijnen, die we in onze jeugd een tijd lang op zaterdagmiddag moesten inslaan: vier voor een dubbeltje, bij de eierboer in de Oranjestraat. De eierboer, dat was een bijnaam voor een van de vele Gerritsens, van wie er ongeveer evenveel bestonden als Jansens. Ter onderscheiding ontving onze eierboer zijn alias, omdat eieren een van de artikelen uit zijn winkeltje waren. Voorts verkocht hij zuivel en dreef hij ook nog een filiaal van de broodfabriek "Ceres" uit Arnhem, producent van genoemde lange broodjes. Zijn zoon zette de zaak in de Dokter Fabiusstraat voort. Dit huis is ook al lang afgebroken. Hier brengen we u daarvan een beeld met de oude en de jonge mevrouw Gerritsen erop.

18. In de nacht Fan dinsdag 27 op woensdag 28 maart 1944 vlogen wel dertig V I's over het dorp. In de tussenpozen heerst de nachtelijke stilte. De maan staat hoog aan de hemel en alles ademt rust. Dan komt uit het oosten een V I snel nader. De motor loopt regelmatig: die schakelt wel over, zoals veelal boven ons dorp. Mitrailleurvuur ratelt van een eenzame nachtjager. De motor stopt. Het monster stort neer. Met donderend geweld explodeert het in de Oranjestraat, midden in het dorp. Enkele ogenblikken is het een hels lawaai. Vallend puin, brekend glas, kreten van mensen in doodsangst. Van alle kanten wordt hulp geboden. Men zoekt naar slachtoffers onder de puinhopen. Verschillenden worden gered. Van anderen is geen spoor gevonden. Voor negen personen kan geen hulp meer baten. Twee huizen zijn met de grond gelijk gemaakt. Vele zijn zwaar beschadigd. Tot in de verre omtrek zijn de ruiten aan diggelen. Nog enkele V I's kwamen over. (Steven lansen, "Velp en de oorlog 1940-1945".)

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek