Velp en Rozendaal in oude ansichten deel 3

Velp en Rozendaal in oude ansichten deel 3

Auteur
:   H. Kerkkamp
Gemeente
:   Rheden
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0433-3
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Velp en Rozendaal in oude ansichten deel 3'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

19. Leden van een vereniging die in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog op hun paasbest gekleed een snoepreisje maakten. Een Haagse fotograaf kreeg ze zo voor de lens. 't Is de christelijke gemengde zang- (later oratorium-) vereniging "Halleluja". Al vele jaren ter ziele. Van de kleding uit die dagen vallen de hoedjes van de dames op. 't Lijkt een smaldeel van platboomde gepavoiseerde bootjes, met lange stalen pennen op de golvende haren verankerd. Als de draagsters van het achterbalkon van de paardetram stapten, zonden de daar staande heren waarschuwende blikken uit om argeloze medepassagiers te attenderen: denk aan je ogen! Deze scherpe priemen werden later, ter wille van de openbare veiligheid, met een dopje bedwongen. Zittend: 1. mejuffrouw Nijenhuis, 3. mejuffrouw Schoenmaker, 5. mejuffrouw J. Gerritsen, 6. mejuffrouw Handele en 8. mejuffrouw J. Passchier. Tweede rij, van links naar rechts: 1. mevrouw Gerritsen, 2. mejuffrouw De Koning, 4. mejuffrouw K. Jeronimus, 6. mejuffrouw D. Bax, 8. mejuffrouw A. Vleming en 9. mejuffrouw C. van Zoest. Staande: 1. J. Handele, 3. G. Handele, 4. mejuffrouw J. Krienen, 5. Van Straten, 6. Van der Ent, 7. W. Wenting, 8. H. erop, 9. mejuffrouw Gerritsen, 11. mejuffrouw Handele, 12. J. Gerritsen, 14. Handele, 15. mejuffrouw G. Heusdens en 16. A.W. Nijenhuis (dirigent).

20. In 1819 werd besloten tot de aanleg van een straatweg Arnhem-Dieren. Het jaar daarop legde men plechtig de eerste steen. Bij Koninklijk Besluit van 7 juli 1820 werd deze weg met drie tollen bezwaard: in de Middachter Allee, nabij de herberg "De Roskam" en in de oude Velperweg (later Bronbeek). Tevens werden de tarieven bepaald: in stuivers en penningen. 't Zwaarst belast werden de paarden voor een hessenkar: dertig cent per paard. Mei 1900 zijn de tolbomen van de opgeheven rijkstollen verkocht. Het Worth-Rheder tolhuisje is in 1934 gesloopt. De vensters in de voorgevel waren groen geverfde cementen vakken tegen de muur, omdat de stoomtram zo dichtbij passeerde. Nabij "De Roskam", maar juister is bij "De Posthoorn", eveneens een eeuwenoude herberg, die haar naam ontleent aan het blaasinstrument waarmee de postiljon de komst van de postkoets aankondigde. "Hörst du mein Hom? Es erschallet so weit." Niet om zijn leed te klagen, maar om de buurtgenoten in "de Lent" aan te sporen hun poststukken zo snel mogelijk aan de halte te brengen.

Garage van het Hotel "Caprera"

Velp

21. In vroegere plaatsbeschrijvingen wordt onze woonplaats gekarakteriseerd als villadorp, Velp-noord in het algemeen, maar in Zuid bevonden zieh vale arbeiderswijken. Een tegenstelling die is afgezwakt en ten dele is vervallen. Velp-zuid werd het nieuwe dorpsdeel, dat in het Velpse broek verrees. Villa "Caprera" aan de Zutphensestraat was een van de grotere villa's die ten gevolge van de groeiende nivellering verdween. Het aantal dorpsgenoten dat dit huis heeft gekend wordt gering. Het huis bezat een fraai stalgebouw met een paar paarden, eigen paarden of huurpaarden van Riemer. Als de eigenaar uitreed in zijn landauer, zat een koetsier in livrei op de bok en een palfrenier naast hem. De laatste bewoner was professor Van Leeuwen, in het begin van onze eeuw. "Caprera" werd een hotel (1920). Door de tuin werd de Heemskerklaan aangelegd. De villa werd gesloopt: het Parkhotel verrees. Door de oorlog werd dit zwaar beschadigd en moest het het veld ruimen voor de Parkf1at.

22. Reeds in 1872 werd het uitgestrekte landgoed "Ommershof' in percelen geveild en verkocht; de arbeiderswijk "Ommershof' ontstond. Na een aantal rustige jaren volgde "Overbeek", aangekocht voor de aanleg van een villapark. Het leverde de ondernemers een profijtelijk gewin. In koortsachtig tempo volgden andere complexen: het landgoed "De Schoonenberg" (het nieuwe villapark), de zeehelden- en schildersbuurten (de aankoop van de villa "Caprera" diende mede om de achterliggende akkercomplexen te ontsluiten), oude enken of grote tuinen, de moestuin van "Daalhuizen", het bungalowpark op Beekhuizen en, het meest recent, Velp-zuid. De uitbreidingskoorts is thans voor een groot deel uitgewoed. Trouwens, de mogelijkheid om tussen uiterwaarden en bossen en heiden van Natuurmonumenten nog de hand op een bouwperceeltje te leggen is gering. De mens is een verkwistende gast op deze aarde, bezig haar onbewoonbaar te maken. En hij is hardleers: maatregelen worden meestal genomen als het bijna te laat is.

VELP

Zvtphensche straat

23. De Zutphense straatweg bij de uitmonding van de Biljoenseweg (1935). In het huis rechts woonde, tot de aanleg van het villapark, gemeentesecretaris De Lang Evertsen. De elektrische tram staat hier voor de wissel tegenover het vroegere station van de stoomtram. Het eindpunt is later verlegd naar de Heemskerklaan. Aan de overkant, op de plek van het gotische huis, stond de fraaie villa van de familie Ket jen, die door een latere eigenaar "Honswijk" werd genoemd, naar een fort in de Hollandse waterlinie, waarvan hij, de heer Peelen, gedurende de Eerste Wereldoorlog commandant was. In de Tweede Wereldoorlog was in dit huis onder meer de S.S. gelegerd en voor de veiligheid van deze lieden was het met prikkeldraad omgeven. Zwaar beschadigd heeft het lange tijd op herstel gewacht. Na enige jaren als jachthotel te hebben gediend, werd het aangekocht door het ernaast verrezen rooms-katholieke bejaardentehuis, dat de naam overnam. Thans dient het als dependance daarvan.

24. Op de hoek Hoofdweg-Kerkweg (later Stationsstraat) lag een oeroude hoeve. Ze komt in leenregisters voor als "het goed tot Campen". Al het akkerland zuidelijker (tussen Kerkweg en Biljoenseweg, tot over de spoorlijn) heette de Camp. Al in de zeventiende eeuw gaf de boer aan passanten gelegenheid uit te spannen en gelag te zetten. Allengs werd het houden van herberg en logement hoofdbedrijf: de herberg "De Grote Zwaan". In de vorige eeuw werd het huis verbouwd tot villa en in het begin van deze eeuw tot zakenpand. Op de hoek werd (komende uit de Rozendaalselaan) de banketbakkerij en lunchroom van Jan Peters gevestigd (met daarnaast een zaak in rijwielen van zijn broer Gerrit). Nog lang hebben bejaarde dorpsgenoten gesproken van "in de Zwaan" en dan bedoelden ze het gedeelte van de Hoofdstraat nabij de herberg. Aan de overzijde, waar nu het aaneengesloten blok huizen van Opdemacks misstaat (een dissonant in de dorpsbebouwing), vond men in de herbergtijd een overtuin met feestzaal.

25. Kasteel "Overbeek" dateerde van circa 1640. Het brandde rond 1700 af. Een nieuw huis verrees, gesticht door J.W. baron Van Eek en M. baronesse Vijgh (1770). Architect was Ant. Viervant. In 1904 kwam het huis leeg te staan. Er werden vergeefse pogingen aangewend het tot gemeentehuis of postkantoor te bestemmen. De rijksarchitect putte' zich in zijn rapport in lof uit. Een vorstelijk verblijf in prima staat van onderhoud; de muren zonder berst of scheur; een gedenksteen; fraaie wapens op de balustrade; onbeschadigde stucplafonds met musicerende engelen; parketvloeren; goudleren behangsels; ingebouwde spiegels; dessous-de-portes; schoorsteenmantels; lambrizeringen en een monumentale Louis XVI hoofdtrap. Er was zelfs een lift, terwijl het gebouw was voorzien van gas, waterleiding en elektrische schellen. De rijksbouwmeester vond het huis als dienstgebouw echter ongeschikt. Weldra zou de doodsklok luiden.

26. De was spoelen in de beek. Als het goed met behulp van wasbord en borstel, van z ... (neen, het soldateske zand was er niet bij), zeep (groene en gele) en soda was gezuiverd, bracht de huismoeder het met kruiwagen of wasmand naar de Rozendaalse beek om de zeepresten er uit te spoelen. Daartoe stak een stap, dat is een steigertje, tot in de stroom vooruit. Terzijde een houten rek om het uitgespoelde goed op te hangen. Vervolgens werd het onder voortdurend nat houden op de groene beekwal of op een bleekveldje bij huis in de zon gedroogd. Geen lakens, hemden en onderbroeken zagen er helderder uit dan na zo'n proces. Aan de boven beek bij de Van Lennepsmolen vond men een druk bezochte spoelplaats: een drietal stappen naast elkaar. Niet alleen voor wasgoed, maar in de herfst ook voor kruiwagens vol met andijvie en boerenkool. De tekening, in Oostindische inkt, is van Eugène Rensburg.

27. Op de bekende tekening van de oude kerk met gotisch koor, door Jan de Beijer, is langs de Kerkweg nog geen enkel huis te ontwaren. Golvende rogge akkers aan weerszijden. Na "Vredelust" (hoek kerkpad) en de smidse van Kok (eerder boerderij) is de villa "Noordhove" een van de oudste panden. Hierin woonde de rijksontvanger mr. Van Hasselt. Het pand werd rond 1940 gesloopt. Er staat thans een dubbele middenstandwoning (nummers 2 en 4). Op het perceel met de grote tuin werden vier huizen gebouwd. Het hekwerk met bakstenen voet is bij het hoekhuis nog aanwezig. Op de foto kan men constateren dat het doorliep voor de andere huizen. De bebouwing langs Kastanjelaan, Brugweg en de beide Parallelwegen dateert van na de aanleg van de spoorlijn. Blijkbaar was men destijds van de gangen van het ijzeren paard meer gecharmeerd dan tegenwoordig.

28. Ten tijde van koningin Wilhelmina met hangend haar ("postzegeltijd") hield de burgerhuisvrouw nog maar weinig kamerplanten. In de eerste plaats moet worden genoemd de stijve clivia. Als de bloemstengel omhoog schoot, werden de knoppen zorgvuldig geteld. Een dozijn of meer gold als een glorie voor de kweekster. Dan volgt de aspidistra. Wel afgewisseld met een bontbladerige begonia of een Chileens dennetje. Bij feestelijke gelegenheden vormde een bloeiende azalea het summum van bloemenpracht. Soms prijkte er wel eens een bos paarse seringen uit de eigen tuin op tafel. Aan de grote toenemende belangstelling voor bloemen en planten heeft de vereniging "Floralia" ruimschoots bijgedragen. Via de scholen werden planten ter opkweking uitgereikt. In het najaar werden de potten ingeleverd. Na een bloemencorso, beurtelings begeleid door de "Velpse Harmonie" en "Kunst aan het Volk", werden de kweekprodukten gekeurd en tentoongesteld, meestal in de tuin van het Heerenlogement. Het schoonste exemplaar werd bekroond met de Hugenholtz-prijs, een zilveren horloge.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek