Velp en Rozendaal in oude ansichten deel 3

Velp en Rozendaal in oude ansichten deel 3

Auteur
:   H. Kerkkamp
Gemeente
:   Rheden
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0433-3
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Velp en Rozendaal in oude ansichten deel 3'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

39. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog bestond er in ons dorp een bijzonder bedrijfje: een pony-tax. Het vervoermiddel was een open, tweewielig wagentje, getrokken door een paardje. De koetsier zat rechts en rondom waren zitplaatsen. Een vermakelijkheid voor de jeugd, zoals de bokkewagen, maar met grotere capaciteit en actieradius. Wanneer een kind verjaarde en vader of moeder huurde voor een uur de pony-tax voor de feesteling en de gasten, dan vormde een rondrit door het dorp een daverend nummer van het pretprogramma. De ondernemer heette Berend Groeneveld. Hij was door de week te ontbieden èn op zondag. Niet op zaterdag: hij vierde de sabbath op oudtestamentische wijze: zes dagen zult gij arbeiden ... En hij was een man van principe's. Wanneer z'n paardje de gang te zeer vertraagde, gaf hij een snokje aan de leidsels, hetgeen een zacht klopje op de rug van het dier ten gevolge had. Tegelijkertijd klonk z'n aanrnoedigingskreet: "Kum Dien! " Z'n harddraver luisterde namelijk naar de naam Dient je. Hier hebben grootmoeder en moeder met de voerman overeenstemming bereikt over een pleziertje voor de kinderen (1950).

40. De voormalige afgescheiden kerk, Bergweg hoek Wilhelminastraat, werd bij de bevrijding in 1945 verwoest als werkplaats voor autoreparaties van de firma Wijlhuizen. Het gebouw dateerde van 1846. Freule v.d. Burgh (de Schoonenberg) stond grond ervoor gratis af. Na verschillende verbouwingen kwam de kerk in 1915 leeg te staan: de afgescheidenen en dolerenden hadden zich verenigd en een nieuw gebouw gesticht in de Park straat. De Noorderkerk, zoals het gebouw toen heette, werd gekocht door A. Wijlhuizen.

De inzet is een portret van dominee A.C. van Raalte, verbonden aan de Theologische School te Arnhem, welke school later naar Kampen werd overgeplaatst. Hij was niet te Velp beroepen, maar ging er regelmatig voor, evenals dominee A. Brummelkamp. In 1846 scheepte hij zich te Rotterdam in, als een van de vele landverhuizers, naar de Nieuwe Wereld. Daar, in Michigan, werd hij de grote leider van de Hollandse kolonie. De foto toont de ruïne van de kerk na de bevrijding. Er stonden eens twee oude heertjes met witte bakkebaardjes (type ouderwetse ouderling) te weeklagen: ,,'t Was godgeklaagd dat een godshuis zo werd ontwijd", waarop de eigenaar langs z'n neus weg vroeg: "Staat er nie: bid en werk? "

41. De affaire van Siemke (Simon v.d. Graaf). De kwaliteit van de borrel die hij in de gelagkamer schonk stond bij fijnproevers zo loffelijk bekend dat ze aanleiding gaf tot zijn alias, "de Fijne", waaronder hij even populair was als onder z'n roepnaam. Zijn herberg was een huis van één verdieping met een open veranda aan de Hoofdstraat. Poelman verbouwde en vergrootte het huis: café-restaurant, later hotel "De Harmonie". Thans is dit de meubelzaak van Wijlhuizen. Op de andere hoek - de Rozendaalselaan is van 1826 - het vroegere postkantoor, thans modemagazijn Ditzel. De foto is genomen van het voorterrein van de sociëteit, thans Hoefsloot. De straatlantaren schijnt te zijn toegerust met "een gluuiende spieker". Het dorp bij avond werd in 1890 verlicht door honderd één gaslantarens ad f 18,- en tweeëntwintig petroleumlantarens ad f 12,60 (per jaar). Wie kan thans het aantal lichtpunten tellen? Duizenden. In ons "rijke" landje! Foto van circa 1885.

42. Bij het bezichtigen van deze ansicht proeft men de rust van het vooroorlogse dorp. En men zal het kunnen geloven dat een jongen, die om een boodschap in een zaak aan de Hoofdstraat werd gestuurd, zich al hoepelend - over de rijweg - van zijn opdracht kweet. Het benedeneind van de Rozendaalselaan: de kastanjebomen kwamen tot wasdom. De rechte rijen zijn nog niet verstoord door daarin gehakte gaten voor parkeerhavens. Hoofdzakelijk werden de latere rode meidoorns hiervan de dupe. Nog weinig zakenpanden. Westerveld heeft z'n kruidenierswinkel reeds in villa "Blanca", op de hoek, ondergebracht. Voorts de banketbakkerij van Jan Peters, de delicatessenzaak van Sleddering en een kleine kruidenierswinkel van Joh. van Delden. De slagerij, oorspronkelijk van Cohen, is een van de oudste panden. De laan dateert van 1826 en liep door de landerijen van de heer van Rozendaal; vanaf het einde van deParkstraat tot aan de Hoofdstraat. Daar verrees recht voor de laan de sociëteit. De voornaamste verbinding met Velp liep voorheen langs de Rozendaalselaan en de Parkstraat.

43. De Rozendaalselaan, zoals we haar thans kennen, dateert van 1826, toen de heer van Rozendaal een verbinding tot stand bracht vanaf het begin der Park straat naar de Hoofdstraat, haaks daarop staande en door akkerland dat hem toebehoorde. Het benedeneinde - van Rozendaalse melkweg tot Hoofdweg - werd spoedig vol gebouwd, doch aan het noordelijke gedeelte bleven de huizen in de vorige eeuw sehaars. Het voornaamste buiten met een grote tuin was "Mariënhof', een jongenskostschool van Van Woelderen. Latere bewoners waren onder anderen Sprenger, dominee De Geer, de vader van de ex-minister, en Van Deth. Met de laatste familie was de grote staatsman dr. Abraham Kuyper bevriend. Eens, toen hij er ziek te bed lag, brak er brand uit. Door de Velpse brandweer werd hij ternauwernood gered. De overzijde van de laan bleef lang akkerland. De vier rijen iepen kregen de iepziekte en werden vervangen door de binnenste rijen beuken uit de Ringallee.

44. Voor de vrachtauto zijn intrede deed, vormden paarden, hitten, ezels, ossen, bokken en honden (voor de trekhondenwet) de animale trekkrachten voor zover een ambachtsman niet zichzelf voor z'n karretje spande. Talrijke bodediensten verzorgden het goederenvervoer tussen dorp en stad. Voerlui deden het ter plaatse, vooral met materialen als hout, bakstenen, zand en grint. Kleine boeren pikten dikwijls dergelijke vrachtjes mee. Er bestond een drietal bedrijven, transportbedrijven en sleperijen, dat zich uitsluitend op het vervoer met kar en paard toelegde. Of met een mallejan voor boomstammen. Dat waren: J. Veenendaal (Mariastraat, thans Wilhelminastraat), G. Veenendaal (Enkweg-Bergweg) en G. Zinnemers (hoek Dennenweg). Ze maakten daarbij gebruik van de lange of korte kar. Bovenstaande tekening van Eugène Rensburg toont het bedrijfsgedeelte van sleperij J. Veenendaal in de Mariastraat.

45. De Rozendaalse beek, stroomopwaarts gezien vanaf de Jeruzalemse brug, in het begin dezer eeuw. Ze dreef eens vele molenraderen aan: van koren-, vol-, olie-, grut-, papier- en kopermolens. Het was muldersbelang dat de schoepen rond het rad zo goed en regelmatig mogelijk werden gevuld. Daarom rustte op elke molenaar de plicht eenmaal 's jaars het water van planten te zuiveren en modder te baggeren. Dan was het "bèèkdeursteken" en "bèèkrumen". Er werd een gat in de beekwal gestoken. Altijd op woensdag na de Velpse kermis. Het water liet men aflopen in het "Zandgat", daar waar nu de kleuterschool staat. Bij het wegzakken was er steeds een zootje vis te vangen en een enkele maal zelfs een zoetwaterkreeft. Rechts de geënte seringenstruikjes van de handelskwekerij "Nymphea" (dat is: waterlelie). In de verte ziet men de kassen, de villa van de eigenaar H.C. Alsche, het vilta'tje van zijn chef en een arbeiderswoning aan de Parkstraat. Thans vindt men hier de woonwijk Modelhoeve.

46. De hoofddracht van de boerenvrouwen omtrent de eeuwwisseling kwam overeen met de algemene dracht in het overgrote deel van de Veluwe, de Achterhoek en Twente. Bij feestelijke gelegenheden droeg men de knipmuts, omwonden met een kostbaar, gebloemd, zijden lint. Daarover kwam een zwarte kaphoed en om de schouders een veelkleurige doorgewerkte doek. In het dagelijkse doen werd de plooimuts gedragen. Bij beide daaronder een zwart mutsje: om het hagelwit van de bovenmuts te sparen. Bij rouw ontbraken de bloemen en puntjes. Enkele malen lazen we van een rouwnachtmuts! De muts vormde een belangrijk onderdeel van de boerinnenkleding. 't Behoorde vaak tot haar ponteneur dat er een rijtje in het kabinet prijkte. 't Liep meermalen ver in de dubbele cijfers: 42, 32, 29, 18, 13. Na de Eerste Wereldoorlog was de dracht hier spoedig "uitgestorven".

Op de afbeeldingen: J. Gerritsen-van Delden, in 1929 op tweeënnegentigjarige leeftijd overleden. Als (uitzonderlijke) tegenhanger uit de inventaris van een man: drieënnegentig dassen (1798). ,,'t Is al ijdelheid", zegt de Prediker.

47. Rond 1900 was het grondwater in het zuidelijk deel van het dorp van slechte kwaliteit. Reeds enkele jaren bestonden er daarom plannen tot aanleg van een drinkwaterleiding. In 1896 verkregen twee Amsterdamse heren concessie, die zij het volgende jaar overdroegen aan de N.V. Industriële Mij. Er waren toen reeds drie stukken grond in de Pinken berg voor achtduizend gulden van de geërfden gekocht. Dinsdag 14 februari 1899 vond de officiële opening plaats in de overtuin van het Heerenlogement. Over de diepe sleuf met een rij waterputten, aan de voet van de berg, lag oorspronkelijk bovenstaande rustieke brug. Ze leidde naar de Voorheide, een wandelpark. De brug is later weggenomen en thans vervangen door een dam. Het bedrijf begon met tweeëndertig aansluitingen en werkte de eerste jaren met verlies. Het werd in 1919 aan de gemeente overgedragen.

48. Op initiatief van de V.V.V. werden er jaren geleden wandelingen georganiseerd door het natuurschoon, onder leiding van de heer E. van Stuyvenberg. Dit groepje deelnemers staat in het heidelandschap, bezijden "Beekhuizen" aan de Breulseweg. Het spiegelt zich in een vennetje, dat enkel in een regenrijke periode water bevat. De achtergrond wordt gevormd door de hoeve ,,'t Klaphek" met landerijen, vruchtbaar door de aanwezigheid van löss in de bodem. Van de vijf dames zijn er vier meisjes Voerman, benevens (rechts) mevrouw V.d. Sleen. De vier hebben een der dochters van timmerman-aannemer Karel Simon Beumer als moeder. Een andere dochter bereikte de leeftijd van honderd jaar. Een oud rijmpje houdt in memorie dat Karel rijk was gezegend. Bij Karel Beumer moet je wezen.] Bij Karel Beurner moet je zijn! ; Daar staat op de deur geschreven.] Dat er twaalf dochters zijn.] Zoek maar uit, zoek maar uit] Anders krijg je nooit een bruid. De eerste vier regels zijn ook in andere streken bekend met als variatie in de laatste zin: "Dat er knappe dochters zijn," met aangepast de naam van de gelukkige vader en de grootte van zijn serie.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek