Velp en Rozendaal in oude ansichten deel 3

Velp en Rozendaal in oude ansichten deel 3

Auteur
:   H. Kerkkamp
Gemeente
:   Rheden
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0433-3
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Velp en Rozendaal in oude ansichten deel 3'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

49. Aan de vijverboord op "Beekhuizen" heeft op de plaats van het tegenwoordige hotel een soort blokhut gestaan (omstreeks 1800). Deze zal voor privé-gebruik van de familie Van Spaen hebben gediend, als ze met een fourgon of een worst (een soort Jan Plezier) een uitstapje naar de schepping van de kasteelheer, "Beekhuizen", maakte. In 1844 stichtte Van Spaens zoon op deze plek een hotel in de vorm van een Zwitsers chälet. Hoteliers: J.e. Dickel, J.e. van Asch, de weduwe Van Asch, J.P. Tolhuisen en J.G. Bervelink. Tevoren diende de herberg met salon (een open veranda met uitzicht op de grote vijver met fontein, grote cascade en aan z'n boord de hermitage) als pleisterplaats. Enkele malen heeft koningin-moeder Emma in de nazomer in het hotel een vakantie doorgebracht en daartoe werd het geheel afgehuurd.

50. Van de zestien watermolens die er eens in Velp en Rozendaal in bedrijf waren, bezat er slechts één een onderslagrad, namelijk de papiermolen op "Beekhuizen". Bij een dergelijk rad worden op de omtrek rechtstandig, op regelmatige afstanden, plankjes geplaatst. Deze vegen als het ware door een brede goot, waarin het snel stromende water van een beekje elk plankje op z'n beurt een duwtje geeft, waardoor een regelmatige wenteling ontstaat, die in de molen de hamers in de kalanderbakken doet kloppen, die de lompen voor de vervaardiging van de papierbrij fijn maken. Bij de bovenslagmolen is een groter niveauverschil vereist, omdat het water van boven in de schoepen valt. De Beekhuizer molen brandde in 1864 af. In het terrein is er geen spoor meer van te vinden. Willem Wilbrink, de stichter van het Heerenlogement en in de Franse tijd dorpsburgemeester (maire), hanteerde er eens de papiervormen. Het schilderij is van Louis Apol.

51. Na het werpen met stenen of speren en het maken van valkuilen was schieten de eerste activiteit van de oermens, die van de jacht leefde, om een prooi te bemachtigen. Bij de eerste bewoners van onze Velu wezoom vergezelde de gewapende manschappen de processie naar de cultusheuvel. Een sym bolische beveiliging. Het schieten naar de vogel (met pijl en boog) vormde een der begeleidende feestelijkheden. Na de uitvinding van het buskruit werd de snaphaan het voornaamste wapen. De schutterij verrichtte wachtdiensten bij dreigende vijandelijkheden. Militair was ze overigens van weinig betekenis. Als benden zich generzijds de IJssel vertoonden, schoten de boeren hun geweren af en gingen aan de haal. De schutterijen hebben zich tot in onze tijd weten te handhaven, doch ze werden allengs schietverenigingen met sport als enig doel. Hier zo'n groepje schutters in de schietbaan op "Beekhuizen". Voorste rij: CvH. AJpherts, A. Mensink en De Graaf (bosbaas op "Beekhuizen"). Achter de schietschijf: 1. van Leersum, Derksen en Van Leersum jr. Rechts: Joh. Jansen, een onbekende, W. Teunissen, Heytink en een onbekende.

52. De dorpsgenoot jonger dan van middelbare leeftijd, vindt op het kruispunt waar de fotograaf zich indertijd bevond, geen enkel herkenningspunt om deze opname te lokaliseren. Of het moest tot eigen verbazing het huis aan de horizon zijn. Het laantje met scheef gewaaide populieren was door de westerstormen, die ongehinderd over de vlakke broekweiden kwamen aanbulderen, zodanig in de flank gegrepen dat de lange lijzen zich kromden en hun lijven niet meer vermochten te rechten. Het laantje leidde naar de oeroude hoeve "Het Gasthuis", die eens aan het St.-Catharina Gasthuis toebehoorde (eerder aan de abdis van Elten, later aan "Biljoen"). Het is het Gasthuisstraatje met daarin het Gasthuishekken en de Zoesbrug over de wetering, welke toegang verlenen naar de aangelegen weiden. In de verte (links), boven de zomerdam uit, het aloude veerhuis "De Steenwaard" aan het einde van de Lathumse veerweg.

53. Bij de verkaveling van het Velpse broek, in 1364, vormde de weg naar de voorde bij "de Durk" voor de te vormen blokken een vaste grens. Een tweede werd getrokken, haaks daarop, door het midden van de strook broekland; een onverharde weg met aan weerszijden weteringen, oorspronkelijk van verschillende breedte (de grote en de kleine). De weg oostelijk van de kruising kreeg de naam Korte Wal, de westelijke - tot de Bethanische straat - Lange Wal. Ze gaven toegang tot de scharen weiland zuidelijk. Deze watergangen kwamen in de sluiskolk samen met daaraan het gemaal "De Volharding". In de verbinding met "den Durk" (Broekstraat of Boneslootse weg) werden twee stenen bruggen gebouwd: de Boneslootse bruggen. Bij de aftocht door de Duitsers in 1945 werden ze opgeblazen. Een eindje broekinwaarts ligt het Boneslootse hekken. Bij gunstig weer werd het door de jeugd uit de buurt bezet. Voor passanten deden ze het openzwaaien met de luide en gespecificeerde verwachting dat dit dienstbetoon niet onbeloond zou blijven: "Een cent, meneer." De tekening is van H. de Graaf.

54. Het water was immer vriend en vijand tegelijk. Het effen watervlak betekende een vaarweg zonder kosten van aanleg en onderhoud. Bij hoge waterstand werden de pontveren uit de vaart genomen en de schipbruggen uitgevaren. De communicatie tussen de bewoners van de Lierners en die van de Veluwe stond dan vrijwel stil. Bij laag water was het de scheepvaart die stillag. In tijden van vijandelijkheden had de 1Jsselbarrière in die omstandigheid veel van haar betekenis ingeboet. Van 1672 (8 januari) dateert het verbod dat "nymand bij dit lage waeter sich sa! hebben te verstouten door d'Issule te gaen ofte met karren ofte te peerde te rijden, maer d'ordinaire passage te gebruiken". Door verraad werd de Fransen echter een doorwaadbare plek in de Rijn bij Lobith aangewezen - de splitsing tussen Rijn en Waal bevond zich destijds hogerop - en ze stonden in de Betuwe. De afbeelding toont de rivier bij zware ijsgang (1928-1929) aan de Lathumse kant. De jongeman is J. Schrijvers, later rijwielhandelaar in de Oranjestraat.

0:.:cie en j'{:e-:.we Spo rbruq

'tJes;ervoorl.

55. Een rivier verbindt en scheidt, is verkeersader en barrière. Ze verbindt een stad met andere, stroomop- of stroomafwaarts gelegen. Elias Anne Borger dichtte van vader Rijn dat hij "de wereld splitst in koninkrijken en 't vorst'lijk rechtsgebied bepaalt". Om de scheiding tussen de bewoners aan weerszijden op te heffen, legt men pontveren en bouwt men bruggen. Thans raast het motorische verkeer over moderne oeververbindingen of duikt door tunnels onder de wateren door, alsof ze er niet waren. Een schipbrug was in het verleden al een grote vooruitgang, echter toch nog betrekkelijk. Te weinig draagvermogen, het wegdek zelden horizontaal en bij hoog water of ijsgang moest het middenstuk worden uitgevaren. Dan geschiedde de overtocht per roeiboot of ijsvlet. Te Doesburg hobbelde de stoomtram bij gunstige ligging nog naar de overzijde, maar voor de Rhijnspoorweg was een vaste brug bij Westervoort noodzakelijk (1880). Hier zien we deze tijdens de afbraak. In 1905 werd een nieuwe gebouwd, eigenlijk drie bruggen naast elkaar.

56. De eerste rivierovergang waarover men droogvoets, wandelend of rijdend, de andere oever kon bereiken, was een schipbrug. Een belangrijke schakel in het intercommunale verkeer. Op deze plek vond men reeds een voorde, een doorwaadbare plaats, waarheen de oeroude weg uit het Rijnland zich richtte, om na de overgang het broek op de smalste plaats te traverseren. Toen dijken de lage landen gingen beveiligen, legde men tevens veerdijken van bandijk tot bandijk. Van "De Scheisprong" (noordelijk) leidde de Bethanische straat (grens Velpse broek) naar het vroegere Presikhaaf; een tak links naar de Velperweg, de andere rechts (al lang verdwenen) naar Velp. De schipbrug dateerde van 1763. Ze werd te Wezel gekocht uit Franse oorlogsbuit. Na strubbelingen met Zutphen heeft ze vanaf 1766 geregeld dienstgedaan. Aan de Velpse zijde hield een brugwachter z'n hand op om de paar centen bruggegeld in ontvangst te nemen.

57. Een trouwstoet wachtend voor de hervormde kerk in de Kerkstraat op bruid en bruidegom, wier echt binnen door dominee wordt ingezegend. In lief en leed, in goede en kwade dagen. Gesymboliseerd door het span paarden voor hun koetsje: een zwart en een wit of een appelschimmel. De natuurlijke trekkracht voor de zwarte wagen heeft afgedaan, maar bij het trouwen is er nog wel eens een paartje dat de romantiek wil beleven van het ceremonieel uit de tijd onzer voorouders. Thans dient de Oude Jan al vele jaren als trouwkerk. Ook dat heeft z'n bekoring. De linden op het plaatje hebben plaats gemaakt voor een bed rozen. Symbolisch? Niet enkel rozen, geen kruis alleen: de liefde voegt ze getrouw bijeen. (De Genestet.)

58. ROZENDAAL. Gedurende enkele eeuwen heeft de toegangsweg naar bassecour en kasteel over en door de grote vijver gelopen: van de Kerklaan tegenover de kerk, over een gemetselde brug met houten klap en dan o

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek