Venray in oude ansichten

Venray in oude ansichten

Auteur
:   dr. H.P.H. Camps
Gemeente
:   Venray
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0435-7
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Venray in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Dit boekje is om te worden bekeken, niet om te worden gelezen. Daarom hoeft de inleiding ook niet lang te zijn. Het gaat trouwens om iets dat men alleen kan kennen door het te zien, nI. hoe Venrayer in vroeger tijden uitzag. Bij de ouderen zullen de prentbriefkaarten vele herinneringen wakker roepen; voor de jongeren, die het allemaal niet meer zo gekend hebben, zal het vreemd zijn, maar naar ik hoop, ook interessant.

Er is, in hoofdzaak, geprobeerd een beeld te geven van Venray tussen de jaren 1900 en 1920. Oudere prentbriefkaarten zijn hier nietgevonden: want de "ansicht", in Duitsland in de zeventiger jaren voor het eerst op de markt gebracht en daar snel populair geworden, kwam in ons land niet zo gauw in trek, en dan nog het eerst in de steden. Wat men van vóór 1900 in dit boekje vindt, zijn dan ook geen. prentbriefkaarten, maar foto' s of tekeningen. Die trouwens niet minder interessant zijn, maar die, omdat het er zo weinig zijn, nu eenmaal geen totaalbeeld van het dorp en het dorpsleven kunnen oproepen.

Venray veranderde snel na 1920, en ook degenen die nog herinneringen hebben aan die tijd of daarvóór,

hebben moeite alles wat ze zagen en onthielden levendig voor te stellen. Maar niets kan daarbij beter helpen dan een oude afbeelding.

N u kan men daarmee natuurlijk geen wonderen doen. De prentbriefkaart, gemaakt en verhandeld door mensen die toch wel in de laatste plaats bekommerd waren om schoonheid en al wat ons bestaan zijn eigenlijke waarde geeft, is niet van nature de ideale gids tot het verleden. Een verleden dat niemand zal willen idealiseren - zeker niet degenen die er de hardheid van gekend hebben - maar dat we toch willen benaderen met een zekere reverentie, en waarvan we tevens juist het liefste dat zouden willen weten wat de mensen van toen voor "gewoon" hielden en het beschouwen niet waard. Maar in de prentbriefkaart hebben we nu eenmaal de enige direkte kijk op een voorgoed voorbije werkelijkheid. En last but not least, men moet het kitscherige karakter van de prentbriefkaart ook niet overdrijven. Meer dan eens krijgt men bij het bekijken - en dan juist van die afbeeldingen waar niets "bijzonders" op staat - de indruk van een klein schilderij, werk van een kunstenaar die wist wat hij wél, en wat

hij niet moest weergeven.

Onder de indrukken die dit bekijken achterlaat, zal bij de meeste mensen wel overheersen de tijdeloze rust die over alles lag. De suggestie is niet bedrieglijk. Verkeer, zowel plaatselijk als interlokaal, was er zeer weinig en het voltrok zich in een tempo dat meestal niet lag boven dat van een voetganger. De eerste autobezitter in Venray (althans een van de eerste) was de arts Strüben, die in 1910 zijn "stoomfiets" - het gebruikelijke vervoermiddel voor een arts was toen nog de koets - verwisselde voor een Renault, die nog met carbidlantaarns was uitgerust en die nog al eens in de (slecht onderhouden) binnenwegen vastliep en dan uitgegraven moest worden. Wat men op wegen en in straten zag, waren boerekarren. vrachtrijders, een enkele sjees of koets en (sedert 1909) de paardetram. Rond 1900 werden de meeste afstanden, ook lange van tientallen kilometers, nog te voet afgelegd. En het was, of deze rust zich meedeelde aan de mensen van toen. Het beeld van wat men krijgt is onvolledig, het is zelfs verschrikkelijk eenzijdig. Wat later historische waarde heeft, was in de eigen tijd veelal alledaags of men liet

het liever niet zien. Maar de uitgevers van de prentbriefkaarten waren geen historici; en trouwens, de belangstelling van historici zelf verandert ook met de tijd.

Verreweg het meeste van wat men hier te zien krijgt zijn dorpsgezichten en daarbij heeft men alleen wat Venray en Oostrum betreft een ruime keus. Het was al bijzonder moeilijk van de overige kerkdorpen iets te vinden. En hoe heel anders zou dit boekje er uit zien, wanneer we met een camera gewapend terug konden gaan naar de tijd van vijftig tot zeventig jaar geleden en een voetreis van twee dagen konden maken door het Venray van toen. Van het landschap zien we hoogstens een glimp, en juist dit landschap is in de laatste decennia onherkenbaar veranderd. Venray met zijn kerkdorpen is bezig uit te groeien tot één grote agglomeratie, waarin de natuur geleidelijk aan wordt teruggedrongen in een tempo dat zorgen wekt, al was het maar alleen uit het oogpunt van recreatiemogelijkheden. Deze thans zo bedreigde natuur won het in de tijd waarvan ortze prentbriefkaarten vertellen nog glansrijk. Heide, zandverstuivingen, bossen en vennen be-

sloegen ca. 1900 nog twee derde van het territoir. Het leek er meer op dat de natuur, verre van zich te laten terugdringen, zelf doordrong in het hart van de dorpen. Want haast overal zag men grote bomen, niet alleen op de marktpleinen, maar ook op kruispunten of eenvoudig aan de kant van de straat.

Verder behoef ik hier eigenlijk niets te vertellen. Een aantal historische gegevens vindt men bij de afbeeldingen zelf. Voor wie alleen een impressie wil hebben, zullen deze korte toelichtingen wel voldoende zijn. Voor wie Venray's verleden nader wil leren kennen of zijn herinneringen zou willen opfrissen, kunnen de afbeeldingen als visuele achtergrond dienen.

Dank zij de gulle medewerking vanvelen was het niet moeilijk het vastgestelde getal van 76 prentbriefkaarten bij elkaar te krijgen. Het was juist moeilijk uit het vele wat we onder ogen kregen een goede keus te doen. Menige kaart die we graag hadden opgenomen, hebben we wegens gebrek aan plaatsruimte ter zijde moeten leggen. Overigens zijn er onder de opgenomen stukken verschillende die uiterst zeldzaam zijn geworden. Ik betuig dan ook mijn dank aan allen die uit hun bezit

exemplaren ter beschikking stelden:

Pater drs. M. J. Steenkamer O.F.M., Mevr. M. W. M. Maessen-van de Voort, Mej. G. H. D. M. Aerts, Mevr. H. P. Katernan-Drabbels, Mevr. M. G. MuijsersMichels, de dames Raedts en de heren E. Th. M. Messemaeckers, W. P. M. van den Munckhof, P. P. M. Stoks, K. W. Achten, J. P. M. Hoedemaekers, P. J. J. van der Putten, H. F. Asselberghs, alsmede de familie Janssen (Gouden Leeuw).

Ook enkele stukken uit de collectie van de gemeente (waarin opgenomen de collectie van de heer B. A. M. Kruysen) zijn opgenomen.

Ik zou echter een bijzonder woord van dank willen richten aan de heer W. J. M. Willernsen, ambtenaar ter secretarie, die het grootste aandeel heeft gehad in het opsporen van het materiaal en die ook de meeste historische gegevens heeft verzameld.

H. P. H. Camps

'cnrcci]

Leuucn chew c~

Zo vredig zag rond de eeuwwisseling een van de voornaamste toegangswegen tot Venray er uit, thans een drukke verkeersweg. Op de achtergrond. gezien van ongeveer 500 meter,

6 de achterzijde van het oude paters klooster, en in de verte de Grote kerk. Ca. 1900.

Vogelvlucht Venralj

Venray gezien vanaf de toren van de Grote kerk in zuidelijke richting: Grotestraat, Patersstraat en het oude patersklooster. Verderop de Leunseweg en in de verte nog de kerktoren van Leunen. Nog even zichtbaar twee molens. De molen links van de weg is de zogenoemde Leunse molen, die tot 1878 eigendom was van de Grote kerk. In 1918 werd hij gesloopt. Rechts van de weg de in 1856 gebouwde Sr.-Petrusmolen, meer bekend als GitzeIsmolen. Ca. 1910.

7

Vogelvlucht Venra]

8

Venray in vogelvlucht, ditmaal in noordelijke richting. Op de voorgrond links het "Freulekeshuis", rechts het klooster en pensionaat Jerusalem. Daarachter de in 1907 gebouwde gasfabriek met de Gasstraat. Geheel op de achtergrond het pas afgebouwde complex van St-Anna in een nog volkomen onbegroeide omgeving. Ca. 1910.

flan het ploegen - Venray c'd Kemp.

,

De Kemp met de uit 1631 daterende St.-Annamolen, ook wel Bossche molen genoemd. De opname moet zijn gemaakt waar thans de Westsingel loopt, iets links van de Langstraat. De herinnering aan de molen werd vastgehouden in de naam "Molenplein" , later echter omgedoopt in .Kennedyptein". De opname is gemaakt in de eerste wereldoorlog en onder de figuren op de achtergrond zijn enkele Belgische vluchtelingen.

9

.,

De Bossche molen van dichtbij gezien, kort voordat hij - in 1924- werd afgebroken. Het was zeker een van de oudste molens van Venray en sinds mensenheugenis de enige standerdmolen in onze gemeente. Hier staat hij al niet meer op zijn oorspronkelijke plaats: dat was de Molenklef, dichtbij de Beekweg. In 1889 werd hij verplaatst naar de Kemp. Ca. 1920.

Toen in 1883 de spoorlijn Nijmegen-Venlo gereed kwam, kreeg Venray zijn spoorverbinding. Dat wil zeggen: eigenlijk niet Venray, ook al kreeg het station die naam. Maar om de Maasdorpen tegemoet te komen - letterlijk en figuurlijk - dacht men er goed aan te doen het station in het meest oostelijke kerkdorp te bouwen. Geen gelukkige beslissing, want hiermee werd meteen het probleem geschapen van de verbinding tussen het dorp Venray en de meer dan drie kilometer verder gelegen "staasie". Ca. 1912.

11

12

De postkoets bracht de eerste uitkomst. Er was reeds eerder een postdienst geweest op het station Horst (dat in werkelijkheid op het gebied van Sevenum lag) en dat tot 1883 het meest nabijgelegen station was. In 1909 werd de tramlijn aangelegd. Het materiaal werd overgenomen van de stad Utrecht. De paardetram volgde de Stationsweg, Hofstraat, Grotestraat (met een zijtak naar de Gouden Leeuw) en de Patersstraat. De foto legt de laatste rit van de paardetram, op 30 juni 1926, vast. De toenmalige rector van Oostrum (naderhand deken van Venray) W. Berden, de burgemeester O. van de Loo en de heer Jan Poels (respectievelijk derde, vierde en vijfde van links) maakten deze rit mee.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek