Vlaardingen in beeld deel 1 1945-1964

Vlaardingen in beeld deel 1 1945-1964

Auteur
:   M.P. Zuydgeest en A.J. van Druten
Gemeente
:   Vlaardingen
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4627-2
Pagina's
:   96
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Vlaardingen in beeld deel 1 1945-1964'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

In 1983 en 1984 verschenen de boekjes "De Vlaardingse Visserij in oude ansichten" deell en 2. Deze boekjes gaven een overzicht van het wei en wee van de Vlaardingse visserij tot aan het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Over het reilen en zeilen van de Vlaardingse visserij van na 1945 werd tot op heden erg weinig gepubliceerd. Het thans voor u liggende boekje "Vlaardingen in beeld 1945-1964" tracht enigszins in deze leemte te voorzien. Dit fotoboekje is anders van opzet dan de andere twee. Het eerste gedeelte geeft een overzicht van de oude binnenstad van Vlaardingen v66rdat de grote sloopwoede een aanvang nam, terwijl het tweede gedeelte van het boekje een selectie foto's bevat van de Vlaardingse visserij tot en met het jaar 1964. De keuze om de tijdgrens te leggen bij 1964 is welbewust gedaan. Immers, in dat jaar werd de vleetvisserij vanuit Vlaardingen voor het laatst uitgeoefend. Het is toch wei merkwaardig dat men toentertijd hier ter stede zeer weinig aandacht besteedde aan deze historische gebeurtenis.

Op 9 mei 1940 stonden er in Vlaardingen 40 stoomloggers en 14 motorloggers ingeschreven. Door de Duitse bezetter werden van de 54 schepen er niet minder dan 48 gevorderd. De gevorderde schepen werden verbouwd tot hulpvaartuigen voor escorte- en andere doeleinden ten dienste van de Duitse Kriegsmarine. Door de ombouw voor oorlogsdoeleinden werden de loggers bijna onherkenbaar veranderd. Slechts enkele Vlaardingse loggers konden tijdens de oorlog nog aan de visserij deelnemen. De volgende loggers zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog in Duitse dienst verloren gegaan: VL.27 "TiIly" (06-09-1941 VL.49 "Tilly"), VL.39 "Joannes Georgius", VL.89 "Adriana", VL.103 "Voorbode", VL.147 .Flevo IV", VL.156 .Koningin Emma", VL.180 "Augusta", VL.195 "Prins Hendrik der Nederlanden", VL.204 "Sophie Regina", VL.211 "Maria Cornelia" en de VL.217 "Maria Adriana". De stoomlogger VL.16 "Voorloper" werd wei teruggevonden in Duitsland, maar kwam

tijdens de reis naar Holland op 24 augustus 1945 in het Huibertsgat in aanvaring met de KW.155 "Arie" en werd daarbij tot zinken gebracht. De motorlogger VL.l60 "Johan Adriaan" werd eveneens teruggevonden, maar verkeerde in zo'n slechte staat dat men reparatie niet meer mogelijk achtte. Bijzonder tragisch was het lot van de VL.103 "Voorbode" van de Dogger-Maatschappij. Op 20 april 1944 lag het gevorderde schip in de haven van Bergen-Noorwegen, geladen met 100 ton dynarniet, 80.000 slaghoedjes en 50 kisten lonten. Door onbekende oorzaak explodeerde de lading van de VL.I03 om 08.39 uur, waarbij schipper Christiaan Bot en meer dan 100 Noren en Duitsers omkwamen en er in Bergen een enorme ravage werd aangericht.

Op 22 juni 1945 bevonden de VL.61, VL.71, VL.130 en de VL.132 zich te Delfzij!. Al deze loggers liepen op 29 juni 1945 de Vlaardingse haven binnen. De eerste logger die vanuit Vlaardingen in 1945 ter haringvisserij uitvoerwas de KW.9 "Vertrouwen" van de rederij Meerburg te Katwijk aan Zee. De "Vertrouwen" verliet de Vlaardingse haven op 13 juni 1945. Omstreeks 6 augustus 1945 vertrok de VL.130 "Noordholland" als eerste Vlaardingse logger ter haringvisserij, gevolgd op 13 augustus 1945 door de VL.80 "Gesina". Zelfs werd nog even vanuit Vlaardingen de aloude beugvisserij voor een zeer korte tijd uitgeoefend. De geheel gemoderniseerde stoomlogger VL.1l5 "Vooraan" van de Dogger-Maatschappij vertrok op 29 maart 1946 ter beugvisserij, gevolgd door de motorlogger VL.132 "Flevo I" van de rederij P.H. van Abshoven, die op 10 april 1946 vertrok. De uitkomsten waren slecht, de VL.132 voerde op 30 april 1946 slecht 25 ton zoute vis aan, terwijl de VL.115 op 2 mei 1946 arriveerde met 94 ton zoute vis.

In 1945 namen, met kunst en vliegwerk, in Nederland 15 stoomloggers en 62 motorloggers aan de visserij dee!. Ook slaagde men er in dat jaar nog in ongeveer 70 schepen uit Duitse en Franse havens terug te halen. N a de terugkeer moesten de sche-

pen weer gesehikt worden gemaakt voor de visserij. Dit braeht veel werk, maar ook zeer vee! moeilijkheden met zieh mee.

In 1947 verseheen weer voor het eerst na de oorlog de bekende "Naamlijst der Nederlandsehe Reederijen en Haringschepen", een uitgave van Dorsman & Ode. De Vlaardingse vloot telde toen 39 sehepen, waarvan 9 motorloggers, 2 motortrawlers en 28 stoomloggers. In 1948 steeg dit aantal tot 42 om daarna langzaam te dalen tot 21 stuks in 1964. Ook gingen diverse rederijen er toe over hun sehepen te moderniseren en te voorzien van sterkere motoren. De Dogger-Maatsehappij liet zelfs een aantal stoornloggers tot fraaie motorloggers ombouwen. Na de oorlog werd ook aandaeht besteed aan het probleern van het opleggen van de vloot tijdens de winter, waardoor de bemanningen moesten afmonsteren en ander werk moesten zoeken. Door het aanbrengen van trawlgalgen traehtte men de sehepen gesehikt te maken voor de wintervisserij. Een daverend sueces is het niet eeht geworden. In 1949 vermeldde het verslag van de Redersvereniging .Vlaardmgen" dat de wintervisserij geen bijzonder sueees was en dat de kans zeer groot was dat de visserij weer geleidelijk door minder sehepen uitgeoefend zou gaan worden. Men sehreef dit onder meer toe aan de zeer intensieve bevissing van de Noordzee met steeds grotere en sterkere trawlers.

Aan de wintertrawlvisserij namen in 1950 van Vlaardingen sleehts vijf sehepen dee!. Reeds toen werd duidelijk, dat de toekomst van de visserij lag in het in de vaart brengen van motortrawlers, die het gehele jaar door konden vissen. De vleetloggers, aIleen gesehikt voor het seizoenbedrijf, waren gedoemd te verdwijnen. Het einde voor Vlaardingen kwam aan het eind van het jaar 1964, toen de laatste negen vleetloggers werden opgelegd en aan de visserij werden onttrokken.

De toto's in dit boekje zijn aIle afkomstig uit partieuliere collecties. AIle opnamen van het oude Vlaardingen zijn gernaakt door de heer A.J. van Druten, terwijl de heren A. Verboon Jzn., J.

Vis en M.P. Zuydgeest voor het visserijgedeelte een bijdrage leverden. Ook konden er foro's geplaatst worden die indertijd door de heer J. Sluimer waren gernaakt. Voor de samensteIling van dit boekje konden wij helaas geen gebruik meer maken van de kennis en het enthousiasme van de heer J. Sluimer, daar hij op 23 april 1985 overleed. Door de eontaeten die de heer Sluimer legde, gelukte het toentertijd om tot een tweetal reeds genoemde publicaties over de Vlaardingse visserij te komen. Zijn grootste wens was nog een derde deel te mogen samenstellen, wat hij helaas niet meer heeft mogen meemaken.

M.P. Zuydgeest A.J. van Druten

Geraadpleegde bronnen:

"Jubileumuitgave Reedersvereeniging voor de Nederlandse haringvisseherij 1915-1955";

.Kroniek van Van Dooren 1907/1956";

"Naamlijst der Nederlandsehe Reederijen & Haringsehepen": 1947-1948-1964;

"Over de laatste reis van de VL.103 .Voorbode" (door A.D. van Eijk, Vlaardingen -1981);

"Onze Visscherijvloot in oorlogstijd" (artikelen door Arie van der Veer versehenen in het blad "De Visscherijwereld" 19451946);

Gegevens uit de "Nieuwe Vlaardingsehe Courant" 1945-1946, beschikbaar gesteld door de heer A. Moerman, Maassluis; Jaarverslagen van de Redersvereniging .Vlaardingen" 19491950.

1. Een stemmige foto van de Dijksteeg. De Dijksteeg liep vanaf de MaassJuissedijk naar het Westnieuwland van waaruit deze foto genomen is. De huisjes op de achtergrond - bij de lantaarn - dateerden van het jaar 1863 voJgens een ingemetseJde geveJsteen, waarop het volgende stond te Jezen: De eerste steen werd gelegd door Abrahamkos Koolhaalder, oud 4 jaar, op 20 augustus 1863. De Dijksteeg was genoemd naar de Maassluissedijk en werd tot in de 18e eeuw Rietdijkstraat genoemd. De opname dateert van circa 1959.

2. De Dijksteeg had halverwege een vrij diep doodlopend slop aan de westelijke kant, waarvan echter de panden kadastraal behoorden tot de Dijksteeg, gezien het feit dat de nummering gewoon doorliep. Rechts zien we de oude, niet meer gebruikte achteruitgang van de Roornsch-Katholieke Parochiale Jongensschool Sint Joseph aan de Maassluissedijk, Op het afgebroken gedeelte naast de muur stand voorheen de stalhouderij van de firma Van der Knaap. Er is nogjuist een paardedrinkbak te zien die langs de muur stond. Verder zien we nag enige pakhuizen, die niet meer in gebruik zijn. De opname dateert van september 1958.

3. Een opname van het Westnieuwland uit circa 1958. Links de winkel in ijzerwaren van Maarten Reynhout, met daarnaast, op de hoek van de Dijksteeg, de winkel in lederwaren van Piet van Delft. Op de andere hoek zien we het pand van de Firma Verhulst, rijwiel- en carrosseriebouw, die later naar het Van 's-Gravendijkplein is verhuisd. In de muur was nog een herdenkingssteen gemetseld waarop het volgende stond te lezen: De eerste steen van dit pand werd op 19 november 1923 gelegd door Wi/lem Cornelis Verhulst, oud 6 jaar. Geheel rechts zien we de nieuwbouw van het stadhuis, met aan de overzijde op de hoek van de Paterstraat (vroeger Koeiensteeg genoemd naar de daar aanwezige koestallen) de winkel van de N.V. Drukkerij Verboon.

4. Een overzicht van de 6e Nieuwlandsteeg van juli 1960. Het was een doodJopende steeg, uitkomende in het Westnieuwland. Op de achtergrond de huizen van de Maassluissedijk. De huisjes van de steeg bestonden uit een gangetje met links een deur naar een kleine woonkamer en daarachter een keukentje. Tussen de woonkamer en de keuken bevond zich de bedstee en boven was een zolder, dat was alJes. In het begin hadden deze huisjes zelfs geen waterJeiding en moesten de bewoners genoegen nemen met een pomp, die voor een van de tuintjes stond. Pas later is de waterleiding aangelegd.

5. Deze foto toont ons de 8e Nieuwlandsteeg. Wanneer wij hier lopen worden wij verrast door de rust die hier heerst. Nette huisjes, een beetje zigzaggend gebouwd, met tuintjes aan de overzijde van het straatje, staan hier knusjes tegen elkander geleund. Het jachtige leven wordt hier bijna niet gehoord, daar hier alles vrede en rust ademt. Op de achtergrond het torentje van de kerk van de Gereformeerde Gemeente aan het Westnieuwland. De opname dateert van augustus 1958.

6. Het Westnieuwland. Rechts - waar de twee jongens lopen - was tussen de nurnrners 92 en 75 een doodlopend slopje, in de volksrnond het "slopje van Zonneveld" genaarnd. Het is een vrij onbeduidend hiaat in de rij rnerendeels ouderwetse huisjes van het Westnieuwland. Naast het slopje het kruidenierswinkeltje van rnejuffrouw M.A. Zonneveld. Recht over het winkeltje was aan de linker zijde de Struykstraat. Op de achtergrond Brobbels Kolengroothandel. De opnarne is van juni 1959.

7. De ingang van het Hofje van Zonneveld aan het Westnieuwland. De opname is van juni 1959.

8. Er was in de jaren vijftig, als gevolg van de grootscheepse sanering, al vee I verdwenen in de oude buurtjes van Vlaardingen. Dit gold ook in zeer sterke mate voor de buurt die gelegen was tussen de Maassluissedijk en het in wording zijnde Liesveld. In het bijzonder richten wij onze aandacht op het Westnieuwland waar, op een fotozwerftocht, dit hofje werd ontdekt. Het Hofje van Zonneveld met acht ouderwetse huisjes, waar het ontbreekt aan het geringste spoor van comfort en schoonheid. De opname is van juni 1959.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek