Vlaardingen in beeld deel 1 1945-1964

Vlaardingen in beeld deel 1 1945-1964

Auteur
:   M.P. Zuydgeest en A.J. van Druten
Gemeente
:   Vlaardingen
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4627-2
Pagina's
:   96
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Vlaardingen in beeld deel 1 1945-1964'

<<  |  <  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  >  |  >>

69. Een "oude buisjesdag" te Vlaardingen. De motorlogger VL.71 "Marie", schipper L. Rog van de N.V. Van Toor's Visscherij-Maatschappij, vertrekt ter haringvisserij. Rechts Iiggen voor vertrek gereed de stoomloggers VL.I90 .Koningin Wilhelmina" en de VL.29 "Oranje Nassau" van de Doggermaatschappij. De "Marie" werd in 1915 als zeillogger gebouwd bij de werfDe Groot en Van Vliet te Slikkerveer. In februari 1928 werd het schip omgebouwd tot motorlogger bij de werfvan I.S. Figee te Vlaardingen. Tijdens de Pooise periode voer de logger als GDIJ.71 .Kasia" en na 19 april 1934 weer als VL.71 "Marie". In augustus 1945 ging de VL.71 weer ter haringvisserij. De "Marie" werd in 1947 geheel gemoderniseerd bij de werf van Fikkers te Foxhol. Op 10 mei 1958 ging het schip over naar de N. V. voorheen Frank Vrolijk te Scheveningen en werd als SCH.I03 "Doctor C. Lely" indienst gesteld. DeSCH.I03 werdin 1965 gesloopt. De foto werd omstreeks 1948 gemaakt door de heer A. Verboon Jzn.

":!-.

70. Op buisjesdag 23 mei 1960 vertrekt de stoomlogger VL.l72 "Clara" van de Visscherij-Maatschappij "Vlaardingen" met schipper Jan Goedknegt ter haringvisserij. Deze fraaie stoomlogger werd op 16 april 1908 bij de werf van de Gebroeders Van der Windt te water gelaten voor rekening van de reeds genoemde rederij. In de Tweede Wereldoorlog werd de "Clara" gevorderd en voer als VS.70 .Kiel" voor de bezetter. Op 31 oktober 1945 werd het schip te IJmuiden weer vrij gegeven. De VL.l72 "Clara" oefende in 1962 als laatste Vlaardingse en Nederlandse stoomlogger onder schipper Jan Goedknegt voor het laatst de haringvisserij uit. In april 1963 keurde Stoomwezen de stoomketel van de VL.l72 "Clara" afen werd het schip opgelegd. Bijna twee jaarlagen de VL.l72 "Clara" en de VL.216 "Hennie" opgelegd in de oude haven te Vlaardingen als herinnering aan de eens zo grote vloot van Vlaardingse stoomloggers. (Foto A. van Druten.)

71. Buisjesdag 21 mei 1964. Uitgaand ter haringvisserij de motorlogger VL.85 .Bertina" van de Visscherij-Maatschappij .Vlaardingen", schipper W.F. Rog. Deze logger werd in 1903 gebouwd als stoomlogger bij de werf van Bart Wilton te Rotterdam. Op 23.december 1949 werd de VL.85 op de Nieuwe Waterweg aangevaren door de .Kota Inten". Het schip zonk, werd later gelicht en omgebouwd tot motorlogger (360 pk. Industrie). De .Bertina'' werd in 1965 voor de sloop verkocht. (Foto M.P. Zuydgeest.)

72. .Wellekom in Zee," Vlaardingse loggers in volle zee op weg naar de visgronden aan het begin van de teelt 1961. Op deze interessante, helaas wat onscherpe foto, gemaakt door de heer A.J. van Druten vanaf de stoomlogger VL.216 .Hennie", zijn de volgende schepen te onderscheiden: de motorlogger VL. 79 "Maas" en de stoomlogger VL.l72 "Clara"; beide schepen waren van de Visscherij-Maatschappij "Vlaardingen". Daarachter de VL. 70 van de N. V. Zeevisscherij-Maatschappij "Holland" en ten slotte de motorlogger VL.89 "Jan en Ineke" van de N. V. G. Kornaat's Handelmaatschappij, De zee is wat woelig, vandaar dat de foto wat onscherp is, het valt natuurlijk niet mee, om je als landrot, zonder zeebenen, op een stampend dek van een stoomlogger staande te houden en dan nog te fotograferen!

73. Aan boord van de motorlogger VL.71 "Vertrouwen", schipper A. Don, is men op 22 mei 1964 bezig met het schieten van de drijf- of Schotse vleet. SchiperBram Don viste toen met 80 netten, elk met een afmeting van circa 28 x 14 meter. Een Schotse vleet is als het ware een gordijn, dat aan de onderzijde is bevestigd aan een zware kabel- de reep - en door aangebracht drijfvermogen verticaal opdrijft. Vanaf de waterlijn gerekend tot aan de onderzijde van het net stond een Schotse vleet circa 19 meter diep in zee. Hollanders visten vroeger met de zinkvleet of Hollandse vleet. De zinkvleet is een gordijn, dat aan de bovenzijde is bevestigd aan de reep en door zijn gewicht verticaal neerhangt. Vanaf de waterlijn gerekend tot aan de onderzijde van het net stond een zinkvleet circa 32 meter diep in zee. Voor 1958 werden de netten uitsluitend gemaakt van katoenen garens. In 1958 begon men ook netten te gebruiken gebreid van nylon garens. De drijfnetvloot viste in 1960 reeds met gemiddeld 30% nylon netten per vleet. (Foto M.P. Zuydgeest.)

74. De reepschieter aan het werk aan boord van de VL.216 "Hennie". Een niet bepaald benijdenswaardig baantje om bij een woelig zeetje in een zeer beperkte ruimte de kletsnatte reep, die enkele kilometers lang was, in het reepruim netjes op te tassen. Doorzettingsvermogen, gevoel voor de stiel en zeevaste magen waren hiervoor een vereiste. De foto werd in 1961 door de heer A.J. van Druten gemaakt.

75. De morgenstond voor de visserman. Op een vroege meimorgen in 1964 is de bemanning van de VL.71 .Vertrouwen'' bezig met het haringkaken. Bij het haringkaken wordt de haring met de buik naar boven in de linkerhand gehouden. Terwijl nu het kaakmesje vlak onder de kaken aan de linkerkant wordt gestoken, dwingt de kaker met de duim van de linkerhand de kop naar links en wordt nu de gal of het gelletje met bijbehoren met een draaiende beweging vrijgemaakt en uitgelicht. Een ervaren matroos kaakt ruim twee kantjes haring per uur. Op de voorgrond is schipper Bram Don bezig met het warren van de gekaakte haring. Dit warren gebeurt in de warbak met een warleutel (platte schep), nadat eerst een afgepaste hoeveelheid zout op de haring is geworpen. Door het warren wordt het zout goed door de haring geroerd om "klevers" te voorkomen. Klevers zijn haringen, die onvoldoende met zout zijn bestrooid en geward, waardoor de ongepekelde plekken met elkaar in aanraking komen. (Foto M.P. Zuydgeest.)

~.

76. De ouwetjes deden het nog best. Een bijzonder fraaie opname gemaakt vanaf de motorlogger VL.199 "Martha Maria" door de heer A.J. van Druten, eind mei 1961, van de stoomlogger VL.216 "Rennie". De VL.199 had zojuist als jager de gevangen haring van de VL.216 overgenomen en de heer Van Druten was overgestapt om met de "Martha Maria" thuis te varen. de schipper van de VL.216 was Henk van Roon, die in dat jaar aan zijn laatste teelt bezig was. De broer van Henk van Roon was Arie van Roon, eveneens een bekend schipper ter haringvisserij. Op 21 april 1925 werd de "Rennie" te water gelaten bij de werf Rijkee te Rotterdam in opdracht van de Visscherij- Maatschappij "CalJenburg". De "Rennie" ging op 19 mei 1928 over naar de Visscherij-Maatschappij .Vlaardingen", maar de naam en het nurnmer bleven ongewijzigd. Injanuari 1962 werd het schip opgelegd en op maandag 1 maart 1965 werden de stoomloggers VL.216 "Rennie" en de VL.I72 "Clara" uit de Vlaardingse haven gesleept op weg naar de sloper.

77. De in de afgelopen nacht gevangen haring wordt overgegeven aan de jager. De vangst van de VL.216 "Rennie", men ziet het nummer met krijt op het kantje haring geschreven, wordt overgegeven aan boord van de VL.199 "Martha Maria". Onder de bak zijn meer kantjes haring te onderscheiden onder meer van de VL.132 "Wilhelmina". Aan de verschansing werden autobanden opgehangen om zo doende de ergste klappen op te vangen. Op de kantjes haring zijn verder nog de letters G en K te zien. Dit gaf aan dat de tonnen grate of kleine haringen bevatten. De praktijk was dat elke logger op haar beurt in het begin van de teelt de gevangen haring bij de overige schepen ophaalde en deze zo snel mogelijk naar de thuishaven bracht. De volgorde van jagen werd per loting vastgesteld. (Foto A.J. van Druten. )

/

78. Op een rustig zeetje loopt de motorlogger VL.78 .Vlaardingen" van de Visscherij-Maatschappij "Vlaardingen" voorlangs de VL.71 .Vertrouwen" van dezelfde rederij. Schipper op de VL. 78 was T. van der Plas. Ais stoomlogger VL.193 .Franciscus Anthonius" werd het schip op 7 maart 1901 te water gelaten bij de werf van de Gebroeders Van der Windt. voor rekening van de Vlaardingsche Stoomvisscherij. In 1938 werd de VL.193 verkocht aan de rederij N. V. voorheen A. Verboon en kreeg de naam "Neptunus" , het nummer werd niet gewijzigd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het schip gevorderd. De sleepboot "Helga" bracht de VL.193 op 19 oktoberl946 vanuit Kiel te IJmuiden binnen. De Visscherij-Maatschappij "Mercurius" liet het geheel verbouwen en bracht het als de motorlogger VL.78 "Odin" weer in de vaart. De Visscherij-Maatschappij .Vlaardingen" huurde het schip in 1950 en kocht het later aan. Als VL.78 "Vlaardingen" bleef de logger tot en met 1964 aan de visserij deelnemen. In november 1965 voor de sloop verkocht. De foto werd in mei 1964 gemaakt vanaf de VL.71 "Vertrouwen" door M.P. Zuydgeest.

<<  |  <  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek