Vlissingen in oude ansichten deel 1

Vlissingen in oude ansichten deel 1

Auteur
:   N. Veldhuis
Gemeente
:   Vlissingen
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2013-5
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Vlissingen in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

door N. Veldhuis

ZALTBOMMEL

W~OEN

OEKJE

ISBN10: 90 288 2013 2 ISBNI3: 978 90 288 2013 5

© 1969 Europese Bibliotheek - Zaltbommel

© 2008 Reproductie van de negende druk uit 2000

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zander voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Europese Bibliotheek Postbus 49

5300 AA Zaltbommel telefoon: 0418 513144 fax: 0418 515515

e-mail: publisher@eurobib.nl

INLEIDING

Aan de hand van de afbeeldingen in dit boekje gaat U kennis maken met Vlissingen gedurende een periode van ongeveer vijftig jaren, op een enkele uitzondering na ligt die tijd tussen 1880 en 1930.

Er is in die tijd in deze stad veel gebeurd. Stadswijken zijn verdwenen, veranderd of herbouwd en dan wel zo, dat U zich misschien weleens zult afvragen of U bij het lezen van dit boekje nog iets van Vlissingen herkent. De bedoeling is, dat deze bijdrage bij U herinneringen zal oproepen en miss chien weI een verpozing geeft. Van oorsprong is Vlissingen een vissersplaats. Door het voorrecht dicht aan de riviermond te liggen, heeft de stad door de eeuwen heen altijd over goede havens beschikt.

De eerste haven werd gegraven in hetjaar 1308. Even later verrijst de St.-Jacobskerk en dan zien we rond dit centrum een gemeenschap groeien. In 1315 ontving Vlissingen bovendien van Graaf Willem III beperkte stadsrechten, dat een ontwikkeling van die gemeenschap bevorderde.

Naast de haringvisserij kwam ook de koopvaardij tot ontwikkeling. Een en ander bevorderde een regelmatige uitbreiding der havens. In de 14de eeuw zijn reeds Vlissingers werkzaam geweest voor Engelse bevrachters. Na verloop van tijd zijn er handelsbetrekkingen

met Frankrijk, Engeland, de Oostzeelanden, Spanje, West-Indie en de Oost. Koopvaarders uit vreemde landen deden de haven van Vlissingen aan. Verder lagen in de havens de schepen van de Admiraliteit, ter beveiliging van het land en de koopvaardij.

De stad Vlissingen was een vesting. Sterke wallen, waarin enkele poorten, beveiligden bewoners en bezittingen. Ter herinnering noemen we de navolgende poorten.

De West- of Gevangenpoort, gebouwd omstreeks 1500, gedeeltelijk gesloopt in 1812 bij de bouw van de Bomvrije Kazerne voor Napoleon.

De Middelburgse poort (Coosje Buskenstraat) van 1540-1812.

De Ie Rammekenspoort (Palingstraat) van 1594-1659. De 2e Rammekenspoort (Oude Eiland) van 1659-1871. De Altenapoort (Zeilmarkt) van 1489-1586.

De Oostpoort (Kleine Markt) van 1560-1582.

De Keizerspoort (Roeiershoofd) van 1548-1812.

De Duinpoort (Coosje Buskenstraat) van 1813-1870. Ret stadsbestuur heeft in de loop der eeuwen meerdere stadhuizen bewoond. Ret eerste stadhuis (1559-1561) stond aan het begin van de Hoogstraat (Breestraat), op de plaats waar nu het nieuwe politiebureau wordt gebouwd.

Het tweede stadhuis was er tegenover, aan de andere zijde van de Hoogstraat, hoek Bellamypark (toen Koopmanshaven), van 1561-1594.

Het derde stadhuis was gebouwd op de Grote Markt (1594-1809). Dit bouwwerk was een navolging van het bekende Renaissance-Paleis van Antwerpen. Bij de bombardementen van 1809 ging het gehele gebouw, met inventaris, archieven en kunstvoorwerpen, in vlammenop.

Na een kort verblijf in een pand in de Nieuwstraat, hoek Walstraat, waar nu een textielbedrijf is gevestigd, werd het stadsbestuur ondergebracht in het Van Dishoeckhuis aan de Houtkade van 1818-1965. Thans zetelt het gemeentebestuur in het prachtige stadhuis aan de Paul Krugerstraat.

Uiteraard is een havenplaats met een vooruitstrevende handel en goede scheepvaart nauw betrokken bij bruikbare havens en met de tijd meegaande scheepswerven. Bij de economische ontwikkeling der stad zijn aan deze twee objecten steeds veel zorgen besteed. De havens moesten altijd weer groter worden en verplaatsten zich naar het Oosten van de stad, ter tegemoetkoming aan de eisen der scheepvaart. Verlaten havens werden dan weer gedempt. Zo'n radicale demping heeft Vlissingen beleefd in het jaar 1909. De Koopmanshaven, de

Achterhaven en de Pottekaai werden gedempt en het Bellamypark, de Spuistraat en de Wilhelminastraat met de Hendrikstraat kwamen er voor in de plaats. Vlissingen kreeg een geheel ander aanzien. Vanaf de Boulevard De Ruyter is het Bellamypark, met links het Beursplein en rechts de Nieuwendijk, een bijzonder mooi stadsgedeelte gebleven, waarvan ook de toerist weet te genieten.

In 1914 nam de gemeente het Havenbedrijf in exploitatie. Vijftien jaar later was een grote uitbreiding der Buitenhaven dringend nodig. Er is dan ook zeer vee! water door de Sche!de gestroomd, voordat de energieke burgemeester C. A. van Woelderen succes had bij de Regering om zijn havenuitbreiding van 1930 waar te kunnen maken.

Scheepswerven heeft Vlissingen eigenlijk altijd gehad. Toen de Fransen op 6 mei 1814 onze stad moesten verlaten, bleef er niet veel meer dan een "puinhoop" over. Vlissingen zou Vlissingen niet zijn geweest, als het niet direct dacht aan een snelle aanpak om te komen tot herleving na die donkere jaren.

In 1814 werd de Rijkswerf van Antwerpen overgeplaatst naar Vlissingen. Fabrieksgebouwen werden gesticht, meer arbeidskrachten kwamen naar de stad en het bevolkingsaantal nam daardoor toe. Het mocht

evenwel weer niet lang duren, want in 1868 werd de werf overgeplaatst naar Den Helder. Toch werd er achter de schermen weer hard gevochten om deze industrie voor Vlissingen, te behouden. Er werd uitgezien naar gegadigden, die bereid zouden zijn om de verlaten werf weer in exploitatie te brengen. Het was Prof. B. J. Tideman die er zeer veel toe heeft bijgedragen om het zover te krijgen, dat op 8 oktober J 875 de N.V. Kon. Maatschappij "De Schelde" officieel werd geopend. De leiding van deze N.V. kwam in handen van de heer Arie Smit.

In 1873 werden de nieuwe havens, het Kanaal door Walcheren met de sluizen en de spoorweg over de Sloedam officieel in gebruik genomen.

Nog meer werd gedaan om het economisch herstel van de stad te bevorderen. Op I 1 juni 1875 werd besloten tot de oprichting van de latere N.V. StoomvaartMaatschappij "Zeeland", die een dagelijkse vaart ging onderhouden op Engeland.

Iemand he eft eens gezegd, dat het jaar 1875 voor Vlissingen het "reddingsjaar" genoemd mag worden. Het Loodswezen kwam in 1814 van Antwerpen naar Vlissingen, waarbij tevens is te noemen de Koninklijke Marine, die beiden aan het stadsbeeld een eigen karakter gaven.

De veerdiensten op Zeeuws- Vlaanderen kwamen in J 828 in handen van de Provincie. Geregelde afvaarten kwamen het goederenvervoer ten goede en gaven bedrijvigheid aan de Buitenhaven.

In J 883 nam de gemeente het badbedrijf in exploitatie. In 1886 verrees op de Boulevard het eerste badhotel, het luxe "Grand Hotel des Bains", het latere hotel "Britannia" .

Kerktorens hebben bij een stadsgezicht altijd een eerste plaats ingenomen. Bovendien hebben ze ook voor de scheepvaart vroeger grote betekenis gehad. Uit het verleden denken we hierbij aan de torens van de navolgende kerken.

De St.-Jacobskerk op de Oude Markt, gebouwd in 130811318, meerdere ma1en gerestaureerd en in het begin van deze eeuw herbouwd.

De Middelkerk aan de Wagenaarstraat (1593-1825) en de Oostkerk in de Onderstraat (1650-1809).

In de jaren 1880-1930 was er wel een bijzondere aandacht voor het onderwijs. Verschillende verenigingen en besturen bouwden hun scholen. Op de binnenplaats van de gemeenteschool in het Groenewoud bevindt zich nog een gevelsteen in de muur, die ons herinnert aan de Latijnse School ter plaatse. In het bijzonder mag worden gedacht aan de stichting van de "De

Ruyterschool" .

Op initiatief van enkele ingezetenen der stad werd op 27 augustus 1890 de "Oudheidskamer" gesticht, die in 19 I 4 werd overgebracht naar het pand Bellamypark 19, het StedeJijk Museum.

Ondermeer komt U ook de navolgende namen bij Uw zwerftocht door de stad tegen. Het is dan weI goed er iets meer van te zeggen.

Elisabeth Wolff-Bekker (Betje Wolff) werd in 1738 geboren in het huis Nieuwendijk 21 (bestaat thans niet meer). Aagje Deken, Ietterkundige, voegde zich later na de dood van haar man, ds. Wolff, bij haar. Na hun terugkeer uit Frankrijk gingen zij in Den Haag wonen. Jacobus Bellamy werd in 1757 in Vlissingen geboren op Bellamypark 30. Dit huis staat er nog.

Coosje Busken, dichteres, werd in 1759 geboren in het huis Bellamypark 34.

Verder moet vermeld worden dat het inwoneraantal in 1880 bedroeg ruim 10.000 en in 1930 ruim 21.000. Bij de samenstelling van dit boekje moest ook weI eens worden teruggegrepen op oude couranten en tijdscbriften. Vlissingen heeft het voorrecbt gekend een eigen courant te bezitten. Op I januari 1872 komt de "Vlissingsche Courant" uit bij de uitgever F. H. Schiffer en op 5 januari 1882 neemt de firma F. v. d. Velde Jr.

dit bedrijf over. In bet boekje ontmoet U dit bedrijf nog weI.

Het kerkelijk nieuws werd verzorgd door drukkerij De Vey Mestdagb op het Bellamypark bij de Llzerenbrug.

Verder denken we nog aan de uitgeverij Wegeling, die een gewaardeerd weekblad verzorgde.

Vlissingen wordt weI de sleutel op Antwerpen genoemd. Dit is bij oorlogen meerdere malen gebleken, ten koste van de stad. In dit boekje zult U bemerken, dat er meerdere malen wordt gesproken over verwoesting. Er is beel wat gebeurd en er werden vele malen wonden aan bet stadsbeeld toegebracbt. Dit stadsbeeld is dan ook niet meer het beeld van 1930 en zeker niet het stadsbeeld van 1880. Deze verzameling afbeeldingen is dan daarom zo waardevoJ.

We staan nog even stil bij de "schatten", die onze stad nog over beeft gehouden.

Het Beursgebouw op het Beursplein. Een bouwwerk van 1635, meerdere malen verbouwd en uiteindelijk eenmaal goed gerestaureerd.

Het Lampsinshuis aan de Nieuwendijk, gebouwd in 1641.

Het prachtige Van Dishoeckhuis aan de Houtkade (Scheldeterrein) van de bouwmeester J. P. Baurscheit

Jr., gesticht in 1733.

De Gevangentoren op de Boulevard de Ruyter, gesticht omstreeks 1500.

De St.-Jacobskerk en toren, Oude Markt, gesticht in 1308/1318.

De voorgevel van het Beeldenhuis, in 1730 gesticht door Jan Westerwijk. Thans staat deze gevel voor een pand in de Hendrikstraat.

Bij Uw wandeling door de stad ontdekt V beslist nog meer van die typische oude en rijke bezittingen. Laten we hopen dat ze niet allen worden opgeruimd in het kader van de sanering.

Op de Boulevard de Ruyter kunt V nog genieten van een stukje geschiedenis: het beloodsen der schepen voor de kust van Vlissingen.

Meent V niet, dat Valles is verteld in dit boekje over de geschiedenis uit de jaren 1880-1930. Het was maar een greep, ook uit onze platenverzameling. Uit deze bijdrage blijkt weer, dat het gemeentearchief en het museum een functie hebben. Het is dan ook belangrijk om stukken van enige waarde (dus ook de eenvoudige prentbriefkaarten) te behouden voor het nageslacht. Hier kan een ieder aan medewerken door deze stukken niet als onbruikbaar weg te werpen, maar ze te schenken aan archief of museum.

Bij het zien van de eerste afbeelding in dit boekje zult V bemerken, dat we beginnen bij de Vlissingse zeeheld Michiel Adriaensz. de Ruyter, geboren te Vlissingen op 24 maart 1607. Zijn geboortehuis bestaat niet meer. Op 29 april 1676 stierf hij in de Baai van Syracuse als Luitenant-Admiraal-Generaal van Holland en WestFriesland. Zijn plechtige begrafenis had plaats op 18 maart 1677 in de Nieuwe Kerk te Amsterdam.

Zo vervolgen we onze route door de stad en komen dan over de Boulevards weer bij het standbeeld van M. A. de Ruyter, maar het staat dan niet meer op het De Ruyterplein. In 1894 werd het overgebracht naar de Boulevard de Ruyter, waar het nu nog staat. Beneden stond hij met het front gekeerd naar de stad. Nu staat hij in de volle zeewind met het front naar de open zee. Een eervolle plaats voor deze zeeheld.

Vlissingen, juli 1969

-- :;..::::

-

10

We bevinden ons hier aan de voet van het standbeeld van Michiel Adriaensz. de Ruyter, rond 1900. Dit standbeeld is een ontwerp van de beeldhouwer L. Royer. Het werd opgericht op initiatief van het Departement Vlissingen der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen. De plechtige onthulling had plaats op 25 augustus 1841. Op de achtergrond, links, het gebouw van het Ned. Loodswezen, gesticht in 1884, daarnaast de societeit van het Belgisch Loodswezen (1886). Verder op de hoek van de Noordzeestraat de logementen ,,stad Antwerpen" en "International".

j(ieuwendijl( Vtissmgen

Vanaf de Boulevard zien we de Voorhaven (1308) met rechts de Engelse Haven of de Vissershaven (1444). Daar tussen nog even het De Ruyterplein, op welke plaats zich nu de Vismijn bevindt. Links de Beursbrug met hotel "Goes" en de Nieuwendijk met het Lampsinshuis (1641), het huis met het torentje.

11

II. )(et her draaien aan dit \·IEL. op de recwbaan "an de Heeren Lampscns ee Vlisslngen, verdiende De ui;ter als jongea etn stuiver daags

Ret touwslagerswiel van de lijnbaan van Comelis Lampsins, werkgever van Michiel Adr. de Ruyter. Ongetwijfeld zal Michiel menig uurtje aan dit wiel hebben doorgebracht, terwijl zijn gedachten uitgingen naar de vrije zee.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek