Vriezenveen in oude ansichten deel 4

Vriezenveen in oude ansichten deel 4

Auteur
:   J. Hosmar
Gemeente
:   Vriezenveen
Provincie
:   Overijssel
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2379-2
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Vriezenveen in oude ansichten deel 4'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

De deeltjes "Vriezenveen in oude ansichten" zijn bij de Vriezenveense bevolking bijzonder populair geworden, zodat wij gaarne voldoen aan het verzoek van de Europese Bibliotheek om een vierde deeltje samen te stellen.

Aan onze oproep om oude foto's en prentbriefkaarten voor dit boekwerkje beschikbaar te stellen werd meer dan voldaan. We konden uit de meer dan honderd "kiekjes" een ruime keuze maken. Ook werd ons veel documentatiemateriaal ter hand gesteld, waaruit we ruimschoots konden putten.

We' willen u gaarne meenemen op onze tocht door oud Vriezenveen van westelijke in oostelijke richting, maar willen eerst nog even de bekende staatsman Gijsbert Karel van Hogendorp aan het woord laten, die in de vorige eeuw een bezoek aan ons dorp bracht. Hij geeft van dit bezoek de volgende beschrijving: Wij gaven een heelen voormiddag aan Friezenveen, reden er naar toe langs de vaart en kwamen terug met een omweg, Dat dorp ligt ten noorden van Almelo in de veenen en is gesticht door Friezen. De nakomelingen zijn niet veranderd, alles getuigd van den oorsprong, maar het is er gesteld als in de armoedigste dee len van Friesland. Rondom water, een menigte van slooten, een enkele straat als een dijk. Hier zijn ook de huizen zonder schoorsteen en vervuld met rook. De korenmolentjes in de huizen worden bewerkt door paarden. Buiten het veenwerk is er eenige landbouw, doch de grond is vrii slecht, Vele jaren geleden bevond zich de

kolonie op te lagen grand en trok iets meer noordwaarts op met huizen en alles. Onlangs is hier een windmolen gezet om de landerijen droog te malen. De vaart wil niet veel zeggen en gaat slechts tot Almelo. Naar deze beschrijving zou men een klein aantal mensch en verwachten, die zich in kommerliike omstandigheden bevinden; maar neen, de bevolking is over de twee duizend zieten, bijna zoo sterk als die van Almelo. Nog een andere bijzonderheid van deze plaats is, dat er een fatsoenlijke buurt is, bestaande uit twee of drie [amilien, waarvan sommige leden regelmatig naar Sint Petersburg gaan, er den koophandel in het groot drijven, en op zekere jaren terug komen om hier in rust en met gemak te leven. Mogelijk is deze linnenhandel een eerste aanleiding geweest tot dit bedrijf, want sedert lang gebruikt Rusland bij voorkeur zijn eigen linnen en voert er zelfs vee I van uit, Heden schijnt er geen samenhang meer te zijn tusschen dezen oord en den Russischen handel. De liefde tot de geboorteplaats blinkt uit in dit heen- en wedertrekken, zooals de getrouwheid aan den landaard blijkt uit het geheele bestaan van deze zonderlinge kolonie. Tot zover het citaat uit het reisverslag van Gijsbert Karel van Hogendorp uit het jaar 1819. Minder gunstig was het oordeel van een ander bekend Nederlander, Willem de Clercq, die in 1812 ook van Almelo uit Vriezenveen bezocht. Hij schrijft in zijn dagboek dat de inwoners nooit nuchter zijn. Uit de beschrijving van Van Hogendorp blijkt weI dat de

algemene welvaart op een zeer laag peil stond; men leed nog onder de naweeen van de oorlogen in het laatst van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw. Nog in het jaar 1825 ontving de gemeente van het Rijk een bedrag terug van f 324,- voor de in de jaren 1813 en 1814 gedane prestaties ten behoeve van de Russische en Franse troepen.

In de tijd dat Gijsbert Karel van Hogendorp en Willem de Clercq door ons dorp trokken, gingen vele Vriezenveners naar andere provincies om daar in de landbouw of veenderij werkzaam te zijn. De levenswijze was dan ook zeer sober, bakkers die brood verkochten waren er niet, ieder bakte zijn eigen brood van roggemeel, zolang de voorraad strekte. Was de oogst slecht uitgevallen, dan was die voorraad reedsenige maanden voor de nieuwe oogst verbruikt en moest men zich behelpen met aardappelen en pannekoek; deze laatste werd gebakken van het meel van de boekweit, dat op de gebrande venen werd verbouwd. Welvarend kon men Vriezenveen dus niet noemen; te meer is daarom de weldadigheidszin op prijs te stellen zoals onder meer bleek bij de grote watersnood van februari 1825, die vooral Noord-Overijssel teisterde. In Vriezenveen werden toen voor de slachtoffers 117 mudden aardappelen en 116 schepels rogge ingezameld alsmede nog f 600,- aan geld.

De wegen waren in die tijd een groot gedeelte van het jaar modderpoelen, dat ondervond ook de reeds eerder genoemde reiziger Willem de Clercq, die in

1812 op de terugreis naar Almelo zo diep in de modder zakte dat hij genoodzaakt was zijn tocht blootvoets te vervolgen. Dat behoeft u, lezer, op onze rondgang nu niet meer te overkomen, want er is sedert die tijd veel ten goede veranderd in Vriezenveen.

De Dorpsstraat, waarover wij onze wandeling zullen maken, is reeds lang van een goed plaveisel voorzien, zo ook de overige wegen in ons dorp. Vanwege de beperkte ruimte die we voor de inleiding kregen toegewezen, is het hier niet de plaats om uitvoerig stil te staan bij het Vriezenveense verleden, alhoewel er veel over te vertellen valt, want ons dorp heeft een rijke historie. Hopelijk zullen de "praatjes bij de plaatjes" de nodige aanvullingen geven. De beelden uit het verleden spreken overigens hun eigen taa1.

Rest ons nog dank te brengen aan allen die ons bij het samenstellen van dit boekwerkje behulpzaam zijn geweest. In het bijzonder zijn we veel dank verschuldigd aan die leden van de "Vereniging Oud Vriezenveen", "Historische Kring Vriezenveen en omstreken" en de "Vriendenvereniging van de Rusluie" die oude ansichten en foto's aan ons hebben willen afstaan. Ook deze keer was die medewerking weer overweldigend, Wij van onze kant hopen dat u weer zult genie ten van de be elden en herinneringen uit "die goeie ouwe tijd".

Vriezenveen, mei 1983

J. Hosmar

Vriezenneen

Intrede

1. We gaan onze wandeling door oud Vriezenveen beginnen bij de vroegere houten brug over het Overijssels Kanaal en zien dan rechts het in 1908 voltooide hotel Schuurman, dat nu hotel Zandwijk (Winkel) is. Links over de brug ziet u de winkel van Zandwijk, waarin nu de textielzaak van Dick Veneman gevestigd is. De duikers links op de voorgrond zijn afkomstig van de firma Hemmer. V66r de brug ziet u jongens met een hondekar. In die tijd werd ook in Vriezenveen nog veelvuldig gebruik gemaakt van dit vervoermiddel. Een typische verschijning in die dagen was Bram met de hondekar. Hij was de enige groenteboer van Vriezenveen.

2. Hier ziet u het voormalige cafe "De Boer" van de heer Roelofs. Toen deze foto in 1911 gemaakt werd, kwam gemotoriseerd verkeer in Vriezenveen nog maar sporadisch voor, vandaar dat dit plaatje in aile rust door de fotograaf genomen kon worden. Bij het eerste paard-en-wagen ziet u, van links naar reehts, W. van 't Spijker, slager Jansen (Schuutjaans Jans) en Hannemuije (Schuutjaans Hanna) met baby Jo Jansen op de arm. Naast hen mevrouw Fiente Jansen, moeder van de baby. Op de tweede wagen (man met pet) H. Kobes (Kleins Hein). Op de derde wagen Egbert Abbink (Wonemeisters Eipt). De overige personen zijn onbekend. Het vroegere cafe "De Boer" is nu al enige jaren een modern kegelcentrum van Zandwijk (Winkel).

3. Het Westeinde omstreeks 1900. Rechts ziet u cafe Zandwijk annex kruidenierswinkel. De heer M. Zandwijk is hier met zijn cafe begonnen. U ziet hem hier tweede van links, met fiets. Zandwijk was een ondernemend man, want naast zijn cafe en winkel zorgde hij ook nog voor het vervoer van het fabriekspersoneel van de firma Jansen & Tilanus. Later nam de heer Zandwijk hotel Schuurman over. Thans is dat hotel in handen van de heer F. Winkel. In cafe Zandwijk werd later onder andere cafe Veendal gevestigd en jaren daarna de textielzaak van de heer H. Schonewille. In de vroegere kruidenierswinkel van Zandwijk zijn verschillende zaken gevestigd geweest. Thans is er bloemsierkunst "La Bouqetterie" in ondergebracht.

4. In verband met het zilveren regeringsjubileum van koningin Wilhelmina in 1923, was in Vriezenveen een grootscheeps feest georganiseerd. Overal in ons dorp waren toen grote erebogen opgericht. Het Westeinde wilde ook goed voor de dag komen. Voor het cafe (zie vorige foto) werd een prachtige ereboog opgericht. Toen de fotograaf deze foto maakte kwarnen de buurtbewoners gauw even kijken, want ook zij wilden weI graag op 't "petret".

5. Het achterhuis van Anne Frank is zeer bekend, maar het achterhuis van de familie Van 't Laar in Vriezenveen is minder bekend. Toch was dit een historische boerderij, die in 1642 aan de Buterweg (tweede nederzetting) werd gebouwd en op 5 januari 1666 de stormloop van de Munsterse troepen weerstond. Het overleefde echter de januaristorm van 1976 niet en stortte in. Op de plek van de verwoeste boerderij verrees in 1977 een nieuw burgerwoonhuis.

6. Naast de zogenaamde Peddemorsboerderij op het Westeinde werd in 1924 door de familie G. Pape een houten gebouwtje geplaatst. Dit gebouwtje werd de werkplaats van de laatste klompenmakers van Vriezenveen. Op deze foto ziet u in de klompenmakerij, van links naar reehts, Albert de Witte, Johannes Pape en Gerhardus Pape (Visgarrat) aan het werk. De foto werd omstreeks 1925 genomen.

7. Villa Harmsen op het Westeinde, gefotografeerd kort nadat het herenhuis in 1881 gereed kwam. De stichter van dit grote herenhuis was de bekende Vriezenveense koopman Derk Gerhardus Harmsen (1816-1893). Twee van zijn zoons werden ook zakenlieden van formaat in de Russische hoofdstad, namelijk Herman (1850-1908) (foto rechts boven) en Barend (1853-1938) (foto rechts onder). De laatste bewoners van villa Harmsen waren Jan en Johannes Harmsen, die in 1922 overleden. Tot aan hun dood bleef hun zuster Johanna Julia (1856-1944) het huishouden in het Harmsenhuis verrichten. De villa kwam later in handen van de familie J. Jonker. Nu is de firma Goosselink eigenares.

8. Het Westeinde in de jaren twintig. U ziet hoe bosrijk de Dorpsstraat toen nog was. Rechts op de foto het woonhuis van de vroegere brandweerman H. Heino, waarin thans gedeeltelijk een slijterij is gevestigd van mevrouw Smelt-Heino, Daarnaast de schoenenwinkel van Wildvank (thans firma Luinge). Links het bijna afgebouwde pand van kapper Schipper. De schilder (in zijn schildershemd) zal het huis nog een laatste kwastje verf meegeven. Ook hier moesten de buurtbewoners even poseren voor de fotograaf.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek