Vrijmetselaarsloge Wending (1953-2003), Amsterdam

Vrijmetselaarsloge Wending (1953-2003), Amsterdam

Auteur
:   Thomas Herman Bianchi en Kees Kaldenbach
Gemeente
:  
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3765-2
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Vrijmetselaarsloge Wending (1953-2003), Amsterdam'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  >  |  >>

Inhoudsopgave

Voorwoord door de Voorzittend Meester Delano Gerling 4

De geboorte van een Vrijmetselaarsloge, door Kees Kaldenbach 6

'Uit de tent lokken; Een bouwstuk als er geen bouwstuk is', doorVoorzittend Meester Piet Schuhmacher, oktober 1953 15

Winter-St.-Jan, bijeenkomst met Dames, 1953 17

Jaarverslag over het werkjaar 1954-1955 2 1

Geestelijk en sociaalleven in de Loge Wending; een greep uit de geschiedenis van 40 jaar bouwstukken, 1953-1990, 29

door Thomas Bianchi

'Wending's Wording ... groeit, gaat door'; geestelijk leven in Loge Wending in de jaren 1990-2003; 59

een persoonlijke sprokkeling uit het Loge-archief, door Kees Kaldenbach

Bijlage: Voorzittend Meesters van de Achtbare Loge Wending 73

Nestoren en Meesters van Eer van de Achtbare Loge Wending 75

Logewerkplaats,vondeIstraatArnsterdam. Dit is het resultaat van de verbouwinq van zomer ] 954, uirgevoerd onder Ieidinq van breeder Schuhmacher, de oprichter van Loge Wending.

De stoffering werd uitqevoerd door breeder w.]. Jansen; tafeItjes door breeder Brandsteder; alziend oog en vlammende ster door breeder De Wijn; opschriften door breeder Cserno; tekens van de dierenriem gemodeIIeerd door breeder Dalmeyer.

Voorwoord

1953-2003

Een veilige vluchthaven in een wereld warmeer deze er verwarder en verdeelder clan oait uitziet, cIat is wat een Vrijmetselaarsloge voor haar leden poogt te zijn. Dat is ook hoe veel Vrijmetselaren hun Loge willen zien. Een veilige plek, maar oak een plek waar, door de geboden veiligheid, de gedachten, ideeen en wensen in aile vrijheid kunnen opborrelen, rijpen en besproken, desnoods verworpen kunnen worden. Een plaats die uitnodigt tot geestelijke rijping en morele bezinning.

Sedert het begin van de Vrijmetselarij in georganiseerd verband hebben zich wereldwijd duizenden van dit soort Loges ontpopt. Sommige met een zeer rijke historie, die inmiddels bijna drie eeuwen teruggaat. Andere kunnen zich erop beroemen grote (lees beroemde) denkers, wetenschappers, politici of schrijvers onder hun leden te hebben gekend. Maar de meeste Loges kenmerken zich door een 'gewone' vereniging van, zoals dat heet, 'vrije mannen van goede naarn' te zijn. 7D is oak Wending een Loge met een bescheiden bestaansduur en zeker geen sterailures. Maar het is een Loge waar de leden trots op zijn en met recht; een Loge met een zeer eigen, missemen wat weerbarstig, karakter, maar daardoor oak bij uitstek een plaats waar openheid en vrijheid van denken telkenmale een stimulans krijgen.

Met enthousiasme hebben twee broeders uit deze Loge het op zich genomen om de jonge geschiedenis van vijftig jaar Wending, met

een schets van de tijdsgeest, te boek te stellen. Het resultaat van hun arbeid ligt voor u en ik nodig u graag uit van de inhoud kennis te nemen. Aan mijn medebroeders van Loge Wending vraag ik dit boekje te lezen met aandacht voar de hen niet bekende feitjes, met wellicht een glimlach van herkenning om de weergegeven sfeerbeelden en in het besef dat hun Loge meer is dan de verzarneling broeders die zij nu kent. Ook voor een Loge geldt: 'Ken U Zelven'. Aan broeders van andere Loges vraag ik het te lezen als een kennismaking en een uitnodiging om onze werkplaats te bezoeken en deel te nemen am onze maconniekc arbeid.

Eventuele andere belangstellenden die dit boekje onder ogen krijgen wens ik toe dat het zal bijdragen am het beeld van de Vrijmetselarij dat zij zich misschien nog am het vormen zijn. De Vrijmetselarij is, als ik het zo mag formuleren, een briljant met vele facetten en Loge Wending vertegenwoordigt er daarvan maar een.

En de Loge zelf wens ik uiteraard een vruchtbaar voartbestaan. Dat wij een bescheiden doch wezenlijke bijdrage mogen blijven leveren am de Vrijmetselarij in Nederland, maar ook een schakel mogen blijven in die 'broederketen die geheel de aarde omspant'.

Amsterdam,maart 2003, D.PJ. Gerling,Yoorzittend Meester

Those who cannot remember the past are condemned to repeat it (Santayana)

De geboorte van een Vrijmetselaarsloge

Kees Kaldenbach

Hoe ontstaat een nieuwe Loge van Vrijmetselaren? Dat kan op verschillende manieren. Als een oude, bestaande Vrijmetselaarsloge groeit en bloeit, kan het zijn dat de aanwas via de drie opeenvolgende blauwe graden (leerling, gezel, meester) te groot blijkt. In die Loge wordt het aantal broeders dan zo groot dat het onderlinge contact niet optimaal kan zijn. Bovendien is in een grote Loge slechts een beperkt aantal broeders actief in een rituele rol. Als er voldoende broeders zijn die zelf een rituele functie willen vervullen, kan het wenselijk zijn dat de Loge zich op minnelijke wijze splitst.

De oprichting van een nieuwe Loge kan ook geschieden als in een bepaalde plaats - waar nog geen Loge bestaat - op een gegeven moment een voldoende aantal broeders woont om daar een eigen Loge te stichten.

In beide gevallen bericht men aan het Hoofdbestuur van de 'Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden', dat een groep MeesterVrijmetselaren een nieuwe Loge wenst te stichten. Als aan aile formaliteiten is voldaan, vindt een feestelijke oprichting van een nieuwe Loge plaats in aanwezigheid van een delegatie van dat Hoofdbestuur.

Maar het kan ook gebeuren dat uit het midden van een Loge een groep broeders opstaat die binnen de werkvorm van de

Vrijmetselarij een andere aanpak voorstaat. Die groep broeders wil bijvoorbeeld in de inwijdingen of in de comparitieavonden de accenten anders leggen, of met een bijzonder elan of een eigen ideaal aan het werk gaan. Samen met een groep gelijkgestemde broeders kan men dan als afsplitsing een nieuwe Loge oprichten. De oorspronkelijke Loge, waaruit zich die nieuwe kern van een Loge kristalliseert, zou die ontwikkeling kunnen toejuichen. In goed overleg kan zij daarna assisteren bij het installeren. Dat is de gewenste situatie en het broederlijke, harmonieuze model.

Geboortepijnen

Het komt echter ook weI eens voor, dat binnen een bestaande Loge zich langzaam een groep Vrijmetselaren vormt met een sterk verlangen naar een andere uitvoering van de maconnicke idealen. Als in de oorspronkelijke Loge de neiging tot afsplitsing wordt ervaren als een aantasting van de heelheid van de oorspronkelijke Loge, dan ontstaat er uiteraard een groot probleem. Bij de geboorte van Wending was er inderdaad sprake van zo'n conflictsituatie, waarbij de oorspronkelijke Loge, de

6

'moeder-Ioge', en de zich afscheidende partij, de 'dochterloge', vol spanning tegenover elkaar kwamen te staan. Geboortepijnen zijn beide partijen, moeder en dochter, in het werkjaar 19521953 niet bespaard gebleven. Hoe kon het ook anders: moeder was zwaar op leeftijd en de dochter vertoonde ver voor haar geboorte al rebelse trekjes.

Naweeen van 1940-1945

Het geboortejaar van Wending, 1953, is niet ver verwijderd van de donkere jaren van de Tweede Wereldoorlog en de bezetting van Nederland door de Duitsers. Het Nationaal-Socialistische regime was onder andere uit op de vernietiging van de 'internationale Vrijmetselarij'. Bij de bezetting van Nederland, in mei 1940, werd het gewone maatschappelijke leven van Nederlanders aanvankelijk met rust gelaten, maar alle Loges en hun activiteiten werden door de bezettende macht met onmiddellijke ingang verboden; interieurs van de Logegebouwen werden vernield. Leidende figuren zoals grootmeester Hermannus van Tongeren werden gevangengezet. Broeder Van Tongeren zelfbezweek in het interneringskarnp Sachsenhausen bij Berlijn (in het Logegebouw is zijn fraaie portret tentoongesteld, geschilderd door broeder A. Hemelman). Materiele bezittingen van Loges, voorzover niet tijdig op een veilige plaats ondergebracht, werden door de Duiters kort en klein geslagen. Het Logegebouw in Amsterdam diende jarenlang als huisvesting voor Duitse soldaten. Na de bevrijding, to en het gebouw

weer werd overgedragen aan de Vrijmetselaarsstichting, bleek het totaal uitgewoond en verpauperd.

De jaren onmiddellijk volgend op de Tweede Wereldoorlog waren daardoor ook voor de Vrijmetselarij jaren van stoffelijke armoede en langzame wederopbouw. De pijn en spanning uit de bezettingsjaren bleven nog lang bestaan, ook gezien de opvattingen over wie in die oorlogsjaren 'goed' en wie 'fout' was.

De conceptie

De Achtbare Loge Wending mag zich er op verheugen van goede komaf te zijn. Haar moederloge is immers de Achtbare Loge La Paix.

Loge La Paix, opgericht op 21 februari 1755, mag zich 'Loge Fondratice' noemen. Met het rangnummer 4 behoort zij tot de oudste Loges in Nederland.

In het werkjaar 1952-1953 had Loge La Paix maar liefst 64 leden, en behoorde daarmee tot de grot ere en belangrijkere Loges van ons land. Onder die 64 beyond zich een achttal 'verontruste broeders', ook wel aangeduid als 'dissidenten'. Onder leiding van broeder Schuhmacher vonden bij hem thuis - en wellicht ook op andere priveadressen - al sinds een jaar 'illegale' bijeenkomsten plaats die bezocht werden door deze groep dissidenten, die dientengevolge de eigen Loge La Paix niet meer be-

zochten. Dat is in maconniekc kring bepaald niet gebruikelijk en wenselijk; het is zelfs onreglementair en onbroederlijk, en het veroorzaakte uiteraard in de Achtbare Loge La Paix groeiende deining en stekeligheden.

Op zaterdag 6 juni 1953 vond om die reden in het Logegebouw aan de Amsterdamse Vondelstraat een buitengewone bijeenkomst van Loge La Paix plaats. Omdat de voorzitter van La Paix, broeder Berckenhoff, kort daarvoor wegens alle spanningen rond de afscheiding was opgestapt, werd deze bijeenkomst gehouden onder leiding van de nieuw aangestelde voorzitter, broeder Zeylemaker. Aanwezig was een groot aantal broeders van La Paix. Aanleiding voor de bijeenkomst van

6 juni waren de enerverende comparities van 7 mei en 28 mei 1953, waarin door een aantal broeders van La Paix werd besloten het hoofdbestuur van de Orde te verzoeken niet akkoord te gaan met de oprichting van de nieuw te installeren Loge Wending. Broeder Couperus, een lid van La Paix, kon in Amsterdam op 6 juni niet aanwezig zijn en schreef daarom een brief, gedateerd 4 juni, waarin hij zijn diepste gedachten kenbaar maakte:

'Verleden jaar, omstreeks deze tijd, bemerkte ik, dat er ernstige controverses waren tussen verschillende broeders in de Loge La Paix, waarvan onze Achtbare Meester [Berckenhoff] en broeder Schuhmacher de hoofdfiguren waren. Deze broeders rond Schuhmacher,' zo schreef Couperus, 'verschenen niet meer op onze comparities. Dat bleek niet mogelijk omdat er " ... zulke vreselijke ding en gebeurd waren".'

Tijdens de buitengewone vergadering van La Paix van 6 juni kwam de grote ommekeer. Er werd be slot en dat het ' ... voor de rust in de Orde en in de Loge La Paix het beste is, dat deze broeders ( ... ) een eigen Loge oprichten'. Punten van overweging bij La Paix waren de volgende:

- Een poging van La Paix om deze broeders bij een andere Loge, namelijk de Loge Eendracht, binnen te leiden, stuitte op bezwaren van het bestuur van die Loge.

- Naar aanleiding van twee stekelige brieven van de acht dissidenten, gedateerd 21 januari en 10 februari 1953, werden op 16 februari schriftelijk 'welgemeende verontschuldigingen' overgebracht aan het bestuur van La Paix; deze excuusbrief werd ondertekend door zeven broeders: Hulst, Moelker, Papeveld, Schuhmacher, Smith, Van Veen en Verkruissen.

- De voorzitter had aan de Centrale Raad (van voorzitters van Amsterdamse Loges) gemeld dat acht broeders een nieuwe Loge wilden stichten; aldaar was besloten dat op zeer korte termijn te doen, namelijk een dag na de jaarlijkse vergadering van vertegenwoordigers van alle Loges in Nederland, het 'Grootoosten' in Den Haag.

Het besluit om te elfder ure vrij baan te geven aan Wending viel niet bijster goed bij alle broeders van La Paix. Een van de aanwezigen hekelde de acht vertrekkende broeders als voIgt: 'Her zijn Gereformeerde Vrijmetselaren die zelfLogetje willen spelen.'

Van de 63 leden van Loge La Paix lieten tien leden zich overschrijven naarWending; dat was op 22 juni 1953. Vanwege alle

8

commotie had de toenmalige voorzitter van La Paix, broeder Berckenhoff, op dat moment niet alleen voor de Loge La Paix bedankt, maar zelfs ook voor het lidmaatschap van de Orde der Vrijmetselaren. We kunnen achteraf zeggen dat hij zowel een hoofdrolspeler als een slachtoffer was van een kleine maconnieke aardbeving. Twee andere broeders van La Paix lieten zich in diezelfde roerige periode overschrijven naar Loges elders in Nederland.

De tien broeders die zich op 22 juni lieten overschrijven naar Wending waren de broeders die de genoemde excuusbrief ondertekenden plus broeder Rademaker. Broeder Havie sloot zich bij hen aan op 1 september en op 1 oktober 1953 volgde broeder Siemer; op 25 okto ber liet broeder Van Dalsen zich alsnog overschijven.

In een brief van de nieuwe secretaris of de voorzitter van La Paix gedateerd 19 juni 1953 aan de pas afgetreden voorzitter Berckenhoff lezen we deze troostende woorden:

Gisteravond heeft de achtbare Loge La Paix St.]an gevierd. ( ... ) Er is aan herinnerd hoe moeilijk het afgelopen jaar voor U is geweest, hoe alles zich heeft ontwikkeld tot een toestand van Of buigen Of barsten en hoe u getracht heeft door buigen barsten te voorkomen. Wij zijn ons bewust van de moeilijke strijd die u heeft gestreden ...

In een brief van de afgetreden voorzitter Berckhoff aan de leden van La Paix, gedateerd 7 september 1953, schreefhij met pijn in het hart over de 'opgelapte schijnvrede met de dissen-

dente broeders' en hij schreef dat hij 'grenzeloze verbazing' ervoer toen men de dissidenten alsnog het groene licht gaf en broeder Zeijlemaker aankondigde ' ... dat de Amsterdamse Loges de Loge Wending met begrip en liefde in hun midden moesten ontvangen'.

Als men in 2003 bespiegelend terugkijkt op deze peri ode van barensnood en barensweeen, dan kan men concIuderen dat Vrijmetselaars ook toen al 'net gewone mens en' waren. Gewone mens en met al hun eigenaardigheden en persoonlijke ambities - karakters die soms botsen. Terugblikkend na vijftig jaar kan men zeggen, dat beide partijen zich bij de split sing wellicht toch op een fraaiere, minder escalerende wijze Hadden kunnen opstellen.

Opbouw van Wending

De eerste bijeenkomst van een kerngroep van vijf dissidente broeders uit Loge La Paix yond plaats op 25 september 1952. Broeder Schuhmacher was de stuwende kracht en voorman van deze zich aanvankelijk 'Studiekring PNL' noemende groep. Lid waren verder de broeders Hulst, Papeveld, Smith en Van Veen. Ook hetWinter-St.-]an werd reeds op 27 december 1952 bij Schuhmacher thuis gevierd, samen met de vijfbroeders en hun echtgenotes. Het streven van Schuhmacher en de zijnen was om de vrouwen van Vrijmetselaren meer te betrekken bij de arbeid in maconnicke sfeer, in het bijzonder tijdens het ge-

9

Schetsontwerp van de oostzijde van de werkplaats, circa ]954, in podood en waterverf, door breeder Schuhmacher.

zamenlijke Winter-St.-Jan. Met een beperking: ' ... zonder nochtans haar kennis te doen nemen van onze ritualen.'

Op 6 januari 1953 meldden zich nog vier broeders aan, te weten Rademaker, Moelker en Verkruissen uit Loge La Paix en broeder Rijkhof van Loge Eendracht.

Verkruissen schreef, terugblikkend in 1973: 'Her binnenvoeren van de vrouw in de maconnicke sfeer werd door de oprichters noodzakelijk geacht, opdat de echtgenoot, de man, de Vrijmetselaar, volkomen vrij en ongehinderd de geestesrichting Vrijmetselarij zal kunnen beoefenen, en ook daarvan in zijn gezin zal kunnen getuigen.'

Volgens Verkruissen lag in dit streven een van de diepste oorzaken voor de scheiding der geesten tussen La Paix en Wending.

Op 10 januari 1953 werd een uitvoerige tekst geschreven over de gedragslijnen en werkmethode. De negen broeders kwamen bijeen, verdeelden onderling de functies, verzochten broeder Verkruissen een embleem te maken (waarover verderop meer) en formuleerden een verzoekschrift aan het hoofdbestuur tot heropleving van de Loge Post Nubila Lux (PNL). Deze Loge was sedert de Tweede Wereldoorlog 'in ruste", maar formeel nog niet opgeheven. Schuhmacher en zijn groep dachten en hoopten met heropleving onder de naam PNL een vliegende start te kunnen maken. Maar wat bleek uit de Ordewetten? PNL kon na de oorlogssluiting aIleen tot leven worden gewekt door de eigen oud-Ieden van die Loge. Er moest dus toch een geheel nieuwe naam worden verzonnen en er moest bij het hoofd-

10

bestuur van de Orde een verzoek worden ingediend tot de oprichting van een nieuwe Loge. Op 27 maart werd over die nieuw te bedenken naam gediscussieerd en de naam 'Wending' werd aangenomen als zijnde 'kort en bondig'.

Het oprichtingsverzoek werd naar de Orde ingezonden op

10 april 1953, met de naam Wending, en de onderscheidende kleur azuurblauw (gebruikt voor het omzomen van het schootsvel en voor het lint van de draagpenning). Ter motivering werd de volgende verheven doelstelling gemeld:

Bij voortduring te arbeiden aan het Grote Doel, in de ruimste zin, met steeds meer bewuster inzet van eigen aanleg en persoonlijkheid, aldus trachtende de Vrijmetselaarsidee het meeste te benaderen en passend te doen zijn in het tijdsbestel; de Loge moet zijn in het maatschappelijk leven, wat het hart is voor het menselijk lichaam: bouwend, stuwend, vernieuwend. Het leven, in de ruimste zin, moet zich afspiegelen in de Loge, de Loge moet zijn stempel drukken op het leven, in de ruimste zin. Het is daarom, dat de naam 'Wending' is gekozen, typisch uitgedrukt in het gedicht van Garmt Stuiveling:

'Door is geen einde, daar is geen begin Het enig zijnde is wisseling

Het enig blijvende is het steeds drijvende stuwende rythme, dat alles wendt

Dat wenden wordt bedoeld.

De oprichting van Wending werd - zoals door La Paix werd beslot en op de crisismeeting van 6 juni - uiteindelijk niet tegen-

J ---'_

Bouwvakker aan het werk aan het eniqszins afgeplatte tonqewelf met conch (schelpvormig einde) in het oosten, augustus ] 955. De bouwvloer staat hoog op een houten steiqer,

gehouden en kwam dus ter stemming tijdens het Grootoosten van 21 juni 1953. Maar ook daar was de lucht nog niet geklaard, want er was een tekenplank (brief) binnengekomen, ondertekend door maar liefst 35 leden van La Paix. Daarin werd de oprichting van Wending afgeraden, en schreef men over de zich afscheidende broeders: 'Hun houding en handelingen zijn ( ... ) in strijd geweest met de verheven doeleinden' die zij zelf op schrift hebben gesteld. Ondanks het bereikte akkoord van 6 juni 1953 hield een van de broeders van La Paix bovendien op het Grootoosten een lange rede waarin de oprichting van Wending werd afgeraden. Daarop volgde de stemming. Als uitslag waren er 26 stemmen tegen, 13 stemmen blanco en 1 1 1 stemmen voor. Hiermee was de laatste hindernis

11

- het laatste struikelblok - genomen en stond de installatie van de Loge Wending niets meer in de weg.

InstaIIatiepIechtigheid

Na deze periode van geboortepijnen en het drinken van diverse 'bittere bekers' werd aldus de nieuweAmsterdamse Loge, 'Wending' geheten, op 22 juni 1953 gei"nstalleerd door een delegatie van het Hoofdbestuur onder leiding van de Gedeputeerd Grootmeester broeder Zeylemaker. Hij werd bijgestaan door twee leden van het Hoofdbestuur: broeder Van Eck en broeder limborgh Meijer. Eerstgenoemde gafin een speech van een kwartier 'met grote kiesheid en openhartigheid' aan hoe de geboorte van Wending was verlopen, maar gaf ook een opdracht mee: 'Gi] en de broeders ter anderer zijde moet thans vergeven wat is voorgevallen, maar gij moogt nooit vergeten Uw eigen aandeel in wat is geschied.' Hij riep op in de Loge te werken aan schoonheid. Tijdens de installatie kon de zo lang begeerde constitutiebrief aan Wending worden overhandigd. Er waren bij de plechtigheid in totaal negentig broeders aanwezig; deze waren afk:omstig uit alle Amsterdamse Loges, behalve van La Paix. Wending bestond to en uit slechts negen leden. Assistentie bij de installatie-ceremonie werd daarom verleend door broeder Henri Knap, voorzitter van de Loge ConcordiaVincitAnimos (CVA), samen met enige medeofficieren. Broeder Schuhmacher werd bekleed met het cordon van Voorzittend Meester, en ook de andere officieren van Wending

Broeder Schuhmacher, de oprichter van Loge Wending in het Oosten, in ]954 of later. Hij overziet in de Logewerkplaats in de Vondelstraat in Amsterdam het resultaat van zijn verbouwinq,

werden gei"nstalleerd. De constitutiebrief van Wending was de vorige dag reeds in ontvangst genomen. Nadat de broederketen was gevormd, werd een van MozartsVrijmetselaarsliederen gezongen door broeder Guttman van Loge eVA.

Op eigen benen

Ook na de installatie werd er bij Wending serieus en hard gewerkt. Wekelijks kwam men bij een van de broeders thuis en

12

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek