Vrijmetselaarsloge Wending (1953-2003), Amsterdam

Vrijmetselaarsloge Wending (1953-2003), Amsterdam

Auteur
:   Thomas Herman Bianchi en Kees Kaldenbach
Gemeente
:  
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3765-2
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Vrijmetselaarsloge Wending (1953-2003), Amsterdam'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  >  |  >>

werd een strak werkprogramma gevolgd. De Wending-broeders van het eerste uur streefden naar zelfstandigheid. Niet alleen wilde men 'fijnstoffelijk-geestelijk' op eigen benen staan, maar ook materieel, zodat niet steeds rituele voorwerpen geleend hoefden te worden van andere Loges.

am de eerste onkosten voor Wending te kunnen dekken werden aandelen uitgegeven. Broeder Verkruissen stortte een aandeel van f 40 en het totale gestorte kapitaal bedroeg op 19 augustus 1953 f 450. Voor de secretaris, broeder Hulst, werd van dat geld een schrijfmachine aangeschaft. Ook textiel en fournituren werden gekocht, en de echtgenote van broeder Moelker vervaardigde daaruit schootsvellen en cordons.

In de eerste jaren waren tijdens de inwijdingen de kolommen nagenoeg leeg als in de Tempel alle rituele functies werden bezet. De opkomst was 100 procent bij comparities en open Loges. Pas in latere jaren begon ook bij Wending geleidelijk absentie een rol te spelen.

De eerste twee leerlingen werden ingewijd (zie foto op pagina 37) door de Grootmeester van de Orde, broeder Davidson, die bij de installatie van de Loge Wending niet aanwezig had kunnen zijn. Deze twee leerlingen, de broeders Jansen en Jongsma, schonken aan de Loge Wending de drie donkere, hardhouten mokers die nog steeds wekelijks door Wending worden gebruikt. Het opschrift op het zilveren bandje om het handvat luidt 'Wending'.

Alles was gericht op een feilloos werken in een open Loge.

Er werd met de nieuw aangenomen broeders veelvuldig gevisiteerd bij andere Loges. Zelfs was er een reis naar Friesland, 's middags heen en weer terug in de nacht was geen bezwaar. In de latere jaren volgde het ontwerp en het professioneellaten weven en knopen van het prachtige tableau van Wending, dat tijdens open Loges wordt uitgerold.

Het onderlinge sociale verkeer tussen de gezinnen van de leden was groot; men was bij Wending een grote familie. Loge Wending groeide als kool.

ledenaantallen waren als voIgt:

1954 18leden

1957 36leden

1960 48 leden

1967 58leden.

Dit geboorte-hoofdstuk werd door broeder Kees Kaldenbach geschreven op basis van de volgende bronnen:

- Broeder Verkruissen, het niet opgeleverd bouwstuk '20 jaar

Wending'

- BroederVerkruissen, speech '25 jaar Loge Wending', 1968.

- Broeder Beekes, bouwstuk over Loge Wending 1985.

- Mappen met correspondentie en andere stukken in Archief

Wending, Archief La Paix, Archief Pezaro, en Archief van de Orde.

13

Logewerkplaats met de vernieuwde Iuifel in het oosten, verbouwd tussen ]954 en ]960.

14

Uit de tent lokken:

'Een bouwstuk als er geen bouwstuk is'

(Bouwstuk in okto ber 1953 opgeleverd door de Voorzittend Meester Schuhmacher, omdat er in Wending toen niemand bereid was een bouwstuk te houden.)

De titel, 'Een bouwstuk als er geen bouwstuk is', is een contradictio in terminis, maar U begrijpt allen de bedoeling: als niemand Uwer deze plicht op zich wil nemen, is de Voorzitter de sigaar. Als U een bouwstuk te Horen zult krijgen, weet U van te voren niet wat U te horen zult krijgen; zelfs als de titel U bekend is, dan kunt U nog niet weten of het U interesseren zal. En in onze kringen is het veelal zo, dat als de brenger ons sympathiek is, het bouwstuk goed en mooi wordt gevonden. Problemen zitten hier niet aan vast, U als gezamenlijk gehoor geeft Uw welwillende aandacht, eventueel welwillende kritiek, een applausje, en ... U gaat gezamenlijk naar huis en zegt tot elkaar: "loch wel een aardige kerel en wat heeft hij er een werk aan gehad', punt en afgelopen, vergetelheid.

Broeders, dat is een heel aardige geste, in een werkelijk broederlijke geest, maar weet U wel dat juist zulke gezegden voor de maker van het bouwstuk de grootste desillusie kan zijn? Verdikkie, hij wil geen aardige kerel zijn, hij heeft denk- en

hersenarbeid verricht, weken en maanden lang, vaak dag aan dag, zelfs slapeloze nachten. Hij heeft gehoopt iets te brengen waar een ander iets aan heeft, of er beter van wordt, aan het denken gaat, in gedachten en tijdens zijn arbeid heeft bij gedroomd juist dat te kunnen bereiken, waardoor die grote eenheid bewerkstelligd wordt, die gelijkgerichtheid, die kenmerkend moet zijn voor de ideale Loge.

Probeer het nu eens van de andere kant te bezien. Iemand wil een bouwstuk leveren, blijk geven van arbeidszin; onderwerpen legio, maar hij wil iets brengen wat hemzelf interesseert, vanzelfsprekend, maar het moet ook de anderen interesseren of tot lering en nut zijn. Uiteindelijk doet hij zijn keuze en gaat aan het werk, en al werkende komt hij tot zijn keuze, die vaak een andere is dan de oorspronkelijke. Gegevens verzamelen, literatuur doorwerken en opzoeken, informaties inwinnen en wat al niet meer, vaak experimenteren en dan maar schrijven, al maar schrijven, vellen vol, en dan die vellen weer verscheuren, steeds opnieuw en anders beginnen. Totdat uiteindelijk het einde het begin blijkt te zijn (tussen twee haakjes, laat U dit niet een aansporing zijn om bij het einde te beginnen, want

15

dan zal zeer zeker blijken, dat dar einde toch het begin was). Wie een bouwstuk wil maken moet door de rijstebrijberg heen, etende, wroetende, zuchtende en steunende. Het is allemaal goed, als dan het resultaat maar geen bijgeluiden heeft.

Tevreden met het resultaat is de maker nooit, tijdens het werk niet en meestal ook niet als hij klaar is, een voortdurende worsteling met zichzelf en met zijn materie. Zo tijdens het werken ontstaat zelfs een twijfel, kan ik wel een bouwstuk leveren, een bouwstuk, dat is een bouwend stuk, dus iets waar anderen stof tot opbouw, geestelijke opbouw in zien en vinden. Natuurlijk, er zijn mens en die vlot en gemakkelijk vellen volschrijven en vaak nog goed ook, maar het echte bouwstuk is toch het doorwrochte, beleefde en doorleefde, systematisch opgebouwde werkstuk, waarin de maker durft te zeggen wat hij denkt, durft weer te geven wat hij beleeft en gevoelt. En als op die wijze wordt tewerk gegaan, dan zal blijken, dat ieder knapper is dan hi jzelf wel denkt. En za kom ik op het punt waar ik heen wil, vrijwel iedereen heeft de capaciteiten iets te brengen. Wilt U het niet een bouwstuk noemen, no em het dan causerie, inleiding, babbeltje, getuigenis, ervaringen, maakt U er desnoods een vraag van, maar U allen he eft toch hersenen, een denkmechanisme, U allen hebt idee en tot opbouw, tot kritiek, tot vermeende verbetering, U allen bent toch persoonlijkheden; in Uw dagelijkse werk, thuis in Uw gezin bent U toch ook de leider - de man van initiatief, leiding en ideeen. Er zijn hier toch dingen, die volkomen naar Uw zin zijn, maar ook het tegenovergestelde is waar. U denkt wel eens, zelfs meermalen, hoe kan die of die

zoiets zeggen, zelfs nu denken meerderen van U: Ik ben het niet met hem eens; zet eens op papier waarom niet, en U bent aan Uw bouwstuk begonnen. Dit, mijn Broeders, is een gunstig aangrijpingspunt voor dat echte bouwstuk, terwijl ik dit schrijf komt zelfs de gedachte bij mij op om dingen te gaan zeggen die kritiek moeten uitlokken, ik zau ding en willen zeggen die volkomen fout zijn, alleen al om U uit Uw tent te lokken. Maar hoe U er ook toe komt, helpt bouwen, voert bouwmaterialen aan. Weest arbeider, anders heeft Uw schootsvel geen zin en nut. ( ... )

De Loge is van ons gezarnenlijk, wij gezamenlijk zijn de Loge, en de waarde van de Loge wordt bepaald door de beoordeling van de gezamenlijke ideeen, U bent geen lid van de Loge, maar U bent een deel van de Loge ... ( ... ) 'Op U komt het aan ' wil zeggen ( ... ) als we juist Uw medewerking missen, Uw persoonlijke toewijding, dan komt er niets van terecht. ( ... )

Ieder heeft zijn menselijke plichten: dat is arbeiden en aanvullen aan de Tempel der Mensheid, vrije-metselaren, in vrijheid metselend.

Bouwstuk oktober 1953 door de Voorzittend Meester Schuhmacher.

16

Winter-St.- Jan 19 S 3

Teksten en regieaanwijzingen 30 december 1953 door de Voorzittend Meester Schuhmacher. De broeders en hun echtgenoten waren aanwezig in de Werkplaats (ook weI 'Tempel' genoemd).

Regie: Kwart voor acht verzamelen in de Voorhof. De officianten, te weten Voorzittend Meester, twee Opzieners zo vlug mogelijk naar de Tempel, dus geen contact met bezoekers; De Gedeputeerd Meester en de Ceremoniemeester zorgen voor de ontvangst, bijgestaan door Secretaris en Penningmeester. Precies kwart over acht tempelwaarts, Zusters en Broeders door elkaar, nadat de Gedeputeerd Meester hen heeft verzocht de handschoenen aan te doen en de schootsvellen om te binden. De ceremoniemeester geleidt tempelwaarts, bij de twee kolommen verdeelt hij de bezoekers zoveel mogelijk gelijkelijk over de beide kolommen, hij houdt geen rekening met eventuele graden. Broeders 'in forrnu'rner schootsvel en witte handschoenen, en aileen de

twee Opzieners en Voorzittend Meester dragen het cordon. Dames donkere avondkleding en witte handschoenen, geen corsage. Tempel goed warm. In de Tempellessenaar klaarzetten bij de aanvang tafellichten branden, ook de Kleine Lichten, de Bijbel licht geopend, met Passer en Winkelhaak in 1.1. (in de leerling) -stand; een knielbank, Leerling-tableau, geen ruwe steen, geen werktuigen.Algemene verlichting brandt zeer, zeer laag. Het Alziend oog brandt. Bij het Licht der Schoonheid staan twee schalen witte rozen - denk om de spelden. Opzieners, evenals aile Broeders staan in het teken van trouw; er is geen Dekker, wei iemand, die de deur sluit en het licht bedient. Het Oosten wordt niet bezet, alleen de Voorzittend Meester. Ordelijk binnenkomen bij orgelmuziek, preluderen. Korte rust. Klop met de hamer, Opzieners herhalen die klop, vlug en enthousiast. Muziek, 'Morgenstimmung' van Grieg, tege-

lijkertijd, doch zeer, zeer langzaam zwelt het licht aan. De Voorzittend Meester leest dit gedicht en vervolgt met een korte toespraak: 'Her licht schijnt in de duisternis! '

- Korte rust met kennelijke stilte -

In de Tempel, in de Stilte / Voelen we de stille kracht Trilt in ons de zielsbeleving / Die ons allen samenbracht.

Deze sfeer moet men beleven / Dan pas kan men ze verstaan. Heeft geen nut er van te spreken / Men kan 't enkel ondergaan.

Zelfs van tijden van ontzeting, / Vol van afbraak en van pijn

Want op neergang voIgt weer opgang / Deze kracht zal werkzaam zijn.

In de Tempel, in de Stilte / Zijn wij, hoe verscheiden een En het is de ziel, die luistert / Noor de Stilte om ons heen.

Uit en door die stille kracht nu / Rijst het geest'lijk gebouw Dat wij, Vrije-Metselaren / Bouwen willen in de trouw.

En al weten wij wei zeker / Dat voltooiing ons niet wacht

Wij bouwen voort en blijven bouwen / In ons stuwt de stille kracht.

17

'Eens is U dit gedicht voorgelezen, en er is toen bijgezegd, dat de eerste keer, dat U in de Tempel zau zijn, dit zelfde gedicht weer gezegd zou worden. Moge de bedoeling van deze dichtregelen, de getuigenis, die erin wordt gegeven, bij U gedachten opwekken, als uit eigen innerlijk geboren.

In deze Tempel, waar een geest rondwaart van alles wat goed is, waar onze ziel zich deel weet van de alziel, denken we vanavond aan een van onze grate voorgangers, Johannes de Evangelist, de meest geliefde leerling van de Christus, die het Licht was, dat onontbeerlijke Licht - dat Licht, dat schijnt in de Duisternis.'

(Afsluitende speech in de Voorhof)

'Breeders, leden van de Achtbare Loge Wending, stelt U zich in orde (aile broeders bij de voornamen noemen). Deze avond was een resultaat en een bekroning, ik heb zonet gezegd, dat onze voorspoed ons niet ijdel mag maken, dat bedoelde ik toen in het algemeen. Maar nu, mijn Broeders zeg ik dat tot U allen persoonlijk en ook tot mijzelf, ik moet U eerlijk bekennen, dat ik, als ik deze kring eens rondkijk, mijzelf maar steeds weer betrap op die gedachte: dat hebben wij gedaan, wij, met zijn allen, wat een Wending. Mijn Broeders, wij gaan in het komende jaar door met Wenden, zo iets, dan he eft toch zeker deze avond ons dat gezegd. Gaat U zitten.

Vrouwen van Wending (bij de voornamen noemen). Tot jullie allen heb ik veel te zeggen. Ik weet welk een steun je bent voor je

Man, in het algemeen, maar ik weet ook wat jullie steun is geweest in het verlopen jaar, en ik weet dat zo goed, omdat het tussen jullie niet anders is, dan tussen Mies en mij (arm omleggen of hand opleggen). Ik zei, dat ik veel te zeggen had, nu is niets zeggen het meest veelzeggend. Het past mij niet jullie te bedanken, ik zal niemand bedanken. Wij Broeders streden voor onze overtuiging, jullie Vrauwen hebben het jullie Mannen mogelijk gemaakt. Ik hoop - en zal er mij aan kunnen wijden - om onze Loge Wending voort te do en bestaan in de sfeer zoals die thans heerst, en nog heel lang hopen we jullie te kennen als de Vrouwen, die mede de basis hebben gelegd voor een Mannen-Loge.

(Goat u zitten)

( ... )

Zusters en Broeders, U allen dank ik, namens de Achtbare Loge Wending voor Uw aanwezigheid, voor uw medewerking, Uw toewijding, voor alles. Deze laatste bijeenkomst in 1953 is gesloten, moge het nieuwe jaar U allen brengen wat goed en nodig is, Wijsheid, Krachte en Schoonheid; Heil Zegen en Voorspoed ; Geloof, Hoop en Liefde. En van het laatste het meeste.'

18

Schetsontwerp in potlood en waterverf, door breeder Schuhmacher, van de architectuur aan de oostzijde.

Groepsfoto staand, genomen op 22 juni ] 953. In het midden staat de oprichter van Wending, de Voorzittend Meester, breeder Schuhmochcr.In de groep bestuursleden aan de linkerzijde zien we: breeder Smith (Iweede Opziener), breeder Rijkhof (Cedeputeerd Meester), breeder Hulst (Secretoris), breeder Rademaker (Relenoorj.In de groep rechts van breeder Schuhmacher zien we: breeder Verkruissen (Bouw en rneubelmeester), breeder Papeveld (Thesnurier), breeder Moelker (Dekker) en breeder Van Veen (Eerste Opziener).

Op 22 juni ]953 Iieten zich tien Ieden van Loge La Paix overschrijven naarWending. Voor de oprichting gaf het Grootoosten op 2] juni ]953 toesternrninq, De foto is genomen op de plaats van de Achtbare Meester, in het oosten van de Blouwe Werkplaats (Tempel) in de Vondelstraat.Voor de groep staat de zuivere kubiek met daar op de gesloten grote bijbeI.

19

Groepsfoto, genomen in het werkjaar ]953 -] 954. Staande, van links naar rechts: breeder A.]. Smith (Zde Opziener), breeder ]. Verkruissen (Bouw en rneubelmeester}, breeder B.H.R. Hulst (Secretoris), breeder G.M. van Veen (Jste Opziener), breeder T.]. Th. Papeve!d (Thesaurier) en breeder M.P. Moe!ker (Dekker). Gezeten aan de tafel, van links naar rechts: broeder Ij.C. Rademaker (Relenocr), breeder P.]. Th. Schuhmacher (Voorzittend Meester) en breeder A. Rijkhof (Gedeputeerd Meester). Een Redenaar ontbreekt in dit bestuur. Rechtsvoor staat een toonbord op tafe! met een reeks van zilveren cordonjuwe!en die worden gedragen op de foto op de vorige bladzijde.

20

Jaarverslag werkjaar 1954-1955

Jaarverslag over het werkjaar 1954-1955 van de Achtbare Loge Wending in het 0. Amsterdam, Vondelstraat 39/41. Gepresenteerd op woensdagavond 14 september 1955.

[In Loges von Vrijmetselaren is het gebruikelijk dat de secretaris jaarlijks een verslag schrijft. Dit nu volgende jaarverslag is er slechts een uit vijftig jaargangen; we drukken deze af om de tomeloze energie en de eigenheid von Wending te illustreren, de couleur locale - red.]

'Per 30 Iuni 1955 bedroeg het aantalleden onzer Loge: 13 Meesters, 7 Gezellen, 7 Leerlingen dit is in totaal zevenentwintig (27) leden. Er Hadden in het geheel 26 comparities in de 1 ste Graad, 2 in de 2de en 5 in de 3de Graad. Het Bestuur kwam viermaal bijeen. Wij hebben drie avonden en hetWinter-St.-Jan gehad met onze Dames.

De Commissie-van-onderzoek kwam bijeen: vier maal voor de bespreking over loonsverhogingen (2de graad) en zes maal voor nieuwe leden.

Het werk dat deze Commissie voor ons verricht en de wijze waarop zij dit doet verdient de grootste lof van de Loge. Het Bestuur brengt alle leden dezer Commissie de welgemeende dank der Loge over.

In de eerste Graad werden zeven nieuwe leden ingewijd en in de tweede Graad zeven van onze leden. Alle inwijdingen stonden

onder de bezielende leiding van onze Achtbare Meester. Er had een avond plaats met en voor dames en heren die op een avond voor Profanen de wens te kennen Hadden gegeven meer over dit onderwerp te vernemen. Ienslotte was er ons Zomer-St.-Jan. Ingewijd in de lste Graad werden de volgende heren, thans onze Broeders.

11 Aug. 1954, A. Vermeulen en R. don Griot; 27 Oct. 1954, WIh. v.d. Wijs, A.G. Schimmel en WHo van Meerkerk.

27 Apr. 1955, A.A. Weijde jr. en S. Ellens.

Loonsverhoging dus hun inwijding in de 2de Graad, [bevordering tot Gezel] ontvingen op 22 Dec. 1954 onze Broeders W]. Jansen, P.S. Jongsma, ].H. Rietkerk en H.]. Siemer, op 18 Mei 1955 ].A. van Dalsen,]. W Hoenders en M. van Leeuwen. Doordat het gebouw voor andere maconnicke doeleinden in gebruik was, konden wij niet samenkomen op 13/10; 8/12; 26/1; 3/2 en 20/4.

Alle bijeenkomsten kenmerkten zich door een toegewijde, prettige, maconnicke geest; een geest dus ook van vriendschap. Kleine verschillen van mening - zoals ze overal voorkomen konden daardoor ook altijd tot tevredenheid van partijen worden opgelost, zoals dit alleen mogelijk is onder vrije mannen van goede naarn.

21

Mogen wij thans nader ingaan op de inhoud van de geboden avonden in de 1 ste Graad en in chronologische volgorde:

1954

11 Augustus 1954 Hadden wij een inwijding in de eerste Graad. 8 September opende de A. Mr. het nieuwe werkjaar waarna Secretaris Hulst en onze Penningmeester hun verslagen opleverden. De Kascommissie bracht tevens verslag uit.

15/9 zijn de Broeders Leerling aan het woord:

a. het bouwstuk van broeder Rietkerk 'Gel uk'. Het is gebaseerd op de woorden van Bo Yin Ra: 'Wil je het ware geluk deelachtig worden dan moet je dit geluk zelf schepp en en de mens heeft tot plicht dit geluk te scheppen.' Broeder Rietkerk distilleert hieruit: 'Op U komt het aari' - en hij werkt dit nader voor ons uit.

b. Broeder Hoenders komt na een overzicht van hetgeen voor hem aan zijn inwijding vooraf ging, via zijn ervaringen tijdens zijn inwijding tot zijn samenvatting, culminerende in de Kerstpsalm nr. 229 (naar ]esaja): 'Daar is uit 's werelds duistere wolken, een licht der lichten opgegaan', enz.

22/9- De avond voor bespreking van principiele vragen, wordt gekenmerkt door de ingediende vraag van broeder Verkruissen:

Is het lidmaatschap van het Humanistisch Verbond verenigbaar met dat der Orde? Daarbij geeft broeder Verkruissen een uitgebreid geschiedkundig overzicht, terwijl broeder Smith het moderne humanisme toelicht. Tenslotte komt broeder Verkruissen met de getrokken concIusie, door hem origin eel verwerkt in een verhaal over een gedifferentieerd gezelschap, dat tijdens

zijn reis allerlei avonturen beleeft. De mening wordt hierdoor verkondigd, dat er karakteristieke verse hill en zijn aan te wijzen tussen Humanisme en Vrijmetselarij, alsook weer grote overeenkomsten. Het is mogelijk dat de Vrijmetselaar zich voelt aangetrokken tot het Humanistich Verbond (H.Y:), doordat het werken naar buiten hem bijzonder ligt. Maar alligt aan het H.Y: wel een ethische inhoud ten grondslag, de Vrijmetselarij biedt daarenboven de bezieling welke het H.Y: niet kent. Lidmaatschap voor de Vrijmetselarij van het H.Y: blijft altijd mogelijk; andersom behoeft dit niet het geval te zijn.

29/9 In de bijeenkomst met vrouwen is het broeder Schoufour die ons zeer onderhoudend en geestig een antwoord geeft op ingekomen en ter tafelliggende vragen welke zijn opgekomen naar aanleiding van zijn causerie op 30 ]uni 1954 over 'De moeilijkheden der kinderen tussen Lager Onderwijs en Middelbare School' .

6/10- Eed of Gelofte is het onderwerp dat wordt ingeleid door broeder ]ongsma. Na een historisch overzicht wordt de Comparitie een zestal vragen voorgelegd, nl.:

Liggen de eed en de gelofte op hetzelfde vlak?

Welke vindt U het meest geschikt voor de inwijding? Voelt U meer voor de oude of voor de nieuwe vorm?

Vindt U het voor een Y:M. gemotiveerd niet te willen zweren, zowel in het profane leven als bij de inwijding?

Stel dat de eed ingevoerd zou worden, zou het dan een belemmering zijn voor toetreding indien men niet wenst te zweren? Zou aan de Candidaat moeten worden meegedeeld, dat hij moet zweren?

22

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek