Vught in oude ansichten

Vught in oude ansichten

Auteur
:   H. Donkers en V. de Kort
Gemeente
:   Vught
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1772-2
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Vught in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

IN LEIDING

Evenals het grootste gedeelte der huidige provincie Noord-Brabant is in zeer lang vervlogen tijden de bodem van Vught gevormd door de Maas. Van de eertijds machtige Maasarmen zijn de kleine Brabantse rivieren overgebleven. De rivieren, welke het grondgebied van Vught mede hebben gevormd en eertijds maar al te vaak door overstromingen hebben geteisterd, zijn de Dieze, thans Dommel geheten en de Esschestroom, ook wel het Halse Water genoemd. In welk tijdsbestek op het Vughtse grondgebied, dat zich in het verleden van Sint-Michielsgestel tot Helvoirt en van Esch tot Engelen uitstrekte, de eerste boerderijtjes en hutten zijn opgericht, ligt in de dichte nevelen der oudheid verborgen. Als men bedenkt, dat op het buitengoed Steenwijk in het jaar 1789 een gouden munt werd opgegraven van de Romeinse keizer Tetricus (268-274 na Christus) en in 1864 een bronzen munt uit de tijd van keizer Domitianus (81-96 na Christus), dan mag worden aangenomen dat het Vughtse territoor reeds in het begin der christelijke jaartelling en wellicht reeds daarv66r, beurtelings een constante en wisselende bevolking heeft gehad. Bij de komst der Romeinen leefde in Brabant een yolk van Germanen; het waren de Tungri die onderscheidene stammen vormden. De naam van deze bevolking is in die van het gewest "Taxandria" bewaard gebleven. In de vierde eeuw na Christus vestigden zich in onze gewesten de Salische Franken; de Pagus Tessandrus behoorde to en voortaan tot het Frankische rijk, Sommige auteurs zijn van oordeel dat Vught eens de

hoofdplaats van de genoemde gouw Taxandria was. Of schoon reeds in de elfde eeu w in het dorp tal werd geheven van de scheepvaart op de Dommel en er geld werd gemunt - weliswaar omstandigheden welke het dorp tot een belangrijke plaats stempe1den - moet worden betwijfeld of Vught wel de hoofdplaats van de gouw is geweest; vast staat, dat in de Frankische tijd het Sint-Oedenrode was (eens Eerschot genaamd) dat deze eer is te beurt gevallen.

Tot de meest waardevolle bronnen van de geschiedvorsing betreffende de vroege Middeleeuwen behoren de zogenaamde charters; het zijn oorkonden welke verleende of erkende rechten en vrijheden behelzen. Het eerste charter dat de historicus dr, C.R. Hermans vermeldt, is van 18 november 1006. Bisschop Ansfridus van Utrecht, in zijn kwaliteit van heer van Vught, schenkt aan het door hem gestichte klooster te Hohorst bij Amersfoort enige goederen, waaronder de helft van de tol en de munt te Fughte en het vierde gedeelte van het bos Fughthoute. Of schoon er plaatsen zijn in dit gedeelte van Brabant waarvan de namen vroeger werden genoemd dan het jaar 1006, kan op grond van genoemd charter worden vastgesteld dat Vught van zeer hoge ouderdom is en dat zijn tol en munt reeds in het begin der elfde eeuw wijzen op de belangrijkheid van de nederzetting. Deze opvatting wordt nag versterkt door de omstandigheden dat zich rand de voormalige St.-Pieters- of Strooienkerk aan het tegenwoordige Maurickplein reeds in de achtste eeuw een zogenaamd ronddorp heeft gevormd, dat

wil zeggen, een v1ek waarvan de huizen door de bewoners in vrijheid met het front naar de kerk werden gebouwd en dat bij de restauratie van de St.-Lambertuskerk in 1957, resten van een aan St.-Lambert (omstreeks 708) toegewijd prae-rornaans bedehuis zijn blootgelegd,

Het zegel en het wapen

In de middeleeuwen was Vught reeds een dorp met een eigen bestuur en een eigen zegel. Het oudste tot heden bekende zegel hangt aan een charter van 9 september 1367. Dit zege1 vertoon t - behalve twee naar elkaar gekeerde torenkerken - het wapen van de hertog van Brabant. Krachtens een overeenkomst van de ede1man Baldewinus van Vught, gedagtekend 1 mei 1232, met hertog Hendrik I van Brabant, werd Hendrik heer en eigenaar van de "villa Vught" voor zover dat grondgebied geen leengoed was van de graaf van Gelre. Vught was daarmee tweeherig geworden. Het zegel is in de loop der eeuwen enige malen gewijzigd, Zo is op het zege1 dat in 1408 werd gebruikt, de plaats van het hertogschild niet onder doch tussen de twee kerken geplaatst; voorts is daar boven een sleutel, het symboo1 van St.-Petrus, de patroon der Strooienkerk, aangebracht. Het zege1 aan een charter van 2 januari 1575 is nagenoeg gelijk aan dat van 1408; het schild vertoont evenwe1 niet meer de vier 1eeuwen van het hertogwapen, doch een 1eeuw, derhalve het wapen van Brabant.

Aan dit zege1 is het huidige gemeentewapen van Vught ont1eend; het werd door de Hoge Raad van Ade1 namens koning Willem I, op 16 juli 1817 aan onze gemeente toegekend.

Aan de hand van de volgende oude prentbriefkaarten en foto's kunt u in de geest een wandeling maken door het dorp Vught van weleer. De ouderen onder de Vughtenaren zullen zich daarbij verheugen personen, huizen, straten en wegen terug te zien in de gedaante welke deze hadden tijdens de jaren van hun jeugd, Jongeren zullen zich wellicht verbazen over de gelukkige doch vaak ook betreurenswaardige veranderingen van het straatbee1d en het verlies van zijn groene stoffering. In het bestek van dit album hebben de samenstellers zich moeten beperken tot vermelding van enige der oudste geschiedkundige gegevens van het dorp; de afbeeldingen die u nu worden aangeboden weerspiege1en even wei zijn jongere historie. Het is te verwachten dat deze u afwisse1end zullen stemmen tot vreugde en weemoed.

Zonder de hu1pvaardigheid van het gemeentebestuur van Vught, aan wie wij dit album opdragen, en de voorlichting, ontvangen van mevrouw F. van der Heijden-Pijnenburg en anderen, zouden wij dit boekje niet hebben kunnen samenstellen. Voor hun medewerking in ve1erlei vorm betuigen wij onze welgemeende dank.

1. Deze prentbriefkaart toont u Hanneke de Smous, een even bekend als geliefd dorpstype uit Vught uit de eerste decennia van deze eeuw. Of zij, zoals de kaart vermeldt, dagelijks met haar ezelkarretje de route Vught-Den Bosch vice versa maakte, staat niet vast. Zeker is dat zij in de wintermaanden met haar wagentje , geladen met vaste brandstof en aanmaakturf, in ons dorp haar klanten bediende. Hanneke had in de winter op haar kar een "centrale verwarming". Gezeten op een emmer waarin een briket smeulde en waarover haar rokken waren gedrapeerd, hield zij haar ledematen soepel.

Dagelijksche rijtoer van Hanneke met d'rn Ezel. Vucht 's -Bosch. vice versa

Ir/)3

t:itg. J. J. ". Loreta, firma. Wed. ]. Lcreta, 's-Bosch,

, "

.5

...:,

z

...:, ...:,

if :3

bij 's - Bosch Huisje Tenr:., ve

2. De herberg "Huisje ten Halve" geheel in hout opgetrokken met daarachter woonruirnten in steen, was eertijds het eerste huis aan de weg van Den Bosch naar Vught en was ongeveer tegenover de ingang van de Loonsebaan gelegen. Het is het geboortehuis van de befaamde kunstschilder Reinier Pijnenburg. De eigenlijke herberg, welke om strategische redenen van hout moest zijn, dateerde uit de tweede helft van de achttiende eeuw. Ruim tachtig jaar geleden was zij tevens tolhuis. Links bevond zich een kinderspeeltuin, reehts een tuin voor volwassen bezoekers. De eigenaar Sjef Pijnenburg, van oordeel dat uit deze "tuin der lusten" Amor diende te worden geweerd, liet de tuin met drie petroleumlantaarns verliehten, zeer tot spijt van de verliefde paren. Het "Huisje ten Halve" werd in 1926 gesloopt.

3. De foto uit 1909 vertoont de in de zomer zo lommerrijke straatweg vanaf het "Huisje ten Halve" in de richting Den Bosch. In 1741 kreeg de stad octrooi om de zandweg te verharden. Antoni Martini, zoon van de president-schepen der stad, legde de eerste steen met een zilveren hamer. Martini bezat in Vught de buitenplaatsen Ouwerkerk en Piacenza. Tegenover het Huisje ten Halve, grenzende aan de straatweg, beyond zich eertijds een korfbalterrein; daarachter - zich uitstrekkende tot bijna aan de Mo1envenseweg - het voetba1ve1d van "Wilhelmina". Deze terreinen zijn thans volle dig bebouwd.

4. Deze prentbriefkaart uit 1919 vermeldt dat dit de Bosscheweg zou zijn; het is even wel de Taalstraat vanaf het "Huisje ten Halve" in de richting Vught. Aan de rechterkant ontbreekt nog alle bebouwing. De iepen, welke hier het straatbeeld sierden , zijn aan de iepziekte bezweken. Ook to en de weg in 1922 om verkeersredenen werd verbreed, zijn veel prachtige bomen aan de bijl ten offer gevallen. Hoe weldadig doet het rustige straatbeeld aan.

5. Wederom een bee1d van de Taalstraat, nu in 1911. Links op de voorgrond ziet u de bierke1der van brouwer Van Erp, Dan volgen het koetshuis (garage) van de machinefabrikant Grasso en diens monumentale woonhuis. De machinefabriek is hier gevestigd geweest van 1896 tot 1913. De chauffeur heeft de luxe auto van zijn baas trots naar buiten gereden en poseert voor de fotograaf. Aan het woonhuis grenzen de kantoren en andere dienstgebouwen van de fabriek. De man in geklede jas is brouwer Van Erp.

VUGHT

;

Maehinefabriek van Henri Grasso

6. Hier krijgt u een duidelijker beeld van de kantoren van de machinefabriek Grasso. Achter deze voor die tijd (1906) fraaie dienstgebouwen bevonden zich, in lengterichting, de fabriekshallen. Voordat de machinefabriek hier gevestigd was, waren de gebouwen in gebruik bij de boek- en steendrukkerij Henri Bogaerts, waar onder meer de Katholieke Illustratie van de pers kwam (1879-1891). Na het vertrek van Grasso naar Den Bosch (1913) vestigde zich hier de n.v, Fonderie St.-Joseph de Couvin 0913-1922). De fabrieksen kantoorgebouwen zijn daarna geleidelijk ges!oopt ten behoeve van de bouw van de huidige kerk en pastorie en de aanleg van het Mariaplein met pension "Marienhof" en omringende woonhuizen.

~
0
??
. ?
!i
~
i
..
..
oS
i
...;
...;
~
s Vughf hi) 1 s- lJosch

'Caalstraat

7. Het fraaie huis rechts op de voorgrond was in 1902 de woning van de gerneenteontvanger Gijs de Leijer ; het ligt op de hoek van de Taalstraat en de Zeeldraaiersstraat, De wanden van het ontvangerskantoor, links van de voordeur, zijn geheel met postzegels beplakt. Op een der wanden is daarmee op zeer kunstzinnige wijze het gemeentewapen van Vught uitgebeeld. De Zeeldraaiersstraat dankt haar naam aan de voorrnalige lijnbaan van Timmermans welke achter deze huizen was gelegen, Het laatste huis aan de rechterzijde is het woonhuis van de geemigreerde familie Henri Schellekens. Dit huis was in de achttiende eeuw een herberg, "de Drie Zwaantjes" genaamd (v66r 1739 "de Stad Maastricht" geheten). Bij de bouw van het viaduct in 1959 is dit zeer oude pand gesloopt.

/

G:aalslraat

'CiOK. Jos,. 31. Kr:jllen

CA'l Vup-ht

~.'-qoS.

8.0p de p1aats waar nu het huis van de architect Frans van der Heijden staat (tegenover Sophiasburg), a1smede in de ten zuiden daarvan gelegen panden (links op de voorgrond), beyond zich reeds in 1630 de grote herberg "de Valek", naamgenote van de in november 1971 gesloopte herberg aan het Marktve1d hoek Dorpsstraat. In het pand, waar boven de voordeur een koeiekop prijkte, woonde in het begin van 1900 Ferdje de Looier (Ferdinand van der Heijden) die hier zijn looierij had. Na de verharding van de Taa1straat in 1742, toen het goederenvervoer per paard en wagen wat v1ugger ging, begonnen de ve1e herbergen en stallingen 1angs de Taa1straat een kwijnend bestaan te leiden en werden tot gewone woonhuizen verbouwd.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek