Warffum in oude ansichten deel 1

Warffum in oude ansichten deel 1

Auteur
:   G.A. Brongers
Gemeente
:   Eemsmond
Provincie
:   Groningen
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4141-3
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Warffum in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

"Die dikmaal voor de Spiegel gaat, En ziet hoe hem het hoofd al staat, Uit zucht van idel welbehaagen,

Die zy gewaarschouwd, dat hy 't weet, En hoven alles niet vergeet ... "

Jan Luiken, 1711.

Het mag gezegd worden: Warffum als plaats en gemeente, waarin het "genoeglijk" Breede eveneens is gelegen, behoort nog altijd tot een der mooiste van de provineie Groningen! Maar. .. laat men dit vooral niet dragen door .Jdel welbehaagen", Want wij zijn hard op weg om ons leefmilieu onmogelijk te maken. Nag is het de tijd am tot inkeer te komen, om orde op zaken te stellen in de verhoudingen tussen mens en milieu. Nog kan er hersteld, geregeld en gered worden. Heel duidelijk wordt dit alles, wanneer wij de beelden uit de periode van ongeveer 1880-1930 in het hiernavolgende beschouwen. Dan wordt duidelijk hoezeer wij moe ten streven naar een harmonisch samengaan van technisehe vooruitgang en historisehe gebondenheid, behoud van eigen karakter en allure!

De bodem van Warffum "verteh" ons hoe reeds meer dan tweeduizend jaar geleden ons dorp aan de zee werd ontworsteld. Eeuw na eeuw groeide de wierde tot de dijkbouw zo ver was gevorderd, dat een verdere uitbouw niet meer no dig was om veilig te wonen. Toen, zo omstreeks het jaar 1000, omvatte de wierde een oppervlakte van veertien bunders en reikte zijn kruin meer dan zes ellen "boven het nulpeil van de sehutsluizen te Groningen".

In de laatste decennia van de aehtste eeuw bezoeht Liudger deze streken en uit de historie van de blinde zanger Bernlef mag worden aangenomen dat hij ook Warffum bezoeht. Meer positief blijkt de betekenis van Warffum als plaats uit de inkomstenlijst van het klooster Fulda van het jaar 945. Er wordt dan gesproken over Werfheim volgend op het dorp Baflo, zodat vergissing is uitgesloten. Over de betekenis van de naam kan heel in het kart het volgende worden gezegd.

Een "werf" of "warf" is een hoogte. Reeds in overoude tijden kwam de gemeensehap daar voor beraadslagingen bijeen en werd daar ook reehtgesproken. Zo sprak men dan ook van "warfsoordelen" en "warfseonstituties". In een charter uit 1284 sehrijft men de naam als "Werfum".

In het midden van de vorige eeuw wordt Warffum genoemd: ". .. een groot en zeer welvarend dorp, omgeven door vele bij uitstek fraaije boerenplaatsen". Het kent dan de gehuehten en plaatselijke benamingen: de Dijkstreek, Ooster- en WesterValge, het Hondenest, het Mispelnest, Breede, het KloosterWarffum, Warffumer Uiterdijk, Warffumerpolder en -kwelder. In 1862 geeft Fehse op zijn gemeentekaart twee tollen aan, een bij Zijlemaheerd en een tussen Bieuwke- en Haantil. Reinders vertelt ons in zijn belangrijk geschrift "Ecclesia Warffurnensis" dat het kIooster Warffum reeds v66r 1284 werd gesticht. Het was een nonnenklooster van de johanniter ridderorde. Ret werd in de loop der tijden een rijk kIooster met een eigen kerk, die na de reformatie nog door hervormde predikanten werd bediend.

Bij resolutie van 17 maart 1610 werd door de provinciale staten van Groningen tot afbraak besloten. Van de legendarische pracht van dit klooster resten ons (helaas) in het museum Het Hogeland te Warffum slechts wat stenen, scheryen en stukjes sehedel... Sic transit gloria mundi!

Verloren ging ook de voorname "Warffumborg" met zijn eens "cierlijk bosch". Wat bleef, zij het in minder oude vorrn, is de Breedenborg, thans een sfeervol hotel-restaurantbedrijf en een der kostelijkste verblijfplaatsen in de gehele provincie! Warffum aceentueerde in 1867 op krachtige wijze haar belangrijke streekverzorgende funetie door de oprichting van een H.B.S., thans als Rijks Atheneum een der modernste scholeneomplexen van Nederland!

Tot ver buiten onze grenzen is Warffum bekend om het jaarlijks volksdansfestival en de zakenbeurs "Op Roakeldais", hetgeen betekent "op goed vertrouwen" en afgeleid is van het Latijnse "Miraeulum Dei". Een fleurige midden stand flankeert de Warffumse straten en wegen waar steeds een levendige

bedrijvigheid is te vinden. Doch naast die bedrijvigheid kenmerkt Warffum zich gelukkig ook nog door een landelijke rust, waar recreatie in de meest pure zin nog mogelijk is. Het gemeentebestuur is zich dit terdege bewust en zij stimuleert dit vooral in het aloude kerspel Breede met haar prachtig openluchtbad en andere recreatieve voorzieningen. Wandel-, fiets- en autotochten zijn vanuit Warffum-Breede in eindeloze veelvuldigheid mogelijk. Bevrijdend zijn de dijkwandelingen en het verblijf op de kwelders waar de zan en de zachte zulte wind der wadden de mens verkwikken. Een regenachtige dag drijft de gast naar het museum Het Hogeland met zijn museumherberg "Bie Koboa", zijn kostelijk "Vrouw Fransengasthuis" en bekoorlijke "Olle Kosterij".

Tot de gemeente behoort ook het eiland Rottumeroog, waarvan de burgemeester het toezicht op de strandvonderij heeft. Het thans onbewoonde eiland is vroeger veel groter geweest. In de 17de eeuw was het ongeveer 8 kilometer lang en twee kilometer breed en uit een bericht van 1541 maakt men op dat het toen nog ongeveer elf kilometer lang was. Door de eeuwen heen is Rottum "weggewandeld" en afgeslagen. In 1632 verhuurden de "Gecommitteerden van Stadt en Omrnelanden" het eiland voor zes jaren aan de meest biedende "met aile syne Landen, Duynen, Stranden en de de Sanden daartoe gehorende sampt desselfs Eylands heerlickheyden, vrijheyden, rechtigheyden ende Privilegien", waarbij de gecommitteerden de strandvonderij aan zich behielden onder toezegging van een bergingsloon voor de pachter.

In de middeleeuwen was Rottum een vrij belangrijke doorvoerhaven voor de Groninger kooplieden. Nog in 1628 was het aantal bewoners ZQ groot, dat een nieuwe onderwijzer werd benoemd terwijl de betekenis voor de zeevaart nog met verloren was. Want gecommitteerden behielden aan zich "d'actie van die Capen so die van Emden nu ter tyt op voorsz. Eyland staende hebben".

In 1659 werd het eiland verkocht en kwam het in verschillende handen. In 1707 werd het gekocht door Donnogh Clancarty, een Ierse graaf die, als aanhanger van Jacobus II, in

1688 Engeland had moe ten verla ten. In 1715 vermoedde men dat deze koning er zou worden ontscheept en gedeputeerde staten troffen zelfs maatregelen. Er gebeurde echter niets en de "malle graaf" woonde er rustig tot 1717, toen hij door de grote watervloed van dat jaar werd gedwongen naar de vaste wal te verhuizen. Op het eiland leidde hij een merkwaardig leven. Omringd door meerdere vrouwen (verschillende auteurs gebruiken het woord harem) oefende hij het boeiende bedrijf van strandrover uit, Maar de beruchte Kerstvloed van 1717 maakte daar een einde aan. De woedende zee dreef hem naar de vaste wal en met zijn gezelschap landde hij toen op de veehoederij "Groot Zeewijk ", die buitendijks op een wierde was gelegen. (Later de prachtige boerderij waar sinds 1815 de grote Geert Reinders woonde, de grondlegger voor de bestrijding der veepest. Thans is dit agrarisch monument helaas door sloop verlorengegaan.) Daar werd toen een jonge graaf geboren, die kort daarna overleed en in de kerk is begraven. Sindsdien werd het eiland in feite verwaarloosd. In 1738 kocht de provincie het terug en in 1798 werd het nationaal eigendom. Van 1782-1908 zijn leden van de familie Van Dijk voogd over het eiland geweest. In 1908 werd de heer G.K. van Dijk eervol ontslagen en hij werd opgevolgd door de heer H. Toxopeus. Het voogdijschap werd gecontinueerd door Jan Toxopeus van 1936 tot 1967.

Wat opvalt in de hiernavolgende beelden is de rijke stoffering van dorp en land met boom en struik. Hoe wordt in belangrijke mate de sfeer daardoor mede gedragen! Wat is er veel van het karakteristieke dorpsbeeld verloren gegaan! Weg is de haven met haar bedrijvigheid van schippers en voerlieden, weg zijn de vrolijk wentelende wieken der molens, weg is het "voorname" station waar puffend en zuchtend de stoornlokomotieven hun wagens met reizigers "vlug, veilig en voordelig" afleverden, weg de paardenwas tegen de terp, weg al die fleurige witte hekjes en weg is zoveel meer.

Laten wij ons inspannen om te conserveren wat nog aan sfeer en eigen gezicht over is!

1. Gezicht op de uit de I2de eeuw stammende dorpskerk gezien vanuit de Schoolstraat. Op de hoek ziet men het huis, de winkel en de bakkerij van de familie Hein. Daarvoor woonde er bakker Pieter Evert Bakker, die ook boer was en in zijn jongere jaren "Groenlandvaarder" was geweest. Voor zijn verdiensten ter walvisvaart kreeg hij van koning Willem III een prachtige zilveren tabaksdoos met inscriptie. In de tuin aan de Schoolstraatzijde werd in de dertiger jaren het huis gebouwd dat thans bewoond wordt door de familie Van der Glas. Foto omstreeks 1880.

l

2. Plantsoen bij de hervormde kerk. Men ziet uit op het Noorder Kerkpad, tussen de Hoofdstraat en de Torenweg. Aan de Torenweg (links) ziet men het koffiehuis van de familie Zuideman, dan aan het Kerkpad de schoenmakerij P. van der Tuuk, daarnaast het huis dat onder andere bewoond werd door aannemer Nieland en tenslotte een deel van het "Metalen Kruis", nu drukkerij Sikkema.

3. De Pastorieweg gezien naar het noorden ter hoogte van de pastorietuin. Op de voorgrond ziet men van links naar rechts: Gerrit Oudman (sinds 1894 smid in de smederij die thans nog bewoond wordt door de zonen van J. en F. Oudman), vervolgens Piet Buethuis, toen eigenaar en exploitant van de herberg en bakkerij .Kolwinter", de enige herberg in Warffum met een "doorrid". Daarnaast staat de echtgenote van Gerrit Oudman, mevrouw Trijntje Oudman-Wolt. Het naast haar staande meisje is onbekend terwijl de laatste dame de echtgenote van postbode Will em Hofkamp is. Het tweedakige pand erachter is de smederij Oudman, waarvoor een schoffeltuig staat. Opname circa 1903.

Pastorieweg.

4. Het zuidelijk dee! van de Pastorieweg even v66r de pastorie, die toen bewoond werd door dominee Nicolaas Lofvers. Reehts op de voorgrond ziet men het huisje van Willem Holtman, barbier en snieder (kleermaker). Aan het huis hing het bekende uithangteken: een seheerbekken. Zijn zoon Jan Holtman (de lange persoon in witte kicl op de kaart) was jarenlang raadslid en wethouder van Warffum voor de S.D.A.P. Naast hem staan drie leden van de familie Van der Hal, waaronder links Compreeht en Levie. Het volgende pand is het vergaderlokaal van de hervormde gemeente. Daar yond het jaarlijkse "stoetjefeest" plaats, dat georganiseerd werd door de vereniging "Uw Koninkrijk Kome", Het was eerr jaarfeest waar kadetjes met kaas werden gepresenteerd. In dit gebouwtje beyond zieh ook het zogenaamde "smoakhokje" , een eel met een met ijzer beslagen deur, waarin misdadigers en landlopers werden opgesloten.

,-.

577.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek