Watergraafsmeer in oude ansichten deel 1

Watergraafsmeer in oude ansichten deel 1

Auteur
:   J.H. Kruizinga
Gemeente
:   Amsterdam
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1319-9
Pagina's
:   144
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Watergraafsmeer in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

In 1979 vierde men in Watergraafsmeer het 350-jadg bestaan van deze polder, die in 1629 werd drooggelegd. Dit gebeurde volgens het plan van advocaat Cornelis Davelaar, die reeds in 1622 zijn idee aan de Amsterdamse Vroedschap voorlegde. Twee jaar later kreeg Amsterdam octrooi voor het droogleggen van de Watergraafsmeer en na dertien maanden malen met zeven molens lag de Meer op 30 augustus 1629 droog. Voor driehonderdduizend gulden werd 725 morgen (ruim 600 hectare) grond gewonnen. Ook in die tijd was grondbezit bepalend voor de rijkdom van dorp of stad.

Wie nu Watergraafsmeer bezoekt kan zich moeilijk indenken dat hier eens het water van de Zuiderzee gestroomd heeft. Er zijn zelfs grote zeeslagen geleverd en nog tijdens de Tachtigjarige Oorlog hebben oorlogsschepen op het Watergraafsmeer de Amsterdammers in de strijd tegen de Geuzen geholpen. Want toen was Amsterdam nog spaansgezind ...

Enkele jaren na de drooglegging werden er in de Meer, zoals deze huidige stadswijk nog heet, wegen aangelegd, huizen en boerderijen gebouwd en kwam er een eigen bestuur. Spoedig werd Watergraafsmeer het geliefkoosde oord van de rijke Amsterdammers. Zij bouwden er hun hofsteden, buitenplaatsen en pleziertuinen. Bij een stormvloed in 1651 echter brak de

Diemerdijk door, met alle trieste gevolgen vandien. Met steun van de gemeente Amsterdam kregen de Meerbewoners het voor elkaar dat reeds het volgend jaar een feestelijke optocht door de opnieuw drooggemalen Meer kon trekken zonder natte voeten te krijgen.

De Meer bloeide weer op en in de zeventiende en achttiende eeuw werden in totaal veertig grote en rijke buitenplaatsen gebouwd, waarvan nu alleen nog Frankendael de welvaart van toen vertegenwoordigt. Barre tijden braken aan toen de Pruisen hier heer en meester waren, die op hun beurt door de Franse bezetters werden verdrongen. Maar in 1813 was er feest toen aan de Franse overheersing een einde kwam. Aan de zelfstandigheid van Watergraafsmeer kwam op 31 december 1920 voorgoed een einde. Toen moest de laatste burgemeester van de Meer, de heer I.W. de Wit, zijn functie neerleggen. De volgende dag waren de 10.760 Meerbewoners opslag Amsterdammers. Dat hebben velen niet zo prettig gevonden en op 31 december 1920 vond er een "protestdemonstratie" plaats: Watergraafsmeer werd, zonder toestemming van hogerhand, ter aarde besteld als herinnering "aan ons geliefd Watergraafsmeer" . Maar de tijd schreed voort en weldra konden de Meerbewoners de vruchten plukken van de annexatie. Sinds een halve eeuw is

het inwonertal bijna verdrievoudigd. Er werden nieuwe straten aangelegd; er verrezen moderne huizen en er kwamen scholen, kerken en verenigingsgebouwen, die de Meer tot Amsterdam-Oost maakten. En al worden er dan nu geen "buitengoederen" gebouwd, de "nieuwbouw" is van een dusdanig gehalte dat menigeen die er woont zich nog "buiten" waant. En dat geldt waarlijk niet alleen voor Tuindorp-Watergraafsmeer , in de volksmond het Betondorp geheten. Ondanks deze uitbreidingen bleef het karakter van Watergraafsmeer, besloten als het ligt tussen de Ringdijken, bewaard. Stormvloeden kunnen deze polder niet meer deren, zoals vroeger. Stalen deuren voor de viaducten in de Kruislaan, in de Molukkenstraat en in de dijk van de Molenwetering beschermen de "Meerders" tegen onverhoopt hoog water. En een "schulpstuw", een opblaasbare brede waterwering, beschermt de dertigduizend bewoners van Watergraafsmeer tegen de natte gevolgen van een eventuele dijkdoorbraak van de Weespertrekvaart. Hoewel de Meer ook aan groen en landelijkheid heeft moeten prijsgeven, een uitgesproken verstedelijkt gebied is het toch nooit helemaal geworden. Een bewoner van Watergraafsmeer noemt zich niet licht een echte Mokumer. Vanzelfsprekend is er veel in Watergraafsmeer veranderd of verdwenen. De enige historische gebouwen

van betekenis zijn: Frankendael aan de Middenweg, het Rechthuis op de hoek van de Middenweg en de Ringdijk en de boerderij "De Vergulden Eenhoorn" aan de voet van de Ringdijk. Daarmee moeten de huidige bewoners zich tevreden stellen.

De oudsten onder hen herinneren zich nog de verhalen over de Gooise Stoomtram die de bijnaam "De Gooise Moordenaar" droeg. Zij denken terug aan de tijd dat er nog turfschepen in de Ringvaart lagen en met weemoed wandelen zij in gedachten door de nu verdwenen Schagerlaan, door de met prachtige bomen begroeide Kruislaan. Zij dronken eertijds thee in de uitspanning Schollenbrug of in café Vervuurst. Zij bezochten het circus Barnum en Bailey op "Oud-Rozenburg" en zij vierden feest in het Openluchttheater achter Frankendael. Zij herinneren zich de Kraaienknip, bus A die de verbinding onderhield tussen de Nieuwe Oosterbegraafplaats en het Leidse Bosje en zij zagen Ajax nog spelen in het oude houten stadion aan de Kruislaan.

Dit boekje laat aan de jongere inwoners en nieuwkomers zien hoe Watergraafsmeer er tussen 1880 en 1930 uitzag. Zij kunnen zich een beeld vormen van de samenleving in die dagen, waarover ouderen vaak met een zekere nostalgie nu nog spreken.

Tol Water-gt-aafsmeer.

~ P' Amsterdam 4- "1'~~. o 2,.

EdIteur J H. Schaefer, AmsteN:lam. Nr. A. 245 cepcse.

1. De toegang tot Watergraafsmeer, dat besloten ligt tussen de Ringvaart en de Weespertrekvaart, wordt gevormd door de Oetewalerbrug. Het is de verbinding van de Linnaeusstraat (oorspronkelijk Oetewalerweg) met de Middenweg over de Ringvaart. Eerst was er een stenen welfbrug met drie doorvaartopeningen. Omstreeks 1880 kwam er de smalle wipbrug, die het tot 19.24 heeft uitgehouden. Zij werd toen door de huidige vaste stenen brug vervangen. Op deze kaart uit 1902 was er nog weinig verkeer, maar de rails van de Gooise Stoomtram lagen er al.

2. Wie vroeger de Meer in reed moest letterlijk en figuurlijk over de brug komen. Want rechts van de ophaalbrug stond het Tolhuis, waar tol (toegangsgeld) geheven werd van hen die met een vervoermiddel Watergraafsmeer in wilden rijden. Tot 1861 was er een tolhek, een draaibare boom tussen twee pijlers, dat overdag gesloten werd. De tolgaarder inde per jaar ongeveer vijfduizend gulden, waarvan na aftrek van onkosten ruim drieduizend gulden overbleef. Door de toename van het verkeer werd de tol in 1917 afgebroken en opgeborgen in de kelders van het Rechthuis.

3. De smalle wipbrug over de Ringvaart werd in 1924 afgebroken en vervangen door een vaste stenen brug. De opening van deze brug vond plaats op 31 januari 1925. Dit gebeurde onder grote belangstelling van de Meerbewoners. Een van de hooggehoede bestuursleden van de buurtvereniging "Oud Watergraafsmeer" heeft zojuist het lint doorgeknipt. Het fanfarekorps "Kunst na Arbeid" zal direct daarop de Meer intrekken. Vóór dit gezelschap staan enkele fotografen klaar om dit gebeuren op de gevoelige plaat vast te leggen.

4. Het bestuur van de buurtvereniging "Oud-Watergraafsmeer", dat met veel enthousiasme en grote activiteit vele plezierige zaken in de Meer behartigde. Deze vereniging organiseerde onder andere de feestelijke opening van de nieuwe Oetewalerbrug in 1925. Staande, van links naar rechts: de heren Van de Busken, Jonkers, Carré, Renaud, Van Lente en Bos. Zittend: de heren Smit, Miermans en Fesevur.

flmsferdam -

5. Op de hoek van de Middenweg en de Ringdijk ligt het Rechthuis, waarvoor op 18 juni 1877 de eerste steen werd gelegd. Dit gebeurde door Jacob Gerard ter Borch, heemraad en schepen van Watergraafsmeer. Dit Rechthuis was niet het eerste gebouw in de Meer waar recht gesproken werd. Dat was de herberg "Het Rechthuis", die in 1660 werd gebouwd en waarvan de ingang aan de Ringdijk lag. In de zeventiende eeuw kon het daar op de hoek van de Middenweg zwart zien van de mensen. Dan werd er "rechtgedaan" en hoe ...

6. Behalve voor de handhaving van het recht, werd het Rechthuis voor allerlei andere doeleinden benut. Café-bezoekers konden er terecht, de pacht van de landerijen konden er betaald worden en het Hoogheemraadschap hield er vergaderingen. En als de fotograaf kwam waren er altijd wel gegadigden om "op de kiek" vereeuwigd te worden. De klok die het Rechthuis nog siert heeft nooit gelopen; het was alleen een sieraad. De herbergier woonde boven "de zaak" en had een mooi uitzicht op de Middenweg.

WA TER G R AAFSM EER.

Middenweg bij het Regthuis.

itgave van C. P. KUPPER5.

7. Bij de toegang van de Meer was een afsluithek tussen stenen pijlers midden op de drievoudig gewelfde brug. Voorbij de brug was een ruim plein, naar het voorbeeld van de wagenpleinen binnen de Amsterdamse stadspoorten. Nog heeft Amsterdam het Haarlemrner-, Leidse-, Frederiks- en Weesperplein, evenals de ruimte voor de Muiderpoort. Door de bouw van het Rechthuis en de bebouwing van de Middenweg aan de oostzijde, verdween deze ruimte. Op deze foto is dit plein nog te herkennen. Links zijn de huizen alleen via een trap bereikbaar; rechts staat het Rechthuis.

..

8. Dit wagenplein is ook nog op deze foto te herkennen. Het huis links op de hoek is nog niet tot straatniveau opgetrokken. Van de oude huisjes, die aan de linkerkant van de Middenweg zeer laag waren gebouwd, is er nog maar één over. De aangrenzende huizen bereikten in 1900 reeds de huidige hoogte. Veel verkeer is er nog niet; alleen een handkar en een paard-en-wagen nemen aan het verkeer deel. De rails van de Gooise Stoomtram liggen er al; de tram zelf moet nog komen.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek